DVD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2010

 

Viktor Ullmann – Fremde Passagiere

 
   
 

DVD:

Film: Auf den Spuren von Viktor Ullmann – Documentaire • 50’ •

Special: Interview met James Conlon – Repetitie-Impressies • 25’ •

Bonus: Symfonie nr. 2 in 5.1 surround,
alleen geluid • 24’•

Capriccio 92 008 • 75' •

 

 

 

CD:

Symfonie nr. 2 in D - 6 Liederen op.17 - Don Quichote tanzt Fandango – Symfonie nr.1 (Von meiner Jugend).

Juliane Banse (sopraan), Gürzenich-Orchester Kölner Philharmoniker o.l.v. James Conlon.

Capriccio 67 017 • 62' •

 

 

Klik ook hier: Muziek achter prikkeldraad (3): Het getto in Theresienstadt (Terezín)


Viktor Ullmann (1898-1944) beklaagde zich tijdens zijn gevangenschap in concentratiekamp Terezin (Theresienstadt) niet over het erbarmelijke voedsel, de mensonterende leefomstandigheden of het gebrek aan water, maar alleen over het ontbreken van (muziek)papier - hij gebruikte de achterzijde van weggegooide deportatielijsten om zijn muzikale invallen vast te houden. Bizar en macaber, dat zijn de woorden die je blijven achtervolgen bij het bekijken van deze documentaire over de levensloop van een gekwelde componist. Op 8 september 1942 arriveerde Ulmann in Terezin, in gezelschap van zijn derde en zijn eerste echtgenote. Zijn tweede vrouw bevond zich met twee zoontjes al in het kamp. Bizar. Binnen een maand werd zijn eerste vrouw naar Treblinka gedeporteerd en vergast. Macaber. Terezin was een garnizoensstadje, berekend op de huisvesting van 5000 mensen, maar de nazi’s wisten er 60.000 mensen samen te persen. Ze noemden het kamp eufemistisch een ghetto met zelfbestuur om de internationale gemeenschap een loer te draaien. Een propagandafilm die er werd gedraaid kreeg als titel mee ‘Der Führer schenkt die Juden eine Stadt’. In die film zie je Karel Ancerl het kamporkest dirigeren in de ‘Studie voor strijkorkest’ van Pavel Haas, een medekampbewoner.

Ondanks alle ellende vermocht Ullmann in 1944 op te schrijven dat “ik in mijn muzikale activiteiten door Theresienstadt gestimuleerd en niet geremd ben, en dat wij niet slechts klagend aan de oevers van de rivier de Babylon zaten”. En in zijn dagboek ‘Der fremde Passagier’ dat hij bijhield tijdens een verblijf in een psychiatrische inrichting in de jaren 1930 lezen we: “Der tiefste Schmerz kann zu Musik nicht werden”. Op 18 oktober 1944 werden Viktor Ullmann en zijn vrouw Elisabeth in Auschwitz vergast. Twee van zijn vier kinderen ontkwamen door een hulpprogramma naar Engeland. In de film kunnen we zien hoe ze daar de rest van hun leven volledig getraumatiseerd slijten. Het navrante aan Ullmanns oeuvre is dat van de werken die hij tot 1942 schreef een groot deel verloren is gegaan, maar dat alle composities uit Terezin als door een wonder bewaard zijn gebleven. Het heeft weliswaar decennia geduurd voordat we daar achter waren, maar zo langzamerhand begint het beeld zich te completeren.

Deze cd draagt daartoe in niet geringe mate bij, en wel door de fonografische première van de eerste symfonie. Die symfonie is gebaseerd op de vijfde pianosonate, de eerste van drie die Ullmann in Terezin voltooide. Dat Ullmann in oorsprong een orkestwerk voor ogen stond blijkt uit aanwijzingen voor de instrumentatie die hij hier en daar toevoegde, maar praktische uitwerking daarvan was voor hemzelf natuurlijk volkomen zinloos, en dus stortte hij zich liever op een volgende compositie. Datzelfde geldt voor de zevende pianosonate (=Tweede Symfonie) en de ouverture ‘Don Quichote tanzt Fandango’. De Duitse componist Bernhard Wulff heeft op voorbeeldige wijze de schetsen van Ullmann ontcijferd en uitgewerkt tot volledig overtuigende partituren. De cyclus liederen opus 17 op teksten van de antroposofische auteur Albert Steffen (Ullmann was een overtuigd antroposoof) zijn geheel in stijl geïnstrumenteerd voor een kamerensemble door Geert van Keulen (en prachtig gezongen door Juliane Banse). Aan de tweede symfonie én aan de opera ‘Der Kaiser von Atlantis’ kunnen we horen dat de eeuwige zoeker Ullmann eindelijk zijn eigen stem had gevonden in Terezin. Hij weet een een synthese te maken tussen die twee andere joodse componisten, de hemelbestormende Gustav Mahler en de cabareteske Kurt Weill. Het resultaat is een melancholieke, maar tegelijkertijd krachtige muziek, die met onverwachte ironie de luisteraar pootjehaakt.

DVD en cd zijn in 2003 onafhankelijk van elkaar uitgebracht, maar complementeren elkaar perfect. Behalve de documentaire over het leven van Ullmann is er een uitgebreid interview met dirigent James Conlon, aangevuld met repetitiefragmenten. Als bonustrack fungeert een dvd-audio opname van de tweede symfonie in 5.1 surround, maar dan wel zonder beelden. Een groot compliment verdienen Conlon, zijn orkest en zijn opnameteam, die samen hebben gezorgd voor een optimale presentatie van Ullmanns orkestrale testament uit Terezin.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links