Opera en operette

Forza in de pers: een 'draak' vol 'lulkoek'

 

© Paul Korenhof, september 2017

 

Verdi:  La forza del destino

James Creswell (Il marchese di Calatrava), Eva-Maria Westbroek (Donna Leonora), Franco Vassallo (Don Carlo), Roberto Aronica (Don Alvaro), Veronica Simeoni (Preziosilla), Vitalij Kowaljow (Padre Guardiano), Alessandro Corbelli (Fra Melitone), Roberta Alexander (Curra), Roger Smeets (Un alcalde), Carlo Bosi (Mastro Trabuco), Peter Arink (Un chirurgo)
De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Michele Mariotti
Regie: Christoph Loy
Toneelbeeld: Christian Schmidt
Nogmaals gezien: Amsterdam, 19 september 2017

Verdi: La forza del destino. Eva-Maria Westbroek(Leonora), James Creswell (Marchese) en Koor van De Nationale Opera. Foto: Monika Rittershaus/DNO

Zoals ik bij mijn eerste bespreking al aankondigde, heb ik een tweede bezoek aan La forza del destino benut om enkele punten nader te beschouwen, in het bijzonder de solistische prestaties die bij een première niet altijd optimaal zijn. Dat bleek ook nu het geval.

Evenwichtiger
Om te beginnen met de vertolkster van Preziosilla: zij bleef een dame die enthousiast haar fysieke vaardigheden etaleerde om te maskeren wat zij vocaal te kort kwam, maar andere protagonisten bleken zonder premièrezenuwen tot evenwichtiger prestaties te komen dan bij de eerste voorstelling. Dat gold in het bijzonder voor de drie grote tenor-bariton-scènes die in deze lange opera centraal staan. Die werden bij de voorstelling op 19 september evenwichtiger gezongen werden dan tien dagen eerder, maar dat gold ook voor de scènes van tenor en de bariton afzonderlijk. Zo neigde de tenor Robert Aronica bij de première vooral in het eerste en laatste tafereel naar te veel volume, waardoor zijn zingen wat schreeuwerig en larmoyant overkwam. Dat was totaal overbodig. Weliswaar ontwikkelde het NedPhO onder Michele Mariotti eveneens een behoorlijk volume, maar het decor van Christian Schmidt maakte dat de stemmen daar zelfs in het akoestisch niet ideale Muziektheater met gemak overheen konden komen.
Het belangrijkste element daarbij was de ook in mijn vorige bespreking reeds gesignaleerde houten vloer, die bovendien circa dertig centimeter boven de eigenlijke toneelvloer lag en daarmee voor een enorme akoestische klankkast zorgde. Ook bariton Franco Vassallo had daarop zijn draai gevonden en doordat hij nu iets minder op het dramatisch effect werkte, kwam zijn stem soepeler en met meer sonoriteit de zaal in. Minpunt was dat beide zangers nu ook wat monochroom overkwamen, met in hun zang hooguit een schaduw van de kleuren en nuances die wij ons herinneren van de Verdi-zangers uit de vorige eeuw. Wie het duet 'Solenne in quest' ora' kent in opnamen van Björling-Merrill, Peerce-Warren, Corelli-Bastianini, Bergonzi-Cappuccilli of Domingo-Milnes, begrijpt wat ik bedoel - en dan zwijg ik nog over de absoluut onovertroffen vertolking van Enrico Caruso en Antonio Scotti.

De stem van Eva-Maria Westbroek bleek na een minder geslaagde première meer tot rust gekomen, maar toch was haar zang niet helemaal op het niveau dat bij deze mooie maar lastige Verdi-rol past. Haar inzet en emotionele overtuigingskracht waren buiten kijf en de hoogte was er ook weer, zij het nog niet altijd met de stralende superioriteit waar het slot van 'Pace, pace' om vraagt. maar als geheel klok haar vertolking nog te 'dramatisch', alsof Astrid Varnay tussen een paar Isoldes en Ortruds door een uitstapje naar Verdi had gemaakt. Wellicht heeft Westbroek haar stem met Wagner-vertolkingen in met name de grote Metropolitan Opera te veel onder druk gezet, maar hoe het ook zij, als zij nog lang wil meedraaien in het Italiaanse repertoire dat haar zo na aan het hart ligt, zou een specifiek daarop gerichte coaching misschien toch aanbeveling verdienen.

Vraagtekens
Verder blijft deze productie een uitmuntende voorstelling met als theatraal hoogtepunt de scène in het Italiaanse legerkamp (wat die gekost heeft, zullen we maar niet vragen . . .). Een solide fundament daarbij was weer het spel van het NedPhO onder Michele Mariotti, al kan men zich - mede gezien het bovenstaande - afvragen of een echte 'zangersdirigent' hier niet meer op zijn plaats was geweest. Merkwaardig blijven bovendien individuele momenten als het slot van het tweede tafereel, waar het ongeschreven ritardando ditmaal nog sterker opviel, waarschijnlijk door een accentuering van de laatste akkoorden die stilistisch absoluut niet op haar plaats was.

Ook op de minutieus uitgewerkte regie van Christoph Loy is alleen detailkritiek mogelijk. Die betreft vooral overbodige zaken als het 'invullen' van de ouverture en nutteloze videobeelden, maar ook handelingen die vraagtekens oproepen. Waarop slaat bijvoorbeeld het gesol met Leonora aan het slot van het tweede bedrijf, terwijl de serene atmosfeer van het aansluitende 'La vergine degl' angeli' compleet in strijd is met dat geduw en getrek? En waarom wordt Leonora tijdens de herbergscène door het koor heen achterna gezeten, terwijl dat niets aan de handeling toevoegt? Erger: niemand ziet het al bij een eerste bezoek en ook daarna is het vrijwel alleen zichtbaar voor toeschouwers op de balkons. Of is het gewoon een trucje van de regisseur om zijn honorarium waar te maken en kostbare repetitietijd te vullen?

Overleefde lulkoek
Uiterst vreemd blijft ondertussen de manier waarop een deel van de muziekpers op het werk zelf gereageerd heeft. Ik voorspelde al dat minder goed ingevoerde recensenten het werk als 'dramaturgisch' zwak zouden bestempelen, maar dat sommige zich zozeer in de kaart zouden laten kijken, had ik niet voorzien. Het bontste maakte Roeland Hazendonk het in Het Parool onder de kop 'Mooie plaatjes bij overleefde lulkoek'. Verdi's opera omschrijft hij verder als 'een lawaaiig moraliserend verhaal vol walmende blabla' en 'een onontwarbare kluwen bleke spaghetti, overgoten met de onwelriekende onoprechte katholieke saus die ervoor zorgde dat het niet zo fijn toeven was in het negentiende-eeuwse Italië.' Wat daarmee precies bedoeld wordt en wat dat met de opera te maken heeft, blijft onduidelijk.

Dat Hazendonk in het genre bepaald niet thuis is, laat staan dat hij er affiniteit mee heeft, blijkt uit zijn opmerking dat er geen 'echt rakende aria's met de melodische kwaliteiten van het oude belcanto' in zitten. Nee, logisch: toen Verdi in de jaren zestig van de 19de eeuw zijn Forza schreef, was het 'oude belcanto' al enkele decennia uit de tijd! Maar als de aria's (waaronder drie van Verdi's beste!) Hazendonk niet raken, zegt dat meer over hem dan over Verdi.

Maatschappelijke relevantie
Even later, als Hazendonk nader op de voorstelling ingaat, lezen we: 'behalve over mooie plaatjes gaat het nergens over', en vervolgens dat het 'overleefde lulkoek' is, maar dan komt de aap uit de mouw: 'zonder relatie met de werkelijkheid van vandaag.' Alsof een werk over mensen en menselijke emoties, vanaf de Griekse tragedies tot Wozzeck, Peter Grimes, View from the bridge van Arthur Miller of After Life van Van der Aa, niet altijd actueel is! Zo'n opmerking past echter bij een recensent die nog wortelt in de theaterbeschouwing van veertig jaar geleden, toen kunstkritiek een soort 'linkse hobby' was. Onder aanvoering van toneelcritici als Jacques Heijer en Martin Schouten werd toen iedere theatervorm neergesabeld die niet beantwoordde aan bepaalde idealen. De ondergang van het tot dan toe bloeiende Nederlandse repertoiretoneel was daarvan een gevolg: het paste niet in het intolerante streven naar 'maatschappelijke relevantie' waarin niet de mens maar het ideaal de drijfveer was.

Hazendonk is blijkbaar in het drijfzand van de jaren zeventig blijven steken en er nooit achter gekomen, dat relevant theater ook gewoon over mensen kan gaan. En een operaliefhebber is hij kennelijk helemaal niet. Met zulke recensies vol schoolkrantkretologie bewijst Het Parool zijn lezers geen dienst. Recensies die druipen van minachting voor mensen die zo stom zijn om van dit soort muziek te houden, zijn niets meer of minder dan een belediging van de lezer. Er kan beter gezocht worden naar iemand die het genre serieus neemt, ook iets zinnigs kan zeggen over de muziek en over de zangers meer weet te melden dan dat er twee 'op orkaankracht' zingen.

Draak
Minder extreem maar evenmin een voorbeeld van affiniteit was de bespreking van Mischa Spel in het NRC, die wederom een muziekdrama van Verdi afserveerde als 'een draak van een opera' zonder te verduidelijken wat zij daarmee bedoelde. Wel kwam zij met 'bewijzen' voor haar mening dat La forza del destino dramaturgisch zwak in elkaar zat, maar die haalde zij uit het libretto, of liever: uit wat losse kreten in de boventiteling. Een beetje vreemd, want iedereen die iets weet van opera, weet ook dat je zo'n werk absoluut niet mag beoordelen op basis van het libretto, en zeker niet op basis van de literaire kwaliteiten van die tekst. Een libretto is niet bedoeld om op grond van zijn eigen kwaliteiten gelezen te worden. Het is een 'zangtekst' en lezing ervan is louter noodzakelijk om de erbij geschreven muziek te doorgronden. Het belangrijkste is echter dat een libretto door zijn structuur en zijn ritmische en klanktechnische opbouw de componist optimale mogelijkheden bood voor zijn muziekdrama. Wie een tekst van vóór 1900 als zelfstandig element beoordeelt, zelfs als het een libretto is van Da Ponte of Boito, loopt groot gevaar de plank mis te slaan.

Het blijft heel opmerkelijk: Nederland is bij mijn weten het enige land waar in recensies constant denigrerend over de libretti van het 'ijzeren repertoire' wordt gesproken. Opera is alleen geen combinatie van tekst en muziek als zelfstandig te beoordelen componenten. Opera is muziekdrama, een genre met geheel eigen criteria. Daarbij is de muziek de drager van het drama en de primaire functie van de tekst is, dat deze de componist in staat moet stellen het (zingbare!) drama te schrijven dat hem voor ogen staat. Die tekst kan tegenwoordig ook een (ingekorte) toneeltekst zijn, zelfs een literaire tekst, als een componist dat libretto maar ziet zitten als uitgangspunt voor zijn muziekdrama. De literaire kwaliteit van het libretto is echter volstrekt onbelangrijk. Een echte operakenner en een echte operaliefhebber wéét dat!

Ethiek
Onzuiver en zelfs laakbaar in het beleid van de NRC is de plaatsing van een recensie van dezelfde hand die enkele dagen eerder een enthousiasmerend interview met regisseur en dirigent geschreven had, want dat is wat hier gebeurde. Niet alleen plaatst dat vraagtekens bij de geloofwaardigheid en de onbevooroordeelde opstelling van de recensente, het is ook in strijd met de journalistieke ethiek. Een integere journalist(e) doet dit uit zichzelf al niet!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links