CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2013

 

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 1 in fis, op. 1 - nr. 2 in c, op. 18 - nr. 3 in d, op. 30 - nr. 4 in g, op. 40 - Rapsodie op een thema van Paganini op. 43

Valentina Lisitsa (piano), London Symphony Orchestra o.l.v. Michael Francis

Decca 478 4890 • 66' + 81' • (2 cd's)

Opname: december 2009, Abbey Road Studio 1, Londen

www.valentinalisitsa.com

 

De Oekraïens-Amerikaanse pianiste Valentina Lisitsa (1973) bewandelde de omgekeerde weg, van YouTube babe naar de fameuze opnamestudio's aan het Londense Abbey Road. Daar trad ze letterlijk in de voetsporen van talloze grote musici die er hun opnamen maakten, zowel in het klassieke als in het populaire repertoire (denkt u maar aan The Beatles). Abbey Road, het ultieme doel van menige artiest. En dan te bedenken dat Valentina daarvoor zelf de benodigde financiën had meegebracht: ze bekostigde de opname uit eigen middelen en huurde zelf de studio en het productieteam in. Het werd Decca, maar het had net zo goed Sony of wie dan ook kunnen zijn. Merkwaardig eigenlijk: haar video's op YouTube waren zo'n 55 miljoen keer bekeken, en nog schrok in de platenbranche niemand goed wakker, in de trant van "Hey, die moeten we hebben!" Terwijl ze bovendien in de 'branche' zeker geen onbekende was. Als vaste begeleidster van de violiste Hillary Hahn was ze immers al langer in de platenstudio actief (klik hier).

Hoe dan ook, we kregen op die manier niet alleen Valentina Lisitsa in de schoot geworpen, maar - niet minder belangrijk - ook het London Symphony Orchestra en de dirigent Michael Francis die op sommige momenten in deze concerten Valentina muzikaal bijna naar het leven stond. Maar laat ik ook Valentina hier niet uitvlakken, want met haar uiterst flexibele en soms ook heerlijk grillige spel kan alleen een echt goede dirigent haar genoeg wisselgeld bieden. Wat een spannende partnership moet dit zijn geweest! Wie ogenschijnlijk zo goed kan improviseren als Valentina is een groot artiest, daarover geen enkele twijfel. Let wel, het gaat hier om schijn, niet om werkelijkheid, want met de noten van Rachmaninov (en het zijn er heel erg veel) behoort niet te worden gesjoemeld of gerommeld. Ze staan er, basta.

Internet als de ultieme muziekdemocratie
Ik hoef hier niet uiteen te zetten dat het fenomeen internet veel bezwaren kent, met heel veel kaf onder het koren. Er zijn zoekmachines als die van Google, Bing en Yahoo nodig om er nog enigszins wijs uit te worden, terwijl achter heel veel materiaal een dubieuze of zelfs slechte moraal schuilgaat, terwijl ook de sociale onderklassen het medium op een uiterst bedenkelijke manier hebben weten te exploiteren. Zelf zei ze erover dat het internet de ideale basis is voor het beluisteren van muziek en dat dankzij het interactieve karakter daarvan luisteraars (en kijkers) prompt daarop kunnen reageren, hetzij positief, hetzij negatief. Inderdaad, dat is iets heel anders dan het kopen van een cd of dvd in de winkel of online: er is de aanschaf en dat is het dan. Het internet daarentegen biedt de mogelijkheid om informatie uit te wisselen, gedachten of opvattingen te delen, een discussie te beginnen of een artiest te promoten. Goed, dat kennen we, de mogelijkheden zijn legio. Marketing & Sales persen de mogelijkheden van het internet bij wijze van spreken tot de laatste druppel uit en wie niet snel genoeg anticipeert, mist alweer de volgende halte. De digitale samenleving als afdruk of weerspiegeling van de werkelijke samenleving. Het verschil lijkt te zijn weggevallen. Francis wist dankzij internet al heel veel van Lisitsa's opvattingen over de muziek van Rachmaninov nog vóór ze in Londen voor de eerste keer met elkaar gingen repeteren. Zowel auditief áls visueel! Waar de digitale snelweg al niet goed voor is!

Meester en leerling
Ik denk dat het altijd zo zal blijven: het niet zozeer pianistieke maar interpretatieve verschil tussen Rachmaninov als de meester die zijn eigen werk vertolkte en de duizenden pianisten na hem die zich daaraan hebben gewaagd. Dankzij de digitale bewerkingstechnieken zijn die oude Rachmaninov-opnamen zo opgeknapt dat ze in de verste verte niet meer lijken op het geluid van die 78 toeren-platen die mijn grootvader nog in huis had. Ondanks de beperkingen van de toenmalige opnametechniek hebben we nu een uitstekend beeld van Rachmaninov als vertolker (en niet alleen van zijn eigen composities!). Hij blijkt een reus die als componist de Russische romantische school vertegenwoordigde, maar die als pianist toch vooral helder articuleerde, heroïsch, aristocratisch en mythisch tegelijkertijd, met een ongekende gloed, dichterlijk en verhalend, gebonden en toch ongebonden, met de door hem zo bewonderde 'Philadelphians' onder Leopold Stokowski of Eugene Ormandy. Maar wat misschien nog het meest opvalt is Rachmaninovs althans naar huidige begrippen moderne speelstijl die afrekent met de 'romantische klavierleeuw' Rachmaninov. Waarmee gelijk nog een zich steeds weer manifesterend misverstand uit de weg kan worden geruimd: dat Rachmaninov een vertegenwoordiger was van de Russische pianoschool. Een school die - zo luidt het adagium - zich vooral onderscheidde door een soort houthakkersbenadering, synoniem aan log, zwaar, grootschalig, een ondoorzichtige notenbrij, getekend door uitwassen die niet in de partituur stonden, maar 'van vader op zoon' (lees: van leraar op leerling) waren overgeleverd. Het is altijd de tastbare, in dit geval hoorbare, werkelijkheid die met een dergelijke vooringenomenheid afrekent. Pianisten als Svjatoslav Richter en Youri Egorov (hij kreeg aan het Moskouse conservatorium les van Yakov Zak) hebben - zoals zoveel Russische collega's - aangetoond dat zij aan de piano geen hout hakten maar integendeel 'goddelijk' speelden. Wie eenmaal de moeite heeft genomen om Richters visie op Rachmaninovs Tweede pianoconcert (DG) te beluisteren, is gelijk van een dergelijke dogmatiek genezen.

En Valentina Lisitsa? Zij is een buitengewoon getalenteerde 'leerling' van de grote Sergej Rachmaninov, zij heeft zijn opnamen zorgvuldig bestudeerd en daaruit de nodige conclusies getrokken, zonder evenwel haar eigen stilistische opvattingen daaraan op te offeren. Of omgekeerd, zij heeft de postume invloed van Rachmaninov buiten haar eigen perken gehouden, maar deksels goed ingezien dat de interpretaties van veel van haar collega's mijlenver afstaan van wat de - in dit geval zelf spelende - componist voor ogen had. De componist is niet altijd de beste uitvoerder van eigen werk, maar in het geval van Rachmaninov is dat wel degelijk het geval. Iedere interpreet kan daarom niet beter doen dan die uitvoeringen als leidraad te nemen, om van daaruit een eigen visie te ontwikkelen. Die opnamen zijn er nu eenmaal, dus gebruik ze ook.

Speelveld
Het ligt voor de hand om Lisitsa's 'Rachmaninov-succes' rechtstreeks te koppelen aan een soort 'music for the millions' benadering, ondersteund door slimme marketeers en verkooppraatjes, opgeblazen folders en partijdige kritieken. Want laten we wel zijn: de pianiste Lisitsa (ze is getrouwd met de pianist Alexei Kuznetsov) stond bepaald niet hoog op de agenda van concertdirecties en platenmaatschappijen. Haar optredens eindigden even abrupt als ze begonnen waren en het waren alleen die op haar Amerikaanse thuisbasis gemaakte YouTube fimpjes (de eerste verscheen al in 2007) waardoor ze geleidelijk aan de aandacht op zich wist te vestigen, tot het aantal kijkers uiteindelijk in de miljoenen ging lopen. Toen ik haar Chopin-études op het internet zag, dacht ik: geen wonder, wow!

In een nogal vol speelveld is Lisitsa met 'haar' Rachmaninov de uitdaging aangegaan. Een formidabele uitdaging zelfs, want er hadden al zoveel pianisten zich met deze materie bezig gehouden, waaronder bepaald niet de minsten. Zo zijn er de complete opnamen van Vladimir Ashkenazy (eveneens op Decca, eerst met André Previn en later, iets minder geslaagd, met Bernard Haitink), Leif Ove Andsnes (op EMI, met Antonio Pappano), Stephen Hough (op Hyperion, met Andrew Litton, behorende tot de beste in de catalogus), Zoltán Kocsis (op Philips, met Edo de Waart) en Earl Wild met Jascha Horenstein op Chandos). En dan heb ik het nog niet over de talloze losse uitgaven, waaronder menig waar juweel (ik noemde reeds Richter in nr. 2, of Arturo Benedetti Michelangeli in nr. 4). En we mogen nog veel verwachten van Jevgeni Sudbin die voor BIS aan een opnamereeks bezig is, zij het met een minder voor de hand liggend orkest: dat uit Singapore, onder Lan Shui.

Doelgericht
Conceptueel denken in muziek heeft met vorm, structuur én timing te maken. Muziek is niet zoiets als water uit de kraan. Partituurinzicht betekent ook inzicht in de talloze connecties en interconnecties. Variabelen en consistentie zijn in de muziek niet elkaars tegenpolen (weer zo'n hardnekkig misverstand). Lisitsa, ondanks al haar geëtaleerde spontaniteit, de suggestie van het musiceren als uit één stuk, heeft het van a tot z goed overdacht, ze speelt vanuit een concept dat precies datgene bewerkstelligt dat in muziek doorslaggevend is: het klinkt van begin tot eind zo overtuigend, zo logisch, zo coherent dat men zich kan afvragen of het überhaupt wel anders kán. Zo'n concept lijkt saai, nietwaar? Het tegendeel is waar, en de Engelsen hebben er een mooi woord voor: thrilling, spannend, zinderend. Waar blijft dan de virtuositeit? Als opgelegd pandoer blijft die bij Lisitsa nergens. Zij heeft de virtuositeit in deze concerten ingeruild voor spontaniteit die wordt gedragen door wat ik maar een 'lichte' toets noem: geen romantisch ingekleurde zwaarwichtigheid maar een flitsend contrapunt dat alleen maar een warme glimlach op kan roepen. Haar Rachmaninov is een aaneenrijging van voortstuwende energie, naar ook van poëzie, lyriek en charme, dit alles gevat in een fraai gedifferentieerd kleurenpalet dat naast grote pianistiek ook inzicht verraadt. Er speelt zich onder haar handen een wonder af dat verbaast en blijft verbazen. Haar rubato is een schoolvoorbeeld van perfecte timing, het is geroutineerd noch mechanisch, altijd to the point. En als het rapsodisch moet zijn, dan is het dat ook.

Dan is daar het London Symphony Orchestra onder Michael Francis dat de luxe biedt van een zilveren strijkersklank formidabele hout- en warme koperblazers, ritmisch scherp geprofileerd, fraai gefraseerd en naadloos aansluitend bij de opvatting van Valentina Lisitsa. Zo is de finale van nr. 3 een sublieme mengeling van ritmische energie en melodische articulatie. De samenwerking tussen solist, dirigent en orkest brengt zowaar een extra dimensie aan het nog steeds zwaar onderschatte nr. 1 en nr. 4, en wie bezwijkt niet onder het Adagio sostenuto in nr. 2? Dan moet je toch wel van ijzer zijn!
En dan te bedenken dat er nauwelijks tijd was om diepgaand te repeteren! Het is speculeren, maar mogelijk heeft dat in dit geval de spontaniteit opgeleverd die er anders misschien in mindere mate was geweest. Dat het technisch allemaal zo naadloos in elkaar past, lijkt zeker onder die omstandigheden niet minder dan een wonder.
Dat er een vleugje kritiek is, is onvermijdelijk, maar het zet geen echte zoden aan de dijk. Een incidenteel wat zwak moment bij Lisitsa in nr. 4, een enkele hoorninzet in het orkest, plotsklaps iets minder scherpte in de Paganini, en dat is het dan in deze ronduit opwindende en nooit sentimentele visie op deze concerten.

Ondanks deze haastklus en de tijdsdruk heeft recording producer Michael Fine (van Fine Sound Productions) een 'Meisterstück' van een opname afgeleverd. Ook hier doet detailkritiek geen afbreuk aan het geheel. Zo is de klank in de Rapsodie wat schel uitgevallen, zeker in vergelijking met de glanzende sonoriteit van de vier concerten; en er is incidenteel net even een tekort aan focus. Maar los daarvan, zeuren over een retake van die of die passage heeft achteraf geen enkele zin. Bovendien kan dergelijk herstelwerk juist ten koste gaan van deze of gene spanningsboog. De slotconclusie kan kort en krachtig zijn: een fabelachtige productie die tot de top van het klassement mag worden gerekend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links