Componisten/werken

Belle van Zuylen

Een muzikaal verhaal (3)

 

© Antoinette Lohmann, mei 2024

 

Muziek als verzoening
Al in de eerste brieven van haar gouvernante Jeanne-Louisa Pre-vost, kwam de muziek ter spraken. In een brief van april 1756 omschreef ze Belle al als een ‘schilderes, musicienne, couturière en filosofe'. Tevens waarschuwde ze Belle haar muzieklessen niet te verwaarlozen. In een brief van 1764 gaf Belle te kennen les te willen hebben van Rameau, wat aangeeft dat zij op de hoogte was van hetgeen in de muzikale buitenwereld omging; Rameau overleed echte datzelfde jaar. Helaas zijn van deze vroege periode geen composities bewaard gebleven; alle muziek die resteert dateert van na 1785. Rond deze tijd, waarin zij ook veel schreef en het zelfs aandurfde om een libretto naar Mozart in Salzburg te sturen (die dan echter al jaren in Wenen woont…), groeide de behoefte om een opera te componeren en haar pogingen wakkerden haar eigen enthousiasme aan: ‘Sinds de eerste poging heb ik van niets anders gedroomd dan van muziek'. Bij gebrek aan kennis besloot zij op zoek te gaan naar iemand die haar kon behagen, die goed klavecimbel of viool kon spelen en die tegen vergoeding bereid zou zijn een paar maanden met haar aan haar libretto L' incognito te werken. Zij benaderde onder andere Cimarosa en Paisiello, maar dat liep allemaal op niets uit en ze besloot uiteindelijk, ‘met kloppend hart zelf aan de slag te gaan', waarover ze schreef, ‘Het is jammer dat zoveel enthousiasme gepaard gaat met zo weinig talent'. In 1786 vertrok Belle alleen naar Parijs alwaar, blijkens een brief van haar man aan een vriend, de muziek een ware passie voor haar werd, een ‘fureur', zoals ze het zelf noemt.

De muziek was voor haar het enige middel dat het objectieve met het subjectieve en de mens met zijn werkelijkheid kon verzoenen. Kort na aankomst in Parijs vond zij een leraar, de componist Florido Tomeoni (1755-1828), die reeds enige bekendheid had verworven als componist en muziek. Hij beloofde haar een poging te wagen aan L’ incognito.

Traité d'harmonie et d'accompagnement selon les préceptes de Durante et Léo, fondateurs de l'harmonie dans les conservatoires de Naples par Florido Tomeoni, élève de l'École de Durante, 1799

Haar broer Vincent schreef zij in november 1786:

‘Je vraagt hoe ik leef? Op een heel eigenaardige manier: Ik heb nog steeds mijn bekende kwaaltjes en sta verbaasd dat je daarmee blijkbaar leven kunt. Ze verzwakken me trouwens niet erg en weerhouden me er niet van iedere dag zes, acht of tien uur achter mijn klavecimbel te zitten. Dat is geen genoegen meer maar een ontembare drift.

 Ik schrijf iedere dag een menuet, allegro of andante. Ik zit nu in mijn bed te schrijven, maar zodra ik opgestaan ben, ga ik spelen en noteer een melodie die ik al tienmaal gezongen hebt voor ik die opschrijf, geïnspireerd door een paar woorden: ‘Perdona amato Nice'; dat komt uit een cantate van Metastasio, waarvan ik alleen de betekenis ken, het algemene thema en dit. Die passie houdt me al achttien maanden bezig en sinds zeven maanden doe ik nu niets anders meer. Ik heb daarvoor de mooiste hulp gevonden bij een jonge Duitse componist [blijkbaar een opvolger van Tomeoni]

Er zijn van mij of van ons, 9 sonaten voor klavecimbel gegraveerd, met zes andere is men bezig, er moet trouwens nog meer gegraveerd worden, en zojuist heb ik viooltrio's geschreven. Ik ben daarbij geholpen en gecorrigeerd en de cello-partijen zijn niet van mij, maar al doende, componerend, vragend, luisterend, oordelend, kiezend, heb ik behoorlijk wat harmonieleer opgestoken, elke dag gaat het mij beter af en heb ik minder hulp nodig. Mijn leraar staat verbaasd over de vruchtbaarheid van mijn verbeelding en heeft er bijna net zoveel plezier in als ik… Zodra ik opsta tot middernacht, of een uur of één, is er enkel maar sprake van muziek.'

Klik hier voor de vorige aflevering.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links