Actueel (archief)

 Bachfest Leipzig 2005

VII. Van de oude dingen die voorbijgaan...

De restauratie van Bach-handschriften

 

© Aart van der Wal, mei 2005

 

In mei 2003 vond in Leipzig een symposium plaats onder de veelzeggende titel Restaurierung und Digitalisierung von Musik-Handschriften en georganiseerd door het Bach-Archiv in Leipzig in samenwerking met de Staatsbibliotheek in Berlijn. Het ging daarbij met name om de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek naar het behoud van oude handschriften en nieuwe methoden om papiervraat tegen te gaan.

Reeds lang worden plannen gekoesterd om het gehele overgeleverde Bach-oeuvre in gedigitaliseerde vorm aan te bieden, maar voorwaarde is dan wel dat eerst de desbetreffende handschriften worden gerestaureerd en geconserveerd. Dan hebben we het niet alleen over de handgeschreven Bach-partituren, maar uiteindelijk ook over brieven, verslagen, aantekeningen en wat zoal verder van belang is. Digitalisering gaat immers nooit vooraf aan herstelwerkzaamheden en kan ook nooit een echte vervanging zijn van het origineel. Bovendien is nog niet wetenschappelijk vastgelegd hoe lang cd's, harde schijven en soortgelijk materiaal meegaan (al kunnen er op ieder willekeurig tijdstip kopieën van worden gemaakt). Van microfilm kan worden gezegd dat de houdbaarheid ervan in ieder geval beperkt is.

Inktvraat

Het was in 1985 behoorlijk schrikken geblazen toen de Staatsbibliotheek naar aanleiding van de herdenking van de driehonderdste geboortedag van Johann Sebastian Bach enige door inktvraat ernstig aangetaste Bach-handschriften aan de openbaarheid prijsgaf. Zó ernstig had wel niemand het zich voorgesteld. Tevens werd bekendgemaakt dat pogingen om de kostbare pagina's voor verval te behoeden, waren mislukt. De in de jaren dertig van de vorige eeuw gerestaureerde handschriften waren aan beide zijden met een dunne laag chiffonpapier beplakt maar dit procédé had de inktvraat niet afgeremd. Wel werd erdoor voorkomen dat de verroeste notenkoppen eenvoudig door het ook nog eens aangetaste papier vielen en daardoor gaten veroorzaakten, waardoor het vervolgens onmogelijk was om nog te achterhalen welke notenwaarde het betrof en op welke plaats op, boven of onder de vijflijnige notenbalk die notenkop oorspronkelijk had gestaan. Ook kruizen en mollen, maar ook herstellingstekens en andere belangrijke aanwijzingen zouden op deze wijze zomaar in het 'zwarte gat' zijn verdwenen.

Ontzuringsapparatuur in Leipzig

Inktvraat is niets anders dan een katalytische chemische reactie die tot totale vernietiging van cellulose leidt. Al aan het einde van de negentiende eeuw was men erachter dat dit werd veroorzaakt door de samenstelling van de toen en nu nog steeds gebruikte inkt, bestaande uit ijzersulfaat en galluszuur. Door zuurstofinwerking oxydeert deze inkt en beschadigt aldus de uit cellulosemoleculen opgetrokken vezelstructuur van het papier. Daarbij komt dan nog dat de zuinige Bach vaak goedkope inkt met een hoog ijzersulfaatgehalte gebruikte, waardoor het invretingsproces nog verder werd bespoedigd. Wetenschappers zijn het er over eens dat, eenmaal op gang gekomen, dat proces niet meer kan worden gestopt, maar wel kan worden vertraagd.

De huidige stand van zaken wat betreft de restauratie van de Bach-handschriften is dat de Staatsbibliotheek inmiddels vrijwel haar volledige bestand heeft gerestaureerd en dat komt dan neer op niet minder dan 80% van alle overgeleverde handschriften wereldwijd. Desalniettemin blijft er nog veel te doen, want ook de handschriften van minder of meer beroemde, althans bekende tijdgenoten van Bach - waaronder ook zijn zoons - zijn licht tot ernstig beschadigd en behoeven een dringende opknapbeurt.

Zoektocht naar wondermiddel

De EU stelde geruime tijd geleden financiële middelen beschikbaar voor nader onderzoek naar een geschikt middel dat tenminste de chemische reactie in de gebruikte inkt vertraagt. Of, zoals het Bach-Archiv het uitdrukt, Verfall im Adagissimo. Wetenschappers die betrokken zijn bij het onderzoeksproject, InkCor, zoeken in samenwerking met collegae van het Nederlandse Rijksarchief en het Parijse Louvre naar een antioxidant dat het vervalproces zo ver mogelijk naar de toekomst verschuift, zo lang mogelijk uitstelt. Er zijn intussen positieve ervaringen opgedaan met een melkachtige substantie met de codenaam Desnova P 50, waarvan de voorlopige resultaten minstens hoopgevend zijn. Er is inmiddels patent op het middel aangevraagd.

Boven: voor de behandeling. Rechts: na de behandeling.

.

Het goede nieuws is dat niet alleen verreweg het merendeel van de Bachhandschriften kon worden gerestaureerd maar ook dat de belangrijke collecties in Leipzig (Bach-Archiv) en het Poolse Krakow (Jagiellonska) doorgaans in goede toestand verkeerden en slechts licht beschadigd bleken. Van de verzameling in de Staatsbibliotheek in Berlijn was van de 6.785 pagina's 'alleen' de helft min of meer ernstig beschadigd. De handschriften waarmee in de loop der tijd het minst was gezeuld - en daartoe behoorden gelukkig ook de jaargangen met koraalcantates - kwamen er uiteindelijk het beste vanaf en kon worden volstaan met de minst ingrijpende ingrepen.

Nog steeds wordt bij de restauratie het al drie decennia geleden bedachte "splijtingsproces" toegepast. Eenvoudig samengevat wordt de ernstig beschadigde pagina met uiterste precisie met de hand of in een speciaal daarvoor geconstrueerde machine in tweeën verdeeld, maar niet nadat eerst aan beide zijden van de bladzijde geïmpregneerd draagpapier is aangebracht. Gelatine fungeert daarbij als uitstekend bindmiddel en heeft bovendien de eigenschap dat het metaalionen opneemt. Na de splitsing wordt het draagpapier tussen de beide helften aangebracht die dan ten slotte weer aan elkaar worden gehecht. Het belangrijkste voordeel van deze zich op moleculair niveau afspelende methode is dat de oppervlakte van het originele handschriftpapier niet wordt gewijzigd en dat de chemische stoffen in het draagpapier als het ware van binnenuit verder verval van het origineel zo veel mogelijk tegengaan.

Links: eenvoudige reiniging. Rechts: het splijtingsproces.

Brand, brand!

Dit zijn allemaal belangrijke en positief stemmende initiatieven die tot doel hebben ons cultuurbezit zo goed mogelijk te waarborgen. Niet ver van Leipzig, in Weimar, zagen we in september 2004 het tegendeel gebeuren, toen waarschijnlijk door kortsluiting (dat is het altijd als men de oorzaak niet kan achterhalen...) de uiterst kostbare en van onschatbaar belang zijnde boekencollectie in de Anna Amalia Bibliotheek bijna geheel in vlammen opging. De schade aan de uit 1691 daterende bibliotheek was enorm, met een oogst van zo'n 50.000 verloren gegane en nog eens ruim 60.000 zwaar beschadigde boeken. Daarnaast waren 37 schilderijen door de vlammen verteerd. Vuur en bluswater hadden de bibliotheek in korte tijd in een miezerige, stinkende en zompige puinhoop veranderd.

De herstelwerkzaamheden beginnen binnenkort, in de zomer, en de verwachting is dat de Rococo-zaal in 2007 weer heropend kan worden. Dat is dan tevens uitgerekend het jaar waarin wordt herdacht dat Anna Amalia tweehonderd jaar geleden overleed.

Brand- en rookmelders, sprinklers, ze waren er niet of ze werkten niet. We weten al sinds de tocht van het napoleontische leger naar Moskou dat houten gebouwen kunnen branden als fakkels en vrijwel altijd - ondanks alle verwoede pogingen - in as eindigen. Dat wisten ze in Weimar natuurlijk ook, maar blijkbaar was toch niemand op het idee gekomen om passende voorzorgsmaatregelen te nemen.

Tijdens mijn verblijf in Leipzig bezocht ik ook de permanente Goethe-tentoonstelling in het Goethe-Nationalmuseum in Weimar. Daar, wandelend door de tentoonstellingsruimten en de beide vuistdikke catalogi doorpluizende, werd mij pas goed duidelijk hoe immens de schade daadwerkelijk is, hoe uniek en onvervangbaar die collectie in de Anna Amalia Bibliotheek wás, en hoe onverantwoordelijk zij die erover dienen te waken daarmee in de praktijk zijn omgegaan. De put zal strak worden gedempt maar het kalf is verdronken. Een belangrijk deel van de verzameling is voorgoed verdwenen, een ander deel kan alleen nog met kunst- en vliegwerk en met de modernste technieken redelijk tot goed worden opgelapt. Maar ook in het gunstigste geval kan de werkelijke schade niet meer worden weggenomen. Voorkomen blijft altijd beter dan genezen, maar het lijkt tegen dovemansoren gezegd. Het wachten is gewoon op de volgende calamiteit, waar dan ook in de wereld.

Naar Deel I - II - III - IV - V - VI - Engelse versie


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links