CD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2018

 

Bach: Mis in b, BWV 232 (Hohe Messe)

Katherine Watson (sopraan), Helen Charlston (mezzosopraan), Iestyn Davies (countertenor), Gwilym Bowen (tenor), Neal Davies (bas), The Choir of Trinity College Cambridge, Orchestra of The Enlightenment o.l.v. Stephen Layton
Hyperion CDA68181/2 • 1.48' • (2 cd´s)
Opname: januari 2017, Trinity College Chapel, Cambridge (VK)

www.hyperion-records.co.uk

 

Het aantal opnames van Bachs onvolprezen Hohe Messe neemt al een bijna even astronomische omvang aan als dat van diens Matthaüs-Passion. Neem alleen al het Engelse kwaliteitslabel Hyperion waarop, bovenstaande nieuwe uitgave meegerekend, drie registraties beschikbaar zijn, achtereenvolgens die onder Robert King uit 1996, die onder Jonathan Cohen (een van de allerbeste vastleggingen van dit werk ooit: klik hier) opgetekend in 2013 en dus deze nieuwe in 2017 vereeuwigde visie onder Stephen Layton die we ook kennen van een uiterst doorleefde en spannende Johannes-Passion. Lag dat in het verdere verleden wel een anders, maar de laatste decennia laten de Engelsen zich bepaald niet onbetuigd als het om de klinkende nalatenschap van Bach gaat. Dat John Eliot Gardiner daarin een voortrekkersrol heeft vervuld is daarbij zo duidelijk als wat.

Glans
Over deze heet van de naald verschenen uitvoering valt veel goeds te melden. Allereerst is het na de diffuus uitpakkende opname onder Christie (klik hier) een pure verademing naar deze nieuwe vastlegging te luisteren. Het is een en al glans wat ons hier tegemoet klinkt alsmede een weldadig opengewerkte sonoriteit die volledig recht doen aan de grandeur waarvan dit werk het , om het even hoe men daar ook over denkt, moet hebben. Een omstandigheid waaraan ook de schitterende akoestiek van de Trinity College Chapel het nodige heeft bijgedragen en die door de opnametechnici prachtig in de bytes is gevangen. En dat brengt me nogmaals op de weergavetechniek van de vertolking onder Laytons Franse collega, die bij nadere beschouwing erg veel weg heeft van de aanpak van onze Radio 4: namelijk het uitstralen van een eendimensionale dynamiek waaruit alle denkbare contrasten in luidheid en – in de positieve zin des woords bedoelde – scherpte zijn afgevlakt tot een tamelijk kleurloos gemiddelde. Met andere woorden, het zou me geenszins verbazen indien Christie had samengewerkt met dit technische team van Hyperion mijn eindindruk deels positiever had uitgepakt. Eeuwig jammer dus!

Voorts kiest Layton over de gehele linie voor net iets minder snelle tempi dan Christie, maar de zaak boet geen moment aan vitaliteit in, integendeel. In het Confiteor is eerstgenoemde echter een luttele fractie vlotter dan zijn confrater, maar dankzij de al genoemde fraaie en dynamische opname ontgaat de luisteraar niets van het ingenieuze contrapuntische vlechtwerk waar dit stuk zo fameus om is. Hetzelfde geldt onverkort voor de talrijke fugatische passages in de andere koren. Om het even hoe dicht de polyfonie bij vlagen ook is, geen moment is er ook maar enig tekort aan transparantie. En verder is het spankracht en nog eens spankracht wat hier de klok slaat. Niet dat Layton echt nieuwe inzichten brengt, maar wat wil men in een tijd waarin er wanneer het om de interpretatieve mogelijkheden van een opus als dit gaat, een waar Opus Magnum, al zoveel is gezegd? Maar dat laatste neemt niet weg dat het een puur genot is om te luisteren, omdat er onafgebroken op het hoogste niveau wordt gemusiceerd.

Een wereld van verschil
Ook, en dat brengt me opnieuw op de opnamekwaliteit, omdat de solisten zo mooi in perspectief zijn geplaatst, waardoor het geheel bij vlagen soms iets ‘driedimensionaals' krijgt en de betrokkenheid van de luisteraar thuis in niet onaanzienlijke mate wordt bevorderd. Juist die betrokkenheid vanuit de invalshoek van de weergavekwaliteit (of beter: het in onvoldoende mate aanwezig zijn daarvan) is het punt bij Christie, met als gevolg een soort anonimiteit die tijdens het ondergaan van die uitvoering al snel een zekere saaiheid in de hand werkt. Het is wat dit betreft interessant naar de sopraan Katherine Watson te luisteren, omdat zij het ook was die dit aandeel voor haar rekening nam in de verklanking onder Christie. Luister alleen al hoe haar Laudamus te hier opbloeit en je hoort werkelijk een wereld van verschil. Ook de bas Neal Devies verdient eervolle vermelding voor zijn voorbeeldige pleidooi voor het Quoniam, daarin voortreffelijk gesecondeerd door de hoornist Roger Montgomery van het de sterren van de hemel spelende Orchestra of The Enlightenment, met daarna een Cum Sancto Spiritu waar de vonken van afspatten.

Bekronende werking
Layton heeft ook een gevoelig zintuig voor contrasten. Getuige bijvoorbeeld de flamboyante wijze waarop hij de Osanna-koren in de steigers zet, met te midden daarvan een hoogst verstild en fraai gezongen Benedictus door de tenor Gwilym Bowen. Of neem het Gratias en het Dona Nobis Pacem dat op hetzelfde muzikale materiaal is gebaseerd, maar in het tweede geval duidelijk langzamer wordt genomen dan de eerste maal. Dat is precies zoals het hoort, want anders mist deze afsluiting zijn bekronende werking. Zeker is ook – om ons nu voor het gemak even tot Hyperion te beperken – dat Jonathan Cohen nog steeds met de erepalm mag blijven strijken (in het bijzonder als het om de bezonkenheid en vergeestelijking gaat), maar dat Layton en de zijnen hier een Hohe Messe van groot formaat hebben neergezet is aan geen enkele twijfel onderhevig!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links