CD-recensie

Wagner-helden van nu

 

© Paul Korenhof, maart 2013

 

   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Voigt - Wagner

Wagner: Die Meistersinger von Nürnberg 'Fanget an!' - 'Am stillen Herd' - Lohengrin 'Mein lieber Schwan!' - Parsifal 'Amfortas! Die Wunde!'- 'Nur eine Waffe taugt' - Rienzi 'Allmächt'ger Vater' - Tristan und Isolde 'O sink hernieder' -
Der fliegende Holländer
'Wills jenes Tag's' - Götterdämmerung 'Brünnhilde! Heil'ge Braut!' -
Die Walküre
'Ein Schwert verhieß mir der Vater' - 'Du bist der Lenz. Siegmund heiß ich!'

Klaus Florian Vogt (tenor), Camilla Nylund (sopraan), Bamberger Symphoniker, Bayerische Staatsphilharmonie o.l.v. Jonathan Nott

Sony Classical 88725471692

Opname: Bamberg, september 2012

Kaufmann - Wagner

Wagner: Die Walküre 'Ein Schwert verhieß mir der Vater' - Siegfried 'Daß der mein Vater nicht ist' - Rienzi 'Allmächt'ger Vater' - Tannhäuser 'Imbrunst im Herzen'- Die Meistersinger von Nürnberg 'Am stillen Herd' - Lohengrin 'In fernem Land' (eerste versie) - Wesendonck-Lieder

Jonas Kaufmann (tenor), Markus Brück (bariton), koor en orkest van de Deutsche Oper Berlin o.l.v. Donald Runnicles

Decca 478 5189

Opname: Berlijn, september 2012


Het hangt waarschijnlijk samen met het huidige Wagner-jaar, maar toch is het opmerkelijk dat de twee belangrijkste Duitse tenoren van dit moment gelijktijdig met een Wagner-cd komen waarop zij ook ten dele hetzelfde repertoire zingen. Let wel: 'Duitse tenoren', niet 'Wagner-tenoren', want Lauritz Melchior, Max Lorenz en Helge Brilioth, zelfs Wolfgang Windgassen en Siegfried Jerusalem bevinden zich in een andere categorie. Windgassen was van deze vijf overigens de minst baritonale en daardoor ook de meest 'Italiaanse', die daarbij het langste actief bleef in Mozart-rollen en andere lyrische partijen. Dat hij desondanks uitgroeide tot een 'all round Wagner-zanger', danken wij vooral aan zijn muzikaliteit en zijn vaardigheid om zijn vocale middelen bijzonder economisch te gebruiken, zowel binnen het bestek van één enkele voorstelling als verspreid over zijn hele carrière.

Klaus Florian Vogt
De nu 43 jaar oude Klaus Florian Vogt, dankzij de ZaterdagMatinee en zijn optreden bij DNO ook in Nederland geen onbekende meer, begon zijn carrière als hoornist, maar op 28-jarige leeftijd verruilde hij in Dresden de orkestbak voor de bühne. Daar viel hij op door een heldere lyrische tenor zonder duidelijk baritonale ondergrond, maar met een stevige kern, een uitstekende intonatie en een in deze tijd opmerkelijke articulatie. (Fritz Wunderlich en Siegfried Jerusalem begonnen eveneens als blazers, resp. als hoornist en als fagottist, en vielen eveneens op door hun intonatietechniek en hun articulatie!). Onder zijn bekende voorgangers is eigenlijk vooral René Kollo met hem vergelijkbaar - althans in deze fase van zijn carrière, want het is bij zangers vaak moeilijk voorspelbaar hoe die zich zal gaan ontwikkelen.

In ieder geval kunnen we Klaus Florian Vogt op dit moment zeker (nog) niet zien als een echte Duitse heldentenor, maar de vraag of een Wagner-zanger dat ook absoluut moet zijn, wil ik ontkennend beantwoorden. René Kollo was de volmaakte Tamino van wie ik eigenlijk verwacht had dat hij het bij Wagner niet verder zou brengen dan de Steuermann, Lohengrin, Stolzing en Parsifal, maar hij groeide uit tot een van de overtuigendste vertolkers van Tristan, Siegmund en 'jung-Siegfried' die ik heb meegemaakt (zijn Tannhäuser en de 'andere' Siegfried ken ik alleen van zijn opnamen en dat maakt een beoordeling iets moeilijker).
In een verhelderende toelichting bij Vogts cd gaat stemmenkenner Jürgen Kesting uitvoering in op deze problematiek, waarbij hij mijn zienswijze blijkt te delen. Natuurlijk konden zangers als Melchior en Lorenz meer kracht zetten, waardoor zij niet alleen beter de competitie met het orkest konden aangaan, maar ook tot overweldigende resultaten kunnen komen op momenten als de 'Wälse-Ruf' in de eerste akte van Die Walküre. In het voetspoor van Kollo moet Vogt het meer hebben van zijn kleuring, maar dankzij de plaatsing van zijn stem en de draagkracht van zijn timbre hoeft ook hij de confrontatie met het orkest niet uit de weg te gaan. Het verschil is vooral dat de stemmen van 'ouderwetse' heldentenoren in grote climaxen met het orkest lijkt te versmelten, terwijl die van Kollo en Vogt er bovenuit zeilen en ook dat heeft zijn charme.

Op de alleszins overtuigende cd van Vogt horen we drie 'heldentenorpartijen' die hij nog niet op het toneel gezongen heeft: Siegmund, Siegfried en Tristan (de laatste heeft hij concertant 'geprobeerd' met een tweede akte in Stuttgart), maar onvermijdelijk denkt hij er wel over en Kesting sluit geenszins uit dat zij gaan komen. Als voorproefjes krijgen we hier een stralend jeugdige Siegmund en een mooi lyrische Tristan die beiden hoop bieden voor de toekomst. Het fragment uit de laatste akte van Götterdämmerung klinkt niet minder overtuigend, maar voor Siegfried is meer de vraag in hoeverre de tweede akte van dat werk en de eerste akte van Siegfried hem vocaal liggen.

Lohengrin, Parsifal, Erik en Rienzi sluiten natuurlijk helemaal aan bij het repertoire dat we tot nu toe van Vogt gehoord hebben en de eerste twee rollen zijn ook al compleet door hem vastgelegd, Lohengrin zelfs drie maal, in Amsterdam onder Van Zweden, in Bayreuth onder Nelsons (klik hier) en in Berlijn onder Janowski (klik hier). Mijn ideaal voor de eerste drie rollen was hij reeds lang en zeker nu zijn stem de afgelopen jaren aan kracht gewonnen heeft, moet hij in staat zijn Rienzi (ook een 'Kollo-rol'!) op hetzelfde niveau te zingen.

De op deze cd opgenomen 'zwaardere' fragmenten doen niet onder voor de meer lyrische, maar wel is zijn timbre zo individueel en zo uit duizenden herkenbaar, dat een echt recital met werken van dezelfde componist te veel van het goede dreigt te worden. Het was daarom verstandig om in ieder geval twee duetfragmenten op te nemen ( Tristan und Isolde, Die Walküre ) met goede bijdragen van Camilla Nylund, hoewel een warmer timbre als dat van Eva-Maria Westbroek of Anja Harteros mogelijk beter samengaat met de open klanken van Vogt.

De verzorgde uitgave (géén plastic doosje!) valt verder op door verzorgde en idiomatische begeleidingen door het Bamberger orkest onder Jonathan Nott. Een klein minpuntje vormen de soms sterk naklinkende bassen in de opname.

Jonas Kaufmann
De toelichting bij de cd van de nu 44 jaar oude Jonas Kaufmann bestaat uit een interview van Thomas Voigt waarin ook op het opgenomen repertoire wordt ingegaan. Op de vraag waarom uit Die Walküre niet het 'lentelied' werd vastgelegd, komt de zanger met een prima verantwoording, maar waarom staat er niet bij dat hij dit fragment enkele jaren geleden al opnam voor een recital-cd met Claudia Abbado? (klik hier) Op die cd met opnamen uit 2008 vinden we trouwens ook de gebruikelijke versie van de Gralserzählung met 'Mein lieber Schwan' uit Lohengrin en de twee fragmenten uit Parsifal die we nu wel vinden op de cd van Vogt,

Leggen we Kaufmanns eigen cd's naast elkaar, in het bijzonder de fragmenten uit Die Walküre, dan valt op dat in de tussenliggende tijd kennelijk een toename in het baritongebied van het timbre heeft plaatsgevonden. Waar zijn Siegmund in 2008 tenoraler klonk, horen we in de jongere opname een zanger die meer in de richting van Lauritz Melchior evolueert en dat hij ook niet bang is voor de vergelijking met diens 'Wälse-Ruf'. Daarbij spelen ongetwijfeld niet alleen die vier jaren mee, maar eveneens het feit dat de zanger inmiddels een flinke ervaring met die rol heeft opgedaan. Als de aanleg om baritonaler te gaan klinken in een stem aanwezig is, lijkt het onvermijdelijk dat het zingen van deze rol dat proces ook bespoedigt.

De titelrol in Lohengrin is Kaufmann zo mogelijk nog beter bekend en het dient gezegd dat de diverse opnamen die ik van hem heb (München, Bayreuth, Milaan en twee recital-cd's) stuk voor stuk een andere visie op de Gralserzählung laten horen. Na zijn Bayreuther debuut schreef ik dat zijn vertolking vocaal deed denken aan de zangstijl van Richard Tauber, zelfs met zo'n dromerige combinatie van mezza voce en pianissimo dat het effect van het plotselinge diminuendo op 'Taube' verloren ging. Hier staat de zanger meer met beide benen op de grond, maar nu komt zijn vertolking wat ontheatraal over door een gedragen tempo dat wellicht ten doel heeft het mystieke karakter te benadrukken. De lyriek van Kaufmann maakt het effect heel fraai en zijn dynamische uitersten zijn indrukwekkend, maar al met al zou zo'n weergave minder goed passen in het kader van een complete voorstelling.

De vertolking onder Abbado is mij daarom liever en de herhaling op deze cd houdt verband met het feit dat Kaufmann ditmaal koos voor de langere 'oerversie', die we in een complete uitvoering alleen kennen van Sándor Kónya in de RCA-opname uit 1965 onder Erich Leinsdorf. Ook Rienzi's 'Allmächt'ger Vater' mist dramatische drive, iets wat toch hoort bij een opera die Wagner schreef als zijn antwoord de Parijse grand-opéras van Meyerbeer. Prachtig gezongen en al even fraai begeleid door het orkest van de Deutsche Oper Berlin onder Donald Runnicles, maar het geheel ademt meer de sfeer van de concert-aria dan die van het theater.

Ook bij de fragmenten uit Tannhäuser en de Meistersinger treft de discrepantie met 'de realiteit van het theater'. Kaufmann maakt er wederom subliem gezongen minidrama's van, maar zijn interpretatie lijkt te berusten op de fragmenten zelf, los van hun context binnen de opera. Zo kreeg ik tijdens Tannhäuser's 'Romerzählung' niet de indruk van een zanger die ook de eerste en de tweede akte gezongen had en in samenwerking met dirigent en/of regisseur een complete rol had opgebouwd. De passage waarin hij verhaalt over de ontmoeting met de paus klinkt als een minitoneelstukje binnen een monodrama, maar zonder de door Wolfgang Windgassen zo sterk voelbaar gemaakte combinatie van verbittering en cynisme. Hier spreekt geen gedesillusioneerd idealist die heeft meegemaakt wat Tannhäuser heeft meegemaakt, inclusief een vergeefse voettocht naar Rome.

Echt bijzonder wordt Kaufmanns muziekkeuze voor deze cd door de Wesendonck Lieder, bij mijn weten hier voor het eerst door een man gezongen. Kaufmann verdedigt die keuze met het feit dat niets in deze lieder wijst op het geslacht van de dichter, terwijl Schubert's Winterreise wel al door vrouwen gezongen is en Schumann's Frauenliebe und -leben zelfs ook door mannen. Hoewel ik na al die jaren eigenlijk nog steeds moeite heb met een vrouwenstem in Winterreise, laat staan met een mannenstem in Frauenliebe und -leben, ga ik hier volledig met Kaufmann mee en hij heeft mij ook meteen overtuigd, ondanks het feit dat ik ook hier weer niet helemaal meega met zijn benadering.

Het is wat al te makkelijk om te zeggen 'Kaufmann is een operazanger, geen liedzanger', maar ook hier heeft zijn vertolking momenten van een theatraliteit die niet in een totaalconcept geïntegreerd lijken, vooral in 'Stehe still!' Vroeger namen zangers aria's en liederen vaak pas op nadat zij er in het theater of de concertzaal mee vertrouwd waren geraakt en er zelfs diep in waren doorgedrongen. Het fragment uit Die Walküre biedt daarvan een uitstekend voorbeeld. Dat is in alle opzichten van het hoogste niveau dat men zich wensen kan, maar van driekwart van de overige fragmenten vraag ik mij af hoe Kaufmann er over een aantal jaren zelf tegenaan kijkt. Mijn indruk is dat er over de gehele linie gezongen wordt op een momenteel zeldzaam niveau, maar dat de interpretatie meer dan eens aan de oppervlakte blijft - of in ieder geval zo dicht eronder dat er nog geen sprake is van een gerijpte vertolking.

Kiezen.
Onvermijdelijk komt dan de vraag naar mijn eigen voorkeur. Vogt beweegt zich vooral binnen het Duitse en Midden-Europese repertoire en gooit daardoor stilistisch hogere ogen. Kaufmann wisselt constant tussen Duitse, Franse en Italiaanse rollen, doet dat heel knap en terecht met groot succes, maar bij gebrek aan een specialisatie sluit zijn zang stilistisch niet altijd voor honderd procent bij de muziek aan. In zijn 'eigen' Duitse repertoire scoort Kaufmann op dit punt het beste in rollen die hij regelmatig op het toneel gezongen heeft, maar elders gaat hij te veel zijn eigen weg, en die weg is toch Italiaans gekleurd, zelfs met veristische invloeden. Zijn frequente optreden in het Italiaanse en het Franse repertoire leidt er bovendien toe dat het onderscheid tussen de klankwaarden van de afzonderlijke talen minder exact wordt. Een gevolg hiervan is meestal een zwakkere articulatie, zeker in een tijd waarin aan de verstaanbaarheid van zangers toch al steeds minder eisen worden gesteld. Een feit is in ieder geval dat de vertolkingen van Vogt net iets helderder en geciseleerder klinken.

Wel 'wint' Kaufmann door een grotere vocaal repertoiregebied en een uitgebreider kleurenpalet, dat laatste ook binnen het oeuvre van één componist en zelfs binnen één enkele opera. Had ik bij de cd van Vogt ondanks al mijn bewondering de neiging even te pauzeren, bij vijf kwartier Kaufmann kon ik moeiteloos doorgaan en op dat punt verlang ik weleens terug naar de lp, die niet alleen veel korter duurde, maar die alleen al door het omdraaien een rustpunt creëerde. In dat kader merkte ik bovendien dat ik, vanaf het moment waarop Kaufmanns 'interpreteren' mij begon op te vallen, daarvoor in ieder volgend fragment gevoeliger werd. Ik zal niet misschien zéggen dat de cd als geluidsdrager meer nadelen heeft dan de lp, maar als het om recitals gaat, dénk ik het soms wel!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links