CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

 

Brahms: Vioolsonate nr. 1 in G, op. 78 - nr. 2 in A, op. 100 - nr. 3 in d, op. 108

(Clara) Schumann: Romanze op. 22 nr. 1

Alina Ibragimova (viool), Cédric Tiberghien (piano)
Hyperion CDA68200 • 71' •
Opname: mei 2018, Henry Wood Hall, Londen

 

Vroeger waren er eerst de concerten en operavoorstellingen en dan vervolgens de studio-opname. Logisch, want op het podium en het toneel kon, uiteraard eerst na stevig repeteren, met het werk volop ervaring worden opgedaan, ging het steeds beter ‘zitten', waarna de opname vrij vlotjes en tevens kostenbesparend kon verlopen. Het was een veelbeproefde prima methode, die weliswaar niet in onbruik is geraakt, maar toch minder voorkomt. De oorzaken kunnen velerlei zijn, waaronder het als gevolg van de globalisering veel lastiger geworden inplannen. Wie de agenda's van orkesten, ensembles en solisten bekijkt ziet dat de wereld letterlijk aan hun voeten ligt en dat heeft gevolgen voor de planning van concerten, voorstellingen, projecten en andere evenementen. Musici zijn tegenwoordig bij wijze van spreken overal en nergens.

Dat globetrotten heeft echter een belangrijk voordeel: de musicus kan met een zeer beperkt repertoire de wereld daarmee ‘vullen'. Je zou wel gek zijn om het anders te doen! Het publiek bepaalt immers het programma niet (dat bekijkt het lokale aanbod en komt wel of niet).
De grote solisten die ik heb ontmoet en geïnterviewd vertelden allemaal het zelfde verhaal: eerst zelf een keuze maken (de uitgangspunten daarvoor kunnen legio zijn), het gekozen repertoire vervolgens heel goed voorbereiden (repeteren) en daarmee dan uiteindelijk de boer op gaan: New York, Boston, Philadelphia, San Francisco, Houston, Singapore, Hong Kong, Tokio, Sydney, Melbourne, Perth, Johannesburg, Amsterdam, Kopenhagen, Sint-Petersburg, you name it. Waarom zou je tijdens het concertseizoen dan niet 24 keer Beethovens op. 110 spelen? Het is en het blijft een uitdaging!
Wie ook graag met orkesten werkt zoekt eveneens daarbij passend repertoire. Hetzelfde geldt voor duo's, trio's, kwartetten, kwintetten, sextetten, enz. Het moet wel worden opgebracht: steeds weer hetzelfde programma (met kleine variaties in de samenstelling ervan) in steeds weer een andere stad op een andere hotelkamer. Maar ook, zo vertrouwde mij een lid van een strijkkwartet toe, “elke dag tegen dezelfde koppen aankijken, met diezelfde gewoontes, die eigenaardige trekjes.” En opgetekend uit de mond van een bekende pianist: “Efficiency comes first, always, everywhere. Sweat you create yourself.”

Natuurlij kan het anders, door telkens met iets nieuws te komen, maar dat weet het publiek in Boston of Hong Kong uiteraard niet. Terwijl daardoor gemiddeld uurtarief stevig wegzakt, want repeteren kost immers geld, zoals Ivo Janssen dat hier heeft uitgelegd.

Plannen is het halve werk. En dan wel ruim van tevoren. Neem bijvoorbeeld een orkest dat in een van de komende seizoenen het Vijfde pianoconcert van Saint-Saëns op het programma wil zetten. In Egyptische sferen dus, en dan graag gecombineerd met Rimski-Korsakovs ‘Shéhérazade', ook al zo Oosters. Het orkest is er, nu de pianist nog.. Maar Thibaudet kan pas in 2021 en Angelich in 2022. Beide pianisten hebben het werk op hun repertoire. Een kwestie van kiezen en daarmee plannen. Soms is het een fluitje van een cent, vaak niet.

Wie alleen op tournee wil hoeft alleen maar met zichzelf rekening te houden: repertoire en locaties bepaalt hij of zij zelf, mits beschikbaar uiteraard. Of anders her en der wat aanpassingen. No big deal. Dat wordt uiteraard anders als meerdere musici het voor het zeggen hebben, bij langdurige verbintenissen maar ook bij kortstondige projecten. Het is tenslotte niet alleen maar een kwestie van vraag en aanbod. Bovendien: wat de een past hoeft de ander juist niet te passen en omgekeerd.

Zomaar wat gedachten die me te binnen schoten tijdens het recital van het duo Alina Ibragimova en Cédric Tiberghien in het Londense Wigmore Hall in april van het vorig jaar. Op het programma onder meer deze drie Brahms-sonates en Clara Schumanns lieflijke eerste van de drie Romances op. 22. In vertolkingen die na afloop het publiek in de volgepakte zaal tot een ware storm van enthousiasme bracht. De opname volgde elders, een paar weken later, onder het banier van Hyperion.

Geen wonder, of eigenlijk toch wel. Want dat blijft het toch, muziek die rechtstreeks tot het hart spreekt, Het spel deed herinneren aan wat collega Gerard Scheltens daarover opmerkte, in de zijn bespreking van hun uitvoering van een aantal Beethoven-sonates (klik hier), maar ook in ‘hun' Mozart (klik hier). Een combinatie die volmaakt op elkaar is ingespeeld, een naadloze eenheid vormt, maar ook veel spontaniteit en spiritualiteit in de muziek brengt en sfeer creëert, eigenschappen waar de muziek geen seconde buiten kan. We horen gloedvolle, zeer geëngageerde en energieke Brahms-vertolkingen waarin de warme lyriek de vrije teugel wordt gelaten, maar de ernstiger tinten evenmin ontbreken. De vele transities in deze gelaagde meesterwerken hebben onder hun handen net zo'n overrompelend effect als de puntigheid van de dialogen dat hebben, aangevuld door perfecte timing en met veel raffinement uitgebalanceerde expressiviteit. Het is volmaakt gedoseerd, maar het speelplezier spat ervan af.

Clara Schumanns Andante molto (de eerste van de drie Romanzes op. 22, in de versie voor viool en piano) neemt nauwelijks drieminuten in beslag, maar betekent dankzij dit formidabele duo meer dan slechts een ‘bonus'. Het pakt uit als diep ontroerende afsluiting van een grandioos recital, door Hyperion vlekkeloos opgenomen in mei 2018 in de Londense Henry Wood Hall, nog geen drie weken na dat gedenkwaardige recital in het Londense Wigmore Hall.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links