CD-recensie

 

© Niek Nelissen, mei 2017

 

Tsjaikovski : Symfonie nr. 3 in D, op. 29 (Poolse) - nr. 4 in f, op. 36 - nr. 6 in b, op. 74 (Pathétique)

Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasily Petrenko

Onyx Classics 4162 • 130' • (2 cd's)

Links naar de overige besproken opnamen:
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 4
Tsjaikovski: Manfred-symfonie
Tsjaikovski: Symfonieën nr. 1, 2 & 5
Elgar: Symfonie nr. 1
Elgar: Symfonie nr. 2

   

Vasily Petrenko (jaargang 1976) is al lang geen aanstormend talent meer. Dat was hij tien jaar geleden nog wel toen hij door RLPO werd uitgekozen als opvolger van Gerard Schwarz. Op grond van zijn eerste gastdirecties werd al verwacht dat hij de dirigent was die het orkest uit de dip kon halen waar het destijds in zat. Petrenko heeft die verwachting ruimschoots waargemaakt en is het orkest trouw gebleven nadat hij zelf naam had gemaakt. Van de cd-opnamen die Petrenko in Liverpool maakte, zijn er inmiddels enkele met prijzen onderscheiden. Al vroeg maakte hij met het RLPO voor Naxos een opname van Tsjaikovski's Manfred symfonie, die goed bleek voor een Gramophone Award. Daarna begon Petrenko met zijn orkest, eveneens voor Naxos, aan een Sjostakovitsj-cyclus, die eveneens hoge ogen gooide. Meer Russisch repertoire volgde op de labels EMI, AVIE en Onyx. Deze dubbel-cd met Tsjaikovski's symfonieën 3, 4 en 6 is het vervolg op een eerdere uitgave met de nummers 1, 2 en 5, die door Aart van der Wal enthousiast werd ontvangen. Zijn oordeel is inmiddels onderschreven door de jury van de BBC Music Magazine Awards, die aan de eerste helft van Petrenko's Tsjaikovski-cyclus haar Award 2017 toekende.

En hier is dus de tweede helft, dat wil zeggen van de genummerde symfonieën. Voor de Manfred zullen we vooralsnog moeten teruggrijpen op Petrenko's Naxos-opname. Hoe fraai die ook is, ik deel Van der Wals wens dat Onyx de Manfred toevoegt aan deze cyclus. Want, om voor de verandering eens met de audiotechniek te beginnen: de opname is inderdaad superieur. Net als Van der Wal heb ik zelden zo'n fraaie en heldere orkestklank gehoord. Elk detail is te horen en het geheel komt toch volstrekt natuurlijk over. Uit de credits achterin het boekje blijkt dat Andrew Cornall de producer is. Toen Petrenko aantrad als dirigent van het RLPO was Cornall er directeur, maar daarvoor had hij vijfentwintig jaar lang zijn sporen verdiend als producer en manager bij Decca. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de Decca-opnamen van het Concertgebouworkest onder Bernard Haitink en Riccardo Chailly. In de tienjarige periode Petrenko bij het RLPO heeft hij een kort uitstapje gemaakt naar EMI, maar inmiddels is hij weer terug in Liverpool, nu als artistiek leider. Hij tekende voor deze voortreffelijke opnamen gemaakt in 2015 in de Liverpool Philharmonic Hall.

Hoe prettig een uitstekende weergave ook is, het gaat natuurlijk om het artistieke resultaat. En ook dat beantwoordt aan de hoogste maatstaven. De Poolse is niet Tsjaikovski's sterkste symfonie, maar dat vergeet je als je in de ban raakt van Petrenko's meeslepende uitvoering. Het orkest laat zich van zijn beste kant horen, met name de houtblazers, neem in het openingsdeel de prachtige hobo-solo met het tweede thema. De beide scherzi worden uiterst gracieus gespeeld. De fuga in de finale krijgt onder Petrenko's handen zowel vaart als een zekere lichtheid. Die lichtheid en vaart lijken wezenlijke kenmerken van Petrenko's aanpak. Voor het eerste deel van de Vierde symfonie kiest hij een vlot tempo, waardoor de duur van dit deel onder de 17'30" komt, wat des te opvallender is als je bedenkt dat hij voor de lyrische passages rond het tweede thema juist alle tijd neemt. Prachtig van sfeer is het Andantino met ook hier weer verrukkelijke bijdragen van de houtblazers. Het pizzicato ostinato van het scherzo wordt met verve en virtuositeit gebracht. In de finale is het tempo opnieuw opvallend hoog, mij iets te hoog overigens. Voor wie van mening is dat Tsjaikovski in zijn Vierde wel erg veel herrie laat maken - en daar reken ik mezelf toe - is het goed om te weten dat de klank bij Petrenko nooit zwaar en massief wordt, een beeld dat door de heldere weergave nog wordt versterkt. De uitvoering van de Pathétique sla ik nog iets hoger aan dan die van de Vierde. Het orkest lijkt hier aan Petrenko's stok te hangen en volgt hem tot in de kleinste details. Afgezien van de wel erg vlotte wals zijn de tempi hier normaal. Het slotdeel is eerder aan de langzame kant (speelduur 11'30"), maar dat is zeker niet ongebruikelijk. Petrenko weet van begin tot einde de aandacht vast te houden en hij leidt je met krachtige hand naar bijzondere passages. Een van die momenten is de coda van het eerste deel met dat fraaie koperkoraal, dat breed en met schitterende klank wordt neergezet. Aanbeland bij het pianissimo slot van het laatste deel heb je ruim drie kwartier geboeid geluisterd naar een aangrijpend verhaal dat prachtig is verklankt.

Met de Tsjaikovski-cyclus op Onyx laat Petrenko zien dat hij een heel eigen en eigentijdse kijk heeft op deze veel gespeelde symfonieën. Het is een geslaagde cyclus geworden, die beslist behoort tot de betere, en die goed aansluit bij zijn eerdere opnamen van muziek van Rachmaninov, Skrjabin en Sjostakovitsj. Dat Petrenko excelleert in Russisch repertoire lijdt na al die cd's geen twijfel meer. Zijn discografie uit Liverpool bevat daarnaast ook opnamen van de beide symfonieën van Elgar, maar dat is voor een vaste dirigent in Engeland haast verplichte kost. Wanneer zou hij ervoor kiezen om met het RLPO heel ander repertoire op cd te gaan zetten? Dat lijkt me iets om naar uit te kijken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links