DVD-recensie

Griezelopera van Gounod

 

© Paul Korenhof, februari 2020

 

Gounod: La Nonne sanglante

Michael Spyres (Rodolphe), Vannina Santoni (Agnès), Marion Lebegue (La Nonne), Jérôme Boutillier (Le Comte de Luddorf), Jodie Devos (Arthur), Jean Teitgen (Pierre l'Ermite), Luc Bertin-Hugault (Le Baron de Moldaw), Enguerrand De Hys (Fritz, Le Veilleur de nuit), Olivia Doray (Anna), Pierre-Antoine Chaumien (Arnold), Julien Neyer (Norberg), Vincent Eveno (Théobald)
accentus
Insula Orchestra
Dirigent: Laurence Equilbey
Regie: David Bobée
Decor: David Bobée & Aurélie
Lemaignen
Kostuums: Alain Blanchot
Naxos NBD0097V (BD)
Opname: Parijs. Opéra Comique, 10 & 12 juni 2018

 

In juni 2010 signaleerde ik een cd-uitgave van cpo met de audio-première, van deze totaal onbekende opera en bijna tien jaar later verschijnt nu ook een dvd-registratie, ditmaal uit de Parijse Opéra Comique. Ook Gounod lijkt te profiteren van de groeiende herwaardering van het 19de-eeuwse Franse repertoire. Aangezien La nonne sanglante ondanks de cpo-uitgave nog steeds een volstrekt onbekende opera is, ben ik echter zo vrij om te beginnen met een verkorte weergave van enkele alinea's uit mijn eerdere bespreking. Voor de volledige versie klik hier.)

De feiten beginnen bij Berlioz die het libretto vijf jaar in zijn bezit had en delen van de eerste akte op muziek zette. Ook Halévy, Verdi en Meyerbeer kregen de tekst aangeboden, maar uiteindelijk was het Charles Gounod die er in 1852-1853 een afgeronde opera van maakte. Na de generale repetitie (18 oktober 1853) zou het echter een jaar duren eer het werk in de Opéra in première ging. Het publiek was enthousiast, maar de pers aanmerkelijk minder en de directie liep evenmin warm, zodat opera na elf voorstellingen volledig van het toneel verdween. Zelfs het Haagse Théâtre Français dat over het algemeen trouw volgde wat op de Parijse tonelen te zien was, heeft het werk nooit op het repertoire genomen.

Het is niet moeilijk het libretto te ridiculiseren als een stoofpot van elementen uit Roméo et Juliette, Dinorah, Der Vampyr, Der fliegende Holländer en diverse andere opera's, en Eugène Scribe en zijn co-librettist Germain Delavigne zullen voor het verhaal ook zeker bij de toen populaire griezellectuur te rade zijn gegaan. Desondanks past het werk volledig in de romantische traditie die ook Frankenstein van Mary Shelley, The Vampyre van Byron/Polidori en andere 'griezelverhalen' heeft voortgebracht.

La Nonne sanglante - Une histoire de famille peuplée de spectres ('De bloedende non - Een familiegeschiedenis bevolkt met geesten') speelt zich af rond 1100 in de buurt van Praag. Door een bloedige familievete is iedereen onkundig van een liefdesband tussen Rodolphe, de zoon van het ene familiehoofd, en Agnès, de dochter van diens aartsvijand. Een kluizenaar weet uiteindelijk de families te verzoenen en om de vrede te bezegelen wordt Agnès gekoppeld aan Theobald, een broer van Rodolphe. Als hun protesten nutteloos blijken, besluiten de gelieven 's nachts te vluchten. Rodolphe weet Agnès over te halen zich daarvoor te vermommen als 'de bloedende non' die volgens een locale legende eeuwig moet ronddwalen nadat zij tijdens haar leven door haar verloofde ie bedrogen en verlaten.

Misleid door de duisternis merkt Rodolphe die nacht niet dat de vrouw die hem benadert niet de vermomde Agnès is, maar de echte 'bloedende non'. Daardoor zweert hij onbewust trouw aan een geest die moet ronddolen totdat een man haar trouw zweert en haar wreekt. Rodolphe kan niet meer terug en ten overstaan van de verzamelde familiegeesten wordt hun verbintenis bekrachtigd. Helemaal precair wordt zijn situatie als hij verneemt dat de veroorzaker van alle ellende zijn eigen vader is, en dat alleen diens dood zowel de geest van Agnès als hemzelf kan bevrijden.

Hoe het dan verder gaat, is redelijk voorspelbaar, althans tot het vijfde bedrijf. Het lijkt erop dat de beide librettisten dan zo verward zijn geraakt in de kluwen van verhaallijnen, thema's en motieven, dat zij er maar een eind aan breien met een 'coup de théâtre' (boze vader komt plotseling tot inkeer). Meteen daarna valt het doek en het publiek moet zelf maar bedenken hoe het verder zou kunnen gaan met Rodolphe en de 'levende Agnès'.

Dat ook de critici in 1854 met deze opera moeite hadden, is voorstelbaar en we mogen grote waardering hebben voor Gounod die dit libretto op muziek zette - en hoe! Psychologie en karaktertekening reiken niet ver, onvermijdelijk, maar in sfeertekening, kleuren, brede lijnen en fraaie melodische bogen trekt hij alles uit de kast wat men van de componist van Faust verwachten kan. Regelmatig doet zijn stijl daarbij meer aan Meyerbeer denken dan aan Faust of Mireille, en dat plaatst het werk zo'n beetje tussen Roméo et Juliette en Robert le Diable.

De vergelijking met Roméo et Juliette illustreert overigens waar het hier mis gaat. Roméo et Juliette mist weliswaar de finesses van Shakespeare's drama, maar de opera van Gounod gaat wel over twee personages met wie de romantische luisteraar zich kan identificeren. Bij La Nonne sanglante blijkt echter geen identificatie mogelijk. We kunnen alleen maar genieten van een voorstelling met mooie muziek en fraaie zang, maar Gounod toont zich een vakman bij uitstek als het erom gaat ons daarin ter wille te zijn. Aan een regisseur de taak om ook met de toneelbeelden onze aandacht vast te houden.

Afgezien van diverse wel heel erg onlogische momenten in de slotscène is dat laatste regisseur David Bobée twee jaar geleden in de Opéra Comique redelijk gelukt. In merendeels door zwart, wit en grijs beheerste beelden focust hij op de personages in dit griezelverhaal, in het bijzonder op Rodolphe. Alleen aan het begin van het derde bedrijf breken kleuren door en wordt de sfeer even wat vrolijker, nota bene tijdens een huwelijk in geestenland waarvan Rodolphe getuige is! Aan vreemde fantasieën ontbrak het de firma Scribe & co niet!

De grote attractie van deze opname is de idiomatische, vocaal schitterende en de van dramatiek en kleuren doortrokken vertolking van Michael Spyres. Het blijft wonderbaarlijk dat een Amerikaanse tenor stilistisch zo'n 'Franse' vertolking kan neerzetten; we kunnen er niet dankbaar genoeg voor zijn! Alleen al het tweede bedrijf met zijn aria 'Voici l'heure' en daarna zijn uitgebreide scène met de 'nonne sanglante' en het geestenkoor maakt deze opname de moeite waard en doet daarbij het zwakke libretto vergeten.

Fraai gezongen maar door Gounod minder goed bedeeld is de Agnès van Vannina Santon. Zij geeft Spyres goed partij, ook in hun heftige duet in het laatste bedrijf, maar in klank en vocale charme haar meerdere moet erkennen in Jodie Devos als de schildknaap Arthur. Met haar zilveren timbre en een persoonlijkheid die van het beeldscherm af lijkt te springen zet zij een travestierol neer waarbij zelfs de beste vertolking Roméo's page Stephano in het niet doet verzinken.

Uitstekende vertolking komen daarnaast van de bas Jean Teitgen als een sonore kluizenaar en de bariton Jérôme Boutillier als Rodolphe's vader, een rol die zeker aan het slot als karakter wat ongeloofwaardig overkomt, maar daar kan de zanger ook niets aan doen. Minder overtuigd ben ik door de 'bloedende non' van Marion Lebègue. Het is geen grote rol, maar dramatisch wel belangrijk en een mezzosopraan met meer uitstraling, vooral in de hoogte, zou hier beter op haar plaats geweest zijn.

Het door Laurence Equilbey opgerichte Insula Orchestra geeft op authentieke instrumenten de partituur in frisse kleuren weer, terwijl de dirigente er dramatisch de vaart in houdt. Enkele kleine coupures, waaronder een deel van de balletmuziek, dragen daar ongetwijfeld toe bij, maar ondertussen geeft Equibey wel alle ruimte aan de muzikale romantiek die Gounod's muziek nodig heeft. Beeld- en audiokwaliteit staan op het niveau dat we inmiddels gewend zijn van de door François Rousillen verzorgde opnamen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links