DVD-recensie

Maria Callas Live

 

© Paul Korenhof, oktober 2017

 


Maria Callas in Concert
Parijs 1958, Hamburg 1959 & 1962, Londen 1962 & 1964 (3 Blu-ray discs)

Onderdeel van:
Callas Live Remastered
Verdi:
Nabucco - Napels 1949 (2 cd's)
Wagner: Parsifal - Rome (RAI) 1950 (3cd's)
Verdi: I vespri siciliani - Florence 1951 (3cd's)
Verdi: Aida - Mexico City 1951 (2cd's)
Rossini: Armida - Florence 1952 (2cd's)
Verdi: Rigoletto - Mexico City 1952 (2cd's)
Bellini: Norma - Londen 1952 (2cd's)
Verdi: Macbeth - Milaan 1952 (2cd's)
Cherubini: Medea - Milaan 1953 (2cd's)
Gluck: Alceste - Milaan 1954 (2cd's)
Spontini: La Vestale - Milaan 1954 (2cd's)
Giordano: Andrea Chénier - Milaan 1955 (2cd's)
Bellini: La sonnambula - Milaan 1955 (2cd's)
Donizetti: Lucia di Lammermoor - Berlijn 1955 (2cd's)
Donizetti: Anna Bolena - Milaan 1957 (2cd's)
Gluck: Ifigenia in Tauride - Milaan 1957 (2cd's)
Verdi: La traviata - Lissabon 1958 (2cd's)
Bellini: Il pirata - New York 1959 (2cd's)
Donizetti: Poliuto - Milaan 1960 (2cd's)
Puccini: Tosca - Londen 1964 (2cd's)
Maria Callas in concert
Parijs 1958, Hamburg 1959 & 1962, Londen 1962 & 1964 (3 Blu-ray discs)

Warner Classics, 42 cd's, 3 Blu-ray discs (in box met extra een boekwerk van 214 pagina's)
De afzonderlijke opera's en de Blu-rayset (met bijbehorende 'booklets') zijn ook los verkrijgbaar.

 

Noot vooraf:
De hierboven vermelde cd-uitgaven zullen de komende maanden stuk voor stuk in chronologische volgorde hier besproken worden.

*****

Op 16 september was het veertig jaar geleden dat Maria Callas in Parijs overleed, 53 jaar oud maar al dertien jaar nauwelijks meer dan een legende. Hoewel het aanvankelijk niet ontbrak aan plannen en voorstellen, had zij sinds haar laatste Tosca in Londen geen opera meer gezongen. Als wij enkele voorstellingen uit de oorlogsjaren, die zij in Griekenland doorbracht, niet meerekenen, had de carrière van de belangrijkste operazangeres van de vorige eeuw daarmee slechts achttien jaar geduurd, van 2 augustus 1947 tot 5 juli 1965. Wel liet zij zich door de tenor Giuseppe di Stefano nog overhalen tot een afscheidstournee in 1973-1974, een verstandige beslissing was dat niet. Haar feitelijke artistieke testament vormen de opnamen die wij bezitten van de masterclasses die zij in 1971 en 1972 gaf aan de Juilliard School of Music in New York.

Na de geslaagde en op sommige punten ook verrassende 'remastering' van Callas' studio-opnamen kwam Warner Classics ter gelegenheid van deze veertigste sterfdag met een nieuwe en nog belangrijker uitgave: een remastering van twintig live-opnamen. Gezien de kwaliteit van vooral de oudste banden moet dat een hele klus zijn geweest en het resultaat is ook niet bestemd voor hifi-fanaten die een opname vooral gebruiken om naar hun installatie te luisteren. Bovendien moesten er keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld uit de diverse opnamen van Norma en La traviata, en dat betekent dat sommigen hier echt hun favoriete uitvoering zullen missen.

Het zij zo, maar om deze uitgave alle recht te doen, heb ik besloten deze uitgave in onderdelen te bespreken, waarbij ik maandelijks een uitzending van Opera Actueel zal gebruiken om mijn besprekingen met fragmenten te illustreren. Daarbij zal ik mij houden aan de chronologische volgorde en omdat het geen zin heeft het wiel opnieuw uit te vinden, zal ik bij iedere opname ook teruggrijpen op de mening van John Ardoin, de meest deskundige onder alle 'Callas-kenners', die in The Callas Legacy *) alle opnamen op onvolprezen wijze geanalyseerd heeft.

*)Ardoin: The Callas Legacy, revised edition. Duckworth, Londen 1982

Maria Callas in Concert
Blu-ray disc 1:
Aria's van Bellini (Norma), Verdi (Il trovatore), Rossini (Il barbiere di Siviglia)
Puccini: Tosca, acte II
Maria Callas (sopraan)
Albert Lance, Louis Rialland (tenor), Tito Gobbi (bariton), Jean-Pierre Hurteau, Jacques Mars (bas)
Théâtre National de l'Opéra de Paris
Dirigent: Georges Sébastian
Opname: Parijs, 19 december 1958
Fragmenten: Opera Actueel, Concertzender, 22 oktober

Blu-ray disc 2:
Aria's van Bellini (Il pirata , Bizet (Carmen), Massenet (Le Cid), Rossini (Il barbiere di Siviglia, La Cenerentola), Spontini (La Vestale), Verdi (Ernani, Don Carlo, Macbeth)
Maria Callas (sopraan)
Symfonieorkest van de NDR
Dirigent: Nicola Rescigno, Georges Prêtre
Opname: Hamburg, 15 mei 1959 & 16 maart 1962

Blu-ray disc 3:
Aria's van Bizet (Carmen), Verdi (Don Carlo)
Puccini: Tosca, acte II
Maria Callas (sopraan)
Renato Cioni, Robert Bowman (tenor), Tito Gobbi (Bariton), Dennis Wicks (bas)
Royal Opera House
Dirigent: Georges Prêtre, Carlo Felice Cillario
Opname: Londen, 4 november 1962 & 9 februari 1964

De eerste Blue-ray disc presenteert ons het befaamde concert dat Callas op 19 december 1958 gaf in de Parijse Opéra. Het was haar debuut in de stad waar zij later zou wonen en sterven, maar het was ook de avond die haar tot een wereldster maakte. Ook voor veel operaliefhebbers was zij slechts een naam of een stem die men kende van grammofoonplaten. Opera op de televisie (toen nog zwart-wit en slechts enkele uren per dag) bestond helemaal niet en wie haar niet in het theater gezien had, kende haar verder slechts van foto's en van het bioscoopjournaal.

Jazzpianist, Luister-redacteur en Puccini-kenner Joop Schrier vertelde mij later dat die avond voor hem zijn visie op opera veranderde. Dankzij het toen uitgezonden tweede bedrijf uit Tosca had hij voor het eerst ten volle ervaren hoe het toneelbeeld de muziek kon aanvullen en versterken, en hij had ook voor het eerst gezien dat operazangers wel degelijk ècht grote acteurs konden zijn. Maar bovenal was het voor hem de avond waarop hij had ontdekt dat Callas meer was dan alleen maar een zangeres met een stem en een manier van zingen waarvan je wel of niet kon houden.

Omdat wij toen thuis nog geen televisie hadden, heb ik zelf dat Parijse concert pas vele jaren later leren kennen aan de hand van zeer primitieve videobanden. Echt ondergaan heb ik de opnamen pas toen EMI in 2001 onder de titel La Callas ... toujours de dvd-versie uitbracht van een Franse documentaire, waarin de drie aria's van Callas en het geheel geënsceneerde tweede bedrijf van Tosca werden omlijst met fraaie beelden van het Palais Garnier.

Diezelfde uitgave beslaat nu de eerste in een set met drie Blu-ray schijven waarop het belangrijkste videomateriaal werd bijeengebracht. De technische kwaliteit kon natuurlijk weinig verbeterd worden en vergelijking met de dvd's levert niet veel verschil op, of het zou moeten zijn dat het beeld net iets meer diepte suggereert. Wel kreeg ik hier en daar de indruk dat er nog even een stofzuiger over de geluidsband was gehaald. Dat kan ook suggestie zijn, maar hoe het ook zij: een betere weergave van deze videobanden lijkt mij niet meer mogelijk. Er is natuurlijk meer (niet veel overigens), waaronder een scène uit Tosca die zij opnam voor een Amerikaans tv-station, met George London als Scarpia, maar in vergelijking was het overige materiaal toch te fragmentarisch voor deze uitgave (als het al beschikbaar was).

Bij het Parijse concert, hoe waardevol ook, was Callas niet op haar best. Ardoin veronderstelt dat vermoeidheid haar parten speelde en het is zeker dat zij weinig steun vindt bij dirigent Georges Sébastian. Zij niet alleen trouwens. De koorzang in de scène uit Norma en later ook in Verdi's Miserere is een ramp, en dat is dan nog zacht uitgedrukt.
Veel interessanter is het tweede bedrijf uit Tosca waarin Callas in deze opera voor het eerst haar plaatpartner Tito Gobbi tegenover zich vond. Ik ben het met Ardoin eens dat hun latere samenwerking wellicht meer subtiliteiten laat zien en horen, maar dat neemt niet weg dat ik op verschillende punten deze Parijse opname prefereer boven die uit Londen uit 1965. Callas heeft hier iets meisjesachtigs in stem en spel terwijl zij in Londen meer de diva Floria Tosca was, en in haar interactie met Gobbi zit ook nog een zekere mate van spontaneïteit.

Daarbij zijn er werkelijk unieke details, zoals het spel met haar zakdoek om haar zenuwen te verbergen achter schijnbare nonchalance en de van schrik, wanhoop en angst doortrokken ogen waarmee zij Scarpia kan aankijken. Heel mooi en ontdaan van ieder theatraal pathos is aan het slot haar 'E avanti a lui tremava tutta Roma': bijna luchtig, zonder donkere borsttonen gesproken en weggelegd met een dedain dat ik van geen andere vertolkster zo overtuigend gehoord heb.
Zonder meer fascinerend is hier al het ijzingwekkende spel van Gobbi met perfect getimede reactie. Voor mij komt Gobbi uit deze beide opnamen als acteur zelfs nog sterker over dan Callas die nog veel op intuïtie deed. De ook als (film)acteur geroutineerde Gobbi bezat een techniek die hem op één lijn bracht met de grootsten van zijn tijd, niet alleen als zanger-acteur, maar ook als acteur pur sang, en dat wordt ook in deze ondergerepeteerde uitvoering duidelijk.
Graag maak ik melding van de Cavaradossi van de Australische maar geheel verfranste tenor Albert Lance, in die jaren een grootheid op het Parijse operatoneel van wie wij te weinig opnamen bezitten. Hij was op het laatste moment ingevallen voor zijn oudere collega José Luccioni en wellicht daardoor had hij zich daardoor onvoldoende kunnen voorbereiden op een uitvoering in het Italiaans. In ieder geval horen we hem hier na een met waar Franse panache gezongen 'Vittoria! Vittoria!' overschakelen op het Frans, iets wat in het artikel bij deze uitgave onvermeld blijft. Toen ik ging doorzoeken ontdekte ik dat het artikel dat in 2001 de dvd begeleidde, deze vermelding wel had, maar dat het voor deze heruitgave drastisch was ingekort.

De beide Hamburgse concerten zijn onder verzamelaars welbekend. Bij het eerste concert in 1959 was Callas goed bij stem, terwijl zij bij het tweede in 1962 kampte met een verkoudheid die weliswaar niet te horen is, maar waarschijnlijk wel zorgde dat zij in de slotscène uit Bellini's Il pirata de hoge C aan het slot niet aandurfde. Dat ik desondanks een voorkeur heb voor het tweede concert heeft te maken met de programmering. De opening met de aria uit Le Cid van Massenet vind ik minder geslaagd (zij klinkt mij te veel als de moeder en te weinig als de geliefde van de Spaanse held), maar dan zingt zij twee fragmenten uit Carmen die een boeiende voorstudie zijn voor de twee jaar later gemaakte complete opname. Na de aria van Elvira uit Ernani en een niet helemaal geslaagde slotscène uit La Cenerentola sluit zij dan af met Eboli's 'O don fatale' uit Don Carlos waarin misschien niet ieder nootje even mooi is, maar waarin zij wel een karakter neerzet dat staat als een huis.

Het hoogtepunt van deze set blijft echter de Londense disc, beginnend met opnamen die gemaakt werden tijdens een concert in Covent Garden op 4 november 1962. Met Georges Prêtre als dirigent opent Callas daar met 'Tu che la vanità' uit Don Carlos waarin zij even op gang moet komen, waarschijnlijk als uitvloeisel van een fikse infectie die zij ruim tien maanden eerder had opgelopen en die haar fysiek danig had aangegrepen. Bij de daarop volgende aria's uit Carmen was zij echter op dreef en hoewel ik - in tegenstelling tot anderen - haar stem nooit ideaal heb gevonden voor Bizet's zigeunerin, moet ik heel eerlijk toegeven dat haar interpretatie hier een gouden randje heeft, ondanks af en toe een minder fraaie borsttoon. Ik ben het ook met Ardoin eens als hij zegt dat deze uitvoeringen de voorkeur verdienen boven de versies in de complete EMI-opname van drie jaar later.

In de tweede akte uit Tosca die op 9 februari 1964 in Londen werd opgenomen, overtreft de samenwerking met Gobbi inderdaad die in Parijs, hoewel bepaalde details daaruit op mijn netvlies blijven. De door Franco Zeffirelli tot in de details geregisseerde voorstelling levert ook als totaal een veel bevredigender resultaat op, waaraan de idiomatische directie van Carlo Felice Cillario niet weinig bijdraagt.
Wat dit document echt bijzonder maakt, is dat Tosca Callas' laatste opera zou zijn. Wel zou zij ook nog voorstellingen zingen in Parijs en New York, maar de enige andere opera die nog zou volgen was Carmen , niet op het toneel maar tijdens de plaatopname voor EMI. Daarna zou zij in Londen nog voorstellingen van Norma zingen en de besprekingen over La traviata en Medea in Parijs waren in volle gang. Het zou er niet meer van komen. Achteraf zou blijken dat Tosca, een werk waarop zij zelf eigenlijk helemaal niet zo gesteld was, de laatste opera was die de prima donna assoluta zou zingen. Van de vier voorstellingen die nog in Londen gepland waren voor de zomer van 1965, zong zij er één, op 5 juli, en achteraf zou blijken dat daarmee definitief het doek over haar carrière gevallen was.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links