CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2014

 

Stravinsky: Petroesjka (1911) - Le Sacre du Printemps (1913)

Les Siècles o.l.v. François-Xavier Roth

Musicales Actes Sud Live (distr. Harmonia Mundi)

Live-opname: 14 mei 2013, l'Arsénal de Metz; 16 mei 2013 MC2 Grenoble; 28 september 2013 Alte Oper, Frankfurt; Petroesjka: 14 mei 2013, l'Arsénal de Metz; 16 mei 2013 MC2, Grenoble

   

Deze uitgave volgt de weg terug, naar de eerste uitvoering van Stravinsky's Le Sacre du Printemps, op 29 mei 1913 in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées. Dit naar aanleiding van het eeuwfeest van deze partituur, met als uitgangspunt het bronnenonderzoek. Wat kwam er zoal voorbij? Om te beginnen het musicologische veld werk van Louis Cyr (hij bracht alle bestaande versies in kaart), Robert Craft en Pieter van den Toorn. Vervolgens werden de twee door Igor Markevitch (1947) en Glenn Block (1984) gemaakte erratalijsten onder de loep genomen, naast drie verschillende partituren: een kopie van de door Stravinsky geschreven partituur, een kopie van de eerste gedrukte uitgave (Edition Russe de Musique, 1922), een afschrift van de door Pierre Monteux geannoteerde partituur uit het begin van de jaren twintig en ten slotte de gedrukte versie uit 1947 die door Boosey & Hawkes werd uitgegeven en in 1967 werd herdrukt.

Wat is evenwel het nut van deze exercitie? We hebben immers de door de componist zelf geautoriseerde, gedrukte laatste versie uit 1967 die door iedereen wordt gebruikt. Toch is er wel wat voor te zeggen, zoals blijkt uit de door dirigent François-Xavier Roth zelf gegeven toelichting. Maar zelfs als voor alle mogelijke bedenkingen een plaatsje wordt ingeruimd blijft het een onloochenbaar feit dat het op zich best interessant is om die eerste Parijse uitvoering althans auditief terug te beleven, zelfs met enige slagen om de arm: een exacte reproductie is immers onmogelijk omdat het orkestspel van honderd jaar geleden zich niet exact laat herhalen, de akoestische omstandigheden anders zijn en - nog belangrijker misschien - de interpretatie van toen uniek was en blijft. Daar kan ook de voor deze opname gebruikte 'instruments d'époque' ((strijkers, blazers en slagwerk - in het boekje wordt er met kennis van zaken op ingegaan) niets aan veranderen. Wie deze vorm van reproductie vanuit die invalshoek beziet is zich vooraf al bewust van de beperkingen die aan een dergelijke onderneming kleven.

Tijdens die gedenkwaardige uitvoering van de Sacre in Parijs borrelde en kookte het. Publiek en musici stonden elkaar bijkans naar het leven, menigeen moest een veilig heenkomen zoeken, het oorverdovende tumult leek maar geen einde te krijgen. De protesten golden overigens niet alleen de muziek, maar ook de balletvoorstelling. Voor zowel de componist, Sergei Diaghilev als het Ballets Russe gezelschap pakte het uit als een ongekend fiasco dat bovendien onverwacht om zich heen greep: was kort daarvoor de eerste voorstelling van Petroesjka niet juist een groot succes ten deel gevallen? Achteraf valt dat best te verklaren, maar toen moet het als meer dan slechts een koude douche zijn ervaren. Het succes van Petroesjka stoelde op het simpele feit dat het publiek van dit Stravinsky-ballet in feite geen andere verwachting had: het paste althans bij het beeld van De vuurvogel, het kleurrijke ballet dat inhoudelijk muzikaal zo sterk met Rusland was verweven en een jaar eerder in première was gegaan. Maar het ver reikende rauwe van de Sacre was gewoon meer dan een brug te ver, het was te radicaal, zonder direct aanwijsbare wortels in Stravinsky's geboorteland Rusland.

Bijna op de kop af twee maanden eerder had zich in Wenen al een schandaal afgespeeld dat in de geschiedenisboekjes een minder prominente plaats heeft gekregen. Het speelde zich op 31 maart 1913 in de Weense Musikverein af, tijdens een door Arnold Schönberg geleid concert van de Wiener Konzertverein. Ook hier zorgde het tumult voor een voortijdig einde en ontbraken de schermutselingen niet: zo ging organisator Erhard Buschbeck met de operettecomponist Oscar Straus op de vuist en moest zich later daarvoor bij de rechter verantwoorden. Het programma was zeker toen bepaald niet mis, met Weberns Sechs Orchesterstücke op. 6, Zemlinski's Maeterlinck-liederen, Schönbergs Eerste Kammersinfonie en twee van Bergs vijf Altenberg-Lieder. Die deden letterlijk de deur dicht: men kwam niet meer toe aan de uitvoering van Mahlers Kindertotenlieder, want een ware veldslag was intussen begonnen. Dergelijke protesten passen in een ver verleden: zelfs de meest bizarre klanken zitten we nu keurig en onverstoorbaar uit. Hooguit staat er eens iemand op die voortijdig de zaal verlaat.
In tegenstelling tot Stravinsky's Sacre had het 'schandaalconcert' voor Berg tot gevolg dat de Altenberg-Lieder pas in 1952 voor het eerst in hun geheel werden uitgevoerd, maar liefst zevenentwintig jaar na de dood van de componist.

Weerstand en tumult genoeg dus, maar wat de Sacre betreft is in dit verband misschien wel de belangrijkste vraag waarom er überhaupt meerdere versies van de Sacre bestaan. Om even de gedachte te bepalen: Stravinsky was géén Bruckner. De verklaring is echter eenvoudig: de ingrepen hielden zonder uitzondering verband met de complexiteit van het werk. Dat valt nu misschien nog maar moeilijk voor te stellen (zelfs een gewoon provincieorkest kan met deze partituur overweg), maar de technische moeilijkheden waren van dien aard dat de dirigent van de première, Monteux, de componist wijzigingsvoorstellen aan de hand deed, terwijl Ernest Ansermet, die de verantwoordelijkheid op zich had genomen voor de eerste druk, later nog eens zijn duit in hetzelfde zakje deed. We zien op dit punt een spoor van een overeenkomst met Bruckner, die overigens anders dan Stravinsky werd overláden met goed of minder goed bedoelde adviezen, maar ook met wijzigingen werd geconfronteerd waarover hij niet eens vooraf was geraadpleegd!
Stravinsky luisterde wel degelijk en wijzigde de partituur: hij paste op een aantal punten zowel de orkestratie als ritmische en dynamische sequensen aan en maakte het zo voor de musici gemakkelijker het werk daadwerkelijk zo goed mogelijk uit te voeren. Dergelijke ingrepen hebben - ook achteraf bezien - iets opportunistisch. Alban Berg deed het precies zo in 1935, toen hij instemde met een fundamenteel wijzigingsvoorstel van Erich Kleiber, de dirigent van de première, in zijn partituur van Lulu.

Roth heeft de door Stravinsky zelf aangebrachte wijzigingen noot voor noot gevolgd en daaruit deze uitvoering op cd gedestilleerd die - het moet gezegd - de verschillen deels goed hoorbaar maakt. In het begeleidende boekje wordt dat allemaal keurig uiteengezet, waarbij het overigens wel een handicap is dat in de desbetreffende partituur niet gelijk kan worden meegelezen (hier had een cd-rom uitkomst geboden). Een aantal afwijkingen van de uiteindelijke partituur uit 1947 en later 1967 laten zich op het gehoor namelijk minder gemakkelijk herleiden en dan kan het notenbeeld behoorlijk helpen. Waarbij tevens moet worden bedacht dat Stravinsky vanaf het eerste manuscript tot de druk in 1947 zelf nog wijzigingen heeft aangebracht en dat dit proces zelfs nog doorging tot de definitieve druk in 1967, die vier jaar voor zijn dood verscheen. Met Petroesjka, dat we hier horen in de versie uit 1911, verliep dat bepaald anders: Stravinsky nam het stuk slechts één keer nog eens danig onder handen, in 1947. Wat het in dit geval vooral interessant maakt is het gebruik van de toen in gebruik zijnde instrumenten.

Roth is gepokt en gemazeld in zowel het eigentijdse repertoire als dat van de vorige eeuw. Zijn lezing van zowel Petroesjka als de Sacre staat als een huis, met een orkest dat zich deze partituren tot in detail eigen heeft gemaakt. De hoge kwaliteit van het orkestspel van het in 2003 door Roth opgerichte Les Siècles (overigens geen naam om echt door op te vallen) is niet zo verwonderlijk: de jonge orkestleden werden gerecruteerd uit de beste Franse emsembles, waardoor het op een hoog artistiek niveau kan acteren. Collega Siebe Riedstra schreef in een Liszt-recensie: [...] er wordt muziek gespeeld uit vier eeuwen, op instrumenten die steeds aangepast worden aan de eisen van het gekozen repertoire – van Bach tot (inmiddels) Stravinsky. De (live)-opnamen worden uitgebracht op het eigen label van het orkest [...].

De sonore opname laat het u van begin tot eind in prachtige kleuren meebeleven. Dat het een experiment is wordt in het boekje nog eens extra onderstreept: "The 1967 edition published by Boosey & Hawkes remains the sole authorised edition for general performance." De uitgever moest er zelfs speciaal toestemming voor geven. Het kan niet duidelijk genoeg worden gezegd. Wat allemaal niet wegneemt dat dit 'experiment' hooguit de illusie oplevert dat het op die in onze muziekgeschiedenis zo uiterst belangrijke 29ste mei 2013 precies zo geklonken moet hebben. De klok kan met zekerheid nu eenmaal niet worden teruggezet. Interessant is het wel, in plaats van de zoveelste 'gewone' Sacre-verdoeking.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links