CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2016

 

Dvorák: Ouverture: In nature's realm (In het rijk der natuur) op. 91 - Carnaval op. 92 - Othello op. 93 - My home (Mijn thuis) op. 62 - Hussite (Husitská)
op. 67

PRF - Prague Philharmonia o.l.v. Jakub Hrusa

PentaTone Classics PTC 5186 532 • 64' •

Opname: januari 2015, Forum Karlin, Praag

www.youtube.com/

 

Interessant hoezeer het fenomeen ouverture zich na Mozart ingrijpend heeft gewijzigd. Tot en met Mozart was de ouverture echt een onderdeel van de opera, ging eraan vooraf (al werd hij vaak achteraf pas geschreven, uiteraard met de meest aansprekende thema's uit die opera), maar sinds Beethoven kwamen de kaarten betreft heel anders te liggen. Enerzijds had dat te maken met de moeizame pogingen om van Leonore en later Fidelio iets muziekdramatisch te brouwen dat in het theater stand kon houden (hij schreef er maar liefst vier verschillende ouvertures voor, met grote dank voor zijn onvermoeibare pogingen), anderzijds omdat de ouverture geleidelijk aan de richting opging van een een min of meer zelfstandig orkeststuk. Schubert beet het spits af met twee volkomen zelfstandige ouvertures met een ondeugende knipoog naar Rossini: de Ouvertüres im italienischen Stil. Bij Brahms gingen de roeiboten echter pas goed los, met de volumineuze en stevig geïnstrumenteerde Tragische en Akademische Festouvertüre. De eerste een waar drama in d-klein, de tweede een feestpotpourri (al begint die in c-klein, het is verder majeur wat de klok slaat). De zelfstandige concertouverture had in ieder geval en onomstotelijk zijn levensvatbaarheid bewezen.

Ook bij Antonín Dvorák zien we de ontwikkeling van de fors uit de kluiten gewassen ouverture. Hij schreef er in totaal maar liefst dertien, en mengeling van groot en klein, waarvan er vijf als zelfstandige orkeststukken repertoire hebben gehouden (ze staan op deze sacd). De ouvertures als geheel nemen daarmee een belangrijke plaats in zijn oeuvre in. Evenals bij Brahms zien we bij Dvorák de symfonische 'Kopfsatz' verschijnen, soms zelfs met een langzame inleiding als voorbode van wat in het verschiet ligt. Het op de opera anticiperende karakter van de ouverture raakt evenwel naar de achtergrond, de imposante orkestrale allure staat buiten kijf.

We wisten al dat het Philharmonia uit Praag een meer dan uitstekend orkest is dat onder de handen van een uitstekende dirigent tot topprestaties in staat is. Ik hoef in dit verband alleen maar te verwijzen naar Jirí Beohlavek, die intussen in Rotterdam zijn leidinggevende artistieke krachten mag beproeven. In Praag is het beeld zeker niet anders dan in Boedapest, met Iván Fischer aan het hoofd van het Budapest Festival Orchestra. Sinds kort is er in Praag een snel rijzende ster aan de horizon: Jakub Hrusa, evenals Jirí Tsjech van geboorte (Brno, 1981), die intussen in binnen- en buitenland al een volle concertagenda heeft (zijn website geeft hierover de nodige informatie). Hoe zijn dirigeren te omschrijven? Ik zou het stilistisch gevormde panache willen noemen, met oog voor detail, klankkleuren, finesse en - het klinkt misschien merkwaardig - ruimte, zoals de Engelsen dat bedoelen, met de term 'spaciousness'. Ruimtelijkheid is wel zo treffend, in de betekenis van het laten ademen van de muziek, 'Zeit lassen', zou Mahler kunnen schrijven. Er is voortdurend sprake van een natuurlijke eb en vloed, een prachtige golvende beweging in zijn musiceren. Zelfs op het spreekwoordelijke puntje van de stoel heerst er bovendien een weldadige rust en is er ook de felste uitbarstingen een sterk gevoel van controle binnen het ensemble. Staccati en accenten mogen zich op een haarscherpe profilering verheugen, fraseringen zijn messcherp, lichten op het juiste moment op en doven op het juiste moment weer uit. Een ander belangrijk aspect is het idiomatische karakter dat aan deze uitvoeringen kleeft en dat het Boheemse karakter van deze muziek dubbel en dwars onderstreept, als in de beste dagen van Charles Mackerras in Praag (ik verwijs kortheidshalve naar de door mij besproken uitstekende serie Life with Czech Music, vastgelegd door Supraphon; klik hier voor de recensie). Ik geef Hrusa in 'In het rijk der natuur' iets meer krediet dan de in prima vorm stekende Libor Pesek (Warner, klik hier voor de recensie), zo ongeveer een baas boven baas situatie, met de nadruk op ongeveer, want het gaat om geringe verschillen. In opnametechnisch opzicht staat in ieder geval een ding vast: deze opname van PentaTone is de beste tot nu toe. Sonority all the way , met fraaie vleugjes zachte houtblazers en dito strijkercantilenen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links