Componisten/werken

Daan Manneke (5)

Maria Magdalena

 

© Gerard van der Leeuw, oktober 2021

 

Er moet een golf van herinneringen door Daan Manneke zijn heengegaan, toen hij de opdracht tot het schrijven van dit werk voor de Grote- of Maria Magdalenakerk in Goes ontving. Immers: hier kreeg hij van organist/componist Adriaan Kousemaker (1909-1984) zo’n vier jaar lang zijn eerste (orgel)lessen. Hij kent de kerk en de akoestiek hier als geen ander. (Het orgel met de beroemde ‘Turkse kap’ uit 1739 kreeg in 1970 vrijwel geheel nieuw mechanisch pijpwerk van de firma Marcussen uit het Deense Aabenraa). Zijn een kleine tien minuten durende Maria Magdalena bestaat uit vijf onderdelen:

Prelude - Vocalise [Maria Magdalena] Alleluia simple
Motet [Maria Magdalena et altera Maria...] Alleluia double
Madrigaal [Maria Magdalena, gedicht van Gerrit Achterberg, 1905-1962] Intermezzo, quasi cadenza
Organum, Pseaume CXXII, [Geneefs Psalter, 1551]
Alleluia libre,

maar net als bij Gedanken zu Bach en Evocatione (SwWV 258) gaan deze deeltjes zonder onderbreking in elkaar over. Hart van de compositie is wel het madrigaal op het gedicht van Gerrit Achterberg. Een goede indruk van de beknoptheid van het werk geeft ons de inleidende prelude:

Volgt een senza misura, waarover Daan Manneke in de partituur het volgende opmerkt:

De ornamentele noten in de vocalise [I] moeten nadrukkelijk niet unisono worden uitgevoerd. De tempi zijn verschillend per zanger: inzetten komen ad libitum na elkaar en zelfs kunnen [delen van] deze figuren worden herhaald. Er ontstaan op die manier wolken van diatonische samenklanken die uitmonden in de hoofdnoot. Die hoofdnoot wordt door de verschillende zangers op verschillende momenten bereikt. Een traag verlopend ritueel, een processie-achtig gezang.

In datzelfde voorwoord in de partituur een opmerking die kenmerkend is voor de ‘Kapelmeester van de ruimte’ (de typering is van musicoloog Gerhard Wielakker): 'Het is denkbaar de compositie uit te voeren met een sobere, doelgerichte choreografie.'

Halverwege het motet heeft Daan Manneke op het woord surrexit (opgestaan) het BACH motief verstopt:

en een Messiaens akkoord, het ‘Accord sur le dominant’ zit dan
weer in deel vier:

In het Intermezzo, quasi cadenza citeert Daan Manneke het begin van zijn orgelstuk Organum uit 1986. Een werk dat hij zelf beschouwd als een van zijn meest persoonlijke stukken en dat hij schreef op verzoek van Ton de Leeuw. Dit deel en het afsluitende Alleluia libre zijn op YouTube te beluisteren in een uitvoering van de Maria Magdalena Cantorij Goes, organist Arno van Wijk en een niet nader genoemd instrumentaal ensemble o.l.v. Rutger Valentijn Mauritz (klik hier).

Er valt over dit vrij korte stuk nog veel meer te vertellen, zoals Daan Manneke's geraffineerde gebruik van gealtereerde noten, afwisselend Durum en Molle, een techniek die al vanaf de Renaissance door componisten (Monteverdi!) gebruikt wordt om wisselende gemoedsaandoeningen muzikaal te onderstrepen. Hopelijk komt er spoedig een mooie opname van het werk.

____________________
Naar deel 1 - 2 - 3 - 4 - 6 - 7 - 8 - 9


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links