CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2017

 

Elgar: Ouverture Cockaigne (In London Town) op. 40 - Symfonie nr. 1 in As, op. 55

Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasily Petrenko

Onyx Classics 4145 • 64' •

Opname: september (Cockaigne) en juli 2009, Liverpool Philharmonic Hall

   

Ik had Elgars Tweede symfonie onder Vasily Petrenko nog maar net besproken (klik hier) of de cd met de Eerste symfonie viel hier al in de bus. Tussentijds had ik van een welwillende liefhebber nog een mailtje ontvangen: ‘U kunt de uitvoering al bespreken, want die staat op Spotify'. Goed bedoeld, maar nee dus. Met alle waardering voor Spotify (we maken in onze recensies doorgaans links naar deze muziekdienst): cd-besprekingen dienen alleen op basis van de hardware te worden besproken; of anders uitsluitend aan de hand van door het label toegezonden wav- of flac-bestanden. En dan alleen nog maar mits vergezeld van het boekje omdat dit vaak belangrijke, zo niet essentiële informatie bevat die voor de recensie van belang kan zijn. Zo denken wij er bij OpusKlassiek althans over. Kortom, we hebben nog nooit een uitvoering besproken die op Spotify staat. Wat overigens onverlet laat dat u onze recensies aan uw eigen bevindingen kunt toetsen als de betrokken uitgave op Spotify (e.a.) te vinden is.

Nu dan Elgars Eerste onder Petrenko die het alleen al binnen de Britse dreven moet opnemen tegen uitzonderlijk goede concurrenten. Ik noem in dit verband slechts vier welbekende ‘Sirs': Adrian Boult, John Barbirolli, Mark Elder en Colin Davis. Is Petrenko, een Rus nog wel, hier tegenop gewassen? ‘Up to the task'? De uitvoering van de Tweede symfonie gaf al de best mogelijke leidraad. Geen enkele twijfel: onder zijn handen klinkt deze muziek net zo Engels als onder zijn illustere voorgangers. Maar er is nog veel meer te registreren, zoals de tomeloze energie, de tot in de perfectie uitgesponnen lyriek, de expansieve tempi (Petrenko weet precies hoe belangrijk goede timing is), het dromerige karakter van het subliem vormgegeven en uiterst geconcentreerd gespeelde Adagio en de koersvaste noblesse die in alle vier delen in hoge mate het onderliggende discours bepaalt. Wie wil dan nog gaan kissebissen over dit of dat? Dat Barbirolli misschien toch net nog een ‘shade' dramatischer is ('swagger' biedt zijn uitvoering wel genoeg)? Wat ik ook een bijzonder sterk punt van Petrenko vindt is zijn sterk ontwikkeld gevoel voor de ritmische puls waardoor de muziek nooit verzandt of zelfs maar dreigt te verzanden. Ook niet als het tempo verder wordt teruggenomen, zoals in het Adagio: de boog blijft meesterlijk gespannen. Het besef voor structuur lijkt eveneens bij Petrenko te zijn ingebakken, getuige het cyclische karakter dat in de compositie en zo ook in zijn zijn benadering schuilt.
De spetterende concertouverture ‘Cockaigne' (‘In London Town') is een formidabele opwarmer voor wat nog komen gaat. De opname is een ‘beauty'. Petrenko, wow!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links