CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2013

 

   

Rachmaninov: Corelli-variaties op. 42 - Prélude op. 3 nr. 2 - op. 23 nr. 4 en 5 - op. 32 nr. 10 en 12 - Étude-tableau op. 33 nr. 3 - op. 39 nr. 1, 3 en 5 - Pianosonate nr. 2 in bes, op. 36 (tweede versie)

Alexei Volodin (piano)

Challenge Classics CC72587 • 77' •

Opname: juli 2012, Beethoven Saal, Hannover

 

 


De Russische meesterpianist (want dat is hij) Alexei Volodin (niet te verwarren met Arcadi Volodos) speelde in de zomer van vorig jaar in de Beethoven Saal in Hannover deze cd vol met uitsluitend werken van Rachmaninov, zo te horen een kolfje naar zijn hand. Of beter handen, en mogelijk zelfs meer dan twee, want dat is wat de componist én pianist Rachmaninov van zijn vertolkers vraagt: meer dan twee handen, of - als het niet anders kan - de soevereine onafhankelijkheid van de tien vingers waarmee alle pianisten het nu eenmaal moeten doen (als er , door welke oorzaak ook, slechts vijf beschikbaar zijn, zijn er nog de linkerhandconcerten van Leimer, Ravel en Prokofjev, of de études voor de linkerhand van Godowsky). Maar wat serieuzer: het draait bij de pianowerken van Rachmaninov gelukkig niet alleen om virtuositeit; sterker nog, de 'latere' Rachmaninov had - zij het in dat in opzicht minder rigoureus dan zijn collega Franz Liszt - meer oog voor fijnzinnige klankkleuren, harmonisch en ritmisch raffinement, zoals in de in 1931 gecomponeerde twintig korte variaties op een populaire melodie van Corelli, om precies te zijn, uit diens Vioolsonate op. 5 nr. 12 met de bijnaam 'La Folia'. Het 'deuntje' inspireerde ook andere componisten om er mee aan de slag te gaan. Maar Rachmaninov maakte er, net als Beethoven ruim honderd jaar eerder, een flonkerend chromatisch pièce de résistance van de twintigste-eeuwse pianoliteratuur van, al duurt het stuk niet langer dan hooguit twintig minuten. Volodin laat er geen enkele twijfel over bestaan: alleen al de bijtende harmonieën gecombineerd met een zekere mate van expressieve reserve maken het stuk onweerstaanbaar voor zowel musici als toehoorders. Zijn Chopin-cd (klik hier) bracht mij niet tot groot enthousiasme, zijn Schumann, Ravel en Skrjabin cd daarentegen wel (klik hier). Dus in dit geval zeker niet driemaal scheepsrecht.
Het 'objectiverende', kristalheldere spel van Volodin heeft meer raakvlakken met dat van zijn landgenoot Nikolai Lugansky (klik hier) en Alexander Melnikov (klik hier) dan met een andere Russische grootheid: de klavierleeuw Arcadi Volodos (klik hier), die met zijn hyperromantische, overdonderende spel de partituur bij wijze van spreken alle hoeken van de concertzaal of studio laat zien, maar qua stemvoering wel het een ander laat liggen, daaraan minder belang hecht. Het blijft een kwestie van opvatting, waarbij moet worden gezegd dat het zonder meer fascinerend is om de vertolkingen van Volodin, Lugansky en Volodos in dit soort repertoire met elkaar te vergelijken. Het wordt dan stel duidelijk dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden, en dat uiteindelijk niemand de 'waarheid' op kan eisen. Iets wat in de muziek - geen wetenschap! - sowieso zelden of nooit het geval is. Gelukkig maar...

Op de cd speelt Volodin de tweede versie van Rachmaninovs Tweede sonate. Hoe zit dat nu precies? Rachmaninov, een groot bewonderaar van Chopin, vergeleek zijn in 1912 in Rome begonnen en in 1913 in Moskou voltooide Tweede sonate met die van Chopin, eveneens in de toonsoort b-klein, en moest daaruit concluderen dat Chopin maar negentien minuten nodig had om daarin alles te zeggen wat er muzikaal maar te zeggen viel. Terwijl Rachmaninovs sonate zo'n vijf minuten langer duurde en hij met het gevoel bleef zitten dat het stuk gewoon te lang was. Of hij die mening ook was toegedaan rond de première van het stuk, op 3 december 1913, met de componist zelf aan de vleugel, verhaalt de geschiedenis niet, maar wel staat vast dat Rachmaninov in 1931 de sonate danig omwerkte. De structuur van het gehele werk werd stevig onder handen genomen, waarbij tevens het 'virtuoos klatergoud' werd verwijderd. In totaal werden er maar liefst 120 maten geschrapt en werd de tijdsduur teruggebracht tot - u raadt het al - de negentien minuten van Chopins Tweede sonate. Maar ondanks die ingrijpende revisie bleven bij Rachmaninov de twijfels. Die had hij mogelijk weg kunnen nemen na een tweede revisie, maar het kwam er niet (meer) van. De manuscripten van beide versies zijn bewaard gebleven en dus is het niet verwonderlijk dat de ene pianist voor de (eerste) versie uit 1913 en de andere voor de tweede) versie uit 1931 kiest, terwijl er ook pianisten zijn - zoals onlangs Nikolai Lugansky (klik hier) die er een soort smeltkroes van maken, zo in de trant van een beetje van dit en een beetje van dat, en dan flink schudden maar.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de Tweede sonate in deze uitgave centraal staat en dat de overige stukken er omheen zijn gedrapeerd. Echter, de sonate neemt niet meer dan zo'n twintig minuten in beslag, niet meer dan de Corelli-variaties, terwijl van de overige 'miniaturen' ( vijf Préludes en vier 'Etudes-Tableaux) sommige even lang (of kort, het is maar hoe het wordt bekeken) duren als een deel uit die Sonate (Prélude op. 32 nr. 10, Étude-Tableau op. 33 nr. 3). Al moet worden gezegd dat het begrip van tijd in (goede) muziek vaak deels of helemaal wegvalt en andere indrukken - die veel belangrijker zijn - gelukkig domineren. Deze sublieme composities, het al even sublieme spel van Alexei Volodin en de fraaie opname vormen de ideale combinatie voor juist dat: de tijd valt weg.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links