CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

Mendelssohn: Symfonie nr. 1 in c, op. 11 - Pianoconcert nr. 2 in d, op. 40 - Ouverture Die schöne Melusine op. 32 (versie 1835)

Kristian Bezuidenhout (fortepiano, Érard 1837), Freiburger Barockorchester o.l.v. Pablo Heras-Casado
Harmonia Mundi HMM 902369 • 70' •
Opname: september 2018, Ensemblehaus Freiburg (D)

   

Uit Freiburg komt opnieuw een fraaie Mendelssohn, al zijn er kanttekeningen bij te plaatsen. Een verrassing? Natuurlijk niet, want ik moet de eerste keer nog meemaken dat de Freiburgers wat het orkestspel betreft iets anders afleveren dan ‘Spitzenklasse' (of, zoals de Duitsers ook vaak en dan niet zonder enige overdrijving zeggen: ‘Referenzklasse'). Dat ook deze Mendelssohn mij niet geheel kunnen overtuigen, heeft echter een andere oorzaak. Toen ik in april 2016 de uitvoering van de laatste twee symfonieën, de ‘Schotse' en de ‘Italiaanse', besprak (klik hier), maakte ik er al melding van: dat het orkestspel weliswaar van hoog gehalte was, maar dat het portee werd gemist van – in dit geval – het London Symphony (toen onder Claudio Abbado, op die fameuze Decca-opname die eerst op lp en veel later ook op cd verscheen). Waarbij ik mij de nogal voor de hand liggende vraag stelde of dit in de barok en Weense klassiek gespecialiseerde ensemble de vroege romantiek van Mendelssohn wel genoeg richting wist te geven. Eens te meer fungeerde Claudio Abbado's Decca-opname ten opzichte van die van de Freiburgers onder Heras-Casado als ‘ear-opener' (‘ear-catcher' mag wat mij betreft ook). Wat ik bij de Spaanse dirigent toen vooral miste was Abbado's overtuigend expressieve dieptewerking, terwijl onder de handen van de Spaanse dirigent buiten gerichte virtuositeit de dominante factor leek te zijn. Een beeld overigens dat door de uitvoeringen onder John Eliot Gardiner (klik hier) en Andrew Manze (klik hier) nog eens uitdrukkelijk werd bevestigd. Dat de Freiburgers het vibrato (terecht!) spaarzaam toepassen staat daar overigens los van.

Natuurlijk, het is uiteraard een kwestie van opvatting en gezegd moet worden dat Heras-Casado daarin een consequente lijn heeft gevolgd, want deze nieuwe uitgave toont een soortgelijke benadering. Dat het desalniettemin in het Tweede pianoconcert toch anders kan uitpakken hebben we mogelijk het meest te danken aan Kristian Bezuidenhout, die niet de aan dit type concert inherente virtuositeit tot hoogste macht heeft verheven, maar juist de lyrische aspecten (en dat zijn er vele!) ervan onderstreept. Maar er is nog meer goed nieuws: Heras-Casado lijkt zich moeiteloos, ik zou bijna zeggen: kameleontisch - daarbij hebben aangesloten. Hier zijn twee 'brothers-in-arms' aan het werk geweest; of eigenlijk drie, als ik het orkest ook mee tel.

De gebruikte vleugel is afkomstig uit de rijke collectie van Edwin Beunk: een echte (dus geen replica!) van Érard, gebouw in Parijs in 1837. Die naar klankkleur gemeten meer weg heeft van onze eigentijdse Steinways, Bösendorfers, Bechsteins, Yamaha's en wat dies meer zij, dan u misschien wel voor mogelijk houdt. Maar het belangrijkste is het spel van Bezuidenhout, dat getuigt van een veroverende warmte. Een warmte overigens die het Sturm und Drang aspect van deze muziek absoluut niet ondergraaft. Virtuositeit die ondergeschikt is gemaakt aan de muzikale inhoud: zo hoor ik het graag. De Melusine-ouverture (de sprookjesachtige klarinetsolo van Lorenzo Coppola treft rechtstreeks het hart) vormt de passende afsluiting van een project dat wat mij betreft toch wel wordt gekenmerkt door plussen en minnen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links