CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2015

 

Schumann - Complete Symphonic Works
Vol. 1-2-3 - Heinz Holliger

Schumann: Symfonie nr. 1 in Bes, op.38 'Frühling' - Ouverture, Scherzo & Finale in E, op. 52 - Symfonie in d (originele versie 1841)
WDR Sinfonieorchester Köln o.l.v. Heinz Holliger
Audite 97.677 72'
Opname: januari & maart 2012, Philharmonie, Keulen

Schumann: Symfonie nr. 2 in C, op. 61 - Symfonie nr. 3 in Es, op. 97 'Rheinische'
WDR Sinfonieorchester Köln o.l.v. Heinz Holliger
Audite 97.678 67'
Opname: januari & maart 2012, Philharmonie, Keulen

Schumann: Celloconcert in a, op. 129 - Symfonie nr. 4 in d, op. 120
Oren Shevlin (cello), WDR Sinfonieorchester Köln o.l.v. Heinz Holliger
Audite 97.679 53'
Opname: april 2013, Philharmonie, Keulen

 

.it takes a fine orchestra to play Schumann.
Leonard Bernstein

Het afgelopen jaar is een lawine aan nieuwe registraties van de symfonieën van Robert Schumann over ons uitgestort. De Berliner onder Rattle, Yannick Nézet-Seguin met het Chamber Orchestra of Europe, Robin Ticciati met zijn Scottish Chamber Orchestra en de hier te bespreken Heinz Holliger met het Keulse WDR Orchester. Collega Aart van der Wal besprak hier de live-opname van Yannick. Een jaar eerder verscheen de registratie van de Radio Kamer Filharmonie onder chefdirigent Michael Schönwandt op het label Challenge, hier besproken door collega Maarten Brandt. Bij iedere nieuwe uitgave laait de discussie over Schumanns kwaliteiten als orkestrator opnieuw op. Daarbij is de - bijna - onveranderlijke uitkomst dat Schumann zo gek nog niet was, mits je maar speelt wat er staat. Datzelfde geldt qualitate qua natuurlijk ook voor Beethoven, en wie een antieke opname van Weingartner vergelijkt met een recente van Antonini zal versteld staan over wat er allemaal mogelijk is wanneer je gewoon speelt wat er staat.

Er is natuurlijk ook nog zoiets als 'de geest van de muziek' tegenover 'de letter van de partituur'. Neem de Derde symfonie van Schumann. Zo rond 60 seconden in het eerste deel wordt het hoofdthema in de strijkers canonisch gevolgd in de blazers. De orkestratie op die plek is dusdanig dat, als je gewoon speelt wat er staat, van die canonische gang nauwelijks iets te horen is. Gustav Mahler vond dat dat anders moest, en bracht een retouche aan waarbij - onder andere - de derde en de vierde hoorn de canon komen versterken. Bij Schumann blèren alle vier de hoorns gewoon met de strijkers mee. Geen wonder dat die geniale canon verzuipt. Heeft Schumann dat zo bedoelt? Natuurlijk niet. Wat zou Schumann van Mahlers vrijpostigheid gevonden hebben? We weten het niet.

Wie de moeite neemt om een aantal - bij voorkeur oudere - opnamen op dit punt met elkaar te vergelijken komt er al snel achter dat talloze maestri evenvele oplossingen voor dit en soortgelijke problemen hebben gevonden. Sommigen kiezen voor Mahlers redactie zonder daarover uit te weiden (Giulini), anderen kiezen voor eigen alternatieven (Bernstein). Na een aantal luistersessies mijnerzijds lijkt Bernstein al in 1953 voor het toenmalige Amerikaanse Decca voor een behoorlijk stevige piketpaal gezorgd te hebben. Niet met zijn latere New York Philharmonic, maar met het New York Stadium Symphony Orchestra. Compleet met een gesproken toelichting op de tweede symfonie waarbij hij zonneklaar maakt dat je aan de noten van Schumann niets hoeft te veranderen, maar gewoon het strijkorkest niet te groot moet bezetten en de balans heel goed in de gaten moet houden. Een en ander is te beluisteren op Spotify, fascinating stuff. Wel oppassen dat u niet in de war raakt met de latere opname van de Wiener Philharmoniker.

De Zwitserse hoboïst, componist en dirigent Heinz Holliger heeft zich in al zijn disciplines intensief met het werk van Schumann beziggehouden. Als componist leidde dat tot verassende resultaten, getuige zijn Romancendres (hier besproken door Aart van der Wal). Als dirigent munt Holliger in de eerste plaats uit door een buitengewoon scherp en precies gehoor, tot op de Herz nauwkeurig. Zijn slagtechniek sluit niet naadloos aan op die precisie, en dat hoor je bijvoorbeeld in de wat rommelige start van de Eerste symfonie. Oplettende luisteraars zullen overigens even schrikken bij de openingsmaten van die Eerste - het motto thema klinkt daar een terts lager dan we gewend zijn. Het was Schumanns originele gedachte - identiek aan de noten van het snelle eerste hoofdthema - waarop hij terugkwam door de beperkingen van de toenmalige koperen instrumenten.

Bij iedere nieuwe uitgave van deze werken lijkt een hosanna op te klinken van enthousiaste muziekscribenten die onvermoede en niet eerder gehoorde details menen waar te nemen. Natuurlijk zijn er kolossale verschillen tussen Holliger van nu en Bernstein van een halve eeuw geleden. Maar wie van de twee de geest van Schumann beter begrepen heeft mag ieder voor zich uitmaken. Wel intrigerend dat juist twee dirigenten die zelf niet onverdienstelijk componeren zich zo gepassioneerd in Schumanns scheppende geest proberen in te leven.

Al luisterend stuitte ik ook op de opname die Hans Vonk met ditzelfde orkest in Keulen maakte in de periode dat hij daar chefdirigent was. Te oordelen naar zijn biografie had hij het daar niet erg gezellig, maar zo te horen werd er onder zijn leiding in live-opnamen meer dan voortreffelijk gepresteerd. EMI heeft dat indertijd uitgebracht en ze zijn in meerdere incarnaties uitgegeven - collega van der Wal heeft ze hier besproken. Nu lijken ze even niet beschikbaar, dus bij dezen een dringend verzoek aan Warner Classics. Hans hield zielsveel van Schumann en het Kölner Rundfunk Sinfonieorchester is onder zijn leiding a fine orchestra indeed.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links