CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2011

 

 

Beethoven: Pianoconcert nr. 4 in G, op. 58 – Pianosonate nr. 14 in cis, op. 27 nr. 2 (Mondschein) – nr. 31 in As, op. 110.

Dejan Lazic (piano), Australian Chamber Orchestra, concertmeester Richard Tognetti.

Channel Classics CCS SA 30511 • 70' • (sacd)

 

 


Hoewel in de wereld van de klassieke muziek links en rechts de alarmbellen rinkelen, schrijdt de karavaan van Beethoven ongehinderd voort. Ga maar na: in iets meer dan een jaar tijd verschenen er zes nieuwe opnamen van Beethovens Vierde pianoconcert, en dan laat ik, om het overzichtelijk te houden, de minder interessante uitgaven buiten beschouwing. Dat komt neer op een nieuwe registratie voor elke twee maanden van het jaar; ik som ze even op.

In december 2009 voltooide Ronald Brautigam zijn integrale voor BIS, met het orkest van Norrköping onder Andrew Parrott; een uitvoering waarin de nadruk wordt gelegd op het kamermuzikale aspect van deze partituur, gecombineerd met verworven inzichten in de uitvoeringspraktijk op oudere instrumenten; als extra werd gebruikgemaakt van de door Barry Cooper ontcijferde tweede editie (1808), het resultaat van een concertuitvoering door de meester zelf. Een unieke en schitterende cd (klik hier). In maart 2010 verscheen een live opname van de concerten 4 en 5 op het label ECM, door Till Fellner en Kent Nagano met het Orchestre Symphonique de Montréal, die eveneens enthousiast werd onthaald (klik hier). Diezelfde maand voltooide Olli Mustonen met het Finse Tapiola Sinfonietta zijn complete registratie van de vijf concerten plus de pianoversie van het Vioolconcert voor het label Ondine, een in orkestraal opzicht kleinschalige benadering waarin Mustonen tevens als dirigent optreedt. Paul Lewis voegde zijn registratie van de vijf concerten – zonder extra’s – toe in oktober 2010, met een afgeslankt BBC Symphony Orchestra onder chef Jiri Behovlavek, voor het label Harmonia Mundi (klik hier). Yevgeni Sudbin werd in Minnesota bijgestaan door Osmo Vänskä in de eerste aflevering van zijn integrale, een cd die in oktober 2010 uitkwam op het label BIS (klik hier).

Je moet van goeden huize komen om daar nog iets aan toe te voegen, maar toch is dat precies wat Dejan Lazic doet, bijgestaan door het Australisch Kamerorkest onder leiding van concertmeester Richard Tognetti. Net als in de registratie van Mustonen hebben we hier te maken met een ‘dirigentloze’ uitvoering, en een ditto kleine orkestbezetting. Een strijkersbezetting van zes eerste en zes tweede violen, vier altviolen en vier celli, plus twee contrabassen klinkt echt anders dan een orkest dat onderaan begint met zes of zelfs acht contrabassen – ervan uitgaande dat ze allemaal uitstekend spelen. Een opname uit 1999 die de oude reus Kurt Masur maakte met zijn New York Phil en Helène Grimaud laat horen waar dat toe leidt. Beethoven de Titaan die ons bijna twee eeuwen lang in toenemende mate is verkocht, de componist wiens door doofheid gedreven neiging tot uitersten dankbaar werd opgepakt door megalomane dirigenten en concertorganisatoren die zijn werken in alsmaar groter wordende concertzalen aan alsmaar groter wordende mensenmassa’s wilden voorstellen.

Dat kan anders, moet Dejan Lazic gedacht hebben, en toen hij stuitte op een uitgave voor de gereduceerde bezetting van piano en enkelvoudige strijkers was zijn nieuwsgierigheid voldoende geprikkeld om daaruit impulsen te halen voor zijn interpretatie. De eerste impuls is uiteraard om de orkestbezetting tot een minimum te beperken, maar dat is op zich niets nieuws, talloze kamerorkesten met deze strijkersbezetting hebben deze partituur op de lessenaar gehad, en op de overige instrumenten valt uiteraard niet te ‘bezuinigen’. Toch wordt de ‘gebarentaal’ bij zo’n minder opgeblazen orkest intiemer, en dat is wat deze uitvoering, en die van Brautigam en Sudbin, en ook die van Lewis, typeert. Ieder van deze pianisten heeft een eigen verhaal te vertellen, en in het verhaal van Lazic ligt het accent op de intimiteit. Al in de eerste maat valt hij op door het pedaal nu eens niet ingedrukt te houden, en daardoor een minieme stilte te creëren voor de volgende drie staccato-akkoorden – hetzelfde gebeurt immers bij de orkestinzet? Maar er is nog iets: hij ziet kans om die eerste maten weemoedig te laten klinken, en dat is net weer even anders dan de kalme berusting die in de andere opnames doorklinkt.

Lazic is behalve pianist ook componist. Hij bewees zijn kwaliteiten in die hoedanigheid al eens als bewerker van het Vioolconcert van Brahms tot een heus Derde pianoconcert (klik hier). Collega Aart van der Wal heeft zich in deze pagina’s dikwijls sterk gemaakt voor de geïmproviseerde cadens. Hier krijgt hij zijn zin. Lazic heeft zijn eigen cadens meegebracht, en zal ongetwijfeld nog wel de nodige stormen over zich heen krijgen, want die van Beethoven (er zijn er twee, een kortere en een lange versie) zijn natuurlijk beter. Dejan Lazic zal de laatste zijn om dat te ontstrijden, maar hij heeft tenminste bewezen dat hij lef heeft – net als in die Brahmsbewerking. En dat is nou net waar het om gaat.
Tognetti en zijn orkest mogen ook wel even worden genoemd, want het meest orenspitsende moment van deze cd vindt u bij de inzet van het tweede deel, waar Tognetti zijn strijkers aanzet om alle noten, ook de kortste, staccato te spelen. Daardoor wordt een dreigende, bijna agressieve toon gezet, die bij andere opnames hooguit het predicaat dramatisch verdient. Was het Franz Liszt die dit deel omschreef als de scène uit ‘Orpheus en Euridice’ waarin Orpheus de goden van de onderwereld moet vermurwen met zijn spel? Hier gebeurt het.

Dit is een live-opname van het soort dat we zo langzamerhand wel kennen: van het publiek merk je niets totdat er een oorverdovend applaus uit je luidsprekers of koptelefoon losbarst. Soms verwacht je dat en soms schrik je je kapot. In dit geval schrok ik er niet van, maar gezien het feit dat de cd nog meer te bieden heeft werkt het storend.

Wat heeft de cd nog meer te bieden? Twee pianosonates: de onvermijdelijke Mondscheinsonate en de ongrijpbare Sonate nr. 31 in As. Repertoire waarin Lazic zich net zo fris opstelt als in het Vierde pianoconcert. Zo valt hij op door spaarzaam pedaalgebruik, dat resulteert in een transparant klankbeeld, en in de fuga van Sonate 31 is dat een weldaad. Beethoven heeft zich hier overduidelijk gelaafd aan zijn idool Johann Sebastian Bach, maar Bach had een clavecimbel en de dove Beethoven had een Broadwood-piano. Wie deze sonate op een Steinway van bijna drie meter gaat spelen moet dus weten wat hij doet. Het blindelings opvolgen van de dynamische aanwijzingen lijdt tot natuurrampen. Daniel Barenboim, toch niet de minste zou je zeggen, veroorzaakt met de oktaven in de slotmaten van de fuga een pandemonium dat verduidelijkt waarom sommige mensen de late Beethoven niet zo zien zitten.
Lazic heeft van dit alles geen last. Hij heeft zich op de hoogte gesteld van de beperkingen van de instrumenten waarvoor Beethoven schreef, en heeft die ervaring verwerkt in zijn interpretaties. Zijn Beethoven overdrijft niet, blijft doorzichtig, en is doordrongen van gezond muzikaal verstand. De sonates zijn niet live opgenomen, maar werden geregistreerd in het Eindhovense Muziekcentrum, een plek waar Channel zich thuis voelt.

Zo’n schijfje moet natuurlijk wel verkocht worden. Gezien de frequentie waarmee nieuwe opnamen de catalogus blijven overspoelen, is het zeker niet eenvoudig om op te vallen. Channel Classics heeft daarvoor een simpele, maar doeltreffende filosofie: volg de artiest. Dejan Lazic heeft een goedgevulde agenda, en daar waar hij optreedt zal het publiek een hebbedingetje mee naar huis willen nemen.

Ronald Brautigam, Jevgeny Sudbin, Till Fellner, Paul Lewis, Olli Mustonen, Dejan Lazic: ieder voor zich proberen ze om het beeld dat in de loop van bijna twee eeuwen is opgebouwd van Ludwig van Beethoven van een vettige laag vernis te ontdoen. Conclusie: Iedere generatie zijn eigen Beethoven.
En wat betreft Dejan Lazic: een pianist met lef!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links