CD-recensie

Wagner in Berlijn en Bayreuth

Vernieuwing en traditie

 

© Paul Korenhof, november 2011

 

 

Wagner: Der fliegende Holländer

Matti Salminen (Daland), Ricarda Merberth (Senta), Robert Dean Smith (Erik), Silvia Hablowetz (Mary), Steve Davislim (Steuermann), Albert Dohmen (Holländer), Rundfunkchor Berlin, Radio-Sinfonieorchester Berlin
Dirigent: Marek Janowski

PentaTone Classics PTC 5186 400 (2 sacd's)

Opname: Berlijn, 13 november 2010

(fragmenten te beluisteren in Opera Actueel, Concertzender, 9 november 2011)

Wagner: Lohengrin
Klaus Florian Vogt (Lohengrin), Annette Dasch (Elsa), Petra Lang (Ortrud), Tómas Tómasson (Telramund), Georg Zeppenfeld (Heinrich der Vogler), Samuel Youn (Heerrufer)
Bayreuther Festspiele 2011
Dirigent: Andris Nelsons
Regie: Hans Neuenfels
Gezien: 20 augustus 2011


Wagner in twee totaal verschillende werelden - dat is de enige conclusie die ik kan trekken als ik de vorig jaar in Berlijn opgenomen (sa)cd-productie van Der fliegende Holländer plaats tegenover de enkele scenische producties van de afgelopen jaren, waaronder bijvoorbeeld een voorstelling van hetzelfde werk bij De Nederlandse Opera (klik hier voor de dvd-bespreking). Het is het verschil tussen een streven naar het hoogste bereikbare muzikale niveau tegenover een vertaling van een romantisch muziekdrama naar excessen van de moderne maatschappij, ook als die met dat drama niets te maken hebben en er zelfs de essentie aan ontnemen.

Complete Wagner-cyclus
Laten we beginnen met het goede nieuws: de opening van een veelbelovende Wagner-cyclus op PentaTone die in het jubeljaar 1913 voltooid moet zijn. Dat betekent dus dat we kunnen rekenen op het bekende klank- en afwerkingsniveau van dit Gooise label, dat zich heeft toegelegd op het produceren van SACD's ('surroundsound') die overigens in 'hybride' versies op de markt worden gebracht, zodat zij ook via een normale cd-speler te beluisteren zijn. Als alles goed gaat, zullen we dus in het naderende Wagner-jaar de tien grote muziekdrama's allemaal in surround-opnamen kunnen beluisteren, wat overigens niet voor honderd procent een première is. De laatste Ring-cyclus die Hartmut Haenchen bij De Nederlandse Opera dirigeerde, werd door Et'cetera eveneens op SACD uitgebracht en die versie koester ik nog steeds, niet alleen als herinnering aan grootse uitvoeringen, maar ook vanwege de zéér kritische partituurversie die Haenchen bij die gelegenheid dirigeerde.

Geen 'scenische interpretatie'…
In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen grote plaatprojecten nog normaal waren (cd's hadden we toen nog niet), verraste de Pools-Duitse dirigent Marek Janowski, min of meer een buitenstaander in het operavak, vriend en vijand door met de Staatskapelle Dresden de eerste digitaal vastgelegde complete Ring des Nibelungen op te nemen. Muzikaal overtuigde die opname vooral door het opmerkelijke solistenteam met onder anderen Jessye Norman (Sieglinde), Siegmund Jerusalem (Siegmund), René Kollo (Siegfried) en Theo Adam (Wotan), en door de orkestrale verzorging. Bij alle bewondering voor Janowski constateerde ik in zijn aanpak echter wel een gebrek aan muzikale dramatiek, waarschijnlijk ten dele als gevolg van een gebrek aan theaterervaring.
Inmiddels zijn we dertig jaar verder en hoewel de carrière van Janowski zich toch altijd nog meer in de concertzaal dan in het theater heeft afgespeeld, is hij als dirigent natuurlijk aanmerkelijk gegroeid. Desondanks komt het zeker als een verrassing dat hij nu met het RSO Berlin, waarbij hij sinds 2002 chefdirigent is, ter gelegenheid van het tweede eeuwfeest van de geboorte van Richard Wagner, diens 'Bayreuther werken' in samenwerking met Deutschlandradio en PentaTone compleet gaat vastleggen.

De opnamen voor deze cyclus vinden plaats in samenhang met een reeks concertante uitvoeringen waarvan de eerste (Der fliegende Holländer) plaats vond in november 2010 en waarvan de laatste (Götterdämmerung) gepland staat voor maart 2013. Geen 'theatraal' gebeuren dus, maar in dit geval speelt daarbij een nadrukkelijk beleden uitgangspunt mee, dat op de website van het RSO Berlin aldus geformuleerd wordt: Het is het doel van de chefdirigent en artistiek directeur van het ROS, Marek Janowski, om de toehoorders de hoge muzikale kwaliteit van Wagner's composities te laten ondergaan zonder dat daarbij sprake is van een scenische interpretatie, met de nadruk op alleen de muziek . Een duidelijk statement dus!
In dit eerste deel van zijn cyclus demonstreert Janowski bij redelijk vlotte tempi een sterke greep op de muziek die zich uit in een heldere en geaccentueerde weergave. Bijkomend voordeel: dankzij deze tempi was het mogelijk voor de overgang naar de tweede cd een uitermate gunstig moment te kiezen, namelijk de binnenkomst van Daland en de Hollander tijdens het tweede tafereel.
Natuurlijk is het bij deze concertante opzet verleidelijk en zelfs wat al te voor de hand liggend om te spreken van 'een symfonische aanpak'. Een feit is echter dat Janowski's lezing op dit punt diametraal staat tegenover bijvoorbeeld de theatrale benadering van Joseph Keilberth (Decca), Wolfgang Sawallisch (Philips) en Karl Böhm (DG), en er is helemaal een groot verschil met de duistere demonie die doorklinkt in de legendarische EMI-opname onder Otto Klemperer. Deze Holländer bevindt zich als 'dramatische ballade' meer in de lijn van Giuseppe Sinopoli of Christoph von Dohnányi, maar als ik tussen die drie moet kiezen, gaat mijn voorkeur zonder meer uit naar Janowski, die evenals Böhm erin slaagt het werk in één strakke spanningsboog te omsluiten.

Wagner-bariton
Toen ik Albert Dohmen tijdens de repetities voor de hierboven vermelde DNO-Ring interviewde over zijn Wagner-rollen, toonde hij zich enigszins gepikeerd dat Bayreuth zijn bestaan leek te ontkennen. Dat gemis werd niet lang daarna ingehaald toen hem gevraagd werd de rol van Wotan in de Ring onder Christian Thielemann over te nemen (op cd uitgebracht op Opus Arte, waar eveneens Die Walküre op dvd verscheen). Bij de Wagner-cyclus van het RSO Berlin is hij in ieder geval te horen als Holländer, Hans Sachs en Landgraf Hermann en waarschijnlijk wordt daaraan dit jaar nog Wotan-Wanderer toegevoegd, zodat Dohmen die centrale Wagner-partij dan maar liefst drie keer op cd heeft gezet waarvan twee keer op SACD. Geen reden meer tot klagen dus! Hoewel mijn eigen voorkeur uitgaat naar 'wolliger' timbres als die van Hans Hotter, George London en James Morris, heb ik Dohmen van meet af aan begroet als een van de grote Wagner-baritons van zijn generatie en vooral zijn vertolking in Die Walküre in Het Muziektheater, met als hoogtepunt de confrontatie met de meer dan levensgrote Fricka van Doris Soffel in de tweede akte, blijft voor mij onvergetelijk.
In deze opname zet hij een Holländer neer in de grote Duitse traditie waarvan Franz Crass zo'n uitmuntend voorbeeld was. Zijn timbre klinkt krachtiger en donkerder dan dat van menige andere grote vertolker van deze rol, en ik moet teruggaan tot de opnamen van George London en Dietrich Fischer-Dieskau om het gekwelde van dit mythische personage sterker te horen doorklinken.

Luxe-bezetting
Met grote bewondering heb ik ook geluisterd naar de Daland van de Finse bas Matti Salminen, die nog als Fafner en Hagen meewerkte aan de eerste Ring onder Janowski, en die ik van 1976 tot aan het einde van de jaren tachtig bijna jaarlijks in Bayreuth hoorde. Na een carrière van ruim veertig jaar heeft zijn stem misschien iets aan diepte verloren en ook trekt hij zijn lijnen niet meer zo makkelijk door, maar desondanks zet hij zijn rol neer met alle autoriteit waartoe een bas van wereldniveau met zo'n ervaring in staat is.
Pure luxe is de bezetting van Erik met Robert Dean Smith. Bij zijn zonder meer voortreffelijk gezongen Tristan in Bayreuth had ik toch voortdurend het gevoel dat hij het beoogde resultaat net niet haalde omdat hij geen reserves meer had. Een stem is als een auto: als je constant plankgas moet rijden, gaat het meestal wel goed, maar de rek is eruit en je 'kunt' niets meer. Als Erik heeft de Amerikaanse tenor echter nog reserves in overvloed en die rol komt dan opeens tot leven zoals zijn Tristan dat nooit gedaan heeft. Heel mooi! Uitstekend is eveneens de fraai getimbreerde, bijna kamermuzikaal gehouden Steuermann van Steve Davislim, een zanger die ik graag snel eens in een grote rol zou willen horen!

Bij de dames overheerst degelijkheid. Silvia Hablowetz is een capabele maar ietwat truttige Frau Mary met als voordeel dat zij in ieder geval ouder klinkt dan de Senta van Ricarda Merberth - en daarmee zijn we dan bij het enige minpuntje van deze uitgave beland. Gelukkig heeft Merberth voldoende stem en persoonlijkheid om in de confrontatie met de Holländer haar rol overeind te houden, maar mede door een kelig vibrato klinkt zij niet jong genoeg en om de exaltatie van Senta goed hoorbaar te maken. Bovendien zou het eigenlijk wel prettig zijn als iedere noot meteen feilloos getroffen wordt…

Cyclus
De opname, gemaakt in de Berlijnse Philharmonie, is een toonbeeld van helderheid en prachtig in balans, zowel bij conventionele beluistering als bij het surround-effect. Wel denk ik dat Wagner's partituren gebaat zouden kunnen zijn bij een iets warmere dieptewerking zoals we die kennen van live-opnamen uit het Concertgebouw, maar het leven onder de rook van Amsterdam heeft mijn oren misschien te veel verwend.
PentaTone verpakte de beide cd's in een met veel smaak uitgegeven boekje op cd-formaat met daarin ook een waardebon. Wie tot en met Siegfried alle uitgaven aanschaft, mag dan bij de verschijnen van Götterdämmerung bij inlevering van negen waardebonnen kiezen tussen vijftig procent korting of een speciale cassette om de hele cyclus in op te bergen.

Lohengrin-droompaar
Op het moment waarop ik deze regels schrijf, zijn in Berlijn de voorbereidingen aan de gang voor de uitvoering van Lohengrin op zaterdag 12 november. Daar zou ik graag bij zijn, al was het alleen maar om nogmaals te genieten van het zangersduo dat ik afgelopen zomer in Bayreuth als absoluut droompaar ervaren heb: Annette Dasch en Klaus Florian Vogt. Over de Bayreuther uitvoering van vorig jaar, met Jonas Kaufmann in de titelrol, was ik al enthousiast, maar die van dit jaar heb ik zonder meer als superieur ervaren.
Het verschil zat hem op de eerste plaats in de tenor, waarmee ik absoluut niets wil zeggen ten nadele van Kaufmann. Zijn stem, zijn stijlgevoel en zijn zangtechnisch meesterschap staan buiten discussie en ik blijf erbij dat zijn Lohengrin van vorig jaar grote overeenkomsten had met de zang van Richard Tauber in zijn gloriejaren. Bij al zijn lyriek neigt Kaufmann echter toch naar de 'lirico-spinto' of de 'demi-caractère', wat bijvoorbeeld blijkt uit zijn Don José in Carmen en zijn diverse vertolkingen in het Italiaanse veristische repertoire (Tosca, Adriana Lecouvreur).
Vogt blijft in karakter altijd een echte lyrische 'Duitse' tenor, zij het met voldoende kracht voor Wagner (Lohengrin, Parsifal, Meistersinger), Korngold (Die tote Stadt) en Richard Strauss (al vind ik zijn Kaiser in Die Frau ohne Schatten eigenlijk 'op het randje'). Evenals zangers als Sandor Kónya en Siegfried Jersusalem weet hij bij Lohengrin bovendien iets in zijn timbre te leggen dat ik alleen maar als 'mystiek' kan omschrijven, en dat die rol iets ongrijpbaars verleent. Het applaus na de voorstelling sprak trouwens boekdelen. Ik kan me niet herinneren dat ik in 37 jaar Bayreuther Festspiele een grotere ovatie voor één enkele solist heb meegemaakt dan de ware orkaan van applaus, toejuichingen en voetgeroffel die keer op keer losbarstte als Vogt alleen voor het doek kwam!

Bayreuther Festspiele 2011 - LOHENGRIN
Muzikale leiding: Andris Nelsons, enscenering: Hans Neuenfels,
decors en kostuums: Reinhard von der Thannen
Tweede akte: Annette Dasch (Elsa), Klaus Florian Vogt (Lohengrin), Petra Lang (Ortrud)
© Bayreuther Festspiele, foto: Enrico Nawrath

Hechter ensemble
Het belangrijkste was echter dat onder de geladen en prachtig gedetailleerde directie van Andris Nelsons, die nu ook merkbaar beter op de akoestiek was ingespeeld, de hele Bayreuther productie duidelijk homogener was geworden. Ten dele was dat zeker te danken aan het ontbreken van 'mediaster' Jonas Kaufmann, waardoor in een hechter ensemble ook de overige solisten beter tot hun recht kwamen. Daarvan profiteerden op de eerste plaats Annette Dasch als een van begin tot eind psychisch verscheurde Elsa en Petra Lang als een in al haar vileine gekonkel eclatant aanwezige Ortrud. In de door mij bezochte voorstelling hoorde en zag ik bovendien een kernachtige Telramund van Tómas Tómasson, vocaal maar ook in zijn presentatie duidelijk twee klassen sterker dan de instabiele Jukka Rasilainen in de tv-registratie op Arte. De bezetting werd afgerond door vocaal krachtige vertolkingen van Georg Zeppenfeld als koning Heinrich en Samuel Youn als Heerrufer, hoewel vooral de rol van de eerste, neergezet als een slappe psychopaat, een van de minder begrijpelijke en meest onlogische elementen in de enscenering van Hans Neuenfels blijft vormen.

Bayreuther Festspiele 2011 - LOHENGRIN
Muzikale leiding: Andris Nelsons, enscenering: Hans Neuenfels,
decors en kostuums: Reinhard von der Thannen
Tweede akte: Georg Zeppenfeld (König Heinrich), Klaus Florian Vogt (Lohengrin), Annette Dasch (Elsa)
© Bayreuther Festspiele, foto: Enrico Nawrath

Foeilelijk en adembenemend
Wat die enscenering betreft: de eigenaresse van mijn hotel vatte het algemene Bayreuther gevoel kort maar kracht samen: 'Ach, je went eraan, maar de voorstelling als geheel was zonder meer beter dan vorig jaar!' Mijn eigen gevoel is positiever, hoewel ik naast enkele vraagtekens ook mijn bedenkingen blijf houden tegen bijvoorbeeld de portrettering van koning Heinrich die voor mij tegen tekst en muziek in gaat, en tegen bepaalde details in de behandeling van het 'rattenkoor'. Een ander moment dat tegen de tekst in gaat, is de ontmoeting van Lohengrin in Elsa in het eerste bedrijf. Neuenfels laat alle overigen zich terugtrekken zodat het paar zich alleen op het toneel bevindt, een situatie die toch echt in tegenspraak is met wat Lohengrin zingt aan het begin van het duet in het derde bedrijf: '(…) wir sind allein, zum erstenmal allein, seit wir uns sahn (…)'. En ja, het slotbeeld met het broertje van Elsa als gigantische foetus blijft in mijn ogen zowel foeilelijk als nietszeggend.
Daar staat tegenover dat de regie, of je het er nu mee eens bent of niet, heel knap en professioneel in elkaar zit en ook adembenemend fraaie beelden oplevert. Meer en meer kom ik tot de conclusie dat Neuenfels' grootste belangstelling uitging naar de psychologische kerker waarin Elsa zich volgens hem bevindt, en naar het conflict tussen Elsa en Ortrud. Beide elementen kwamen dit jaar sterker uit de verf dan in 2010 en fascinerend daarbij was vooral de aangrijpende intensiteit in het spel van Annette Dasch, ook als zij tijdens de door mij bezochte voorstelling vocaal misschien niet helemaal op haar normale niveau stond. Petra Lang was eveneens in haar interpretatie gegroeid en de interactie van de beide dames vormde na de vocale combinatie Dasch-Vogt en de klanken die Nelsons aan het orkest ontlokte het derde punt waardoor deze voorstelling voor mij is gaan behoren tot het beste wat ik de afgelopen jaren in Bayreuth heb meegemaakt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links