CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Bach: Partita nr. 6 in e, BWV 830

Brahms: Intermezzo in b, op. 119 nr. 1 - in E, op. 116 nr. 4 - in a, op. 76 nr. 7 - in A, op. 118 nr. 2

Beethoven: Pianosonate nr. 8 in c, op. 13 (Pathétique)

Alexei Kornienko (piano)
TYXart18118 • 69' •
Opname: december 2017, Fazioli Concert Hall, Sacile (I)

http://www.alexei-kornienko.com/index.php?id=43

 

Het eerste dat me te binnen schoot toen ik het doosje bekeek: dit is een typisch recitalprogramma, met Bach als ‘eye-opener', gevolgd door de vier miniaturen van Brahms en Beethovens ‘Pathétique', al moet daarna – uiteraard na de pauze - eenieder zijns weegs gaan, want met een speelduur van nog net geen 70 minuten is het programma uiteraard nog niet ‘vol'. Twee zielen een gedachte? Het lijkt er wel op, want toen ik het boekje opensloeg las ik in de toelichting van Kornienko dat dit in zijn beleving geen ‘klassieke cd-productie' was, maar de afspiegeling van een concertprogramma.

De Russisch-Oostenrijkse dirigent en componist Alexei Kornienko (Moskou, 1954 – u kunt hier het een en ander over hem lezen) stelt zich met dit nieuwe album van TyXart tevens voor als pianist en hij doet dat zowel voortreffelijk als (nogal) eigenzinnig. Wat mij betreft kan dit prima: het betekent niet alleen een avontuurlijk discours, maar tegelijkertijd niet de zoveelste interpretatie van twaalf-in-een-dozijn in dit overbekende repertoire. Al moest ik bij Bachs Partita BWV 830 soms wel even de wenkbrauwen fronsen. Niet als blijk van afkeuring, zeker niet, maar wel omdat Kornienko deze partita duidelijk niet beschouwt als een streng geconcipieerd, lineair verlopend werk, doch eerder als een opus dat zich ‘romantisch' naar zijn hand laat inkleuren. Romantisch tussen aanhalingstekens welteverstaan, want het is een term die voor meer dan één simpele uitleg vatbaar is. Als de Romantiek wordt vereenzelvigd met wat tot het gevoel en de verbeelding spreekt, geldt dat evengoed voor het Derde Brandenburgs Concert als voor het Heldenleven van Richard Strauss. En wie de Romantiek liever associeert met het mysterieuze, een van het alledaagse wegvoerende stemming, vindt bij Mozarts Mis KV 427 niet minder aanrakingspunten dan bij het Requiem van Max Reger. Terwijl de genoemde werken totaal niet op elkaar lijken, niet of nauwelijks enig verband met elkaar lijken te hebben. Het is het probleem van zoveel definities: ze deugen wel en ze deugen niet. Zelfs binnen één werk kunnen de verschillen groot zijn, zoals in een Beethoven-sonate (een klassiek gevormd openingsdeel, gevolgd door een sterk ‘romantisch' getinte, lyrische ontboezeming in het langzame middendeel en met een slotdeel dat alle kenmerken heeft van een heuse barokfuga).

Ik laat de theorie verder voor wat die waard is en schakel over naar het spel van Kornienko, waarin, niettegenstaande de onbetwist romantische inslag ervan, ‘Partiturtreue' wel degelijk hoog genoteerd staat, al mag er wat mij betreft van mening worden verschild over zijn rubati en accelerandi (ze passen in ieder geval bij wat ik de 'oude school' zal noemen en zijn bovendien zeer effectief). Voorop staan echter de kristalheldere articulatie, de dynamische proportionaliteit (al valt er enig stevig accent te registreren) en de uitmuntende afwerking van de frases. Wat zijn spel eveneens typeert is zijn de expressieve veerkracht, maar ook het voortstuwende karakter van deze vertolkingen. Gezwijmeld wordt er gelukkig niet, niet in de fraai gewelfde intermezzi (hoezeer het daarin ook voor de hand ligt) noch in bijvoorbeeld het Adagio cantabile van de Pathétique (dat eerder als een rustiek andante dan een adagio naar de letter verloopt). Dat een Fazioli-vleugel niet minder maar wel anders klinkt dan een Steinway D maakt deze opname haarscherp duidelijk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links