DVD-recensie

Verboden noten

Gennadi Rozjdestvenski: van beroep dirigent

Schnittke/Rozjdestvenski: Dode zielen

Prokofjev: Sdrawitza

 

© Aart van der Wal, september 2008

 

 

Notes interdites

Twee films van Bruno Monsaingeon met

1. Scènes uit het muzikale leven in stalinistisch Rusland.

2. Leven en werk van de dirigent Gennadi Rozjdestvenski;

3. Alfred Schnittke/bew. Rozjdestvenski:: Orkestsuite uit Dode Zielen - Sergej Prokofjev: Cantate Zdravitsa.

Viktoria Postnikova (piano), Russische Capella Symfonieorkest en Koor o.l.v. Gennadi Rozjdestvenski.

Ondertiteling in Engels en Frans.

Idéale Audience 3073497 • 155' •

Zie ook Dmitri Sjostakovitsj: Kroniek van een vriendschap - brieven aan Isaak Glikman


 
  Gennadi Rozjdestvenski

Documentairemaker Bruno Monsaingeon, bekend van o.a. zijn Glenn Gould serie, heeft zich in 2003 op het muzikale leven in Rusland tijdens de stalinistische repressie gestort en daarin de Russische dirigent Gennadi Rozjdestvenski een sleutelrol gegeven. De documentaire valt in drie delen uiteen: het eerste deel, The red baton, heeft als subtitel Scenes from the musical life of Russia, in het tweede deel wordt Rozjdestvenski als dirigent gepresenteerd, met in het slotdeel de uitvoering van de door Rozjdestvenski gemaakte orkestsuite van Alfred Schnittkes De dode zielen en Sergej Prokofjevs cantate Sdrawitza, uiteraard beide geleid door Rozjdestvenski.

Monsaingeon heeft er al in eerdere documentaires blijk van gegeven dat hij niet alleen boeiende karakters weet op te sporen die in de muziekgeschiedenis een belangrijke rol hebben gespeeld, maar hij slaagt er ook steeds weer in om aan historisch bijzonder beeldmateraal te komen en om dit dan op ingenieuze wijze in de film te verwerken.

Waarom Rozjdestvenski? In het begeleidende boekwerkje zet Monsaingeon uiteen dat hij wilde breken met het traditionele formaat van de historische documentaire, die altijd en eeuwig uitgaat van een veelvoud aan ooggetuigenverslagen, in de hoop dat de waarheid ergens wel uit het grote aantal uiteenlopende meningen komt bovendrijven.

In dit geval koos Monsaingeon bewust niet voor een wetenschappelijk gefundeerde film, maar voor een uitdrukkingsvol beeldverslag dat tevens een eenheid moest vormen. Daarin paste Rozjdestvenski perfect. Hij is immers de laatste nog levende vertegenwoordiger van de schare grote vertolkers uit het Sovjettijdperk, waartoe o.a. grootheden als Oistrach, Rostropovitsj, Richter, Kogan, Gilels en Mravinski behoorden. Bovendien was Rozjdestvenski in de voormalige Sovjet-Unie niet alleen als musicus, maar ook als administratieve functionaris werkzaam geweest, waardoor hij meer dan anderen bekend was met de bureaucratische krochten van het systeem. Hij kende het als het ware van binnenuit. Hij was nog maar net twintig toen hij in 1952, een jaar vóór Stalins dood, al in het Bolsjoi-theater dirigeerde. Hij wist dus hoe het in de Sovjet-Unie er in de jaren dertig aan toe ging en beleefde na de gruweljaren ook de - zij het nog beperkte - verlichting in de periode toen Chroesjtsjov aan de macht was. We zijn dus getuige van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen waaraan Rozjdestvenski sterke herinneringen bewaart. Hij is bovendien een kleurrijke figuur die gemakkelijk praat en - typisch Russisch - de meest bizarre, treurige of dramatische situaties nog van een humoristisch sausje weet te voorzien. Rozjdestvenski verstaat ook de kunst van het relativeren, waardoor al met al de loodzware last van de stalinistische terreur enigszins wordt verlicht. Toen deze film werd gemaakt was de dirigent dik zeventig, en zo zit hij er ook bij, zeer ontspannen, bijna in de trant van 'opa vertelt'.

Natuurlijk kijkt hij naar de gebeurtenissen uit het verleden door zijn eigen bril. Hij plaatst daarbij zijn eigen accenten, maar zijn verslag is rijk aan details en van begin tot eind bijzonder fascinerend. Veel wisten we min of meer al, maar Rozjdestvenski zat dicht bij het vuur en dat geeft een bijzondere dimensie aan het geheel. Hij etaleert zijn kennis en ervaring niet als historicus maar als autobiograaf, begeleid door soms unieke historische filmbeelden van Sjostakovitsj en Prokofjev (ik heb ze in ieder geval nooit eerder gezien).

Zijn enorme inzet voor de eigentijdse muziek bracht de dirigent in persoonlijk contact met grootheden als Dmitri Sjostakovitsj en Sergej Prokofjev, maar later ook met bijvoorbeeld Sofia Goebaidoelina (zij droeg haar Verstimmen...Verstummen... aan hem op). Rozjdestvenski leidde de première van een groot aantal nieuwe werken van Russische componisten (daaronder Alfred Schnittke, , maar hij zette zich in en buiten Rusland ook in voor de muziek van o.a. Arthur Honegger, Ralph Vaughan Williams en Anton Bruckner.

Dmitri Sjostakovitsj (l.) en Gennadi Rozjdestvenski in Moskou (foto uit het dvd-boekje)

Kort lontje

Hoewel Rozjdestvenski er in het dagelijks leven een nogal ongedwongen levenshouding opna lijkt te houden en hij gemakkelijk toegankelijk is, is het met hem vaak toch oppassen geblazen. Hij heeft bepaald geen gering ego en is het gewend om zowel binnen als buiten het orkest op zijn wenken bediend te worden. Hij kan ook korzelig en lastig zijn, waarbij er erg veel overtuigingskracht nodig is om het tij te doen keren. Soms lukt dat helemaal niet, zoals in februari 2006 in Amsterdam, toen er zelfs sprake was van rel die eigenlijk de sop in de kool niet waard was.

Rozjdestvenski kwam naar ons land om een aantal concerten bij het Amsterdam Sinfonietta te dirigeren. De leiding van het orkest had op zijn hotelkamer een aantal presentjes laten bezorgen, waaronder een cd met muziek van Walton en Beethoven. In het begeleidende cd-boekje kwam hij evenwel zijn naam niet tegen. Rozjdestvenski had daarvoor slechts eenmaal het ensemble gedirigeerd en dat lag bovendien al ver terug, in 2003. Maar desondanks ontstak de Rus in grote woede, hij voelde zich 'tot op het bot' beledigd en schreeuwde luidkeels dat dit zijn leven kapotmaakte. Van enig verder optreden met het orkest kon geen sprake meer zijn. Zijn vrouw, de pianiste Viktoria Postnikova (ze geeft ook op deze dvd acte de présence, zowel als geïnterviewde als pianiste) was uiteraard met haar man solidair en weigerde eveneens nog op te treden. Het zag er allemaal nogal dreigend uit. Orkestdirecteur Mark Vondenhoff, die de tirade over zich uitgestort kreeg, besloot concertmeester Candida Thompson er maar bij te halen, maar ondanks de vele excuses bleek het tweetal niet te vermurwen. De geplande concerten konden weliswaar doorgang vinden, maar nu onder leiding van Roman Kofman, met Alexander Melnikov als de pianist.

In 1999 was er veel gedoe over Rozjdestvenski's honorarium naar aanleiding van een aantal geplande optredens met het Residentie Orkest. Hij zou voor ieder concert de lieve som van 16.000 Amerikaanse dollars ontvangen, maar zijn impresario ging vervolgens in de ring om er nog eens extra 500 dollar uit te slepen. Dat leidde tot veel gedoe, maar uiteindelijk ging het RO overstag en betaalde.

 
  Andrej Zjdanov

Khrennikov en Rozjdestvenski

De documentaire bevat ook een interview met Tikhon Khrennikov, van 1948 tot 1992 de secretaris-generaal van de Russische Componistenbond, die het zovele eigentijdse componisten zo verschrikkelijk moeilijk heeft gemaakt en als het hulpje van Andrej Zdanov, vanaf 1946 de machtige heerser over de Russische cultuur, de man die zijn orders rechtstreeks van Stalin ontving en met niet meer dan een handgebaar kon beslissen over het lot van tienduizenden kunstenaars. Toen hij in 1948 in Moskou aan een hartaanval bezweek slaakte menigeen althans even een zucht van opluchting. Het 'drankorgel' was eindelijk van het toneel verdwenen.

Zjdanov trad met ijzeren hand op tegen het 'formalisme' in de kunst. Hij deed dat zo ijverig en efficiënt dat het woord zjdanovtjsina (zjadanovisme) grote schrik aanjoeg. Iedere schilder, beeldhouwer, schrijver, musicus en componist wist precies waar zjdanovtsjina voor stond).

Khrennikov, een bekwame musicus die als pianist en componist zeker niet tot de minsten werd gerekend, lwerd tijdens het eerste Congres van de Unie van Sovjet Componisten (19-25 april 1948) door Zjdanov tot algemeen secretaris benoemd, waarna de 'strijd tegen het formalisme' pas goed begon. Khrennikov bleef tot 1991, toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, in functie.

Nog in 1979, tijdens het Zesde Congres, werden niet minder dan zeven componisten in de ban gedaan: Sofia Goebaidoelina, Edison Denisov, Viatsjelav Artijomov, Dmitri Smirnov, Aleksandr Knajfel, Elena Firsova en Viktor Soeslin. Hun muziek werd bestempeld als 'luidruchtige rommel' in plaats van 'muzikaal vernieuwend.'

In de film zien we Thennikov terug (hij overleed in 2007, 94 jaar oud). Zijn weerwoord bevatte de stereotiepe uitvluchten. Hij handelde slechts 'in opdracht', op grond van de door hogerhand genomen besluiten, waaraan hij zich niet kon onttrekken. Bovendien was hij zich toen niet bewust van de mogelijke gevolgen van zijn handelswijze, terwijl hij nu juist zovelen had geholpen in hun strijd tegen de artistieke isolatie. Rozjdestvenski's autobiografische 'notities' maakten er - bijna vanzelfsprekend - korte metten mee.

Rozjdestvenski als dirigent levert veel interessante beelden op, o.a. van repetities, uitvoeringen en masterclasses. De beide 'bonussen', Schnittkes filmmuziek Dode Zielen (naar Gogol), maar dan in de bewerking van Rozjdestvenski als tragisch-burleske orkestsuite, en Prokofjevs bombastische cantate voor koor en orkest Zdravitsa uit 1939 ter gelegenheid van Stalins zestigste verjaardag (die in het werk als de Grote Inspirator wordt afgeschilderd...) Beide stukken geven een goed beeld van Rozjdestvenski's kwaliteiten als dirigent (alsof we dat al niet wisten!).

De indrukwekkende, vakkundig gemonteerde beelden en de uitstekende geluidskwaliteit maken deze dvd-uitgave een 'must' voor iedereen die in de Russische geschiedenis en dan met name op het culturele vlak is geïnteresseerd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links