Actueel (archief)

Het seizoen 2010-11 van het

Rotterdams Philharmonisch Orkest

 

© Aart van der Wal, september 2010

 

Het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival is net achter de rug (ruim 19.000 bezoekers!) of het nieuwe orkestseizoen staat alweer voor de deur. Dat festival heeft zich in de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld tot een gebeurtenis van absolute wereldklasse, niet in de laatste plaats natuurlijk dankzij het voltallige Marijinski uit Sint-Petersburg en topdirigent Valery Gergiev. Wat zeker ook heeft geholpen waren de themaprogramma's, zoals dit jaar het indrukwekkende Resurrection - A Story of Rotterdam, met daarin centraal het afschuwelijke bombardement op de stad op 14 mei 1940. De luchtaanval op de stad duurde slechts een kwartier, van half tot kwart voor twee in de middag, maar de uitwerking ervan was enorm. Zo'n 800 inwoners verloren het leven, ruim 24.000 huizen werden met de grond gelijk gemaakt of raakten onbewoonbaar, terwijl een groot aantal kerken, synagogen, kantoorgebouwen en nutsinstellingen werden verwoest. 80.000 Rotterdammers waren op slag dakloos. Voor het openingsconcert van het festival had geen betere keus kunnen worden gemaakt: de Achtste symfonie van Dmitri Sjostakovitsj, een van zijn 'oorlogssymfonieën', met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergiev, het begin van de reeks van meer dan dertig fascinerende concerten in slechts negen dagen.

De bommenregen door de Duitse Luftwaffe met Henkel He 111 bommenwerpers over de stad werd uitgestrooid, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de brand die ontstond, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 800 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de Duitse bezetter de volgende dag dreigde met een bombardement op Utrecht staakte ons land de strijd. Op 15 mei 1940 tekende generaal Winkelman in het vlakbij gelegen Rijsoord de capitulatiedocumenten.

Is er aan de ene kant de ongekende treurnis en de ontreddering in deze meidagen van 1940 en wat daar nog op zou volgen, dan is er aan de andere kant de wederopbouw van de stad, waarvoor de plannen al in dat oorlogsjaar werden uitgebroed. Kort na de oorlog zouden die uitmonden in het Basisplan voor de Wederopbouw. Wat voor de hand lag gebeurde echter niet: veel van het oude dat niet onherstelbaar was beschadigd werd niet hersteld, maar viel onder de slopershamers. De drang tot vernieuwing was groter dan het behoud van de historische architectuur. Wat wel behouden bleef waren onder meer het schitterende stadhuis, het naastgelegen hoofdpostkantoor en beursgebouw (nu het World Trace Center), het Erasmushuis, het Atlanta hotel en de fameuze Hefbrug. Dan was er de Willemsbrug die vanaf 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in de stad, zo'n cruciale rol speelde in de verdediging van de stad. Mariniers van de Oostplein-kazerne vochten aan de voet van de brug, ter hoogte van de Boompjes, als leeuwen, met als gevolg dat zij erin slaagden om de Duitse opmars te stuiten. Het bombardement maakte evenwel snel een einde aan de weerstand. Hoe het Rotterdams Philharmonisch Orkest door de donkere oorlogsjaren heen kwam kunt u hier lezen.

Na de oorlog werd van de nood tevens een deugd gemaakt: het vele weggeruimde puin werd deels gebruikt voor het dempen van de Blaak en de Schie (nu de Schiekade), terwijl de rest een goede bestemming vond in de inmiddels in aanbouw zijnde Noordoostpolder. In de jaren vijftig, met de wederopbouw in volle gang, ontstaat deels een volkomen nieuwe stad, een toonbeeld van moderne architectuur. Een voorbeeld daarvan is het winkelcentrum Lijnbaan, dat in 1953 voor het publiek wordt opengesteld en dat zelfs architecten uit andere landen naar de stad trekt om het nieuwe architectonische wonder van de architecten Van den Broek en Bakema met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Dan is er het nieuwe Centraal Station van Sybold van Ravesteyn dat zich als model van moderniteit eveneens in internationale belangstelling mag verheugen. En het Groothandelsgebouw, de nieuwe Beijenkorf, de Euromast, de nieuwe woonwijken Lombardijen, Pendrecht, en Zuidwijk, en niet te vergeten, zowel het herstel als de enorme uitbreiding van de Rotterdamse haven. De Rotterdamse bouwers gaan richting de Noordzee, via het Botlekgebied en de Europoort kondigt zich de Maasvlakte aan. De Rotterdamse havenactiviteiten staan eerst nog in het teken van het conventionele stukgoed, dat uiteindelijk meer en meer plaats moet maken voor de containeroverslag, naast bulkoverslag, olieopslag, olieraffinaderijen en de chemie. In 1962 was Rotterdam de grootste haven ter wereld. Nu staat de haven qua containeroverslag op de vierde plek op de wereldranglijst, na Shanghai, Singapore en Ningbo.

Werkstad

Het imago van werkstad dankt de stad met name aan die koortsachtige wederopbouwactiviteiten. die bovendien pasten in de sterke groei van de industrie. Door die nogal eenzijdige belichting werd (en wordt soms nog steeds!) de indruk gewekt dat in Rotterdam voor echt cultuur niet of nauwelijks plaats was. Dat het toch vooral een stad was die werd gedomineerd door harde werkers en doorduwers, doordesemd van een 'niet zeuren maar poetsen' mentaliteit. Dat is ten onrechte, maar gelukkig is er vanaf de jaren zeventig in dit opzicht veel veranderd en is het wijd en zijd bekend, ook internationaal, dat Rotterdam als cultuurstad net zo goed meetelt als bijvoorbeeld Amsterdam. En misschien heeft het ook wel een beetje geholpen dat Rotterdam in 2001 met Porto de Culturele Hoofdstad van Europa was.

In ons interview met Hans Waege, de directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, (klik hier), klonk het al een beetje door:

"Het Rotterdams Philharmonisch maakt echter cruciaal deel uit van de internationale uitstraling van Rotterdam. Niet alleen de uitstraling naar zichzelf, maar ook naar de buitenwereld. De stad Rotterdam gebruikt zijn orkest als visitekaartje en wij willen die rol nog beter spelen dan in het verleden al het geval is geweest. Vandaar dat er wordt gewerkt aan een meer uitgebreid tournee- en opnamebeleid. Dat gebeurt dan in samenspraak met en onder  groot enthousiasme van de belangrijkste economische partners van deze stad en niet in het minst de grootste haven van Europa. The Port of Rotterdam is - naast Electrabel als onze hoofdsponsor - een bijzonder loyale sponsor van het orkest. Onlangs waren we met een grote Rotterdamse delegatie in New York en op wat bescheidener schaal in Toronto, zoals dat in het verleden ook is gebeurd in Shanghai. Daar lopen de belangen van de Rotterdamse haven als een soort rode draad doorheen. Die verbindende rol moeten we blijven spelen, want de economische en artistieke belangen hoeven elkaar niet in de weg te zitten, integendeel.
Maar ook voor de economische ontwikkeling van Rotterdam is het leefklimaat in en rond de stad van eminent belang. En wie leefklimaat zegt, zegt cultuur, waaron eveneens de culturele aantrekkingskracht van ons orkest toe behoort. Het Rotterdams Philharmonisch kan en moet die rol nog veel meer spelen. Dat culturele leefklimaat draait natuurlijk niet alleen om het orkest, maar het is goed als een groot internationaal opererend bedrijf zich hier wil vestigen en zich Rotterdam ook herinnert van 'dat geweldige orkest' en dat 'fascinerende festival'. En dat er in de stad heel goede restaurants zijn, want dat zeg ik er dan als Belg gelijk bij: hier kun je heel lekker eten! Maar ook prachtig wonen!"

Het orkest als promotor van de stad, daar is niets mis mee. Dat was het centrale thema tijdens de perspresentatie van het nieuwe concerteizoen door Hans Waege. In die context ligt het voor de hand dat met de planning van tournees daarmee rekening wordt gehouden: het orkest dat speelt in steden die voor Rotterdam met name als havenstad van belang zijn. Voor Waege is dat de economisch én culturele ambassadeursrol die het orkest dient te vervullen. En dan graag met een uitstraling die duidelijk maakt dat er in Rotterdam toch wel heel wat meer te beleven valt dan alleen maar wonen en werken. Vandaar dat het orkest in juni 2011 voor de eerste keer op bezoek gaat in Zuid-Amerika om daar in Brazilië en Argentinië, de zogenaamde 'opkomende markten', de sterren van de hemel te spelen. Waege: "En uiteraard gaan er weer delegaties van haven, gemeente en bedrijfsleven mee, want alles begint toch uiteindelijk met het leggen van contacten, het openen van deuren. En als ons orkest, de muziek daarbij kan helpen? Prima toch?" Het belang van het Rotterdamse achterland als economische factor wordt nog eens dubbeldik onderstreept door de tournee die het orkest naar Hamburg, Keulen, Frankfurt, Antwerpen en Gent voert. "Maar we spelen ook tijdens het Dvorák-festival in Praag en doen Wenen, Zagreb en Ljubljana aan."

Ondanks de malaise in de cd-industrie worden er ook in de komende jaren met EMI en BIS nieuwe opnamen gemaakt, uiteraard met chefdirigent Yannick Nézet-Séguin (Waege: "We zitten op hetzelfde spoor, we verstaan elkaar en we kunnen het uitstekend met elkaar vinden") en in de Grote Zaal van de Rotterdamse Doelen, de thuisbasis van het orkest. Er is al een nieuwe, verfrissende huisstijl en er wordt inmiddels gewerkt aan een geheel vernieuwde website, waarop straks ook inleidingen bij de komende concerten te vinden zullen zijn.

Yannick Nézet-Séguin, de chefdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de grote Doelenzaal in actie (foto: Marco Borggreve)

Onder de noemer 'Klanken van de stad' trekken orkestleden de Rotterdamse wijken in om daar jongeren te ontmoeten en samen met hen te musiceren. Er zijn workshops, concerten en verschillende projecten. De deelnemers komen bij elkaar om samen met het orkest een grote voorstelling te geven.

Ook de jongste generatie wordt niet over het hoofd gezien. Schoolbezoek door leden van het orkest wordt voortgezet en daarnaast start het nieuwe seizoen voor de jongste bezoekers met 'Muzikaal Verhaal'. In de tiende jaargang van deze succesvolle serie kinderconcerten vertellen actrice Anneke Blok, musicalster Jamai, alleskunner Wilfried de Jong en televisieheld Ewout Genemans onder begeleiding van het voltallige orkest over de belevenissen van het jongetje Tuur. Voor iedereen vanaf vier jaar is Muzikaal Verhaal een kennismaking met het orkest en zijn dirigenten, en met de muziek van componisten als Mozart, Mendelssohn en Rimski-Korsakov.

Behalve een concert-met-verteller biedt elk 'Muzikaal Verhaal' ook een bredere kennismaking met het orkest. Vanaf één uur voor de voorstelling kunnen de jonge bezoekers zelf op avonTUUR, met tekenen en schilderen, instrumenten uitproberen en een optreden van een jeugdorkest. Bovendien verschijnt bij elk concert ook een kinderkrant met interviews en illustraties. Voor iedereen vanaf vier jaar is Muzikaal Verhaal een onvergetelijke kennismaking met Tuur én het symfonieorkest!

Een goed initiatief is ook dat jongeren tot en met 26 jaar (met CJP zelfs tot 30 jaar) slechts € 8 voor een kaartje hoeven te betalen, onafhankelijk van de gekozen rang en of het nu om een individueel toegangsbewijs of om een abonnement gaat. Bovendien biedt het orkest aan de jongeren speciale concertseries en inleidingen, zoals de reeds genoemde 'Muzikaal Verhaal' serie, maar ook 'Verkenner' (tussen 9 en 12 jaar) en 'Verkenner II' (voor jongeren vanaf 12 jaar). De 'Young Person's Guide' (YPG, vrij naar Benjamin Brittens 'Young Person's Guide to the Orchestra) is voor jongeren tussen de 16 en 26 jaar die elkaar kunnen ontmoeten en samen concerten bezoeken, een gezellige borrel drinken en de chefdirigent ontmoeten. Het gaat misschien te ver om er een soort 'dating' van te maken, maar toch...

 
  Hans Waege

Seizoenprogramma

Over de innovatieve én zorgvuldige samenstelling van concertprogramma's kunnen boeken worden geschreven en cursussen worden gegeven, maar als rode draad loopt daar toch het afwisselende karakter doorheen. In de woorden van Hans Waege: "Met een gevarieerd aanbod richten ons, van wijktheater tot wereldpodium, tot iedereen die kunst wil voelen. We zijn een orkest van en voor iedereen." De praktijk laat zien dat het laatste niet helemaal waar is, want wie geïnteresseerd is in de eigentijdse muziek buiten de bekende sandwichformule om zal zijn heil toch elders moeten zoeken. En hoewel gezegd moet worden dat zich meer en meer daarin gespecialiseerde ensembles in het muziekbedrijf hebben gevestigd, blijft het toch merkwaardig dat de traditionele symfonieorkesten er maar niet in slagen om een stevige verbinding te leggen tussen het eigentijdse repertoire en het publiek. Initiatieven in die richting ontgroeien de experimentele fase niet en de consequentie daarvan is onherroepelijk dat het de traditionele 'oude' muziek is die in de podiumkunst domineert. Er is de schaamlap (of uitvlucht?) van de muziek als levende kunst, een traditie van eeuwen die zich voortdurend verjongt, maar de verschillen worden pijnlijk duidelijk als Waege schrijft dat "die verjonging niet vanzelf komt en musici nodig heeft die een partituur kunnen vertolken alsof ze gisteren geschreven is." Want stel nu eens dàt s die partituur gisteren is geschreven? Dan blijft die waarschijnlijk in de la liggen, want wie heeft er zin om veel tijd en moeite te investeren in lange repetities, voor uiteindelijk slechts een paar honderd toehoorders? Als Waege dan vervolgens schrijft: "We doen het voor u, ons publiek," dan kan de lijn op termijn misschien nog eens worden doorgetrokken naar verbeteringen in het bar slechte muziekonderwijs op de basisscholen en het voortgezet onderwijs in ons land. Als we toch èrgens moeten beginnen... Dan bij het toekomstige publiek dat over zo'n twintig, dertig jaar misschien meer oor heeft voor eigentijdse muziek. Tot die tijd kunnen we dan misschien nog fantasievoller programmeren, zoals momenteel in Enschede gebeurt, bij het Orkest van het Oosten dat onder leiding van Gerd Albrecht met pianist Ralph van Raat het Pianoconcert van de Tsjechische componist Viktor Ullmann (1898-1944) op het programma heeft gezet. Van Raat zei het terecht: "Hier zijn orkesten toch voor? Doen wat andere orkesten niet doen? Als orkest moet je interessant blijven." En het publiek? Dat moet de kans krijgen erachter te komen.

Maar afgezien daarvan ziet het seizoenprogramma er buitengewoon aantrekkelijk uit (klik hier voor het overzicht) en mogen we weer rekenen op een groot aantal topdirigenten en solisten, waaronder Frans Brüggen, Thomas Zehetmair, Richard Egarr, Angela Hewitt, Emanuel Ax, Renaud Capuçon, Hakan Hardenberger, Simone Lamsma, Jiri Belohlávek, Jonathan Biss, Susan Gritton, Jesús López-Cobos, Arabella Steinbacher, Ilan Volkov, Frank Peter Zimmermann, Khatia Buniatishvili, Karita Mattila, Leonidas Kavakos, Ingrid Fliter, Anna Caterina Antonacci, Andrej Boreyko, Christoph Poppen en natuurlijk... (inmiddels ónze) Yannick Nézet-Séguin, de chefdirigent die in tegenstelling tot zijn voorganger Valery Gergiev veel vaker voor het orkest staat en alles zelf voorbereidt en repeteert.

En de muziek? Naast het veelal klassieke, romantische en laatromantische repertoire toch een aantal fascinerende uitschieters: Tippets 'A Child of our Time', Sjostakovitsj' Elfde symfonie, Waxmans 'The Bride of Frankenstein' (de filmklassieker uit 1935, maar ditmaal met 'live' orkestbegeleiding!)

Rotterdam lééft!

Als rechtgeaarde Rotterdammer houd ik van de stad en 'mijn' orkest. Die liefde begon met de nachtconcerten in de lobby van de Doelen, toen Edo de Waart chefdirigent was van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en hij daarnaast het Nederlands Blazers Ensemble leidde. Mozarts Gran Partita KV 361 staat nog in mijn geheugen gegrift. Toen leefde de stad natuurlijk ook, maar in cultureel opzicht bepaald minder dan nu. Kale straten en pleinen in de binnenstad, met op iedere hoek een gure wind, de eetgelegenheden al bijkans dicht rond half elf (een ober in een bistro op het Schouwburgplein: "Eten? Nu nog? Het is hier New York niet!"). Nu is dat gelukkig anders, de stad leeft, het orkest leeft en er wordt in die 'havenstad' geweldig muziek gemaakt. De seizoenbrochure is ondanks het gebrek aan eigentijdse muziek (ja, we mogen wel even een uitstapje maken naar Takemitsu's 'A Flock descends into the Pentagnonal Garden') toch weer om van te likkebaarden. Dus vooruit, het nieuwe seizoen kan beginnen! Een aantal veelbelovende, jonge dirigenten zal waarschijnlijk hetzelfde denken: James Gaffigan, Jurai Valcuha en Robin Ticciati mogen in de Doelenzaal hun artistieke krachten komen beproeven. Daar is het Rotterdams Philharmonisch trouwens nooit kinderachtig in geweest: de uitdaging aan de jonge garde. Laat ze het maar proberen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links