DVD-recensie

 

© Paul Korenhof, mei 2014

 

Wagner:  Das Rheingold

René Pape (Wotan), Stephan Rügamer (Loge), Doris Soffel (Fricka), Jan Bucjwald (Donner), Marco Jentsch (Froh), Anna Samuil (Freia), Anna Larsson (Erda), Kwangchul Youn (Fasolt), Timo Riihonen (Fafner), Johannes Martin Kränzle (Alberich), Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Mime), Aga Mikolaj (Woglinde), Maria Gortsevskaya (Wellgunde), Marina Prudenskaya (Flosshilde) Eastman Ballet Company, Antwerpen, Teatro alla Scala, Milaan
Dirigent: Daniel Barenboim
Regie: Guy Cassiers
Choreografie: Sibi Larbi Cherkaoui

Arthaus Musik 108 090 (Blu-ray)

Opname: Milaan, december 2009

Wagner:  Götterdämmerung

Lance Ryan (Siegfried), Gerd Grochowski (Gunther), Anna Samuil (Gutrune, Dritte Norn), Johannes Martin Kränzle (Alberich), Mikhail Petrenko (Hagen), Iréne Theorin (Brünnhilde), Waltraud Meier (Waltraute, Zweite Norn), Margarita Nekrasova (Erste Norn), Aga Mikolaj (Woglinde), Maria Gortsevskaya (Wellgunde), Marina Prudenskaya (Flosshilde), Eastman Ballet Company, Antwerpen, Teatro alla Scala, Milaan
Dirigent: Daniel Barenboim
Regie: Guy Cassiers
Choreografie: Sibi Larbi Cherkaoui

Arthaus Musik 108 093 (Blu-ray)

Opname: Milaan, december 2012

 

 

 

 

 


Het operatheater lijkt meer en meer om de enscenering, of beter: om de visuele invulling en de daarvoor ontwikkelde technische mogelijkheden te draaien, terwijl de rol van de vertolkers die een personage uitbeelden, daaraan gaandeweg ondergeschikt lijkt te worden. Hoe grootser en gecompliceerde de opera in kwestie is, hoe sterker die ontwikkeling zich lijkt te voltrekken. Een duidelijk voorbeeld waartoe dit kan leiden, bieden de diverse producties van het Spaanse regiecollectief La Fura dels Baus, dat sinds hun opzienbarende visie op Berlioz La Damnation de Faust tijdens de Salzburger Festspiele 1999 de operawereld veroverd schijnt te hebben, en dat zich binnenkort in Nederland mag uitleven op Gounod's Faust .

Een werk dat geschapen lijkt voor een visueel overweldigende aanpak is natuurlijk Der Ring des Nibelungen en als het gaat om ensceneringen waarbij het technisch vernuft de handeling meer lijkt te bepalen dan een uitgewerkte personenregie, zijn er nu al drie complete opnamen op de markt (op dvd en blu ray), waaraan de vooral visueel ingestelden onder ons zich uitgebreid kunnen laven. Om te beginnen is er natuurlijk het zonder meer visuele spektakel dat La Fura del Baus in Valencia heeft opgebouwd en dat zich daar bij bijzondere gelegenheden zelfs tot buiten het theater uitstrekte (klik hier voor de bespreking). Het resultaat blijft adembenemend, zelfs op het beeldscherm in de huiskamer, maar als de camera inzoomt op de solisten wordt merkbaar dat de karaktertekening en de uitwerking van de conflicten, zowel de innerlijke als die tussen de personages, te wensen overlaat, zeker voor wie de ensceneringen kent van regisseurs als Patrice Chéreau, Götz Friedrich, Harry Kupfer en Pierre Audi. Beter scoort op dat punt de Ring die Robert Lepage voor de Metropolitan Opera ontwierp. Hier zijn techniek en spel over het algemeen redelijk in evenwicht, al onthult de dvd-opname wel wat in het theater soms zo duidelijk wordt dat Met-directeur Peter Gelb zich er zelfs tegenover het publiek voor verontschuldigde, namelijk dat de techniek niet altijd geruisloos werkte.

Das Rheingold
De enscenering die de Antwerpse regisseur Guy Cassiers ontwierp voor een coproductie van de Milanese Scala en de Staatsoper Berlin, toont weer een andere benadering. Weliswaar doet de combinatie van technisch geavanceerde decors en kleurrijke 'lichttonelen' van Enrico Bagnoli meer dan eens denken aan het soort toneelbeelden waar ook Pierre Audi in Amsterdam zo graag mee werkt, maar waar Audi inspireert tot soberheid en strakke lijnen, is hier wederom sprake van visuele overdaad, zij het minder sterk dan bij La Fura dels Baus. In Das Rheingold geldt dat zowel voor de abstracte kant van kleurgebruik en kleurwisselingen als voor de in Cassiers' godenland constant aanwezige waterpartij met loopvlakken voor de solisten, een constructie waarvan de zin mij volledig ontgaat. In de Rijnscènes kan ik mij de aanwezigheid van water heel goed voorstellen, maar op de bergtoppen waar de reuzen Walhalla gebouwd hebben, lijkt het een tamelijk onlogisch element. Gezien het feit dat in het dvd-boekje bij het eerste deel van de tetralogie uitgebreid aandacht wordt geschonken aan het feit dat deze enscenering behoort tot de 'neomythische periode' in de Ring -duiding , zou je kunnen afleiden kunnen afleiden dat ieder element ook 'mythisch duidbaar' zou moeten zijn, maar ten aanzien van dat water en de daardoor noodzakelijke loopbruggen tast ik in het duister, terwijl ik er ook geen esthetisch doel in kan zien.

Een ander opvallend element is de prominente inbreng van de Antwerpse Eastman Ballet Company, een groep dansers waarvan vrijwel voortdurend enkele of meerdere leden op het toneel aanwezig zijn ter illustratie of becommentariëring van de woorden en handelingen van de personages, en soms zelfs als hun 'regisseurs'. Mijn aanvankelijke irritatie maakte snel plaats voor een geboeid toekijken, want wat bleek? De emotionele expressie die Cassiers als moderne 'conceptuoloog' (regisseur kan ik dit soort theatermakers eigenlijk niet meer noemen) niet aan de solisten kon of wilde ontlokken, was in vertrouwde handen bij deze dansgroep, die daarmee meer leven in de theatrale brouwerij bracht dan alle ingenieuze toneelbeelden bij elkaar.

De overtuigendste solistische vertolking komt van Doris Soffel. Hoewel haar stem lichte sporen van slijtage begint te vertonen, blijft zij een grote persoonlijkheid die in iedere blik, ieder gebaar en iedere noot van de tekst haar inzicht in de rol zicht- en hoorbaar maakt. Op hetzelfde niveau beweegt zich de in stem en bewegingstaal scherp geciseleerde Mime van Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, inmiddels eveneens een oudgediende uit Amsterdam. Ook bij de Alberich van de in zijn spel gedetailleerde Johannes Martin Kränzle spettert het theater ervan af, maar bij hem hoor ik helaas te snel de grenzen van zijn stem, of liever: dat hij over die grenzen heen gaat, en als je opgegroeid bent met vertolkingen als die van Gustav Neidlinger, is dat even wennen. De andere solisten blijven een beetje achter, hetzij omdat zij een sterk gezongen aandeel niet helemaal in karakterisering omzetten, zoals René Pape met een vocaal uiterst fraaie maar in zijn tekstweergave niet echt uitgediepte Wotan, of Stephan Rügamer wiens ietwat nasale Loge te dicht bij een doorsnee Mime ligt, zonder net dat beetje extra dat deze rol vocaal of in vertolking (of op beide fronten) tot de hoofdrol van deze 'Vorabend' kan maken.

Muzikaal aantrekkelijke vertolkingen komen verder onder meer van Anna Lasson als een sonore, en evenwichtige Erda en van Anna Samuil als een lyrische, fraai getimbreerde Freia. De bariton Jan Buchwald (Donner) en de tenor Marco Jentzsch (Froh) blijken wat vlak, evenals de weinig imponerende Fafner van de bas Tiimo Riihonen (Fafner), die duidelijk overvleugeld wordt door de Fasolt van Kwangchul Youn, sinds een jaar of wat min of meer de 'bas van dienst' bij de Bayreuther Festpiele. Opvallend is overigens wel dat de goden in de kostuums van Tim van Steenbergen een wat schamel gekleed clubje vormen dat sterk contrasteert met de rijkelijk opgetuigde godinnen.

De uitvoering werd vastgelegd in een in beeld en klank verzorgde registratie waarbij de regisseur merkbaar alle moeite deed om zowel de zangers als de dansers tot hun recht te laten komen. In het begeleidende boekje vinden we behalve een gedegen beschouwing over een halve eeuw Ring -interpretatie ook een track-indeling, bij dit werk bepaald geen overbodige luxe.

Götterdämmerung
Het kwam toevallig zo uit dat vervolgens niet Die Walküre of Siegfried in mijn speler belandde, maar het laatste deel, Götterdämerung , in zijn concrete dramatiek misschien het 'helderste' van de vier delen van de Ring , maar dat blijkt juist hier niet altijd een voordeel. De primaire verhaallijnen zijn uitstekend te volgen, maar ik kan mij zo voorstellen dat de beeldsymboliek voor een onvoorbereide toeschouwer niet meteen helemaal duidelijk is. In principe is dat ook niet nodig, dat is hier wel prettig bij de regie van Cassiers, maar zeker bij herhaald bekijken gaat het wel intrigeren, vooral omdat er regelmatig beelden voorbijkomen waarvan je het idee hebt 'dat zou ik toch moeten kunnen thuisbrengen'.

Gelukkig bevindt zich ook ditmaal in het boekje - naast natuurlijk rolverdeling, foto's en de trackindeling - een bijdrage van Michael Steinberg die uiterst verhelderend werkt, zeker voor wie enigszins op de hoogte is van de door hem aangehaalde literatuur, waaronder het tegenwoordig bijna onvermijdelijke Heart of Darkness van Joseph Conrad. Veel van de in het decor verwerkte afbeeldingen blijken echter reproducties van elementen uit Les passions humaines , het befaamde of beruchte fries dat de Antwerpse beeldhouwer Jef Lambeaux in opdracht van koning Leopold II ontwierp voor een paviljoen in het park waarmee het vijftigjarig bestaan van het koninkrijk België luister werd bijgezet. Voor Lambeaux was de luister echter van korte duur, want burgerlijk België stond op zijn achterste benen over zoveel zedeloosheid, en dat nog wel in opdracht van de vorst. Het binnenste van het paviljoen werd zoveel mogelijk aan het oog onttrokken en de huidige beheerder, de ambassadeur van Saoedi-Arabië is natuurlijk helemaal niet van zins om dat voorbeeld van Europese decadentie aan publieke aanschouwing bloot te stellen. Waar het bekijken van deze opname van Der Ring des Nibelungen al niet goed voor is!

In dit overwegend door 'mensen' bevolkte Ring- deel is het aandeel van het Antwerpse ballet aanmerkelijk kleiner, maar het werkt wel weer heel expressief, vooral in de uitbeelding van de Tarnhelm als een in zichzelf gekeerd monster met tentakels die iedere ongewenste toenadering afschrikken. Verder veel projecties en een regelmatig terugkerende stellage van losse trapdelen met ook daarop verwijzingen naar Les passions humaines. Technisch verloopt het op het Scala-toneel alleen niet altijd helemaal vlekkeloos en ook de cameravoering, met veel onflatteuze close-ups, wijst niet op al te veel begrip voor wat Cassiers en zijn team voor ogen stond.

Mogelijk mede onder invloed van het Italiaanse orkest dirigeert Barenboim deze beide delen met een wat lichtere klank dan ik mij herinner van zijn Bayreuther Ring, maar in tempo en frasering sluit hij aan bij de Duitse traditie zonder overigens de bijbehorende spanning op te roepen. Zijn benadering is ook meer 'melodisch' dan 'dramatisch' in die zin dat hij geen bijzondere nadruk legt op Wagner's spel met leidmotieven en vooral aandacht heeft de voortgang, waarbij hij overigens fraaie melodische bogen laat horen die door het Scala-orkest gerealiseerd worden in een sfeer die ik als 'orkestraal bel canto' zou willen betitelen.

Helaas staat bij Götterdämmerung de bezetting echter niet op het gemiddelde niveau dat we konden horen in Das Rheingold en vooral de heren vereleiden mij niet tot groot enthousiasme. Ryan Lance slaat zich met goed resultaat door Siegfried heen, maar klinkt soms wat larmoyant en meer dan eens lijkt het ook of zijn ademsteun een beetje wankelt. De zang van Gerd Grochowski komt wel van begin tot eind solide over, maar zijn Gunther blijft vocaal en in uitbeelding kleurloos, terwijl Mikhail Petrenko vergeefse pogingen doet op een echte Wagner-bas te lijken. Zijn stem klinkt hier voller en met meer allure dan in de Faust die hij momenteel (mei 2014) bij De Nationale Opera zingt, maar ook zijn Hagen heeft te weinig dreiging en lijkt daarbij te jongensachtig om echt indruk te maken. Hoe het kwaad op het operatoneel wel kan overtuigen, demonstreert Johannes Martin Kränzle, die hier in zijn enige scène aan het begin van het tweede bedrijf vocaal stevigere in zijn schoenen staat dan in zijn veel omvangrijkere rol in Das Rheingold.
Bij de dames gaat de erepalm naar de doorleefde Waltraute van Waltraud Meier. Na drie decennia Wagner-zang op het hoogste niveau begint haar stem een beetje aan straling te verliezen, maar aan de intensiteit van haar zang doet dat niets af en ieder optreden van deze zangeres blijft een belevenis. Gelukkig horen we haar hier ook - volgens goede Bayreuther traditie - als een van de drie Nornen, maar daar wordt het niveauverschil dan ook meteen goed hoorbaar. Daarbij doel ik vooral op de wat schelle derde Norn van Anna Samuil, die in Das Rheingold op mij overkwam als een mooi lyrische Freia, maar die hier als Norn en als Gutrune wat vlak en monochroom overkomt, Heel mooie momenten horen we daarentegen bij de Brünnhilde van Iréne Theorin, niet de grootste actrice en aan het slot van het tweede bedrijf zeker niet een vertolkster met de intensiteit van sommige iconen uit vorige generaties, maar wel een integer vertolkster die vooral weet te ontroeren op de meer ingetogen momenten.

Het blijft een luxe dat we met de Blu-ray disc een complete Götterdämmerung met alles erop en eraan op één enkele disc tot onze beschikking hebben in een uitzonderlijke beeldkwaliteit en met een geluid waarbij dat van de cd ver in de schaduw blijft. Ik vraag me nog altijd af of dat zoveel verschillende uitvoeringen van Der Ring des Nibelungen rechtvaardigt als wij de afgelopen jaren voorgeschoteld hebben gekregen, maar aangezien deze technisch uitstekende blu-raydisc minder kost dan menige uitgave op vier cd's, is er niet zoveel reden tot klagen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links