Boeken

 over musici

 

© Maarten Brandt, mei 2014

 

 

Thea Derks: Reinbert de Leeuw mens of melodie

Gebonden, 381 blz., 91 zwart/wit illustraties
Leporello Uitgevers, Amstelveen, 2014
ISBN 978 90 796 2408 9 € 29,90

www.leporello.nl

 

 

 

 


Op 14 maart 2014 verscheen de lang verwachte biografie van musicologe Thea Derks. Het deze belangwekkende uitgave vergezellende persbericht van de uitgever begint aldus:

"Vandaag verschijnt de biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie van muziekpublicist Thea Derks. Zij werkte er zeven jaar aan en plaatst leven en werk van Reinbert de Leeuw in de context van zijn tijd: zijn moeilijke jeugd, de turbulente jaren zestig, de weg naar de top, zijn samenwerking met toonaangevende componisten als Messiaen en Ligeti, de discussies omtrent zijn rol als kunstpaus. Zij schetst een evenwichtig beeld van een onvermoeibare muziekpionier. De biografie zou uitgebracht worden ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van Reinbert de Leeuw in september 2013. Hij weigerde echter zijn autorisatie, waarop de uitgever zich terugtrok. De auteur koos ervoor de biografie toch te voltooien en ongeautoriseerd uit te brengen bij Leporello Uitgevers. Het boek bevat uniek fotomateriaal."

Over de perikelen rond het aanvankelijk niet verschijnen van de biografie is veel geschreven en ook op onze site is daar de nodige aandacht aan besteed, getuige de reacties van ondergetekende en Emanuel Overbeeke (klik hier).

Faam en betekenis
Om maar meteen met de deur is huis te vallen, wie op een sensationeel georkestreerd boek had gerekend, zal wellicht teleurgesteld zijn, want als het iets niet is, is het dat wel. Dit, terwijl als er één figuur in het Nederlandse muziekbestel is die zich leent voor een dergelijke biografie, dat natuurlijk bij uitstek Reinbert de Leeuw is. De Leeuw, onbetwist een van de meest belangrijke muzikale zonen van niet alleen de lage landen maar ook de hele wereld. Zijn faam als ultiem veelzijdig interpreet van zowel de afgelopen 20ste, de huidige 21ste als - zeker niet in de laatste plaats - laatromantische toonkunst staat boven iedere twijfel verheven. Vriend en vijand zijn het daar hartgrondig over eens. En ook uit Derks' indrukwekkende boek komt dit haarscherp naar voren. Er wordt hoegenaamd geen enkele afbreuk gedaan aan De Leeuws enorme onmiskenbare belang voor het nationale en internationale muziekleven, integendeel.
Maar zoals het een gedegen biografie betaamd, en gedegen is een trefwoord bij uitstek om Derks' monnikenwerk mee te typeren, worden zaken wel in perspectief geplaatst en komen ook de minder florissante kante van De Leeuws in hoge mate weerbarstig te noemen karakter in beeld. In die zin is het ook wat een biografie moet zijn, geen hagiografisch, in louter eufore termen gesteld en ophemelend geheel, maar een opbouwend kritisch boek waarin recht wordt gedaan aan alle aspecten van de persoonlijkheid van hem of haar die in kaart wordt gebracht.

Ambivalente persoonlijkheid
Hoewel de indruk bestaat dat De Leeuw vanwege die unieke combinatie van een niet te loochenen muzikaal charisma en bevlogenheid boven alle kritiek verheven staat en daarom als onaantastbare grootheid geldt, is het diezelfde indruk die door Derks' onderzoek wel lichtelijk wordt gerelativeerd. Daarbij heeft zij zich niet laten verleiden tot eigen en opwindende psychologische interpretaties, iets waartoe De Leeuws sterk ambivalente persoonlijkheid zich vanzelfsprekend voorbeeldig leent, maar laat zij anderen aan het woord, zodat de lezer in de gelegenheid wordt gebracht zijn eigen conclusies te trekken. Een veelzeggend voorbeeld van dit laatste lezen we op pagina 278. Namelijk in het hoofdstuk waarin de (lang verwachte, maar voorheen steeds uitgestelde) fusie en de subsidiekorting op het ASKO|Schönberg ensemble worden beschreven en hun streven dezelfde status te verkrijgen als de symfonieorkesten, naar aanleiding waarvan prominenten uit de culturele scene rond De Leeuw - waaronder Hedy d'Ancona en wijlen Hans van Mierlo - in de winter van 2009 aan de toenmalige minister van onderwijs, Ronald Plasterk, een brandbrief schreven om die korting af te wenden (wat slechts gedeeltelijk lukte) en waarover Sieuwert Verster opmerkte: "Men bleek niet meer onder de indruk van dat verongelijkte toontje, het wij-zij denken van de generatie van Reinbert de Leeuw, Frans de Ruiter, Frans Brüggen en Louis Andriessen."

Compromisloos fanatisme
Dit laat voor de goede verstaander uiteraard weinig aan duidelijkheid over. Het bovenstaande is een van de vele voorbeelden van de fascinerende spagaat die het geval De Leeuw vormt. En die enerzijds bestaat in zijn bovenmenselijke werkdrift zich voor die muziek te beijveren welke elders geen of nauwelijks kansen krijgt en anderzijds - mede hieruit voortvloeiend - zijn politiek/maatschappelijke activiteiten om hiervoor niet alleen een platform te genereren, maar, sterker nog: die te vergroten en te verbeteren. En dan manifesteert zich een bekende eigenschap bij De Leeuw - die van meet af aan tot zijn karakter behoort - te weten een compromisloos fanatisme. Een eigenschap die dus zowel de ondubbelzinnige grondslag is van zijn unieke interpretaties van door hem intens gekoesterde muziekvinders als Messiaen, Ligeti, Kagel, Kurtág, Vivier, Goebaidoelina en Oestvolskaja, maar tegelijkertijd onvermijdelijk tot een vertoon van politieke macht leidt, waardoor menigeen hem als een 'kunstpaus' is gaan beschouwen. Met niet alleen alle positieve, maar ook negatieve aspecten die daar nu eenmaal aan kleven. Wat Derks vooral duidelijk maakt, zonder dat er overigens te dik boven op te leggen want daar staat haar gezonde afstandelijkheid borg voor, is dat het ene onlosmakelijk met het andere is verbonden.

Reclame
De Leeuw heeft zich dan wel geërgerd aan het feit dat Derks in haar biografie ook zijn - moeilijke, turbulente en eenzame - jeugd heeft betrokken, maar als iets het consistente in zijn psychische ontwikkeling duidelijk maakt is het dat wel, die jeugd. Met meteen al die typische karaktertrek bij het spelen van om het even welk spel - en wat dat betreft is er dus geen wezenlijk verschil tussen een partijtje kaarten, bridge of De Leeuws activiteiten in diverse commissies - ten koste van alles "te moeten winnen." Toen bij die subsidiekorting (zie hiervoor) verloor De Leeuw al deels, en nu - bij het verschijnen van zijn biografie - opnieuw en deze keer dus helemaal. Want, indien hij er het zwijgen toe had gedaan, zou Derks met haar boek allerminst al die aandacht hebben gekregen die haar nu is toegevallen. Er verschijnt binnen afzienbare tijd zelfs een tweede druk! Wat zich aanvankelijk liet ondergaan als stromen van negatieve publiciteit bleek met terugwerkende kracht dus de best denkbare reclame.

Thea Derks en Reinbert de Leeuw

Verwijt
'Mens of melodie', is de subtitel van deze uitgave. Zoals uit het voorgaande blijkt, lag de mens nogal eens met de melodie (die ik in deze opvat als de muziek zelf, gekoppeld aan de bevlogenheid waarmee die door De Leeuw wordt verdedigd) overhoop, in die zin dat de aan de ene kant manifeste charme zich haaks verhoudt tot de maniakale ijver waarmee de Leeuw het voor zijn voorkeuren opnam, en waarbij zijn smaak soms 360 graden draaide. Zoals uit het door Derks geschreven relaas valt op te maken, waren De Leeuw en de zijnen op een gegeven moment tegen alles gekeerd wat ook maar bij benadering zweemde in de richting van datgene wat niet tot het modernistische kamp behoorde, als gevolg waarvan hem door de meer gematigde en deels ook eclectische componisten - die bijvoorbeeld niets met atonale en de daaruit voortgekomen seriële muziek ophadden; men denke aan Robert Heppener, Hans Kox en, om een ander voorbeeld te noemen dat Derks uitvoerig aan de orde stelt: Ed de Boer - het verwijt werd gemaakt dat hij als lid van vele commissies bij het toekennen van subsidies het teveel eenzijdig voor de aanhangers van die avant-gardistische richting opnam. Wie in die jaren zou hebben beweerd dat De Leeuw het ooit nog eens enorm voor (de onder meer door zowel Kox als De Boer intens bewonderde!) Sjostakovitsj zou opnemen, zou zonder ook maar de geringste twijfel compleet voor gek zijn verklaard, maar niets bleek minder waar. Of, zoals De Leeuw het tijdens een nazit van een van de orkesten bij wie hij een Sjostakovitsj symfonie dirigeerde, tegen schrijver dezes zei: "Sjostakovitsj is een van de meest miskende componisten." En dat in een tijd waarin zijn werk al jaren lang werd doodgespeeld. Het kan verkeren!

Opwinding
Waar Derks tevens uitstekend in is geslaagd is het beschrijven van een tijdsbeeld, waardoor haar boek, samen met het inmiddels ook commercieel verschenen proefschrift van Emanuel Overbeeke (over de programmering van de Nederlandse muziek bij de Nederlandse orkesten tussen 1945 en 2000) en de dirigentenbiografie van Niek Nelissen van Willem van Otterloo op imposante wijze in een tot voor kort heersende leemte voorziet. Een beeld van een tijd waarin de moderne muziek zich in ons land ontwikkelde van een dynamische en niet zelden speels en ook improvisatorisch en uitdagende vrijplaats tot een nieuw establishment, waarvan op zijn beurt Reinbert de Leeuw de belichaming bij uitnemendheid is. Alweer met alle positieve (zoals een ensemblecultuur waarom Nederland wereldwijd vermaard is, ook al heeft deze de laatste jaren enorm geleden door de draconisch bezuinigingen van de overheid) en negatieve gevolgen van dien. Vooral de gistende en bruisende opwinding van de jaren zestig en zeventig druipt van de pagina's. Zoals de eerste uitvoeringen van Schönberg's 'Pierrot lunaire' door De Leeuw en het toen nog uit studenten van het Koninklijk Conservatorium bestaande prille Schönbergensemble, de Rondom-concerten, zijn ontdekking 'voor de wereld in den brede' van Satie (die dankzij De Leeuws vertolkingen, die nog langzamer waren dan het geluid, een heuse cultstatus kreeg) en, niet te vergeten, de 'Actie Notenkraker' tegen het in de ogen van de toenmalige jonge garde componisten te conservatieve programmabeleid van het Concertgebouworkest in November '69 en waar De Leeuw, zoals bekend, een enorm aandeel in had.

Voorlopers
Wat evenwel nog veel opwindender is en welke wetenschap door De Leeuws orale geschiedvervalsing totaal naar de achtergrond is verdwenen, is dat hij zeker niet de eerste en laat staan 'de uitvinder' van de moderne muziekpraktijk in den lande was. Ook daar is Derks in haar boek klip en klaar over. Niet alleen speelde het eertijds nog niet Koninklijke Concertgebouworkest onder leiding van zijn voormalige chefdirigent Bernard Haitink karrevrachten aan muziek van eigen bodem, daaronder niet alleen - zoals De Leeuw iedereen wil doen geloven - behoudende coryfeeën als Henkemans, Van Hemel en Flothuis, maar ook (Ton) de Leeuw, Schat, Ketting en Van Vlijmen . Ook andere dirigenten deden dat, waaronder Hans Rosbaud, Bruno Maderna, Pierre Boulez en Ernest Bour. Niet alleen met Nederlandse muziek maar ook met eigentijds werk uit alle windstreken . Dit binnen dikwijls uiterst prikkelende programmaformules, die men tegenwoordig vrijwel nergens meer tegenkomt en die anno 2014 een verademing zouden betekenen in de huidige, door dodelijke saaiheid en ernstige eenzijdigheid gedomineerde symfonische cultuur. Als we het toch over voorlopers van De Leeuw hebben, dan moet hier zeker de naam van een van de grootste pleitbezorgers voor moderne muziek in ons land van het eerste uur vallen. En wel die van de Nederlands/Russische dirigent Elie Poslavsky, die op uitnodiging van Hans Kerkhoff, de toenmalige artistiek leider van de VARA-matinee (die nadien zou worden omgedoopt in de NTR-zaterdagmatinee), twee imposante optredens binnen deze serie leidde. Dit met Poslavsky's eigen Haagse Ensemble voor Nieuwe Muziek, waarover Derks onder meer het volgende schrijft: " Dat programmeur Hans Kerkhoff kort na elkaar twee zulke vooruitstrevende programma's plaatst (met werk van Maderna, Cerha, Bussotti, Feldman, Cage, (Louis) Andriessen en De Kruyf (let wel, we hebben het nu over de vroege jaren zestig! MB) in een zee van klassieke en romantische werken, is waarschijnlijk te danken aan Poslavsky's goede contacten bij de radio en zijn indrukwekkende staat van dienst als voorvechter van eigentijdse muziek [ .] en met het Haags Ensemble voor Nieuwe Muziek verzorgt hij talloze uitvoeringen van tot dan toe in Nederland onbekende werken. Hij is dus een directe voorloper van Reinbert de Leeuw. Toch is hij grotendeels vergeten." En nu weten we dus ook waarom.

Een Mengelberg van deze tijd
Ere wie ere toekomt, dus, en in het gunnen van dat laatste is De Leeuw, zo valt - al dan niet tussen de regels door - in Derks betoog te lezen, niet echt een enorm kampioen. Wat dat betreft, maar dit is mijn op basis van het gelezene en gekoppeld aan datgene wat ik uit eigen ervaring weet getrokken conclusie; ik geef deze voor wat die is, zou men Reinbert de Leeuw als een soort Willem Mengelberg van deze tijd kunnen beschouwen. Immers beide musici vertegenwoordig(d)en elk op hun onvervreemdbaar eigen wijze een bijkans onneembaar imperium, waarbij zij zelf de zon waren waar al het andere om heen diende te draaien. De naam Mengelberg valt niet zomaar, immers hij was eerst en vooral een romantische dirigent en datzelfde kan tevens worden gezegd van Reinbert de Leeuw. Niet voor niets is er die eclatante affiniteit met de klinkende nalatenschap van bijvoorbeeld Olivier Messiaen, door wijlen de erudiete muziekpublicist Hans Reichenfeld niet zonder reden de 'Bruckner van de 20 ste eeuw' genoemd . Zo is een betere uitvoering van een werk als 'La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ' dan onder De Leeuw niet denkbaar, hetgeen mutatis mutandis opgaat voor Messiaens 'Quator pour la fin du temps' (waarin De Leeuw als pianist gloreert), Liszt's 'Via Crucis' en het stuk waar het allemaal mee begon: Schönbergs 'Pierrot Lunaire' (de plaatopname met de Duitse actrice Barbara Sukowa en De Leeuw is en blijft - net als Messiaens 'Quator' - een ongeëvenaard collectors item). Maar het zijn allemaal onverkort, hetzij qua stijl dan wel wat betreft de gebarentaal, romantische composities waarmee op zich natuurlijk geen enkel waardeoordeel is bedoeld. Met de overige werken uit de Tweede Weense School en zeker die van Boulez heeft De Leeuw echter aanzienlijk minder op, wat onder meer blijkt uit een vertolking van 'Pli selon pli' van laatstgenoemde die bezweek onder zwaarte en een volkomen dichtgetimmerde klank.

Geschiedenis
Zoals elk boek in dit genre, laat ook de De Leeuw-biografie vragen open. Hoe staat het bijvoorbeeld met het liefdesleven van de meester? Daarover worden we niet veel wijzer, en wel omdat geen van de door Derks geïnterviewden (en dat zijn er zeer velen; een lijst van namen bevindt zich achter in het boek) daar een sluitend antwoord op weet te geven. Hoewel, als er één iemand is met wie De Leeuw een meer dan vakmatige relatie gehad zou kunnen hebben, Barbara Sukowa de meest in aanmerking komende kandidate is, hoewel zij dat op een andere plek in het boek weer min of meer (maar eigenlijk meer) tegenspreekt. Hoe dan ook, het beeld dat uiteindelijk komt bovendrijven, is - hoewel De Leeuw niet religieus is - dat van een muzikale kluizenaar, een seculiere monnik die uitsluitend en alleen leeft voor dat ene ideaal, in dit geval de laatromantische en eigentijdse muziek. Rest nog te melden dat het geheel rijkelijk van illustraties is voorzien. Met tal van zwart/wit foto's en afbeeldingen die grotendeels onbekend zijn en het voor de lezer eens temeer gemakkelijk maken zich te vereenzelvigen met dat al genoemde fascinerende tijdsbeeld. Want men kan over De Leeuw denken wat men wil, en er zijn dus evengoed minnen als plussen op te sommen (en van beide categorieën is in Derks' boek voldoende te vinden), dat hij geschiedenis heeft geschreven (en nog schrijft, zoals met zijn jongst voltooide en onlangs in de NTR ZaterdagMatinee door hemzelf ten doop gehouden monumentale orkestwerk 'Der nächtliche Wanderer', met de weergave van welke gebeurtenis de biografie wordt afgesloten) is duidelijk . Een geschiedenis die tot de meest bewogen en fascinerende episodes uit de tweede helft van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw behoort. Alleen al daarom mag Derks' biografie, die ook een zeer overzichtelijk register bevat, in geen enkele verzameling van om het even welke serieuze liefhebber van klassieke muziek ontbreken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links