CD-recensie

Beyreuther droompaar triomfeert in Berlijnse Lohengrin

 

© Paul Korenhof, juni 2012

 

 
   
   
   
   

Wagner: Lohengrin

Günther Groissböck (Heinrich der Vogler), Klaus Florian Vogt (Lohengrin), Annette Dasch (Elsa von Brabant), Gerd Grochowski (Friedrich von Telramund), Susanne Resmark (Ortrud), Markus Brück (Der Heerrufer des Königs), Robert Franke, Holger Marks, Sascha Glintenkamp, Thomas Pfützner (Vier brabantische Edlen), Christine Bischoff, Isabelle Vosskühler, Judith Löser, Bettina Pieck (Vier Edelknaben), Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin o.l.v. Marek Janowski

PentaTone Classics PTC 5186 403 (3 sacd's/cd's)

Opname: 12 november 2011, Philharmonie, Berlijn

Recensies van eerdere uitgaven in deze cyclus:
Der fliegende Holländer
Die Meistersinger von Nürnberg
Parsifal


Bij mijn bespreking van Der fliegende Holländer, de eerste uitgave in de Wagner-cyclus van het RSO Berlin onder Marek Janowski, besteedde ik aandacht aan een Lohengrin tijdens de Bayreuther Festspiele 2011. De aanleiding daarvoor was de aankondiging dat voor de concertante uitvoering van Lohengrin in de Berlijnse Philharmonie een beroep was gedaan op hetzelfde zangersduo dat in Bayreuth was uitgegroeid tot een droompaar: Klaus Florian Vogt en Annette Dasch.
Spannend is dan natuurlijk of beide solisten hun reputatie waar maken, zeker omdat de stem van Dasch in Bayreuth af en toe even onder spanning leek te staan. Zelf had zij al in een interview aangegeven dat Elsa op de grens van haar vocale mogelijkheden lag, en dat zij zich heel goed bewust was van het feit dat haar succes in Bayreuth ten dele zekere te danken was aan de ideale akoestische omstandigheden in het Festspielhaus. Het bericht dat zij bij het Berlijnse concert al enige in verwachting was, zorgde voor een extra vraagteken. Vaak reageren stem en zang hoorbaar op zo'n situatie.

Om meteen met de deur in huis te vallen: al klinkt Annette Dasch in de hoogte niet altijd met de heldere straling die ik van haar gewend ben, en al is haar intonatie ook een enkele keer niet meteen trefzeker, haar intens doorleefde Elsa is een van de pijlers onder deze uitvoering. Hier horen we geen zelfbewuste hertogsdochter die strijdt tegen het onrecht dat haar wordt aangedaan, maar een jonge vrouw die gemanipuleerd is in een strenge mannenmaatschappij (Wagner's koorscènes spreken boekdelen) en daarna willoos slachtoffer wordt van een oudere rivale. Als haar droomridder verschijnt, leeft zij op en wordt haar lyriek bezield door een intense hoop, maar tegelijk maakt haar onzekerheid dat zij zich krampachtig aan haar dromen vastklampt en daardoor haar eigen geluk ondermijnt.

De tenor Klaus Florian Vogt werd onlangs op de omslag van FonoForum aangeduid als 'Der Lohengrin von Dienst' en dat geeft dat zijn positie treffend weer. Zoals Hans Hotter ooit de verpersoonlijking was van Wotan, en zoals Wunderlich niemand te duchten had als Belmonte, Tamino en Palestrina, zo geldt Vogt momenteel als de ultieme vertolker van de romantische graalridder. Ook hij bevindt zich daarbij overigens aan de grenzen van zijn repertoire, zoals ondubbelzinnig bleek toen hij in Amsterdam te horen was als de Kaiser in Die Frau ohne Schatten. Dat hij desondanks schittert als Lohengrin, Parsifal en Walther von Stolzing, is mede te danken aan het feit dat Wagner bij deze rollen niet alleen 'zingbaarheid' heeft nagestreefd (Lohengrin wordt niet zonder reden zijn meest 'Italiaanse' opera genoemd), maar ook een gunstige balans met het orkest heeft bereikt.
Hoewel het luisteren naar een opname nooit helemaal hetzelfde is als het meemaken van een optreden, krijg ik de indruk dat Vogt hier nog beter op dreef is dan de keren dat ik hem in het theater of in de concertzaal (Concertgebouw) deze rol hoorde zingen. Zijn 'zilveren' timbre en zijn heldere dictie maken hem ideaal voor deze muziek, zijn interpretatie heeft zich nog verder verdiept, maar het belangrijkste is dat hij door zijn stembehandeling een suggestie weet op te roepen die helemaal past bij bij zowel zijn 'mystieke' afkomst als de woorden 'aus Glanz und Wonne komm ich her!'
In deze tijd van 'hard - harder - hardst' en toenemende microfoonversterking vormt de zang van Vogt het bewijs dat een goed gehanteerde stem bij een normaal en zelfs 'intiem' volume nog steeds tot achter in een zaal kan dragen en daarbij tot in de kleinste details verstaanbaar blijft. Zijn stem neemt hij, vooral in het derde bedrijf (liefdesduet, graalvertelling, afscheid) regelmatig terug tot 'spreekniveau', maar daarbij blijft hij verstaanbaar, vol van klank en vol nuancering. Dit is zingen op een niveau dat ik alleen nog kan vergelijken met dat van de zang van Fritz Wunderlich in de legendarische opname van Eugen Onegin uit München!

De derde pijler onder deze uitvoering is het Rundfunkchor Berlin, dat zich in Parsifal al zo fenomenaal weerde, maar dat onder leiding van Eberhard Friedrich tot een prestatie komt waarop ze in Bayreuth jaloers mogen zijn. Sinds de Bayreuther opname onder Sawallisch uit 1962, toen de legendarische Wilhelm Pitz daar de koorklank verzorgde, heb ik het slot van de tweede akte niet meer zo krachtig en toch in alle stemmen doorzichtig uit de luidsprekers horen komen. Dat is natuurlijk ook een compliment aan de opnamestaf van PentaTone, maar je hoort gewoon dat het Berlijnse radiokoor zich hier met een ongekend enthousiasme staat uit te leven!

Dan Marek Janowski, van wie ik niet weet of Parsifal en Lohengrin hem bijzonder aan het hart liggen, of dat hij bezig is aan een stijgende lijn die wordt doorgetrokken naar de zes werken die in het komende anderhalve jaar nog zullen volgen. Het zou mooi zijn, als het laatste het geval is, maar hoe het ook zij: met deze Lohengrin heeft hij voorlopig de kroon op zijn cyclus gezet, een ook met een stijgende lijn.
De eerste akte begint fraai maar niet uitzonderlijk, ondanks een uitstekend RSO Berlin en een imponerende Heerrufer van Markus Brück. Als Günther Groissböck, een kernachtige bas met een mooi gepolijst timbre dat soms doet denken aan de jonge (en nog iets 'zwartere') Gottlob Frick, zich presenteert als een markante koning, komt er al meer leven in de brouwerij en vanaf de opkomst van Elsa ontwikkelt het drama zich in strakke lijnen bij een redelijk hoog tempo, waardoor de tweede akte bovendien precies op één cd past.

Tot mijn vreugde is Janowski voor de bezetting van Telramund en Ortrud uitgegaan van het libretto en de partituur, die duidelijk vragen om goede zangers met een nog redelijk jeugdige klank en geen chargerende Scarpia-op-leeftijd met naast zich een afgezongen dramatische sopraan. Tenslotte was Telramund de bruidegom van Elsa voordat hij haar inruilde voor de dochter van koning Radboud van Friesland. De bariton Gerd Grochowski en de mezzosopraan Susanne Resmark, maken dat in alle opzichten waar en niemand kan hen kwalijk nemen dat zij daarbij niet het niveau halen van Dietrich Fischer-Dieskau en Christa Ludwig. Hun vertolkingen in de EMI-opname onder Rudolf Kempe uit 1964 hebben ooit de maat gesteld, zoals die hele uitvoering na bijna een halve eeuw nog steeds als maatgevend geldt. Maar misschien niet meer op alle fronten. Als ik naar de derde akte in deze nieuwe opname onder Janowski luister…


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links