CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2021

Stravinsky - Ballets Russes

Stravinsky: Le sacre du printemps (versie 1913) - Petrouchka (versie 1911) - L'Oiseau de feu (versie 1910)

Fokine/Petipa: Les Orientales (1910)

Les Siècles o.l.v. François-Xavier Roth
Harmonia Mundi HMX 2905342.43 • 2.09' • (2 cd's)
Live-opname: Le sacre 14 mei 2013, l'Arsénal de Metz; 16 mei 2013 MC2 Grenoble; 28 september 2013 Alte Oper, Frankfurt; Petroesjka 14 mei 2013, l'Arsénal de Metz; 16 mei 2013 MC2, Grenoble; L'Oiseau de feu sept. 2013, Cité de la Musique, Parijs

   

Ik laat in het midden of het nu wel zo nodig is om het vijftigste sterfjaar van Igor Stravinsky (1882-1971) aan te grijpen om weer een groot aantal albums op te tuigen, maar dat neemt niet weg dat deze gedeeltelijke heruitgave, ditmaal onder de voor de hand liggende titel Ballets Russes, zeker welkom is. Immers, Stravinsky's grote balletten Le sacre du printemps, Petroesjka en De vuurvogel zouden niet zijn ontstaan zonder die fameuze balletgroep van Sergei Diaghilev (1909-1929) die balletgeschiedenis heeft geschreven. Maar ook de westerse muziekgeschiedenis zou zonder dit ballet en met name Diaghilev een andere wending hebben genomen, want ook andere grootheden componeerden speciaal de Ballets Russes: Debussy, Ravel, Prokofjev, Poulenc en Satie. En laten we ook de kostuum,- decor- en affice-ontwerpers niet vergeten die eveneens een belangrijke rol hebben gespeeld: hun namen komen we in alle publicaties over het balletgezelschap tegen, met in de voorste gelederen Henri Matisse, Coco Chanel, Léon Bakst, Pablo Picasso en Alexandre Benois. De inspiratie van de een was tevens die van de ander zogezegd.

Dat dit deels een heruitgave is kan helaas niet worden opgemaakt uit de cover en al evenmin uit de toelichting (met onder meer een interessant vraaggesprek dirigent François-Xavier Roth). Dat het live-opnamen betreft wordt evenmin vermeld. Tamelijk slordig dus. Le Sacre du Printemps en Petroesjka verschenen eerder op het door Harmonia Mundi gedistribueerde label Musicales Actes Sud en werd door mij hier besproken.

Het is goed om te weten dat Stravinsky de balletten later aan een (zelfs ingrijpende) revisie heeft onderworpen, maar op dit album resideren de oorspronkelijke versies van Petrouchka en De vuurvogel. Dat is minder bijzonder dan het misschien lijjkt, want ze worden nog steeds regelmatig uitgevoerd, ongetwijfeld mede in de hand gewerkt door de componist zelf, die in 1962 de oorspronkelijke versie van De vuurvogel met het Columbia Symphony Orchestra voor het toenmalige CBS Masterworks opnam.

Een aanvullende aantekening verdient echter Le sacre du printemps in deze uitvoering onder Roth, want hier is sprake van de ‘recréation de la version jouée le 29 mai 1913'. De weg terug wordt gevolgd, naar de eerste uitvoering van Stravinsky's Le Sacre du Printemps, op 29 mei 1913 in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées. Nauwkeurig bronnenonderzoek vormde daarbij het uitgangspunt, met om te beginnen het musicologische veldwerk van Louis Cyr (hij bracht alle bestaande versies in kaart), Robert Craft en Pieter van den Toorn. Vervolgens werden de twee door Igor Markevitch (1947) en Glenn Block (1984) gemaakte erratalijsten onder de loep genomen, naast drie verschillende partituren: een kopie van de door Stravinsky geschreven partituur, een kopie van de eerste gedrukte uitgave (Edition Russe de Musique, 1922), een afschrift van de door Pierre Monteux geannoteerde partituur uit het begin van de jaren twintig en ten slotte de gedrukte versie uit 1947 die door Boosey & Hawkes werd uitgegeven en in 1967 werd herdrukt.

Het mag misschien merkwaardig schijnen dat de partituur die voor de uitvoering op 29 mei 1913 werd gebruikt, toen nog niet in druk was verschenen. Dat gebeurde zelfs pas aanzienlijk later, in 1921, ongetwijfeld mede door de 'tussenkomst' van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Uiteraard was het deze druk die als basis diende voor alle latere uitvoeringen en die door de componist zelf ook werd gebruikt (de bekende opname uit 1940 met het New York Philharmonic bewijst het). Daar bleef het echter niet bij: aangezwengeld door de weerbarstige orkestpraktijk, maar ook nieuwe invallen en de goedbedoelde raadgevingen van anderen greep Stravinsky opnieuw in, hetgeen uiteindelijk resulteerde in de allerwegen bekende (en sindsdien meest gespeelde) versie uit 1947. Dat was trouwens de enige versie die de zegen van de componist zelf had (en die in 1967 werd herdrukt).

We staan er misschien niet meer bij stil, maar op die gedenkwaardige 29 mei 1913 borrelde en kookte het in het theater. Zozeer zelfs dat musici en publiek elkander bijkans naar het leven stonden, ze in het oorverdovende tumult tenslotte een veilig heenkomen moesten zoeken en alle bekende bezweringsformules ten spijt het een heksenketel bleef.

De protesten golden overigens niet alleen de muziek, maar ook de balletvoorstelling. Voor zowel de componist, Sergei Diaghilev als het Ballets Russes gezelschap pakte het uit als een ongekend fiasco dat bovendien onverwacht om zich heen greep, want was nog maar kort daarvoor de eerste voorstelling van Petroesjka niet juist een groot succes ten deel gevallen? Achteraf valt dat best te verklaren, maar toen moet het als meer dan slechts een koude douche zijn ervaren. Het succes van Petroesjka stoelde op het simpele feit dat het publiek van dit Stravinsky-ballet in feite geen andere verwachting had: het paste althans bij het beeld van De vuurvogel, het kleurrijke ballet dat inhoudelijk muzikaal zo sterk met Rusland was verweven en een jaar eerder in première was gegaan. Maar het aanzienlijk verder reikende rauwe van de Sacre was gewoon meer dan een brug te ver, het was te radicaal, zonder de direct aanwijsbare wortels in Stravinsky's geboorteland Rusland (al zijn ze er wel degelijk).

Bijna op de kop af twee maanden eerder had zich in Wenen al een schandaal afgespeeld dat in de geschiedenisboekjes helaas een minder prominente plaats heeft gekregen. Het speelde zich op 31 maart 1913 in de Weense Musikverein af, tijdens een door Arnold Schönberg geleid concert van de Wiener Konzertverein. Ook hier zorgde het tumult voor een voortijdig einde en ontbraken de schermutselingen niet: zo ging organisator Erhard Buschbeck met de operettecomponist Oscar Straus op de vuist en moest hij zich later daarvoor bij de rechter verantwoorden. Het programma was zeker bepaald niet mis, met Weberns Sechs Orchesterstücke op. 6, Zemlinski's Maeterlinck-liederen, Schönbergs Eerste Kammersymphonie en twee van Bergs vijf pictorale Altenberg-Lieder. Die laatste deden letterlijk de deur dicht: men kwam niet meer toe aan de uitvoering van Mahlers Kindertotenlieder, want een ware veldslag was intussen begonnen. Dergelijke protesten passen in een ver verleden: zelfs de meest bizarre klanken zitten we nu keurig en onverstoorbaar uit. Hooguit staat er eens iemand op die voortijdig de zaal verlaat.

In tegenstelling tot Stravinsky's Sacre had het 'schandaalconcert' voor Berg tot gevolg dat de Altenberg-Lieder pas in 1952 voor het eerst in hun geheel werden uitgevoerd, maar liefst zevenentwintig jaar na de dood van de componist.

Weerstand en tumult genoeg dus, maar dat verklaart nog niet het bestaan van meerdere versies van de Sacre. Om even de gedachte te bepalen: Stravinsky was géén Bruckner. De verklaring is echter eenvoudig: de ingrepen hielden onmiskenbaar verband met de (oorspronkelijke) complexiteit van het werk. Dat valt nu misschien nog maar moeilijk voor te stellen, maar de technische moeilijkheden bleken toen van dien aard dat de dirigent van de première, Pierre Monteux, de componist een aantal concrete wijzigingsvoorstellen aan de hand deed, terwijl een andere dirigent, Ernest Ansermet, de verantwoordelijkheid op zich had genomen voor de eerste druk en eveneens een behoorlijke duit in datzelfde zakje deed. We zien op dit punt dus wel een spoor van overeenkomst met Bruckner, die overigens anders dan Stravinsky werd overláden met goed of minder goed bedoelde adviezen, maar ook met wijzigingen werd geconfronteerd waarover hij niet eens vooraf was geraadpleegd!

Stravinsky luisterde wel degelijk en wijzigde de partituur: hij paste op een aantal punten zowel de orkestratie als de ritmische en dynamische sequensen aan en maakte het zo voor de musici daardoor relatief gemakkelijker het werk zo goed mogelijk uit te voeren. Dergelijke ingrepen hebben - ook achteraf bezien - zeker iets opportunistisch: iedere componist wil nu eenmaal graag zijn werk uitgevoerd zien. En die geschiedenis heeft zich vaak genoeg nog herhaald. Alban Berg deed precies zo in 1935, toen hij instemde met een fundamenteel wijzigingsvoorstel van Erich Kleiber, de dirigent van de première, in de partituur van Lulu.

Roth ging dus voor deze uitvoering terug naar de oorspronkelijke bron, wat in dit geval niet zo lastig zal zijn geweest want die is voor iedereen beschikbaar: in 2013 bracht de Britse muziekuitgever Boosey & Hawkes ter gelegenheid van het eeuwfeest een (dure) facsimile-editie uit van die oorspronkelijke, in 1913 gebruikte partituur. Niet alleen voor musicologen maakt dit aanvullende bronmateriaal Stravinsky's revisiewerk op zeldzame wijze inzichtelijk, maar om het werk als zodanig werkelijk te horen mag – deze nieuwe opname toont het onomstotelijk aan – best een openbaring worden genoemd; en al helemaal met die partituur binnen handbereik.

Bijzonder is bovendien dat de uitvoeringen in handen zijn van Les Siècles want dat betekent steevast het gebruik van het originele instrumentarium (of wanneer niet voorhanden of in goede staat zijn het nauwkeurig vervaardigde replica). Dat 'oorspronkelijke karakter' - ik memoreerde het reeds - wordt nog eens versterkt door het feit dat dirigent François-Xavier Roth er al jarenlang een uitstekende gewoonte van maakt om zowel de manuscripten als de eerste druk(ken) uitvoerig te bestuderen en daarmee dan zijn voordeel te doen. Wat dit dubbelalbum echter nóg interessanter maakt is het ingelaste ‘Divertissement choréographique' van Michel Fokine (1880-1942) en Marius Petipa (1818-1910) op muziek van Glazoenov, Sinding, Arenski en Grieg dat onder de naam Les Orientales in 1910 bij de Ballets Russes (met als dansers Vaslav Nijinsky, Tamara Karsavina, Vera Fokina, Alexander Orlov, Catherine Gheltzer and Alexander Volinine) in première ging. De muziek gaat op de tweede cd vooraf aan De vuurvogel en dat is in deze samenstelling een regelrechte aanwinst.

Wat toen uitliep op een regelrecht schandaal (de première van Le sacre op 29 mei 1913 in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées) doet nu zelfs de wenkbrauwen niet meer fronsen. Ergo, niet alleen Le sacre maar alle Stravinsky-balletten behoren tot de canon van de twintigste-eeuwse muziekcultuur en wie daarmee nog wil verrassen moet van wel erg goede huize komen. Maar gelukkig, ze zijn er nog: Les Siècles, een topensembe spelend op ‘instruments d'époque', zoals dat al eerder hebben ervaren in o.a. Berlioz' Symphonie fantastique door hetzelfde gezelschap. In het cd-boekje zijn alle gebruikte instrumenten en hun bespelers keurig vermeld. Kort en goed: zo schrijf je als dirigent, orkest en opnameteam opnieuw geschiedenis.

Tot slot nog een positieve kanttekening wat betreft deze gedeeltelijke heruitgave: zowel de spetterende uitvoering van De vuurvogel als Les Orientales brengen duidelijke meerwaarde in ten opzichte van het reeds eerder besproken album (dus met uitsluitend Le Sacre en Petroesjka). Het is maar dat u het weet.

__________________
Zie ook: Serge Diaghilev en de Ballets Russes


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links