Boeken

 over musici

 

© Aart van der Wal, oktober 2020

 

Wim de Haan: Youri Egorov - Het ware verhaal - Een andere kijk op de roman In het huis van de dichter

ISBN 9789090336329,
Uitg. in eigen beheer (2020), paperback, geïllustreerd, 135 blz.
Verkoopprijs € 18,95

Hier te bestellen (later ook bij o.a. bol.com en de reguliere boekhandel) - Klik ook hier


Het is een voor de hand liggende maar interessante vraag: of de inhoud van een boek in het genre van de non-fictie zich per definitie moet houden aan de waarheid en niets ander dan de waarheid. Ik zie het vrij simplistisch: dat deze waarheid niet met de buitenwereld onderhandelbaar is. Waarheid kent bovendien geen mistige tussenvorm of anders gezegd: zij is er of zij is er niet. Wie de waarheid pretendeert maar ermee sjoemelt zet willens en wetens de lezer op voorhand op het verkeerde been, zonder echter ook maar enigszins het effect daarvan bij hem te kunnen weten.

Alhoewel er in de loop der tijd enige ruimte lijkt te zijn ontstaan in de omgang met de waarheid in de (wel of niet literaire) kunst. Zo noteerde in 1971 de toenmalige literair redacteur van NRC Handelsblad, K.L. Poll, dat het verschil tussen krant en kunst is dat het er in de krant om gaat dat nieuws overeenkomstig de waarheid is en in de kunst of het nieuws goed is verteld. Men lette op het fijnzinnige, maar toch niet mis te verstane nuanceverschil!

Schept de roman in het non-fictie genre wellicht ruimte voor de leugen? Omdat het een roman is? Geenszins, dit duidelijk in tegenstelling tot de fictieliteratuur die a priori immers uitgaat van een niet op de werkelijkheid berustende voorstelling of beschouwing. Bij fictie beseft de lezer al bij voorbaat dat hij wel of niet iets aanneemt in de wetenschap dat wat hij leest niet waar is, niet op feiten berust. Het is niets anders dan een vertelwijze waarbij gebruik wordt gemaakt van verzonnen elementen. Waar – het wordt hier ten overvloede vermeld – niets mis mee is. Mits – en dat is de belangrijkste voorwaarde – de lezer dat ook wéét of, ietwat afgezwakt, zou kunnen weten.

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans zag in dit verband voor zichzelf een prima uitweg door te stellen dat niet de beschreven werkelijkheid van het grootste belang is, maar degene die het beschrijft (dus de auteur). De auteur dus letterlijk boven de titel (van het verhaal). Waarbij Hermans vooral wees op die zo typische eigenschap van de mens dat hij hoe dan ook de hem omringende ‘chaotische werkelijkheid' moet beschrijven en dan zo dat het lijkt alsof die ‘geordend' is. Dat het weliswaar zijn eigen orde is die hij beschrijft, maar dat daartegen niets valt in te brengen. Het sjoemelen met de werkelijkheid, het fantasierijk ermee omgaan, is iets dat de schrijver zelf maar moet weten en het is verder aan de lezer hoe hij er op zijn beurt mee omgaat. Daarentegen merkte de Hongaars-Britse schrijver Arthur Koestler (1905-1983) in zijn The Art of Creation evenwel op dat een kunstwerk dat in zijn schoonste vormen de waarheid wil uitdrukken zonder voorbehoud mag worden vergeleken met een wetenschappelijk werk.

Waarheid en werkelijkheid zijn synoniem aan elkaar: beide begrippen kunnen daarom met een gerust hart door elkaar worden gebruikt. Fictie en non-fictie zijn echter aan elkaar tegengesteld, maar hoe staat het eigenlijk met de op non-fictie rustende roman?

Eerst: wat is een roman eigenlijk? Van Dale biedt zoals meestal de helpende hand: een in prozastijl geschreven verhaal van betrekkelijk grote omvang, waarin lotgevallen en meestal ook karakter, respectievelijk karakterontwikkeling van of meer personen worden beschreven. Daarvan afgeleid zijn er meerdere vormen, zoals de op historische feiten gestoelde historische roman, de psychologische roman die de karakterontwikkeling van de protagonist(en) beschrijft, de zedenroman, de avonturenroman, enz.

We kennen de roman zowel in het genre van de fictie als de non-fictie. In het laatste geval dringt zich evengoed de vraag op of de schrijver zich wel of niet bij de feiten dient te houden, al is het wel zo dat in een roman doorgaans leven, de natuur, de omstandigheden fraaier in beeld worden gebracht dan zij in werkelijkheid zijn. Roman = romantisch, ofwel geen rekening houdend met de werkelijkheid. Maar juist door ook in de romanliteratuur onderscheid te maken tussen fictie en non-fictie liggen de scheidslijnen tussen waarheid en fantasie duidelijk vast.

Hoe ziet de schrijver Jan Brokken de roman? In een vraaggesprek met Maarten Dessing (hier in zijn geheel te lezen) zegt hij naar aanleiding van de publicatie van In het huis van de dichter er het volgende over:

‘Het is een misverstand dat een roman verzonnen zou moeten zijn. In Van Dale is een roman “een verhaal in prozastijl”. Dat is In het huis van de dichter . Ik wilde het verhaal van onze vriendschap vertellen. Geen biografie schrijven.'

Wat lezen we op de wervende achterflap van het boek in de (inmiddels vele malen herdrukte) uitgave uit 2018?

[…] In het huis van de dichter is het meeslepende verslag van hun vriendschap. Het is tegelijkertijd het onthullende portret van een naar vrijheid hunkerende kunstenaar, van een door angsten verteerde musicus die de ondergang tegemoet snelt en van het uitzinnige Amsterdam uit de jaren tachtig, dat in een dodenstad verandert als de aids-epidemie uitbreekt […].

Het ‘misverstand dat een roman verzonnen zou zijn'. Een ‘onthullend portret', het wijst slechts in één richting: dat in het boek de waarheid geen compromissen behelst. Dus precies beschreven zoals het toen was, in een stijl die het midden houdt tussen journalistieke verslaggeving en literaire ambities, een wisselwerking overigens die bij Brokken niet altijd gelukkig uitpakt (het zou een afzonderlijk artikel vergen om dat duidelijk te maken). Dus mag de lezer er onverkort vanuitgaan dat wat hem in het boek wordt voorgeschoteld op waarheid berust en dat vanuit dat perspectief het onderscheid tussen fictie en non-fictie geen enkele rol speelt.

Dit is niet de plaats om over het belang van de Russische pianist Youri Egorov, zijn vlucht uit de door gesloten grenzen omgeven, repressieve Sovjet-Unie, zijn korte verblijf in een Italiaans vluchtelingenkamp, zijn asiel in ons land, zijn concerten, zijn vele wisselende contacten in de homoscene en de ziekte (aids) waaraan hij uiteindelijk thuis in Amsterdam zou bezwijken, te bespreken. Dat is al eerder gedaan, in de pers in vele toonaarden, maar ook op onze site*. Waar ditmaal de klemtoon op ligt is het discutabele betrouwbaarheidsgehalte van In het huis van de dichter en de consequenties die daarmee onlosmakelijk verbonden zijn.

De aanleiding: het door Wim de Haan onlangs in eigen beheer uitgegeven boekje Youri Egorov – Het ware verhaal, met als subtitel Een andere kijk op de roman In het huis van de dichter . Waarmee gelijk al duidelijk wordt gemaakt waar het om gaat: de vele vraagtekens bij het waarheidsgehalte van Brokkens roman.

De Haan toont aan de hand van intensief en minutieus uitgevoerd bronnenonderzoek (waarvan de verantwoording in het boekje is opgenomen) aan dat relatief veel van Brokkens pennenvrucht niet met de toenmalige, werkelijke gang der gebeurtenissen en zaken overeenstemt. Zijn intentie daarbij was overigens niet om Brokkens boek in een slecht daglicht te stellen, maar om de lezer van het boek een andere kijk op deze roman te gunnen. Dat het eerste daardoor op de voorgrond zou kunnen komen te staan is enerzijds misschien jammer maar anderzijds onvermijdelijk. Uit het een volgt nu eenmaal vanzelfsprekend het ander.

Een groot aantal passages uit het boek wordt door De Haan met de daarbij behorende bewijsvoering zodanig aan de orde gesteld dat het alras kristalhelder duidelijk wordt – ik citeer de auteur – ‘waar Brokken de feiten heeft losgelaten en waar hij zichzelf de vrijheid heeft gegeven om nieuwe feitelijkheden te creëren'. Ten overvloede misschien: daarbij is De Haan bepaald niet over een nacht ijs gegaan en te meer niet omdat bij een onjuiste voorstelling van zaken het risico levensgroot op de loer ligt dat raadslieden van Brokken of diens uitgever er mogelijk een juridisch vervolg aan zouden willen of kunnen geven (of men hult zich in stilzwijgen in de hoop dat de storm vanzelf wel overwaait).

Ook in de literatuur kennen we uiteraard het begrip van ‘te goeder trouw': dat een auteur in het non-fictie genre naar alle eer en geweten datgene heeft opgeschreven dat zijns inziens overeenkomt met de werkelijkheid. Dat hij daaraan voorafgaand bronnenonderzoek heeft verricht, betrokkenen in relatie tot de hoofdperso(o)n(en) in het boek heeft gesproken, check and double-check heeft toegepast, kortom al het nodige veldwerk heeft verricht op grond waarvan hij ten slotte zijn definitieve oordeel heeft gevormd. Hoe hij dat alles dan in zijn boek verwoordt is vanzelfsprekend geheel en al aan hem, maar dat hoeft zeker geen afbreuk aan de geschetste waarheid te doen.

Als een auteur in zijn boek aanspraak maakt op de waarheid (of werkelijkheid) moet de lezer er onverkort vanuit kunnen gaan dat het ook de waarheid is die wordt beschreven. Als dat in een specifiek geval echter toch niet zo blijkt te zijn en de auteur in kwestie heeft bovendien meer boeken in het non-fictie genre op zijn naam gebracht, ontstaan als vanzelf vragen omtrent het waarheidsgehalte van die andere boeken. Zonder te willen spreken van een sneeuwbaleffect is dat bij mij zeker het geval: het ongemakkelijke gevoel van ‘klopt het (allemaal) wel van wat ik in dit opzicht van Brokken heb gelezen?'

Er is de (zij het vage) herinnering aan een publiekelijk debat over zijn toen jongste boek, De vergelding, waarin hem werd gevraagd naar zijn bronnen en dat zijn reactie toen eerder meer vragen opriep dan antwoorden. Het probleem is voorts dat wie Brokken in radio-uitzendingen of anderszins sprekende over zijn boeken heeft gehoord, het niet zozeer ging over de inhoudelijke aspecten van het boek maar meer over wat de aanleiding daartoe was geweest, in casu de werkelijkheid achter het boek. Zoals er ook een wezenlijk verschil kan ontstaan tussen wat het bronnenonderzoek (van de auteur) heeft opgeleverd en de (wel of niet literaire) verwerking ervan (in het boek). In een ander interview met Dessing zei Brokken erover:

[… ‘Ik heb er juist zeer op toegezien dat De vergelding  literaire non-fictie is. Voor mij – en voor Van Dale – is een roman een vorm. Geen aanduiding dat het verhaal is verzonnen. Maar na  In het huis van de dichter  was ik het gezeur zo zat dat een roman niet honderd procent op de werkelijkheid gebaseerd mag zijn. In Nederland wordt er altijd zo in hokjes gedacht. Nou, dan heten mijn boeken maar geen romans.'

Wat De Haan in zijn fascinerende exposé vooral duidelijk maakt is dat Brokken met In het huis van de dichter een boek heeft geschreven waarin fictie en non-fictie elkaar behoorlijk in de weg zitten of door elkaar heen lopen. Dat vanuit het historisch perspectief de aangedragen feiten deels geen feiten blijken te zijn, dat ze in die context door de auteur zelf zijn bedacht en dat het een zekere tragiek in zich herbergt dat er zo vrijpostig is omgesprongen met het waarheidsgehalte omtrent het levensverhaal een mens die niet alleen echt heeft bestaan, maar die ook ten prooi was aan menigmaal diepe wanhoop, zich gemarginaliseerd voelde en de weg naar diep gevoeld geluk niet wist te vinden.

Het boekje van De Haan komt door de zeer kritische toonzetting – het is vrijwel onvermijdelijk – zurig over. Niet alle passages uit Brokkens boek worden erinbesproken (dat zou aanmerkelijk meer hebben gevergd dan de ruim 100 daaraan gewijde pagina's), maar wel aan de belangrijkste (voor het ware verhaal over Youri Egorov). Waarbij De Haan tevens van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om een ruim aantal daarvan te voorzien van aanvullende informatie omtrent onderwerp, situatie of gebeurtenis.

Enigszins vilein (hoewel misschien toch niet zo bedoeld) is er nog een aparte bladzijde ingeruimd met onjuist gespelde woorden en foutief taalgebruik. Een aantal ervan wil ik u zeker niet onthouden: Viktor Liebermann (Viktor Liberman), Christofori (Cristofori), Andrej Petrov (Nikolai Petrov), een halve terts te hoog afgesteld (een piano kan geen halve terts maar wel een halve toon te hoog zijn gestemd, terwijl alleen het mechaniek wordt afgesteld), Eleonora Egorova (Eleonora Bagratovna Mikhailova).

Uiteindelijk gaat het er om wat de lezer zelf verwacht: fictie of non-fictie, het een of het ander. In de eerste categorie moet de waarheid centraal staan: de geschetste gebeurtenissen en omstandigheden moeten overeenkomen met de werkelijkheid, al hoeft dat per saldo niet te gelden voor de persoons- en karakterbeschrijvingen, want daarvoor geldt geen objectieve waarheid en is alleen de eigen perceptie daarvan in het geding. Dat snapt de lezer ook wel.

Analoog aan het boekje van Wim de Haan moet de conclusie zijn dat In het huis van de dichter niet voldoet aan een op uitsluitend feiten gebaseerd portret van Youri Egorov. Bovendien rijzen daardoor twijfels omtrent de andere op non-fictie gestoelde boeken van Brokken. Even triest is de onontkoombare constatering dat de lezer daardoor in feite op het verkeerde been wordt gezet. Maar het belangrijkste is misschien wel dat door het mooier of anders maken dan het in werkelijkheid is geweest, zoals De Haan in zijn boekje aantoont, afbreuk wordt gedaan aan wie Youri Egorov werkelijk was, aan zijn familie- en vriendenkring en aan de uiterst moeizame weg die hij als vrijwillige maar desondanks ontheemde banneling in en buiten de muziek moest zien te vinden.

_________________
*Jan Brokken: In het huis van de dichter, bespreking door Kees de Leeuw en bespreking door Emanuel Overbeeke.
*Enige kritische kanttekeningen.
*Youri Egorov - His Complete Original Diary - Italy 1976.
*Youri Egorov - a Life in Music Vol. 1 & 2.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links