CD-recensie

 

© Paul Korenhof, januari 2019

 

Wagner: Götterdämmerung
Gun-Brit Barkmin (Brünnhilde), Daniel Brennas (Siegfried), Eric Halfvarson (Hagen), Peter Kálmán (Alberich), Shenyang (Gunther), Amanda Majeski (Gutrune), Michelle DeYoung (Waltraute), Eri Nakamura (Woglinde), Aurhelia Varak (Wellgunde), Hermine Haselböck (Flosshilde), Sarah Castle (1. Norn), Stephanie Houtzeel (2. Norn), Jenufa Gleich (3. Norn)
Chor der Bamberger Symphoniker
Staatskoor Letland
Hong Kong Philharmonic Chorus
Hong Kong Philharmonic Orchestra
Dirigent: Jaap Van Zweden op
Naxos 8.660428-31 (4 cd's)
Opname: Hong Kong, 18 & 21 januari 2018

   

Nu ook Jaap van Zweden een complete Ring des Nibelungen op zijn naam heeft staan, kunnen wij ons bijna niet meer voorstellen hoe opzienbarend een halve eeuw geleden de eerste fonografische uitgave was. Toen Solti en Culshaw hun Decca-Ring voltooiden, stonden kranten en tijdschriften vol over dat evenement, werd er door de BBC een documentaire aan gewijd, verschenen er boeken over dat mirakel en belegden wagnerianen over de hele wereld luisteravonden waarop menigeen de complete partituur voor het eerst in cyclische vorm kon ondergaan.

Inmiddels zijn we vijftig jaar, ruim twee dozijn cd-uitgaven, een tiental verfilmingen plus diverse 'streamings' verder, en heeft zelfs DNO de Ring vaker uitgevoerd dan menige opera uit het populaire 'ijzeren' repertoire. Desondanks blijft rond Wagner's tetralogie een aureool van mystiek en grootsheid hangen, al was het maar door de omvang. Iedere uitvoering blijft daardoor iets bijzonders en het dirigeren van een 'eigen' Ring lijkt voor menige dirigent belangrijker dan een Beethoven of Mahler-cyclus.

Dat Jaap van Zweden de gelegenheid zou aangrijpen om met zijn Hong Kong Philharmonic zijn eigen versie aan het geheel toe te voegen, is niet verwonderlijk. Belangrijker is dat hij er daarbij ook nog eens een uitvoering verzorgde die orkestraal niet voor menig andere onderdoet. Met zoveel opnamen is een ouderwetse vergelijkende discografie onmogelijk (alleen al voor het beluisteren van de cd's zijn zeven volle werkweken nodig!), maar wel heb ik regelmatig steekproeven genomen om mijn herinnering te testen en steeds voelde ik dan bewondering voor wat Van Zweden voor elkaar kreeg (klik hier voor de bespreking van Das Rheingold en Die Walküre en hier voor die van Siegfried).

Een probleem blijft echter Van Zweden's geringe theaterervaring in dit repertoire, wat enkele malen leidt tot een duidelijke verslapping van de spanningsboog, vooral door een gebrek aan inzicht in de muzikale dramatiek. Het klinkt allemaal prachtig, maar niet altijd met het juiste dramatische effect. Zo hoor ik aan het slot van de proloog te weinig van de ontsteltenis van de Nornen als hun draad breekt en dat vermindert ook het muzikale maar in feite theatrale contrast met het daarna opbloeiende 'Tagesgrauen'.

Een ander probleem vormt de bezetting met niet alleen drie verschillende Brünnhildes en twee Siegfrieds, maar ook met zangers die de ervaring en de autoriteit voor deze partijen missen. Dat gevoel bekroop mij de afgelopen jaren in toenemende mate en maakt dat Götterdämmerung vocaal bepaald niet het meest geslaagde deel van deze Ring is geworden. Zo zingt Gun-Brit Barkman ondanks een soms wat vreemde klank van haar borstregister een Brünnhilde die het in menig theater goed zou doen, maar voor een cd-uitgave mist zij vooralsnog de vocale (uit)straling en de nodige autoriteit in haar voordracht, en hetzelfde kan gezegd worden van de tenor Daniel Brenna als Siegfried. Beiden staan aan het begin van hun carrière en zijn alleen al daardoor geen partij voor solisten met een grote Wagner-ervaring in andere opnamen.

In dit gezelschap lijkt Eric Halfvarson in het eerste bedrijf de show te stelen, als hij met zijn zwarte bas een Hagen neerzet die opgewassen lijkt tegen de vergelijking met Gottlob Frick en Josef Greindl. Naarmate het werk vordert boet zijn vertolking echter aan kern in en moet hij enkele malen zelfs zijn toevlucht nemen tot een 'veristisch acteren'. Het lijkt of hij uiteindelijk minder goed bij stem was dan zijn eerste scènes deden vermoeden, waarmee ook deze cruciale rol hier uiteindelijk niet kan overtuigen.

Het gevolg is dat de beste vocale prestaties te beluisteren zijn in rollen die over het algemeen niet de meeste aandacht trekken met om te beginnen een welluidende Gutrune van Amanda Majeski. Imponerend rond en warm klinkt bovendien de Waltraute van Michelle DeYoung en het is jammer dat in haar twintig minuten durende scène de spanning een beetje inzakt.

Ondanks een fraaie, goed gehanteerde stem en een heldere articulatie weet de Chinese bariton Shenyang echter niet veel te maken van Gunther. Peter Kálmán is daarentegen uitstekend op zijn plaats in de scène van Alberich en ten onrechte werd zijn naam niet opgenomen in het rijtje solisten dat de cd-box siert. Ook de drie Nornen mogen gehoord worden, maar in de scène van de Rheintöchter kreeg ik de indruk dat hier meer op samenzang dan op samenklank was gewerkt. In plaats van drie vocaal versmeltende sirenes lijken zij drie lichte dames die ieder voor zich Siegfried willen inpalmen. Wat dat betreft denk ik nog altijd met weemoed terug aan een Götterdämmerung in de beginjaren van DNO met Cristina (toen nog Christina) Deutekom, Nelly Morpurgo en Emmy Greger als een trio van ongenaakbare schoonheid!

Zoals we van Naxos gewend zijn, is de presentatie aan de sobere kant en wordt voor het libretto (in het Duits en het Engels) naar de website verwezen. Klanktechnisch blijven echter weinig wensen onvervuld en pure luxe is de versterking van het koor van het Hong Kong PO met mannenkoren uit Riga en Bamberg.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links