Opera en operette

L'Orfeo als totaalkunstwerk

 

© Paul Korenhof, februari 2020
© Foto's: Marco Borggreve

 

Monteverdi: L'Orfeo (La favola d'Orfeo)
Luciana Mancini (La Musica, Messagiera, Proserpina), Samuel Boden (Orfeo), Kristen Witmer (Euridice, Speranza, Eco), Alex Rosen (Caronte, Spirito), Yannis François (Plutone, Pastore, Spirito), Lucía Martín-Cartón (Ninfa), Laurence Kilsby (Apollo, Pastore, Spirito), Kevin Skelton (Pastore, Spirito), Nils Wanderer (Pastore, Spirito), Damien Pass (Spirito)
Dance Company Nanine Linning
La Sfera Armoniosa
Muzikale leiding: Hernán Schvartzman
Regie: Monique Wagemakers
Choreografie: Nanine Linning
Installatie ‘Ego': Lonneke Gordijn (Studio Drift)
Kostuums: Marlou Breuls
Licht: Thomas C. Hase
Gezien: Amsterdam (Carré), 11 februari 2020
Informatie: www.reisopera.nl

De uiteindelijke berusting van Orfeo en zijn hemelvaart onder de vleugels van Apollo worden visueel begeleid door zilverkleurig oplichtende rechthoeken die zich verliezen in een onpeilbare zwarte ruimte. Ondertussen zet het orkest een reeks herhalingen in van de befaamde ritornello waarmee de opera ook begonnen is, daarbij breed variërend in zowel instrumentatie als dynamiek om tenslotte met de laatste verlichting langzaam weg te sterven. Daarna viel dinsdagavond even een doodse stilte voordat een bomvol Carré losbarstte in een applaus alsof Verdi's Il trovatore zojuist was uitgevoerd met de vier grootste zangers ter wereld.

Het was het slot van een opera waarbij een opvallend gemêleerd publiek zoals je dat een paar honderd meter verderop in het 'echte' operatheater zelden ziet, merkbaar op de punt van zijn stoel had gezeten. En dat alles puur door de zeggingskracht van een voorstelling die uitmunt in soberheid. Geen beroemde solisten, geen overweldigende decors en kleurrijke kostuums, geen adembenemende effecten van geavanceerde technische installaties, maar schijnbare eenvoud en artistieke integriteit bepaalden een productie die in alles respect voor Monteverdi's muziek uitstraalt.

Respect voor publiek
Respect voor tekst en muziek is niet het enige kenmerk van deze L'Orfeo waarmee de Reisopera wederom met beperkte middelen grote artistieke pretenties weet waar te maken. Nog opvallender is het feit dat de regie van Monique Wagemakers eveneens groot respect toont voor het publiek en de intelligentie van het publiek. Te vaak gebeurt het tegenwoordig dat een regisseur ieder detail voorkookt, vertelt en overduidelijk maakt om vervolgens de toeschouwer die interpretatie door de strot te duwen. Het lijkt soms alsof het publiek niet eens meer màg nadenken en klakkeloos moet accepteren wat de regisseur te zeggen heeft.

Niets daarvan bij Wagemakers die wel ensceneert vanuit een interpretatie, maar die de toeschouwer verder alle vrijheid laat. Hij mag haar visie volgen, maar hij mag ook tot een eigen interpretatie komen die voor hem misschien veelzeggender en daardoor emotioneel zelfs sterker is. Zij vindt daarbij steun in toneelbeelden die voor een groot deel worden bepaald door een neutrale kostumering van Marlou Breuls, donker voor de onderwereld en zandkleurig voor wat zich daarboven afspeelt. Een visuele voltreffer is een enorme (9x4,5x4,5), ingenieus gehanteerde sculptuur van nylondraad met de naam 'Ego', die door zijn beweeglijkheid een baaierd van interpretaties mogelijk maakt.

Samenwerking
Sterkste punt van de voorstelling is echter de samenwerking met choreografe Nanine Linning en haar tienkoppige Dance Company. Het leidt twee uur lang tot een verrassend, meeslepend, suggestief en soms ontroerend bewegingstheater. Een homogener samengaan van toneelbeeld, dansers en intens, soms minimalistisch acterende vocale solisten kan ik mij na ruim een halve eeuw theaterbezoek niet herinneren. Al kijkend betrok mij steeds sterker het gevoel dat deze voorstelling meer nog dan het aangekondigde 'Gesamtkunstwerk' het product is van een volmaakte samenwerking van alle betrokkenen.

Bij dat laatste moet met de musici van La Sfera Armoniosa ook de naam worden genoemd van dirigent Hernán Schvartzman, muzikaal leider van Opera2Day dat als co-producent optrad. Zo kort na de première van hun Opera Melancholica (klik hier) valt op hoe sterk de overeenkomsten in sfeer en zeggingskracht tussen beide voorstellingen zijn, en dus ook tussen beide gezelschappen.

Contrast
Met alle respect voor de internationale uitstraling van De Nationale Opera moet toch gesteld worden dat gezelschappen als de Reisopera en Opera2Day voor het Nederlandse operaleven minstens zo belangrijk zijn, ondanks hun (helaas) geringe aantal voorstellingen. En afgaande op de publiekssamenstelling durf ik zelfs te zeggen: belangrijker. Veel bezoekers van Carré gaan misschien nooit naar de Stopera, en dat is jammer, maar trouwe bezoekers van DNO die nooit naar de Reisopera of naar Opera2Day gaan, doen zichzelf ernstig te kort (of zijn misschien gewoon snobs en geen echte operaliefhebbers).

Helemaal vlekkeloos verliep de voorstelling overigens niet, maar wie daarover valt is een kniesoor. Het contrast tussen enerzijds de intimiteit van zowel het werk als de productie en anderzijds de enorme ruimte van Carré maakt zoiets ook bijna onvermijdelijk. Dat laatste geldt eveneens voor het feit dat vrijwel alle stemmen voor deze zaal net een maatje te klein waren (uitzondering: de prachtige Messagiera van Luciana Mancini!). Tekenend voor de groepssfeer was echter dat geen van de solisten de neiging had om daarom een tandje bij te zetten, en dat gold gelukkig helemaal voor de geserreerde, soms tot een bijna onhoorbaar maximum aan intimiteit teruggebrachte Orfeo van Samule Boden. Het zou de homogeniteit van deze schitterende productie in gevaar hebben gebracht!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links