CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2022

Rossini: Stabat Mater

Maria Agresta (sopraan), Daniella Barcellona (mezzosopraan), René Barbera (tenor), Carlo Lepore (bas),
Orchestre Philharmonique du Luxembourg
Wiener Singverein o.l.v. Gustavo Gimeno
Harmonia Mundi HMM 905355 • 57' •
Opname: dec. 2019, Grand Auditorium, Philharmonie Luxembourg

   

In het Stabat Mater overheerst de treurnis, met daarin centraal de Moeder Gods, die vervuld van smart is neergezonken bij de gekruisigde Jezus op Golgotha. De eerste woorden van deze toonzetting spreken al boekdelen: 'Stabat mater dolorosa', 'de Moeder stond bedroefd'.

Een gewijde tekst in handen van een alom gerespecteerde operacomponist? Het werd (en misschien zelfs wordt) door menigeen helaas al te snel afgedaan als een in het operagenre verzand, weliswaar effectrijk maar oppervlakkig opus met een sterk profane inslag, dat daardoor wel mijlenver af moest staan van de inhoudelijke betekenis van niet alleen de tekst maar ook de daarop geënte gebeurtenis. Wie oorspronkelijk voor die tekst verantwoordelijk is geweest weten we niet: er circuleren meerdere namen, waaronder die van Johannes Fidenza (1221-1274) en Jacopone da Todi (ca. 1230- 1306).

Maar was die tekst wel zo gewijd, zo religieus? Het bekende Concilie van Trento dacht er bepaald anders over, diende het vanwege het profane karakter zelfs spoorslags uit de liturgie te worden verwijderd. Of die tekst aanstootgevend was? Die is niet geheel vrij van banaliteiten, maar de voornaamste reden zal zijn geweest dat het een niet uit de Bijbel afkomstige tekst betrof. Totdat paus Benedictus XIII aantrad en in 1727 de tekst weer toeliet binnen de kaders van de misgezangen ter gelegenheid van de aan ‘Onze Lieve Vrouwe der Smarten' gewijde feestliturgie. Om later bovendien nog een belangrijke plaats in te nemen in de Lijdensweek, als vast onderdeel van de ‘Veertien Kruiswegstaties'. Dat het gregoriaans als muzikale omlijsting daarbij onmisbaar werd geacht zal uiteraard niemand verbazen.

Het valt inderdaad niet te ontkennen dat Rossini's toonzetting althans deels naar de opera zweemt (wat bijvoorbeeld ook geldt voor Verdi's Messa da Requiem), maar net zo onmiskenbaar is Rossini's vertrouwdheid met vrijwel alle aspecten van de kerkmuziek, vooral opgedaan in zijn studentenjaren in Bologna. Hij kende alle fijne kneepjes en wist wel degelijk het onderscheid te maken tussen het seculiere en het kerkelijke. Een ander punt is misschien wel net zo belangrijk: dat het oorspronkelijke dichtwerk zelf nogal wat zwakke punten vertoont en er zelfs vanuit puur poëtisch perspectief sommige niet echt verheffende passages zijn aan te wijzen. Hetgeen Rossini natuurlijk zelf ook moet hebben vastgesteld, zoals in het ‘Cujus animam gementem'. Rossini is er evenwel met vlag en wimpel in geslaagd om door de grote expressieve kracht van zijn muziek de luisteraar als het ware weg te leiden van de incidenteel nogal zwakke tekst.

Wat zeker in deze tijd evenwel de doorslag zal geven is de ronduit sublieme muzikale glans die - bovendien zonder enige inzinking - van Rossini's Stabat Mater afstraalt, wat zeker geen verrassing zal zijn voor bijvoorbeeld degene die alleen al de uitvoering onder leiding van Carlo Maria Giulini kent, door Deutsche Grammophon uitgebracht in 1982 met als stersolisten Katia Ricciarelli, Lucia Valentini Terrani, Dalmacio Gonzalez en Ruggero Raimondi, samen met het Londense Philharmonia Koor en Orkest. Zo had op deze opname het duet van sopraan en mezzo in het ‘Quis est homo' werkelijk niet treffender gekund. Maar er zijn ook de uitvoeringen onder o.a. István Kértesz (hier besproken) en Antonio Pappano (hier besproken) die beluistering meer dan waard zijn.

Voor iedere uitvoering geldt dat er een volmaakte balans moet zijn tussen drama en contemplatie, zowel binnen het gehele concept als binnen de contouren van ieder deel. Feitelijk begint en eindigt het daarmee, al geldt dat niet minder voor een tot in de puntjes afgewerkte koor- en orkestklank en - het spreek eveneens voor zich - de solistische bijdragen die moeten klinken als een klok. Dan blijkt pas hoe ingenieus Rossini het Stabat Mater (1831/1841) tot in detail vormtechnisch heeft opgebouwd en hoe hij erin is geslaagd aan de melodische en harmonische rijkdom, ingebed in de net zo magnifieke orkestratie, een werkelijk onweerstaanbaar profiel te geven.

Harmonia Mundi heeft voor een ware topproductie gezorgd die ook opnametechnisch hoge ogen gooit. Wat dat laatste betreft eigenlijk geen wonder, want Karel Bruggeman, Erdo Groot en Kees de Visser van Polyhymnia tekenden ervoor. Nu, dan weet u het wel, denk ik.

In het cd-boekje is niet alleen een lezenswaardige toelichting opgenomen, maar ook de volledige orkest- en koorbezetting, naast uiteraard de gezongen tekst. Kort en goed een superieure productie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links