Solisten

Christa Ludwig (1928~2021) (1)

Nooit een Prima Donna

 

© Paul Korenhof, april 2021

 

 
 

Christa Ludwig als Prins Orlofsky bij haar theaterdebuut in 1946 in Frankfurt am Main

Zaterdag 24 april overleed Christa Ludwig, de laatste van het befaamde Mozart-ensemble van de Weense Staatsopera in de jaren vijftig. In Berlijn geboren uit een zangersechtpaar debuteerde zij in 1946 in Frankfurt, maar haar grote carrière begon toen Karl Böhm haar acht jaar later naar Wenen en Salzburg haalde. Daar groeide zij uit tot een wereldster, favoriet in alle grote operatheaters (in het bijzonder de Met) en op alle belangrijke concertpodia, waar zij zich als liedzangeres nog meer thuis voelde dan in de opera.

In 1993-1994 sloot Ludwig haar loopbaan af met een wereldwijde liedtournee. In dat kader was zij ook te horen in het Concertgebouw, waar zij overigens slechts twee maal eerder was opgetreden: in 1963 in een recital met haar eerste echtgenoot Walter Berry en in 1978 in de Derde Symfonie van Mahler onder Claudio Abbado. Vanwege haar afscheid had ik eind 1993 een uitgebreid interview met haar, dat ik licht ingekort opnieuw publiceer ter nagedachtenis van een bijzondere vrouw.

Frankfurt am Main 1946 - Hannover 1956

Omgeven door overledenen
Terwijl in Nederland de vorst toeslaat, meld ik mij dus in een zonovergoten dorpje buiten Nice, waar Christa Ludwig zich heeft geïnstalleerd met haar tweede echtgenoot, de Franse acteur en regisseur Paul-Emile Deiber. In die vredige omgeving maakt zij van haar hart geen moordkuil. Als ik haar de groeten overbreng van Jard van Nes, is zij een en al belangstelling, maar die van Claudio Abbado leveren slechts als reactie op, dat 'de eerste groeten' haar veel liever zijn.

Het typeert een zangeres die altijd al zei wat zij op haar hart had, en die nu helemaal geen reden meer heeft iemand naar de mond te praten. Bovendien blijken er voor Christa Ludwig belangrijker zaken te bestaan dan zingen en carrière maken, zeker naarmate zij steeds meer geconfronteerd wordt met het vergankelijke van haar loopbaan:
"Dan kom ik in München voor mijn afscheidsvoorstelling, Elektra, en wat zie ik in de kleedkamers? Muren vol foto's van zangers die allemaal dóód zijn! Dat is toch verschrikkelijk! Plotseling voel je je omgeven door louter overledenen! Dat begint als je een jaar of vijftig bent, maar - heel langzaam - wordt het steeds sterker. Kun je nagaan hoe het is, als je nog ouder wordt!"

"Ja, dat krijg je met zo'n loopbaan. Volgend jaar ben ik 48 jaar lang bezig met proberen niet verkouden te worden. Alsof dat het 'höchste der Gefühle' is! Als iemand mij vraagt naar mijn afscheid, zeg ik ook altijd dat het helemaal geen afscheid is! Voor mij wordt het het begin van mijn nieuwe leven en ik verheug me erop als een klein kind op Kerstmis. Niet meer je leven door de klok laten bepalen, niet meer je afvragen of je te veel praat of dat de omgeving misschien niet goed is voor je stembanden. Als je de ambitie hebt carrière te maken, is het zangersleven eigenlijk verschrikkelijk. Vaak zeg ik dat wij een beetje masochistisch zijn om onszelf dat alles aan te doen. Het lijkt me heerlijk om daar een punt achter te zetten!"

Christa Ludwig (Dorabella) en Hermann Prey (Guglielmo) in Cosí fan tutte

In training blijven
"Ik denk dat ik ook heel goed kan leven zonder te zingen. Het is als met tennissen of pianospelen: als je niet in training blijft, gaat het na een tijdje onherroepelijk slechter. Ik heb kort geleden zes weken lang niet gezongen en als een normaal mens geleefd, gasten uitgenodigd, me geamuseerd, gepraat en gelachen zonder er verder bij na te denken, maar bij mijn eerste recital daarna moest ik dat toch bezuren! Gewoon omdat het motortje niet goed liep."

"Ik heb nu weer zo'n periode, waarin ik móet praten. Ik heb me laten overhalen een boek te schrijven, maar dat kan ik helemaal niet, dus komt er iemand anders om de punten en komma's op de juiste plaats te zetten en mijn zinsbouw wat bij te schaven, want ik schrijf zoals ik praat. 1) Met nog een paar andere dingen erbij betekent dat, dat mijn recital in Amsterdam mijn eerste optreden wordt na een tamelijk lange tijd, dus heb ik mijn begeleider Charles Spencer gevraagd eerst hierheen te komen. Dan kan ik hier op mijn gemak het hele recital met hem doornemen, zodat ik weer in training ben."

"Echt afscheid nemen heb ik overigens niet gewild, maar ik houd er ook niet van dat de mensen gaan vragen 'waar is ze opeens? waarom zingt ze niet meer?'. En dat ik het nu pas doe en niet een paar jaar eerder, heeft onder meer te maken met het feit dat mijn moeder kort geleden is overleden. Ik heb haar tot het laatste moment onderhouden en dat kostte erg veel geld. Ze is 94 jaar geworden en op het laatst waren er drie mensen nodig om haar te verzorgen, en dat was duur. Er zijn trouwens een heleboel rollen die ik al lang niet meer kan zingen omdat ik daarvoor de stemkracht niet meer heb, maar zolang het timbre mooi blijft, kun je doorgaan. In het liedrepertoire kun je bovendien precies de liederen uitzoeken die je nog aankunt. En dus ben ik doorgegaan. Waarom ook eigenlijk niet?"

Met Maria Callas en dirigent Tulio Serafin tijdens de opnamen van Bellini's Norma (1961)

Bijna Schubert
"In de opera is het probleem van het ouder worden dat voor mij nog maar een paar mooie, effectvolle partijen zijn overgebleven: Fricka en Waltraute in de Ring en Klytämnestra in Elektra . De Gravin in Schoppenvrouw is niet echt bijzonder en aan Herodias in Salome heb ik een hekel. De oude priores in Dialogues des Carmelites is wel heel fijn om te zingen, maar daarmee is het wel bekeken!"

"Ik ga niet opboksen tegen de herinnering aan mijn eigen vertolkingen van twintig, dertig jaar geleden en mijn laatste rol wordt dus Klytämnestra, op 17 februari in Berlijn en helemaal aan het slot op 14 december in Wenen. Het is een hele sterke, dankbare rol, die wel vaak als pure speelrol wordt neergezet door oudere dramatische sopranen met weinig stern en veel persoonlijkheid, maar je kunt die muziek ook echt heel mooi zingen! Sommige passages zijn bijna een lied van Schubert!"

 
 

Als Klytämnestra in Elektra, Deutsche Oper, Berlijn

"Fascinerend aan Klytämnestra is voor mij bovendien haar neurotische gespletenheid met een zeker zelfmedelijden, met natuurlijk haar afschuwwekkende kanten en niet te vergeten haar angst. Dat alles geeft je diverse mogelijkheden om de stem te kleuren, en frasen binnen die kleuring heel mooi te zingen - of juist niet! Ik ben daarbij altijd uitgegaan van een beschrijving van ik meen Gireaudoux, die Klytämnestra neerzet als een mooie, elegante vrouw die langzaam maar zeker een niet meer te overwinnen lichamelijke afkeer van Agamemnon had gekregen. In ieder geval is mijn stem te lyrisch om die rol anders op te vatten."

"Jammer genoeg is het alleen zo, dat in het hedendaagse muziektheater alles heel snel 'overdone' is, zeker bij een werk als Elektra. De Weense productie van Harry Kupfer is wel het ergste. Je hoort geen muziek meer, je hoort geen tekst meer, je hoort gewoon helemaal niets, zo druk ben je bezig met kijken naar alles wat er gebeurt, constant gebeurt er van alles op het toneel. Er wordt zelfs een vrouw geslacht, en als Elektra haar slotdans doet, is zij in de verste verte niet alleen, maar staan er minstens twintig mensen om haar heen."

"Het huidige Duitse theater vind ik verschrikkelijk! Onlangs zag ik Nathan der Weise op de televisie en ik geloofde mijn ogen niet. De sultan zag eruit als Arafat, Nathans dochter was een Israëlische soldate - ongelooflijk! Dat wordt voor mij alleen maar bedacht door talentloze mensen die willen opvallen. Laten ze dan zelf een andere tekst schrijven!"

Wieland Wagner
"Het is ook onzin te beweren dat het moderne muziektheater een voortzetting is van wat Felsenstein en Wieland Wagner begonnen zijn. Felsenstein misschien, maar Wieland Wagner heeft het toneel juist van alle overbodige ballast ontdaan en de karakters van de personages naar voren gehaald. Tegenwoordig gebeurt precies het omgekeerde en zie je de karakters niet meer, omdat alle aandacht wordt opgeëist door het decor, alsof er voor een operaproductie te veel geld en te weinig fantasie beschikbaar is. Het is toch belachelijk dat er soms miljoenen worden uitgegeven voor een productie die na vijf voorstellingen weer van het repertoire verdwijnt!"

"Natuurlijk zit er een bepaalde ontwikkeling in. Vóór de oorlog ging een zanger gewoon voor het voetlicht staan en zong zijn aria. Dat doen de Italianen trouwens nog steeds, maar ze hebben wel het meeste succes en verdienen ook het meeste! Meteen na de oorlog, toen er geen geld was voor grote decors, werden nieuwe producties vooral met veel fantasie opgebouwd, en de resultaten waren soms onvergetelijk, omdat de regisseurs samen met de zangers de karakters uitdiepten. Nu krijg je te horen waar je staan moet en hoe je lopen moet, en verder moet het decor de show stelen. En als men iets met de zangers doet, worden de personages neergezet op een manier die meestal niet met het werk zelf overeenkomt."

"Wieland Wagner begon daar in zekere zin al mee, toen hij stelde dat het belangrijkste in Tristan und Isolde was, dat het publiek moest merken dat Brangäne en Kurwenal een verhouding hadden. Misschien had hij wel gelijk, maar in relatie tot het werk kan ik daar niets mee. Een werk moet geïnterpreteerd worden in de geest waarin het geschreven werd, zonder dat daarbij sprake is van blinde navolging of van kopiëren. De essentie van het werk zelf moet doorgegeven worden, zowel in de concertzaal als in het operatheater."

Als Prins Eboli in Don Carlos, La Scala 1961

Alleen maar theater
"Een ander punt is het ontbreken van goede dirigenten. Toen Karajan en Böhm de leiding hadden van de Weense Staatsopera, waren zij zich óók voortdurend bewust van hun verantwoordelijkheden voor het huis. Als een gastdirigent ziek werd, viel Karajan van het ene moment op het andere voor hem in. Maar de Abbado's van deze wereld begrijpen niets van dat vak. Zij vliegen maar heen en weer van het ene orkest waar zij chefdirigent zijn naar het andere. Het enige waaraan zij denken, is geld." 2)

"Operadirigenten zijn tegenwoordig zeldzaam, maar Levine behoort beslist tot de uitzonderingen. Er is geen zanger die, waar het zijn dirigeren betreft, negatief over hem praat. Levine heeft oor en hart voor zangers, hij houdt van mooie stemmen en hij voelt precies aan wanneer hij moet helpen door iets sneller of iets langzamer te dirigeren, of iets luider of iets zachter. Horst Stein is zeker ook een goede operadirigent, en dan hebben we nog Heinrich Hollreiser. Die is nu een jaar of tachtig, maar in Wenen zijn ze blij als hij nog Elektra dirigeert. Dan horen ze tenminste een voorstelling waarin de muziek klinkt zoals die klinken moet."

Karajan
"Een dirigent moet ook van zangers houden, weten waar de moeilijkheden kunnen ontstaan en hoe hij die kan opvangen. Karajan was fantastisch op dat punt. Ik herinner me een Fidelio die voor mijn stem natuurlijk veel te hoog en te zwaar was, en toen heeft hij met snellere tempi grandioos door de voorstelling heen geloodst. Tegenwoordig zou men misschien zeggen dat Beethoven inderdaad zo snel gespeeld dient te worden, maar hij deed dat alleen maar om mij te helpen en als dank kreeg hij de kritiek over zich heen."

"Maar laten we het over de deskundigheid van de critici niet hebben. Na de Tristan met Helga Dernesch hebben ze Karajan verweten dat hij met de Berliner Philharmoniker zo luid was, dat Dernesch aan het slot niet meer te horen was, maar dat had daar niets mee te maken. Dernesch was gewoon óp. Die kwam er niet meer bovenuit! Het nadeel met Karajan was, dat hij helemaal geen verstand had van stemmen. Hij had een voorkeur voor lieflijke, slanke timbres, zoals Mirella Freni, en hij ging ook vaak op het uiterlijk af. Hij was en bleef een estheet."

"Ik geef toe dat hij daarbij soms verkeerde keuzes deed, maar als dat verkeerd uitpakte, hadden de zangers daar zelf toch ook schuld aan? Als Karajan een verkeerd idee had, hoefde je dat toch niet te accepteren? Hij heeft mij ooit gevraagd voor Brünnhilde en in eerste instantie wilde ik wel. Ik heb die rol ingestudeerd, maar een paar weken vóór de repetities begonnen, heb ik hem geschreven dat ik het niet zag zitten omdat het een verkeerde rol voor mij was. En waarom niet? Een zanger kan toch 'nee' zeggen?"

"Karajan reageerde overigens heel leuk, met zo'n kleine parabel die hij altijd bij de hand had. Hij zei tegen mij: 'Kijk, dat is het verschil tussen een hond en een kat. Een kat kijkt eerst goed en neemt dan het besluit of hij wel of niet springt. Een hond springt gewoon.' Ook toen ik Isolde afzegde, reageerde hij heel positief en vroeg hij me dan in ieder geval Brangäne te zingen. Het gaat erom dat je eerlijk over zulke zaken praat."

 
 

Als Klytämnestra in Elektra, Opéra de Paris

Je grenzen kennen
"Wat Levine betreft: ik heb niet voor niets in New York mijn laatste Ring gezongen, en al die verhalen dat hij zangers gouden bergen belooft, glijden langs mij af. Ik heb nooit problemen met hem gehad en afgezien daarvan: ik heb van mijn moeder geleerd dat je het allemaal niet zo ernstig moet nemen. Er stort geen vliegtuig neer, er mislukt geen operatie, de hele wereld van de opera is alleen maar theater."

"Kritieken moet je daarom ook niet al te serieus nemen, noch de goede, noch de slechte. Je moet gewoon met beide benen op de grond blijven staan en hard blijven werken. Dat is de basis voor een goede carrière. Bovendien moet je weten waar je grenzen liggen of anders naar goede raad luisteren, maar dan komt weer de intelligentie van de zanger in het spel, want hoe vaak gebeurt het niet dat ze zoiets naast zich neerleggen? Als ze een rol als het hoofd van Jochanaan 'auf einem Silberschüßel' aangeboden krijgen, met cd en video-opname erbij, doen ze het allemaal, maar misschien is mijn fout dat ik juist niet zo nodig hoef."

"Karajan zei ooit tegen me: 'Christa, als jij je zo blijft kleden, word je nooit een primadonna', maar ik hoefde dat ook niet. Al die moeite voor puur uiterlijke zaken - ik heb dat niet nodig. Mensen moeten me nemen zoals ik ben."

Naar deel 2

______________
1) Christa Ludwig: ... und ich wäre so gern Primadonna gewesen - m.m.v. Peter Csobádi. Henschel Verlag Berlin, 1994

2) Claudio Abbado was van 1986 tot 1991 muzikaal leider van de Weense Staatsopera. Hij verliet die post voortijdig (zijn contract liept tot 1997) na conflicten over onder meer zijn veelvuldige afwezigheid en de daardoor beperkte tijd die hij voor Wenen vrijmaakte.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links