LP-recensie

100 jaar Maria Callas (2)

 

© Paul Korenhof, december 2023

Puccini: Turandot

Maria Callas (Turandot), Eugenio Fernandi (Calaf), Elisabeth Schwarzkopf (Liù), Giuseppe Nessi (Altoum), Nicola Zaccaria (Timur), Mario Boriello (Ping), Renato Ercolani (Pang), Piero De Palma (Pong, Il principe di Persia), Giulio Mauri (Un mandarino), Elisabetta Fusco (Prima voce), Pinuccia Perotti (Seconda voce)
Teatro alla Scala
Dirigent: Tullio Serafin
Warner Classics 5054197604836 (3 lp's)
Opname: Milaan, 9-13 & 15 aug. 1957

 

In de jaren negentig van de vorige eeuw, toen vrijwel iedereen de cd op handen droeg, was onder fervente aanhangers van de lp reeds een bijzondere aandacht te constateren voor opnamen van Callas. Dat begon bij het aan EMI gelieerde label Testament, opgericht door de vorig jaar overleden Stewart Brown. In zijn overwegend op Wagner en symfonische muziek gerichte catalogus nam Callas van begin af aan een eigen plaats in met drie heruitgaven uit de EMI-catalogus: haar eerste Tosca onder leiding van Victor De Sabata (herpersing van Columbia CX 1094) en twee recital-lp's: Mad Scenes met delen uit Anna Bolena, Hamlet en Il pirata (SAX 2320), en French Operatic Arias (SAX 2410).

De lp's van Testament met daaronder ook Bayreuther lp-premières (de eerste naoorlogse Götterdämmerung onder Knappertsbusch en de Ring onder Keilberth uit 1956) worden gepresenteerd als 'audiofiele' platen van 180 gram, minder gevoelig voor statische lading en andere invloeden, en met een groef die meer 'body' opleverde - of suggereerde. Indien mogelijk werd gebruik gemaakt van de oorspronkelijke matrijs, terwijl de hoezen kopieën zijn van die van de eerste (Engelse) uitgave. Andere labels zagen echter eveneens een markt in de populariteit van de Griekse diva en brachten diverse verzamelplaten met losse fragmenten uit, maar ook verscheen er een 'grijze' heruitgave op twee lp's van La Bohème.

Warner-lp's
Na de overname van de EMI-catalogus luidde Warner Classics in 2014 een nieuwe fase in met - parallel aan een cd-box met alle studio-opnamen van Callas - een heruitgave van de complete Carmen op drie 180 grams lp's. Op enkele details na (o.a. het Warner-logo in plaats van dat van EMI) was de presentatie wederom gelijk aan de oorspronkelijke uitgave, maar de persing werd aangekondigd als 'Newly remastered from the original stereo tapes'. Daarnaast presenteerde Warner enkele recitalplaten met daaronder een bijzonder aantrekkelijke heruitgave van Callas at La Scala met fragmenten uit Medea, La Vestale, La sonnambula en I puritani (met de befaamde cover van een hollende Callas as Giulia in La Vestale).

De honderdste geboortedag van Callas leidde - naast de verzamelbox met vrijwel alle eerdere cd-uitgaven (klik hier) - tot de verschijning van twee complete opera's op lp, ditmaal niet als replica's maar als nieuwe uitgaven. De doos wordt ook niet meer werd gesierd door de originele tweekleurige tekening van de Scala, die nu verplaatst is naar de voorzijde van het nieuwe tekstboek (met tweetalig libretto). Opvallend is bovendien dat de plaatkanten zijn voorzien van zichtbare 'tracks': een bredere groefruimte die bij het zoeken van een fragment de kans op beschadigingen moet verkleinen. Zoals de in 2014 gepresenteerde cd-versie een vooruitgang is op de toch iets magerder klinkende uitgave van EMI uit de jaren negentig (op zich al een vooruitgang op de eerste cd-dubbing), zo komen de nieuwe lp's uiteindelijk meer 'solide' en scherper gedefinieerd over dan de laatste EMI-versie (RLS 741) uit de jaren voordat digitalisering en DMM-persing hun intrede deden.

Turandot
Voor de klank van de (mono) Turandot uit juli 1957 heb ik niets dan lof en de uitvoering verdient zelfs een gouden lijstje. Laat ik daar meteen aan toevoegen dat ik niet zo'n fan ben van een Turandot waarin sopraan en tenor een wedstrijd aangaan in de trant van 'anything you can sing I can sing louder'. Callas, ondanks een lichte spanning in de hoogte uitstekend bij stem, maakt de 'ijsprinses' daarentegen al snel na haar opkomst zo menselijk dat hier van een plotseling, dramatisch onlogisch 'ontdooien' in het laatste bedrijf bovendien geen sprake is. Haar vervoering, beginnend nog voordat zij vertelt wat haar voorgangster Lo-u-Ling is aangedaan, haar kwetsbaarheid en haar angst als blijkt dat zij aan een onbekende uitgeleverd zal worden en haar hoorbare verbazing over de houding van Liù maken dat zij al vóór de slotscène zoveel emoties heeft getoond dat de uiteindelijke ommekeer, hier ondersteund door een diepmenselijk 'Del primo pianto', alleen maar logisch lijkt. Maar er is wel een Callas nodig om dat alles zo sterk voelbaar te maken (hoewel Inge Borkh in haar twee jaar oudere Decca-opname (wel al stereo overigens) daar heel dicht bij in de buurt komt!

Nog belangrijker dan het aandeel van Callas (Turandot is een tamelijk kleine rol) is dat van dirigent Tullio Serafin, die zich concentreert op het verhaal een de personages, en die niet de exotische klanken onder een vergrootglas legt. Met een warm en helder klinkend Scala-orkest en een overwegend Italiaanse bezetting presenteert hij Puccini's laatste opera als een gesloten drama met een brede, symfonische kleuren. Zonder meer ideaal daarbij is het drietal ministers met naast Mario Boriello, een eersteklas bariton, twee van de grootste naoorlogse comprimario's, Piero De Palma en Renato Ercolani. Speciale vermelding verdient ook hun voorganger, de ervaren Giuseppe Nessi die bij de wereldpremière de rol van Pang vertolkte, en die hier te horen is als de oude keizer.

Indertijd was er weinig waardering voor de Calaf van Eugenio Fernandi, toen beschouwd als een idiomatische en technisch uitstekende tenor, maar in klank niet exceptioneel. Dat laatste is hij ook naar de huidige maatstaven nog steeds niet, maar zijn stem en zijn zang staan wel op een niveau waarvoor wij nu onze handen zouden dichtknijpen! Een minpuntje blijft helaas de Liù van Elisabeth Schwarzkopf, ooit een ideale Mimì en Violetta, maar ten tijde van de opname uitgegroeid tot een vermaarde Marschallin in Der Rosenkavalier. Toch heb ik het idee dat zij nog altijd een uitmuntende Liù was geweest, als zij niet zoveel moeite had gedaan - het bekende 'Schwarzkopf-maniërisme' - om 'meisjesachtig' te klinken.

LP of CD?
Tot slot het strijdpunt (want dat is het voor sommigen) 'lp versus cd'. Bij een vergelijking van een nieuwe lp's met de cd's in een nieuwe 'remastering' (24-bit 96khz) ontlopen beide media elkaar nauwelijks. Bij meting zal de cd zeker een ruimer frequentiebereik tonen, maar dat is echt alleen op goede (dure) installaties hoorbaar, terwijl het maar de vraag is hoeveel mensen inderdaad in staat zijn dat onder normale omstandigheden waar te nemen. Afgezien daarvan vraag ik mij af hoeveel digitale perfectie uiteindelijk bijdraagt tot muziekgenot. Een recente opmerking uit de digitale hoek dat lp-liefhebbers 'houden van vervorming', is niet alleen nodeloos denigrerend, het is ook nog grotere onzin dan stellen dat concertbezoekers houden van gekuch en gehoest. De essentie van muziekgenot is immers de beleving.

Als daarbij bovendien de toegevoegde waarde van een glanzende lp in een fraaie hoes en met een aantrekkelijk, goed leesbaar tekstboek meer aanspreekt dan een cd in een plastic doosje met een flodderig boekje vol priegellettertjes, dan is dat alleen maar begrijpelijk. We luisteren niet naar muziek om te genieten van perfectie, maar om erdoor geraakt te worden, en hoe dat gebeurt, verschilt van persoon tot persoon zonder dat daarvoor absolute regels gesteld kunnen worden. Natuurlijk, een plaat kan tikken en krassen oplopen, maar van een cd weten we niet eens hoe lang die meegaat. Ik heb ik al heel wat cd's als onspeelbaar moeten weggooien maar geen enkele lp!

Klik hier voor de vorige en hier voor de volgende aflevering.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links