CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2014

 

Schumann: de symfonieën

Symfonie nr. 1 in Bes, op. 38 (Frühling) - nr. 2 in C, op. 61 - nr. 3 in Es, op. 97 (Rheinische) - nr. 4 in d, op. 120 (1851)

Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Yannick Nézet-Séguin

DG 479 24371•58' + 67' • (2 cd's)

Live-opname: november 2012, Cité de la Musique, Parijs

 

Ook met het beste visgerei blijft het vissen in stilstaand water, met deze zoveelste opname van de vier symfonieën van Robert Schumann; en het einde daarvan is zeker nog niet in zicht, want enige dagen geleden kondigden ook de Berlijners een nieuwe uitgave onder hun chefdirigent Simon Rattle aan.

De jonge(re) dirigentengeneratie valt, afgezien van de artistieke kwaliteiten, in twee categorieën uiteen: zij die creatief (willen) programmeren en zij die dat niet doen. Yannick Nézet-Séguin mag zich tot de tweede categorie rekenen: hij is niet op het grote eigentijdse avontuur uit, dirigeert het liefst het ijzeren repertoire, maar doet dat wel op hoog niveau. Het lijkt me niet voldoende om daarmee de toekomst in te gaan, maar vooralsnog viert hij uitsluitend triomfen en behoort hij tot de meest gevraagde dirigenten, zowel in als buiten Europa. En passant is deze jonge Canadees ook nog chefdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest; met de nadruk op en passant, want voor een chef is hij wel erg weinig bij 'zijn' orkest te vinden, een ontwikkeling trouwens die niet op zichzelf staat.

Zijn kersverse Schumann-cyclus is van uitstekend gehalte, met alle ingrediënten die deze muziek van nature nodig heeft: frisheid, luciditeit, lyriek, maar ook martiaal en dwingend. Yannick heeft bovendien naar zijn grote voorgangers geluisterd: ik hoor trekjes die zowel aan Furtwängler als aan aan Bernstein refereren; waar niets mis mee is, want de muziekgeschiedenis moet niet alleen worden gekoesterd, maar er kan ook lering uit worden getrokken. Zonder verleden geen toekomst zogezegd.

Verstandig dat Yannick - evenals Michael Schønwandt vóór hem, toen met de inmiddels niet meer bestaande Radio Kamer Filharmonie - een kleinschalige, soms bijna kamermuzikale benadering koos, daarbij uiteraard geholpen door een bescheiden gehouden bezetting. Dat het live-uitvoeringen zijn hoor je er zeker vanaf: het fonkelt en het spettert, maar de orkestklank lijdt er niet onder, integendeel. Noblesse oblige domineert, in de strijkers en blazers gebeuren wondertjes, maar klankschoonheid wordt nooit een doel op zich. Als er al sprake is van cosmetisering, dan past die wel in dit fraai uitgelegde expressieve parcours. Een briljante prestatie van orkest en dirigent. De somber getinte hechtheid van de Vierde symfonie (Furtwänglers lezing uit 1953, eveneens op DG, blijft uniek, al is het alleen maar door die door merg en been gaande overgang van het derde naar het vierde deel ) staat in fraai contrast met de fel schijnende voorjaarszon in de Eerste en de fraai uitgesponnen lyriek in het Adagio van de Tweede, naast de grandeur van de gul stromende Rijn in de Derde symfonie. Of er later nog is nabewerkt weet ik niet, maar het klinkt allemaal voortreffelijk, niet in de laatste plaats dankzij de zeer geslaagde opname. Zoals gezegd, de zoveelste Schumann-cyclus, maar wel een heel mooie en daarmee tevens Yannicks eerste symfonische cyclus op cd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links