DVD-recensie

Verdi in het Teatro Farnese

 

© Paul Korenhof, december 2019

 

Verdi: Le Trouvère
Franco Vassallo (Le Comte de Luna), Roberta Mantegna (Léonore), Nino Surguladze (Azucena), Giuseppe Gipali (Manrico), Marco Spotti (Fernand), Tonia Langella (Inès), Luca Casalin (Ruiz, Un Messager), Nicolò Donini (Un vieux Bohémien)
Teatro Comunale di Bologna
Dirigent: Roberto Abbado
Regie en toneelbeeld: Robert Wilson
Dynamic 57835 (BD)
Parma, Teatro Farnese, 7-14 oktober 2018

 

Bij een recente live-opname van Le Trouvère, de Franse versie van Verdi's Il trovatore, plaatste ik de kanttekening dat ik juist van die opname graag de op dvd uitgebrachte videoband had gezien (klik hier).

Daarvoor waren twee redenen. Ten eerste was de voorstelling geënsceneerd door Robert Wilson en of je nu wel of niet gecharmeerd bent van deze Amerikaanse kunstenaar, boeiend is zijn aanpak altijd en daarbij niet zelden van invloed op het muzikale resultaat, al was het maar door de bezieling en de stijl van bewegen die hij van zangers vraagt.

Het Teatro Farnese

In dit geval kwam daarbij dat de voorstelling, vorig jaar opgenomen tijdens het Verdi Festival in Parma, gemaakt was voor het Teatro Farnese in het hertogelijk paleis in die stad, een geheel uit hout opgetrokken theaterzaal uit 1618. Het is het grootste van de drie overgebleven Italiaanse baroktheaters, waarin een betrekkelijk kleine parterre omgeven wordt door een groot amfitheater en twee rijen loges met een totale capaciteit van ongeveer 1500 toeschouwers. Het toneel is daarentegen bescheiden van omvang en beschikt noch over zijtonelen noch over een grote technische installatie wat van begin af aan beperkingen heeft opgelegd aan de omvang van de geboden spektakels.

In die ruimte een Verdi-opera met een uitgebreid koor ensceneren, stelt bij voorbaat grote eisen aan de regisseur. Een eenheidsdecor is pure noodzaak en de koorbewegingen moeten tot een minimum beperkt blijven (als het al mogelijk is het koor tijdig te laten opkomen en afgaan). Het ontbreken van een orkestbak betekent bovendien dat het orkest gelijkvloers moet plaatsnemen wat binnen het enorme houten frame tot problemen met de balans kan leiden. Aan de andere kant: als een dirigent die problemen kan oplossen, kan door het in overvloed toegepaste hout het akoestische resultaat weer heel bijzonder worden.

Gelukkig zijn Italianen op het punt van koor- en orkestgrootte niet roomser dan de paus, zoals datzelfde Verdi Festival al heeft bewezen met uitvoeringen van diverse 'grote' opera's, zelfs van Aida en Falstaff, in het piepkleine operatheatertje van Busseto. Voorzover ik het op het scherm kan zien, is er bij Le Trouvère overigens een behoorlijk orkest aanwezig, maar in het aantal koorleden is wel een beetje gesneden en voor het 'ballet' heeft Wilson zijn toevlucht genomen tot een flink dozijn boksers die geen echte dansvloer nodig hebben. Wat hij daarmee precies bedoelt, is mij niet duidelijk, en hetzelfde geldt voor de overjarige grijsaard die we regelmatig terugzien en die tijdens het hele boksersballet op het toneel zit.

Ook over enkele andere onbegrijpelijke zaken breek ik mijn hoofd maar niet. Ze kunnen een symbolische waarde hebben, maar ze kunnen ook puur associatief zijn - of gewoon een 'mooi beeld'. Dat weet je bij Wilson maar nooit. Belangrijker is dat hij er bij alle ruimtelijke problemen een strakke, vaak bijna concertante voorstelling van heeft gemaakt, doortrokken van de strakke bewegingsschema's die we van hem gewend zijn. En in de scènes met de solisten werkt het wonderwel.

Het laatste tafereel wordt in combinatie met Wilson's enscenering een schot in de roos. Het duet van Manrique en Azucena in hun gevangenis is aangrijpend in al zijn soberheid en het terzet van Manrique, Léonore en Luna krijgt hier een Pirandello-achtige directheid. Het grote winstpunt is echter het voor Parijs uitgebreide slot waarbij na het afvoeren van Manrique de smart van de achtergebleven Azucena in de tijdspanne tot de dood van haar aangenomen zoon huiveringwekkend wordt. Haar slotwoorden 'Hij was je broer!' vormen hier nu eens niet de ongenuanceerde bekroning van haar wraakzucht, maar de met tegenstrijdige emoties doortrokken wanhoopskreet van een moeder die haar zoon verloren heeft. Groots. Hier wordt Azucena inderdaad het sterkste karakter dat Verdi gecreëerd heeft!

Op de een of andere manier roepen de beelden van Wilson in deze uitvoering een spanning op die in haar totaliteit misschien niet zo sterk is als bij de opera's van Gluck die hij onder handen heeft genomen, maar die wel leidt tot grootse momenten. Ik zou Verdi's opera's niet altijd zo willen zien, maar 'het heeft iets' - zoals dat tegenwoordig heet. Bovendien blijken enkele akoestische oneffenheden met het beeld erbij opeens acceptabel, terwijl het beeld tevens zo rustig is dat ik het probleemloos kon laten aanstaan als ik alleen maar van plan was mij op de muziek te concentreren. Voor alle details omtrent de Franse versie en de muzikale kant van de uitvoering verwijs ik verder naar mijn oorspronkelijke recensie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links