CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Bach: Partita nr. 4 in D major, BWV 828 - Italiaans Concert in F, BWV 971 - Partita in d, BWV 1004 (voor viool solo) (chaconne, bewerkt door Ferruccio Busoni)

Federico Colli (piano)
Chandos CHAN 20079 • 60' •
Opname: mei 2018, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

   

In augustus van het vorig jaar besprak Siebe Riedstra een Scarlatti-cd van de Italiaanse pianist Federico Colli. In de recensie werd het beeld opgeroepen van een musicus van uitersten, met een duidelijk romantische inslag. Dit is ook wat ik in Colli's Bach herken. Colli heeft het niet zo op een strakke barokstijl, kiest liever voor ‘het grote verhaal', zonder dat daarbij overigens duidelijk wordt om welk verhaal het dan eigenlijk zou moeten gaan. Het is een indruk die bij de luisteraar wordt opgeroepen en niet meer dan dat, maar daarmee neemt hij hem wel op sleeptouw. Althans, ik liet mij meevoeren in dit ‘verhaal', door een absoluut briljante en verbeeldingsvolle pianist. Hij geeft deze drie stukken het volle pond, al is het wel zijn gewicht. Individualiteit viert hoogtij, maar is tegelijkertijd een boeiend kenmerk van dit spel. Daardoor wordt het ook onvervreemdbaar dat van Colli. Zoals ook Busoni's bewerking van de beroemde Chaconne dat is, met inbegrip van het door Colli daarin ontketende geweld, waarvan de exuberantie zelfs de luisteraar danig op de proef stelt. Toch: er is zeker iets voor te zeggen en zeker te midden van het groeiende leger eenheidsworsten. Historiseren? Prima, maar dan hopelijk niet op een manier die alleen maar inwisselbare uniformiteit uitstraalt.

Dit is barokmuziek met een romantische toets. Uniek is dit uiteraard niet: zo kwam ik het onlangs nog tegen in het spel van Alexei Kornienko (hier besproken). Bachs strenge conceptie onderworpen aan een romantische receptuur die meer is gericht op inkleuring dan op lineariteit. Tempo, frasering, ornamentatie, vertragingen, versnellingen en balans (tussen linker- en rechterhand): ze zijn alle dienstbaar aan Colli's romantische benadering. Maar daarmee heeft Colli nog geen karikatuur van deze muziek gemaakt. Zeker, door overdrijving en uitvergroting wordt die impressie wel gemakkelijk gecreëerd, maar toch is er bij mijn geen enkele twijfel over Colli's muzikale integriteit. Het lijkt er veel meer op dat Colli deze eeuwenoude muziek - evenals zijn Scarlatti - in een ander tijdsbeeld heeft willen plaatsen. De Steinway D in vol ornaat en de door Jonathan Cooper gemaakte opname helpen hem daarbij. In pianistisch opzicht valt er op zijn spel niets af te dingen: de articulatie is kristalhelder, ritmische precisie en dynamische proportionaliteit (binnen het door hem gekozen concept!) van grote klasse.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links