Componisten/werken

Daan Manneke (4)

Maria Magdalena in muziek en poëzie

 

© Frans Schouten, oktober 2021

 

De componist Daan Manneke componeerde een vijfluik over het gedicht Maria Magdalena van Gerrit Achterberg. Hierna volgen de gegevens zoals de componist deze zelf mededeelde voor de inleiding van deze cantate: 'Omtrent Maria Magdalena', voor gemengd koor en een toetsinstrument (orgel, accordeon, harmonium of piano). Daan Manneke schreef deze compositie op verzoek van de Maria Magdalenacantorij en haar dirigent Rutger Valentijn Mauritz ter gelegenheid van het XIe Oecumenisch Liedfestival te Goes (oorspronkelijk gepland op zaterdag 16 Mei 2020, maar als gevolg van de coronapandemie verschoven naar oktober 2021). 2020 was tevens het jaar waarin de Maria Magdalenacantorij haar 45-jarig bestaan vierde. De opdracht werd verleend door stichting De Vertaalslag en is mede ondersteund door de Culturele Raad van Goes.

Bij de schone, mystieke tekst van het gedicht van Achterberg maakte ik een opstel daartoe aangespoord door Daan Manneke, waarin ik me voorstelde hoe een componist zou worden geïnspireerd tot het schrijven van een bij zulke woorden passende muziek. Over het prachtige vijfluik dat Daan Manneke componeerde, voorwaar een kleine cantate, zullen ongetwijfeld muzikale deskundigen hun mening laten horen.

Wie was Maria Magdalena?

Maria Magdalena

Mijn lichaam ligt bereid tot Pasen.
Ik keer met U de zoete zalen in
dier witte, laatste maanden.
O tuin der aarde, die ik nu bemin
meer dan mijn eigen ademhalen,
omdat mijn bloed er in verging.
O bruid, die na mijn hemelvaren
zal zingen in Jerusalem.

(Gerrit Achterberg, VG. 1980, p. 344)

Gerrit Achterberg

Inleiding
Het gedicht van Achterberg over een der Maria gestalten gaat men eerst vaak voor zichzelf, maar zachtjes, opzeggen. Een gedicht laten klinken is iets anders dan het willen begrijpen, laat staan analyseren. Als een componist met een tekst aan de slag gaat, gebeurt er weer iets anders. Er ontstaan toonhoogteverschillen, mogelijk treedt er een meerstemmigheid op, de woorden vlieten op een gerekte cadans in langere en kortere patronen. Met verbazing luistert de componist nu naar het wonder waarvan hij de eerste getuige is. Het gaat niet om tekstanalyse of interpretatie. De klinkende poëzie heeft het ontstane muziekstuk een eigen betekenis gegeven, onafhankelijk van hetgeen de componist er aanvankelijk zelf over dacht.

Toch wordt die bevlogen componist aanvankelijk bestormd door een veelheid aan indrukken en associaties die de naam van Maria Magdalena bij hem oproept. Hij zal zich afvragen wie de emblematische gestalte van Maria Magdalena wel kan zijn. Komt hij uit bij een traditioneel, algemeen aanvaard en bezongen beeld van de heilige, die van de boetvaardige zondaresse, dan levert het nog meer brave, welluidende muziek op. Gelukkig is er nog het uitgangspunt van het gedicht van Gerrit Achterberg. Daaruit blijkt dat er helemaal geen sprake is van een fraaie, boetvaardige dame, met loshangende haren, geknield aan de voeten van de Meester. Op dat ogenblik gaat de vraag zich wederom voordoen wie Maria Magdalena was, gezien in het licht van Achterbergs gedicht.

Maria Magdalena in de Christelijke iconografie en symboliek
Er is een keur aan heilige vrouwen, allen Maria geheten, die door de vroege Griekse theologen als volgt werden onderscheiden en benoemd.
We komen eerst terecht bij de Maria van Magdala uit wie Jezus zeven duivelen dreef (Luc.: 8-2 en Marc.: 16-9). Zij was aanwezig bij de dood van Jezus en behoorde tot de kleine groep die het eerst wist van zijn verrijzenis en aan wie Hij verscheen. Voorts is er de zondige Maria in Luc. 7: 36-39. Daarna komen we uit bij Maria van Bethanië die aan de voeten van Jezus zit (Luc. 10: 38-42). Zij is de zuster van de bedrijvige Martha en van Lazarus die door Jezus uit de dood wordt opgewekt. In de Westelijk Christelijke wereld worden deze drie Maria’s sinds de Heilige Augustinus en de H. Gregorius als één gestalte beschouwd en als zodanig samengevoegd. Ook vinden we Maria van Cleophas. Zij was de moeder van de apostel Jacobus de Mindere. Om het beeld nog ingewikkelder te maken is er nog de Maria van Aegypte, de kluizenaresse die in de legendevorming vaak vereenzelvigd is met de boetvaardige Maria van Magdala. Als men terugziet op de tekst van Achterberg blijkt dat van een emblematische boetvaardigheid geen sprake is.

Wel ontwaart men een wijde ruimte, let wel, een innerlijke ruimte, waarin ‘de zoete zalen’ en ‘de tuin der aarde’ begrepen zijn. De mystiek bedient zich niet zelden van wereldlijk erotische beelden, denk maar aan het Hooglied. Men dient te begrijpen wie Achterberg in het gedicht aan het woord laat. Het is de leraar, Christus, die spreekt tot de Maria die luisterend aan zijn voeten is gezeten. Ik citeer de passage uit Lucas zoals hierboven genoemd:

Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde. Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zeide, Here, trekt gij het u niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen. Maar de Here antwoordde en zeide tot haar: Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.

Het betreft bij Achterberg ongetwijfeld een visioen van mystieke eenwording, in dit geval het beeld van het mystieke huwelijk van Christus met zijn Kerk, verpersoonlijkt in de gestalte van Maria. Daarmee komen we uit bij Maria van Bethanië die luisterend aan de voeten van Jezus zich het beste deel heeft gekozen. Zij is de eerste vertegenwoordigster van het contemplatieve, het beschouwende christendom geworden. Achterberg dicht niet over Maria van Magdala maar over Maria van Bethanië. Hij is de enige niet die de verschillende Mariale figuren niet uit elkaar heeft kunnen houden.

Maria als symbool van de contemplatie
In de Middeleeuwen schouwt Maria in de symbolische spiegel van zelfonderzoek en aanschouwing van de goddelijke, onzienlijke wereld. Er lijkt hier nog plaats voor enige twijfel, want wordt de spiegel in de iconographie van Renaissance en Barok nu juist niet een embleem van wereldse ijdelheid en uiterlijkheid?

Laten we zien of de midden Europese cultuurhistoricus Rudolf Kassner ons op weg kan helpen. In zijn essay Von der Eitelkeit stelt Kassner twee emblematische vrouwen figuren tegenover elkaar: Maria als symbool van beschouwing die in een spiegel ziet, tegenover ‘Frau Welt’ die de wereldlijke ijdelheid vertegenwoordigt. Het wordt tijd Kassner zelf het woord te laten:

Eitelkeit ist keine Sünde. […] Man darf darum sagen daß die Eitelkeit die Mutterlauge der Sünden des Katechismus, daß sie im Hochmut, in der Lussuria u.a. enthalten, daß sie aber, soweit die Sünden dem Namen nach getrennt und begrifflich bestimmbar sind, keine Sünde und also auch nicht strafbar sei. Sondern Frau Welt heißt. Und als Frau Welt steht sie […] am Baseler Dom: ein fleischliches Weib, töricht und feixend, nicht das Leben, wohl aber dessen Grimasse. Das also ist die Eitelkeit. Ohne Spiegel.

In de Middeleeuwen is de spiegel geenszins het zinnebeeld der ijdelheid, want Maria, zuster van de immer bedrijvige Martha, zit voor de spiegel, Maria, als symbool van het contemplatieve leven, van de theologie en de beschouwing Gods, voor die van betekenis verzadigde, enorme ruimte. Sinds Maria niet meer in de spiegel schouwt, is het dubbele aangezicht van de ijdelheid geworden tot dat van de uiterlijke opschik enerzijds en anderszins tot het begrip ijdelheid waarover Prediker spreekt: ijdelheid als het vergeefse, van de lege nutteloosheid. Bij Maria proeft men de verwantschap met de latere stoïci als Seneca en Epictetus waaraan het bouwwerk van het Middeleeuwse christendom veel te danken heeft. De orde van Vader Benedictus heeft inzichten van de stoïcijnen in de orderegel opgenomen.

Als de luisteraar naar het gedicht van Achterberg zich de intensiteit van de tekst heeft eigen gemaakt, behoeft hij zich niet bezig te houden met tekstverklaring en analyse. Het schone visioen van Gerrit Achterberg zal hem de weg wijzen naar de muzikale klanken waarover de componist zich als eerste mag verwonderen.

Nawoord
Het gedicht Maria Magdalena van Gerrit Achterberg is opgenomen in de bundel Inertia, met aan weerszijden de verzen Maria en Geloof. Samen met Maria Magdalena vormen de gedichten een tryptiek met een opvallende, verwante beschouwelijkheid.

Maria
Toen ik ingeslapen was
in zonneglas, in zonneglas,
waarvan de kamer was –
een ongeboren diamant
van glinstervliezen, ingekeken
door ongestoorde moederogen –
heb ik haar lichaam weergezien:
een licht met het vermogen
te kunnen worden kind of ster
en nu ik me heb bewogen
moet er een droom geboren zijn
waarvoor een koning ligt gebogen.

Maria Magdalena
Mijn lichaam ligt bereid tot Pasen.
Ik keer met u de zoete zalen in
dier witte, laatste maanden.
O tuin der aarde, die ik nu bemin
meer dan mijn eigen ademhalen,
omdat mijn bloed er in verging.
O bruid, die na mijn hemelvaren
zal zingen in Jerusalem.

Geloof
Maar ik heb eenmaal geloofd
in een lichaam, in twee ogen
vond ik mijzelve eeuwig.
Daarom is er geen genade
of andere vrede mogelijk,
dan door uwe lichaam koninklijk
tot mijzelve in te gaan.

Gerrit Achterberg: Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1980.
Bijbel; Nieuwe Vertaling op last van het Nederlandsch Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1952.
Rudolf Kassner: Von der Eitelkeit; Zwei Essays. Wiesbaden 1951.
J.J.M. Timmers: Symboliek en Iconographie der christelijke kunst.
Roermond-Maaseik, 1947.
____________________________________________________________

Christus als hovenier
Zij dacht dat het de hovenier was. Joh. 20: 15

Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en – wat terzijde – in stille schrik
die éne, die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud –
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.

(Ida Gerhardt, 1906-1997)

Rembrandt: Christus verschijnt aan Maria Magdalena (±1645)

Maria Magdalena in Utrecht
De grote expositie rond Maria Magdalena in museum Catharijneconvent
is nog te zien t/m 9 januari 2022.

____________________
Naar deel 1 - 2 - 3 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links