CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2010

 

 

Beethoven: Vioolconcert in D op. 61 –
Vioolromance nr. 1 in G, op. 40 – nr. 2 in F, op. 50.

Liza Ferschtman (viool), The Netherlands Symphony Orchestra (Orkest van het Oosten) o.l.v. Jan Willem de Vriend.

Challenge Classics CC72384 • 58' • (sacd)

www.lizaferschtman.com

www.challenge.nl


Tussen de vijf Vioolconcerten van Mozart uit 1775 en het Vioolconcert van Mendelssohn uit 1844 torent het machtige Vioolconcert van Beethoven uit 1806, het enige werk uit die periode dat tot het actieve repertoire van vrijwel iedere violist behoort. Sterker nog: het meest geliefde vioolconcert aller tijden. Er gaat waarschijnlijk geen dag voorbij, of het wordt wel ergens gespeeld. Dat was niet altijd het geval, want na de première van het werk op 23 december 1806 werd het werk bijna veertig jaar lang niet of nauwelijks uitgevoerd.

Voor Beethoven was 1806 een uiterst vruchtbaar jaar, dat meesterwerken opleverde als de Vierde symfonie, het Vierde pianoconcert, de Appassionata pianosonate en de drie Rasumowsky strijkkwartetten. Het Vioolconcert ontstond in de ongelofelijk korte tijd van de vier weken die voorafgingen aan de première. Het verhaal doet de ronde dat de solist bij die gelegenheid, Franz Clement, het stuk voor een groot deel van blad stond te lezen. Dat het concert een succes werd was eerder te danken aan de solist dan aan de componist. Clement was muziekdirecteur van het Theater an der Wien, waar een paar jaar eerder Beethovens Fidelio zijn première had beleefd. Hij had het concert georganiseerd als zijn eigen benefietconcert en Beethoven om een Vioolconcert verzocht. Het meeste succes oogstte hij echter met zijn eigen solo’s, vooral met het kunstje om met de viool op zijn kop en met gebruik van slechts één snaar een nummer ten beste te geven.

Het zou tot 1844 duren voordat het concert zijn eerste waardige uitvoering ontving, toen de twaalfjarige violist Joseph Joachim en zijn dirigerende vriend Felix Mendelssohn in Londen een uitvoering van het werk verzorgden die de Britten in extase bracht. De triompftocht kon beginnen. Dat hing ook samen met het feit dat rond diezelfde tijd een kentering ontstond in de programmering van publieke concerten, waarvan het repertoire traditiegetrouw altijd uit nieuwe muziek had bestaan. Mozart, Haydn en Beethoven brachten hun eigen werken ten gehore en men piekerde er niet over om stukken van dode componisten te spelen. Mendelssohn bracht daar verandering in. Met zijn Gewandhausorchester te Leipzig bracht hij de Matthaeuspassion van Bach, de grote oratoria van Handel, en de symfonieën van Mozart, Beethoven en Schubert, opnieuw onder de aandacht en vestigde daarmee een nieuwe traditie die tot op de dag van vandaag stand houdt, en waarin dode componisten belangrijker zijn dan levende.

Het begin van Beethovens Vioolconcert (autograaf)

Uiteraard is de discografische geschiedenis van het Vioolconcert een uitgebreide affaire, met vele honderden opnamen, te beginnen in 1926 met de legendarische registratie door Fritz Kreisler met het orkest van de Hofoper Berlin onder Leo Blech. Kreisler was toen vijftig jaar oud en nog steeds in topvorm. Hij is het ook geweest die voor eigen gebruik de cadenzen voor het eerste en het derde deel componeerde, cadenzen die voor het overgrote deel van de violistengeneraties na hem gemeengoed zijn geworden. Uiteraard zijn er tientallen componisten en violisten geweest die zich eveneens op die klus geworpen hebben, waaronder Ferdinand David, Joseph Joachim, Henri Vieuxtemps, Henryk Wieniawski, Camille Saint-Saëns, Ferruccio Busoni, Leopold Auer, Eugène Ysaÿe, Nathan Milstein en Alfred Schnittke (voor Gidon Kremer). Ze zijn allemaal te horen op een alleraardigste cd van het label Biddulph (LAW 017), gespeeld door Ruggiero Ricci.

Op verzoek van componist en muziekuitgever Muzio Clementi maakte Beethoven een versie voor piano van zijn vioolconcert, en hij voorzag die van cadensen waarin hij een belangrijke rol inruimde voor de pauken. Het spreekt vanzelf dat violisten daarvan dankbaar gebruik hebben gemaakt door die weer terug te vertalen naar de viool. De bekendste transcripties zijn van Max Rostal en Wolfgang Schneiderhan, en de laatste wordt op deze cd gespeeld.

Dat brengt ons op de soliste, Liza Ferschtman (1979), één van de drie grote jonge internationale viooltalenten die Nederland op dit moment rijk is, de andere twee zijn natuurlijk Janine Jansen en Simone Lamsma. Alledrie hebben ze een platencontract, Liza met Challenge, Janine met Decca en Simone met Naxos. Nederland bracht al eerder grote vrouwelijke viooltalenten voort, maar het is nog niet eens zo lang geleden dat de viool in het openbaar uitsluitend een instrument voor mannen was. Tot laat in de twintigste eeuw waren zelfs alle strijkers in de orkesten van Wenen en Berlijn van het mannelijk geslacht, en tot aan het midden van de vorige eeuw vinden we nauwelijks een vrouwelijke vioolsoliste in de archieven. De grote uitzondering is Ginette Neveu, die als vijftienjarige David Oistrakh achter zich liet in de Wieniawski Competitie, maar helaas al op haar dertigste omkwam in een vliegramp op de Azoren. Van haar bestaat gelukkig ook een opname van het Beethovenconcert, zinderend en smachtend zoals ze speelde, vastgelegd door de Südwestfunk, met Hans Rosbaud als dirigent, in het jaar van haar dood, 1949.

Het heeft geen zin om alle beroemde opnames van dit werk de revue te laten passeren, en om het veld in te perken kunnen we ons richten op de meest recente opnames, die – hoe kan het anders – op één na gemaakt zijn door vrouwelijke violisten. Die uitzondering is Renaud Capuçon, met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Yannick Nézet-Séguin voor Virgin, met als merkwaardige koppeling het filmconcert van Korngold (klik hier). Paul Korenhof besteedde in deze pagina’s aandacht aan ‘Drie Amazones op de viool’ (klik hier), waarin Lisa Batiashvili en Janine Jansen met hun nieuwe Beethovens aan bod komen. Van de jongere generatie beet de toen twintigjarige Hilary Hahn in 1999 het spits af in een registratie die vooral wil laten horen dat ze prachtig viool kan spelen (Sony, heruitgegeven in een Hahn-box). Aan dit rijtje moeten we nog twee dames toevoegen, de stijlbewuste Isabelle Faust (2007, Harmonia Mundi), en de Russische Patricia Kopatsjinskaja, die bijgestaan wordt door Phillipe Herreweghe (Naive). Kopatsjinskaja houdt van show, speelt graag op blote voeten en haar Tsjaikovsky is adembenemend, maar ondanks het feit dat ze het orkest volgt in het gebruik van oude instrumenten is haar interpretatie een tikje wispelturig.

Dit is waarschijnlijk het enige concert waarop de omschrijving virtuoos totaal niet van toepassing is. Het is een moeilijk stuk, zeker, maar het element spektakel ontbreekt volkomen. Het is een op en top lyrisch, zangrijk werk waarin de conflicten die Beethoven in vrijwel al zijn grote partituren uitvecht, ontbreken. De lyriek kan heel gemakkelijk uitlokken tot vals sentiment, zoals in de tweede opname die Anne-Sophie Mutter produceerde (met Masur op DG). De kunst is om de intense zangerigheid van het eerste deel, het ingetogen verlangen van het Larghetto, en de gecontroleerde vreugde van het Rondo te vangen in violistiek die in de eerste plaats goudeerlijk moet zijn. Ieder effectbejag werkt contraproductief. Dirigent Jan Willem de Vriend heeft al eerder laten horen een kerngezonde kijk op Beethoven te hebben (klik hier) en Liza Ferschtman heeft in hem de ideale partner gevonden. Haar spel is boeiend, vertellend, prachtig van toon, smaakvol in het gebruik van vibrato, ragzuiver en bovenal: herkenbaar en onverwisselbaar. Als ik niet beter wist zou ik denken dat zij de opname van Kreisler uit 1926 als voorbeeld heeft genomen. In ieder geval speelt ze in het derde deel de cadens van Kreisler, en alleen al daarom moet u deze cd eens beluisterd hebben. Zij geeft haar eigen zeer persoonlijke draai aan de noten, waar de grote meester vast om zou hebben moeten glimlachen. Het Orkest van het Oosten (dat zichzelf in het buitenland The Netherlands Symphony Orchestra noemt) heeft zich onder Jan Willem de Vriend tot een Beethoven-orkest met een eigen geluid ontwikkeld. De opname is glashelder, geeft geen overdreven voorrang aan de soliste en laat de blazerssoli goed tot hun recht komen. Een mooie (sac)cd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links