Opera & Operette

Bayreuther Festspiele 2009 (2)

Tristan und Isolde

 

© Paul Korenhof, augustus 2009

 

Slechts weinigen zullen betreuren dat na deze festivalzomer het doek valt voor de visie op Tristan und Isolde van Christoph Marthaler, een productie waarover zelfs de redelijk gezagsgetrouwe Nordbayerische Kurier zich inmiddels vrolijk begint te maken. Nu is het ook moeilijk om een voorstelling serieus te nemen die zichzelf en het werk kennelijk niet serieus neemt. Het lijkt of Marthaler voortdurend bezig is met het zoeken naar een gimmick die het verwachtingspatroon verstoort, maar hij doet dit nog net niet zo nadrukkelijk dat het publiek in lachen uitbarst.

Bayreuther Festspiele 2009: »Tristan und Isolde«, tweede akte, tweede scène - Robert Dean Smith (Tristan)
en Iréne Theorin (Isolde)
© Bayreuther Festspiele GmbH/Enrico Nawrath

Het kan natuurlijk ook zijn dat het publiek gewoon weigert zich iets van zijn invallen aan te trekken. De verbazing en verontwaardiging van het eerste jaar hebben in ieder geval plaats gemaakt voor een soort berusting, waarbij iedereen zich maar op de muzikale kant lijkt te concentreren. Soms vraagt iemand zich nog wel af waar iets toe dient of waarom de zangers zulke belachelijk onelegante kostuums moeten dragen. Het lijkt echter of de hele aankleding gezien wordt als de onvermijdelijke resten van een periode die nu gelukkig tot het verleden behoort, zoals Duitsland ook nog soms geconfronteerd wordt met restanten van de DDR waarnaar deze voorstelling ondubbelzinnig lijkt te verwijzen.

Hoewel Marthaler de instudering dit jaar aan een assistente heeft overgelaten (niet bepaald wat je in Bayreuth zou verwachten), heeft hij volgens een krantenbericht wel degelijk met zijn dramaturge overlegd hoe zij de kritiek iets tegemoet konden komen, maar veel verschil heeft dat niet opgeleverd. Tristan en Marke zijn twee partijgetrouwe ambtenaren op hun zondags en Isolde ziet er aanvankelijk uit als de truttige echtgenote van een DDR-functionaris om voor haar 'Liebestod' zonder permanentpruik en in iets geëmancipeerder kleding (maar weinig minder onelegant) in Tristans ziekenhuisbed te kruipen. Tristan zelf ligt er dan niet meer in: hij heeft op het voortoneel de geest gegeven terwijl Isolde en Kurwenal op de achtergrond stonden toe te kijken. De andere personages komen duidelijk uit de arbeidende klasse (alleen Brangäne heeft een beetje 'stijl') en gedragen zich ook met zoveel onbegrip als volgens 'kapitalistische clichés' van die sociale klasse verwacht kan worden, en dan vooral met een minimum aan interactie.

Dat alles wil niet zeggen dat er niet geregisseerd is. Integendeel! Marthaler heeft een tot in de kleinste details uitgewerkte personenregie ontworpen, maar de personages komen eenvoudig niet tot samenspel omdat zij alleen maar met zichzelf bezig zijn. Dat trekt hij tot in het ridicule door, bijvoorbeeld tijdens de monoloog van Marke, als Kurwenal om de drie minuten een aanval van epilepsie krijgt en Isolde als een verstandelijk gehandicapt kind met een opgeheven vingertje zit te wijzen naar knipperende lampjes aan het plafond. Het zijn slechts twee voorbeelden, maar ik kan de lijst zo lang maken als ik wil...

Een soortgelijke ridiculisering vinden we in Marthalers werken met het decors en requisieten, al zullen er ongetwijfeld mensen zijn die voor ieder voor mij element een diepzinnige verklaring weten te geven. De overdaad aan stoelen in de eerste akte, de liefdesdrank uit een goedkope thermosfles, de grote verlichte M aan het plafond in de tweede akte, de opflikkerende lampjes aan de zijmuren in de derde akte, het is allemaal even onbegrijpelijk als het ten tonele voeren van de herder in de derde akte als een elektricien die niet eens naar buiten kijkt, of het feit dat Isolde in bed kruipt voor haar 'Liebestod'. Dat zij uiteindelijk het laken over haar hoofd trekt, kan ik echter wel begrijpen. Als ik in deze voorstelling optrad, zou ik constant een laken over mijn hoofd willen...

Muzikaal hing de vlag er gelukkig beter bij, vooral dankzij Peter Schneider en het Bayreuther Festspielorchester. Als vertolker is Schneider een betrouwbare routinier, maar wat zijn lezing miste aan diepte werd ruimschoots goedgemaakt door zijn streven naar klankschoonheid.  enkele maal leek hij daarbij zelfs een beetje pedant, alsof hij wilde bewijzen dat Tristan und Isolde echt een 'mooie' opera is, wat Marthaler op de bühne ook aan ontluisterende lelijkheid vertoonde, maar met een Bayreuther orkest in topvorm vind ik dat geen probleem.

Op het toneel zette Robert Dean Smith een vocaal betrouwbare Tristan neer, terwijl Robert Holl zich kennelijk in zijn element voelde bij Markes monoloog in het tweede bedrijf. Beiden lieten horen dat er nog wel degelijk zangers zijn die met Wagners teksten overweg kunnen en die ook nog verstaanbaar over het voetlicht weten te brengen. Hetzelfde moet natuurlijk ook worden gezegd van de tweede Nederlander in de bezetting, de tenor Arnold Bezuyen, die zich inmiddels heeft ontwikkeld tot een vast maar bijzonder gewaardeerd meubelstuk op de Groene Heuvel, en die dit jaar weer te horen was als de Hirt, als Loge in Das Rheingold en als Erster Gralsritter in Parsifal. Groot succes had ook de bariton Detlef Roth als een markante, helder getimbreerde Kurwenal, maar ook zijn sterke fysieke inzet kon niet altijd verduidelijken wat Marthaler met zijn rol voor had.

Bayreuther Festspiele 2009: »Tristan und Isolde«, derde akte, tweede scène - Robert Dean Smith (Tristan)
en Iréne Theorin (Isolde)
© Bayreuther Festspiele GmbH/Enrico Nawrath

Over de prestaties van de dames verschil ik kennelijk van mening met het overgrote deel van het publiek. De Brangäne van Michelle Breedt was adequaat in de rol van de gedienstige die niet tegen de situatie is opgewassen, maar zij miste de persoonlijkheid van haar voorgangster Petra Lang, die de productie uit onvrede met de regie van Marthaler na het tweede jaar vaarwel had gezegd. Bovendien was Lang uitmuntend verstaanbaar en dat kan van Breedt zeker niet worden gezegd. Ook de uitbundig toegejuichte Iréne Theorin, die de fakkel van Isolde had overgenomen van Nina Stemme, liet op het punt van tekstbehandeling enkele steekjes vallen. Zij veroverde de harten van het publiek vooral door haar krachtige vocalistiek, maar door haar ietwat hoekige zang met weinig charme in de langere melodische bogen overtuigde zij mij minder. Haar 'Liebestod' werd zelfs een van de minst overtuigende die ik mij uit Bayreuth herinner, maar ook hier moet ik de vraag stellen in hoeverre de regie daarvoor verantwoordelijk was.

_________________________
Klik hier voor deel 3 van deze serie


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links