DVD-recensie

In alle opzichten uitzonderlijke Lohengrin

 

© Paul Korenhof, september 2012

 

 

Wagner: Lohengrin

Georg Zeppenfeld (König Heinrich), Klaus Florian Vogt (Lohengrin), Annette Dasch (Elsa von Brabant), Jukka Rasilainen (Friedrich von Telramund), Petra Lang (Ortrud), Samuel Youn (Der Heerrufer des Königs), Stefan Heibach, Willem van der Heyden, Rainer Zaun, Christian Tschelebiew (Vier brabantische Edle), Bayreuther Festspiele 2011
Dirigent: Andris Nelsons
Koorleider: Eberhard Friedrich
Regie: Hans Neuenfels

Opus Arte OA 1971 D (2 dvd's)

Opname: Bayreuth, 14 augustus 2011


De veelbediscussieerde Lohengrin in de regie van Hans Neuenfels die in 2010 bij de Bayreuther Festspiele in première ging, heb ik daar twee maal kunnen zien en beide keren heb ik daarvan op deze webpagina's uitgebreid verslag uitgebracht. De eerste serie voorstellingen werd min of meer beheerst door het Bayreuther debuut van de tenor Jonas Kaufmann, die vooral zangtechnisch een bijzondere en zelfs onvergetelijke titelrol neerzette. In de tweede serie werd hij vervangen door Klaus Florian Vogt die hem technisch evenaarde, meer Wagner-stijl meebracht en zowel qua timbre als qua persoonlijkheid nog beter paste bij de mythische zwanenridder (voor de voorstelling uit 2010 met Jonas Kaufmann in de titelrol klik hier; voor die uit 2011 met Klaus Florian Vogt die nu op dvd werd uitgebracht klik hier).

Betrokkenheid
Als ik allebei de besprekingen overlees, valt mij op dat ik beide malen afsloot met de constatering dat deze Lohengrin behoort tot het beste wat ik tijdens mijn Bayreuther zomers heb meegemaakt. Overdreven? Gebrek aan relativerend kritisch vermogen? Ik denk het niet. Ook ruim een jaar later onderschrijf ik deze uitspraken nog ten volle en na meer dan dertig zomers op de Groene Heuvel, met onder meer 'de Ring van Patrice Chéreau', 'de Tannhäuser van Götz Friedrich' en 'de Holländer van Harry Kupfer' wil dat heel wat zeggen!
Niet zelden gebeurt het echter dat zo'n voorstelling een beetje tegenvalt bij een latere kennismaking via cd of dvd, maar hier is eerder het tegendeel het geval. Zowel de televisieregisseur Michael Beyer als zijn beeld- en geluidstechnici hebben fenomenaal werk verricht. Zonder onrustig te worden of gekunsteld aan te doen zorgt de cameraregie met afwisselende en onverwachte invalshoeken (bijvoorbeeld van boven af door de uit de nok neerdalende lichtcirkel) voor extra dramatiek en spanning. Daarbij wordt dankbaar gebruik wordt gemaakt van de in het toneelbeeld aanwezige kleuren, zelfs als dat vooral wit, grijs en diverse tinten zwart zijn, zoals in de laatste akte, waar Lohengrin's afscheid van Elsa in beeld werd gebracht met een poëzie die mij bij uitzondering de intimiteit van de beeldbuis doet prefereren boven de fysieke betrokkenheid van het theater.

Beeld- en klankregie

De kroon op deze registratie is echter de manier waarop de muziek werd vastgelegd. Klank en balans worden bepaald door de schitterende manier waarop de akoestische verhoudingen van het Festspielhaus op de geluidsband werden overgebracht, zelden heb ik de verhouding tussen stemmen en orkest bij een moderne opname zo fraai gerealiseerd gehoord (en wat klinken die stemmen hier fenomenaal!), maar tegelijk toont de geluidsregie eenzelfde aandacht voor het detail als de beeldregie. Zoals er talloze details worden uitgelicht die in het theater minder of zelfs helemaal niet opvallen (bijvoorbeeld de 'geplukte zwaan' die tijdens het slotbeeld van de eerste akte neerdaalt), zo worden in het klankbeeld met bewonderenswaardige subtiliteit vocale momenten naar voren gehaald, bijvoorbeeld van Ortrud en Lohengrin tijdens de ensemblefinale van het eerste bedrijf, zonder dat de totaalbalans erdoor uit evenwicht raakt.

Sommigen vonden de directie van Andris Nelsons een beetje tegenvallen, maar ik deel die mening niet. Op het punt van afwerking en instensiteit bereikte hij wonderbaarlijk mooie resultaaten, zijn opbouw van de diverse climaxen in vooral de eerste en de tweede akte is zondermeer opwindend - mede dankzij de door Eberhard Friedrich voortreffelijk getrainde koren - en hoewel hij in zijn lijnenspel nog niet de autoriteit ten toon spreidt van veteranen als Kempe of Jochum, komt hij ook daar een heel eind in de goede richting.

Overweldigend applaus
Uiteindelijk is dit muzikaal echter vooral de Lohengrin van de solisten en hoe men ook denken moge over de 'rattenregie' van Neuenfels, het spettert van het beeldscherm af dat hij de zangers heeft opgepept tot een spel en een niveau van betrokkenheid zoals ik dat sinds de Ring van Chéreau in Bayreuth zelden heb meegemaakt. Het gezicht van Annette Dasch is op zich al een studie waard, haar scènes met Petra Lang in het tweede bedrijf zijn niet alleen prachtig van 'choreografie', maar bezitten ook een uitzonderlijke spanning en haar diverse confrontatie smet Lohengrin vormen visueel al een opera op zich.
De titelrol van Klaus Florian Vogt beweegt zich theatraal op hetzelfde niveau endat geldt ook voor de Ortrud van Petra Lang en de koning van Georg Zeppenfeld. Alleen de Telramund van de onsmakelijk met speeksel strooiende Telramund van Jukka Rasilainen, die de tv-registratie zong, is niet helemaal mijn smaak en ik moet eerlijk zeggen dat ik vorig jaar in het theater meer overtuigd werd door zijn collega Tómas Tómasson.
Speciale vermelding verdient hier de Heerrufer van Samuel Youn, die via de beeldbuis veel krachtiger overkomt dan in het theater en dat brengt mij op het laatste punt: de mate waarin de stemmen van de opname profiteren. Het lijkt of in deze opname de stemmen stuk voor stuk in een gouden kader gevangen worden en ook hier lijken vooral Dasch, Vogt en Zeppenfeld enorm van de techniek te profiteren. Ik schrijf bewust 'lijken'! Of het helemaal 'realistisch' is, kan ik na dertien maanden niet meer beoordelen, maar dan is daar het slotapplaus van de tweeduizend mensen die erbij waren. Het begint met een hartgrondig 'boe' voor de enscenering, dat hier ook heel eerlijk te horen is, maar de bijval voor de uitvoerenden is neemt al snel de overhand. Annette Dasch oogst stormen van ovaties, maar de orkaan die losbreekt als Klaus Florian Vogt voor het doek komt, breekt alle records. Ook bij de voorstelling die ik zelf meemaakte.
Over de regie mag iedereen denken zoals hij wil, maar dit is een absoluut onvergetelijke en via de dvd nog altijd overweldigende Wagner-voorstelling, al wil dat niet zeggen dan ik mij inmiddels achter de aanpak van Neuenfels heb geschaard. Via de dvd werken de animaties beter, maar daardoor wordt de voorstelling niet meteen helderder en op Neuenfels' visie van 'de koning' (in de animaties keert steeds zijn kroon terug) heb ik nog geen antwoord. De ratten werken op het beeldscherm heel kleurrijk, maar overtuigen niet altijd en de scène met de 'ontsnapte ratten' tijdens het 'Tagesgrauen' in het tweede bedrijf vind ik nog steeds niet in overeenstemming met de muziek. En dan hebben we ook nog die afzichtelijke foetus tijdens de slotbeelden, waar iedereen maar het zijne over moet denken. Aan de andere kant: denken over een voorstelling kan nooit kwaad. En als er dan intussen zoveel te genieten valt, is mijn conclusie: liever zo dan ongekeerd!

Kleuring
Onvermijdelijk is natuurlijk de vergelijking met de cd-uitgave onder Marek Janowski op PentaTone
(klik hier), waarin Vogt en Dasch eveneens de hoofdrollen zongen. Eigenlijk laat ik die beker liever aan mij voorbijgaan omdat hier heel verschillende werelden tegenover elkaar staan. De opname uit Bayreuth is 'echt theater' in de meest omvattende betekenis van het woord met niet alleen een sterke betrokkenheid van de solisten op basis van de regie.
Daarnaast is er immers het fysieke aspect. Zingen is een fysieke activiteit en acteren eveneens, en als beide samengaan is een wederzijdse beïnvloeding onvermijdelijk. In Berlijn was echter sprake van een concertante uitvoering waarbij de solisten zich volledig op de muziek konden concentreren, en zelfs als dat tot gelijkwaardige zangtechnische prestaties leidt, wat bij solisten van dit kaliber heel wel mogelijk is, blijft daarnaast toch de kleuring meespelen.
Helaas moeten we constateren dat mede door het regietheater de aandacht voor kleuring de afgelopen decennia sterk achteruit is gegaan, niet alleen bij het publiek, maar ook bij de zangers. Vooral liefhebbers van 'historische opnamen' weten nog hoe groot de rol van de stemkleuring vroeger was (de platen van Caruso zijn op dit punt een studie waard), maar ik moet eerlijk zeggen dat we Dasch en Vogt op dit punt kunnen beschouwen als aangename uitzonderingen op de huidige 'salamizang'. Dat betekent dat hun vertolkingen in beide opnamen alleen al op dit punt fascinerende verschillen laten horen. De eventuele voorkeur hangt nauw samen met het wel of niet accepteren van de regie van Neuenfels en is daarom heel persoonlijk. Mijn advies: als u daartoe in staat bent, ga dan de vergelijking aan!

Animaties
Over de regie mag iedereen denken zoals hij wil, maar dit is een absoluut onvergetelijke en via de dvd nog altijd overweldigende Wagner-voorstelling, al wil dat niet zeggen dan ik mij inmiddels achter de aanpak van Neuenfels heb geschaard. Via de dvd werken de animaties beter, maar daardoor wordt de voorstelling niet meteen helderder en op Neuenfels' visie van 'de koning' (in de animaties keert steeds zijn kroon terug) heb ik nog geen antwoord. De ratten werken op het beeldscherm heel kleurrijk, maar overtuigen niet altijd en de scène met de 'ontsnapte ratten' tijdens het 'Tagesgrauen' in het tweede bedrijf vind ik nog steeds niet in overeenstemming met de muziek. En dan hebben we ook nog die afzichtelijke foetus tijdens de slotbeelden, waar iedereen maar het zijne over moet denken. Aan de andere kant: denken over een voorstelling kan nooit kwaad. En als er dan intussen zoveel te genieten valt, is mijn conclusie: liever zo dan ongekeerd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links