Opera & Operette

Vijftig jaar DNO:

Roberta Alexander - bij De Roo tot bloei gekomen

 

© Franz Straatman, juni 2016

 

Inclusief hernemingen werkte de sopraan Roberta Alexander in de periode dat Hans de Roo als intendant leiding gaf aan de Nederlandse Operastichting mee aan 26 producties. Zij is met weinig anderen onder de vrouwen-solisten koploper als het gaat om het aantal rollen dat zij zong en uitbeeldde. Dat grote aantal bereikte Alexander in betrekkelijk korte tijd, namelijk tussen het begin van 1975 en het einde van 1984. Aanvankelijk waren het kleine rollen die zij kreeg toebedeeld. "Tweede nimf in Rusalka, derde sinaasappel in De liefde voor drie sinaasappels, vijfde maagd in Elektra," memoreert zij vrolijk lachend tijdens een terugblik-gesprek op haar jaren bij de Operastichting.
"Ik kwam vanuit Amerika naar Nederland in 1972 als echtgenote van Edo de Waart. Wij hadden elkaar leren kennen in de opera van Santa Fé, waar Edo Don Giovanni dirigeerde, en waar ik nog in het koor zong. Ik was er als apprentice aangenomen na mijn zangopleiding in Michigan en in Santa Fé stond je écht in het vak. In Nederland zong ik aanvankelijk niet; ik was alleen mevrouw De Waart, maar dat voelde niet goed. Na een paar jaar heb ik auditie gedaan bij Hans de Roo en kwam ik - 25 jaar - in de Opera Studio."

"Na mijn scheiding stond ik voor de vraag: blijven of terug naar Amerika? Ik koos voor het eerste want ik had pas één jaar Studio gedaan en de aanstelling gold voor drie jaar. Je leerde intensief het vak tijdens bewegingslessen, zang- en taalcoaching, maar je kreeg ook kleine rollen in de grote producties. In 1975 stond ik voor het eerst op de Nederlandse operaplanken als Fanny in La cambiale di matrimonio van Rossini. Het was ook de eerste keer dat ik onder leiding van Hans Vonk zong. Met hem heb ik acht keer mogen samenwerken. Geen makkelijke dirigent want hij geloofde niet in ademen. 'Dat moet je maar in je eigen tijd doen,' riep hij wanneer je een frase onderbrak voor een hap lucht, maar wat een musicus! Hij was eerlijk in zijn muzikale uitdrukking, werkend vanuit wat de componist wilde. Ik waardeerde dat heel erg; ik kon goed met hem opschieten."

Loyaal naar de zangers
De kleine rollen werden allengs groter, zoals de Micaela in Carmen die Roberta Alexander in januari 1979 met succes zong. Hans de Roo gaf haar vervolgens de rollen van Pamina, Bess (in Peter Schats Houdini ) en Marzelline. Hoe verliep haar contact met De Roo?
"Aan het einde van mijn Studio-tijd vroeg ik hem: Wat krijg ik? Hij zei: Jij moet naar het buitenland. Ja maar, dit is het buitenland, reageerde ik want ik was Amerikaanse gebleven. In het Zwitserse Sankt Gallen kreeg ik toen een rol als Maria in West Side Story. In het Duits! En vervolgens kon ik er Marzelline in Fidelio zingen en Ilia in Mozarts Idomeneo. In Nederland bood De Roo mij Pamina en Marzelline aan, en vooral die laatste rol werd belangrijk want Harry Kupfer voerde de regie. Hij nam mij mee naar Berlijn waar ik aan de Komische Oper Mimì zong in zijn regie. Een ongelooflijke ervaring want hij hield in zijn personenregie rekening met jouw persoonlijkheid. Alle keren dat ik daarna Mimì zong, heb ik geprofiteerd van de ervaringen met Kupfer."
"De Pamina in Amsterdam leidde naar dezelfde rol in Houston en zo bouwde ik mijn carrière op. Met Hans de Roo heb ik het nooit gehad over wat ik wilde zingen. Hij ondersteunde me, niet met woorden, maar met daden. Hij gaf je kansen, maar er stond nooit druk achter. Hans was ontzettend loyaal naar zijn zangers; je ziet het aan de bezettingen uit die tijd. Ook toen de pers negatief oordeelde over mijn optreden in de rol van Violetta (La traviata in april 1984), bleef hij vertrouwen houden."

Scènefoto 'Così fan tutte' met Roberta Alexander (foto Jaap Pieper)
 
 
Scènefoto 'Fidelio' met
Roberta Alexander (foto Jaap Pieper)

Niet in Muziektheater
Als Elvira in Don Giovanni stond Roberta Alexander in november 1984 voor het eerst in Nederland in een productie met haar vroegere man Edo de Waart. Het was de opera waarmee zij elkaar in Santa Fé hadden leren kennen en het werd ook haar laatste optreden bij de Nederlandse Opera. Waarom zagen we haar niet terug in het Muziektheater?
"Ik was niet vrij. Vanaf het seizoen 1984-1985 barstte voor mij alles los. Toen ik in maart 1983 bij het Concertgebouworkest onder leiding van Nikolaus Harnoncourt in de Matthäus Passion had gezongen, nodigde hij mij uit voor Giulio Cesare in Wenen en vervolgens voor Idomeneo en voor Così in Zürich, ja, in de befaamde regies van Jean-Pierre Ponnelle, en de Metropolitan in New York vroeg mij in 1983 voor Zerlina, mijn debuut aan dat huis. Daarna volgden daar onder meer Bess in Porgy and Bess (1985) en Vitellia in La clemenza di Tito. Alle grote Mozart-rollen heb ik overal kunnen zingen. Ik ben wel gevraagd voor het Muziektheater om Elettra te zingen in Idomeneo, maar ik had geen zeven weken achter elkaar vrij voor de repetities. Eva in Die Meistersinger kreeg ik aangeboden op het moment dat de Met mij vroeg voor Jenufa. Dat wilde ik veel liever. Daarna heb ik niets meer gehoord van De Nederlandse Opera."

Roberta Alexander als Sibyl Vane in 'Dorian Gray' van Hans Kox (foto Jaap Pieper)

Roberta Alexander - inmiddels 67 - zingt nog steeds. Ze beleefde afgelopen jaar zelfs een debuut, als Marcellina in Le nozze di Figaro, bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. Ruim een jaar eerder keerde zij tijdens het operafestival van Aix-en-Provence ook terug naar haar begin, naar de rol van vijfde maagd in Strauss' Elektra. "Je denkt 'kleine rol', maar je moet de hoge A wel hebben. Bovendien sta ik zo'n zeventig minuten op het toneel, want regisseur Patrice Chéreau maakte van die vijfde maagd een acteerrol, als de voedster van Elektra en Chrysotemis. In alle recensies werd dat beschreven en kreeg ik lof voor mijn zang èn voor mijn spel. Als vijfde maagd!" roept zij handen heffend met een grootse lach uit.
"Het was echt een cadeautje van Chéreau. Jammer dat hij is overleden, want deze productie ging daarna naar La Scala in Milaan, en in 2016 ook naar de Met. Precies 25 jaar nadat ik er Vitellia zong, was ik er terug! Dat begon heel rustig met weken lang repetities in de kelder, maar toen we het toneel op gingen voor de eerste orkestrepetitie, zag ik opeens twee assistenten van de dirigent druk fluisteren. Later kwamen zij naar mij toe. Toen ik daar op het toneel mijn mond voor het eerst ècht open kon doen, hadden zij mij snel zitten googelen en zij waren stomverbaasd. Dat ik op mijn leeftijd nog zoveel stem had!"

Terug naar Vijftig jaar DNO (5)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links