https://www.opusklassiek.nl/cd-recensies/cd-pk/pkgiordano_siberia_noseda.htm

DVD-recensie

 

© Paul Korenhof, januari 2023

 

Donizetti: L'elisir d'amore

Javier Camarena (Nemorino), Caterina Sala (Adina), Florian Sempey (Belcore), Roberto Frontali (Dulcamara), Anaïs Mejias (Giannetta)
Coro Donizetti Opera
Orchestra Gli Originali
Dirigent: Riccardo Frizza
Regie: Frederic Wake-Walker
Dynamic 59744 (BD)
Opname: 19 november 2021
Fragmenten te beluisteren in OperaActueel op 19 februari (klik hier)

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de 'mooiste' opname van L'elisir d'amore is dit niet, daarvoor is de concurrentie ook te groot, maar deze uitgave is om een half dozijn redenen wel zo bijzonder, dat ik de disc twee dagen lang vrijwel onafgebroken in mijn speler heb gehad. Om te beginnen horen we hier de complete, door Alberto Zedda verzorgde originele partituur, en dan ook nog in een uitvoering die om twee redenen 'authentiek' is. Niet alleen bespeelt het Orchestra Gli Originali een origineel instrumentarium, maar bovendien werd gekozen voor een 'historische' stemming, een halve toon lager dan de huidige standaard.

De overige redenen betreffen allereerst de Nemorino van Javier Camarena, momenteel de expert op het gebied van 19de-eeuws belcanto, en een bijzonder operadebuut van de 21-jarige Caterina Sala. Ik moet eerlijk toegeven dat de stem van deze jonge sopraan mij niet meteen overtuigde, maar als vertolkster bleek zij opmerkelijk en aan het slot ging het publiek in Bergamo werkelijk voor haar door het dak. Na een nog niet echt bijzonder 'Prendi per me sei libero' volgde de door Zedda gereconstrueerde coloratuurscène 'Ah! L'eccesso del contento', een zeven minuten durende opeenvolging van roulades, trillers en ander vuurwerk die in het theater een bom deed ontploffen. Misschien wel het mooiste moment van de voorstelling is de reactie van zowel Sala als Camarena, die elkaar aan het slot van die aria in de armen gevallen zijn. In die houding moeten zij het wachten tot het applaus wegebt, maar wat tijdens dat tumult in hen beiden omgaat, is overduidelijk. Een ontroerend moment!

Dat alles vond plaats op de openingsavond van het Donizetti Opera Festival in het gerestaureerde Teatro Donizetti in Bergamo, de geboorteplaats van de componist. Die voorstelling was begonnen met een feestelijke proloog die op de dvd werd weggelaten (een restant is de vermelding van een ceremoniemeester in de uit het programmaboekje overgenomen rolverdeling), maar het toneelbeeld herinnert er nog wel aan. Verwijzend naar een feestelijke gebeurtenis een jaar eerder werd Donizetti's opera namelijk geënsceneerd als een kermisachtig gebeuren op de piazza vóór het theater dat gedurende de gehele eerste akte op de achtergrond zichtbaar blijft.

Over het geheel is de eigentijdse enscenering van Frederic Wake-Walker (hij laat het verhaal spelen in Bergamo van nu) een beetje aan de cowneske kant, maar verder wel kleurrijk, vrolijk en inventief in de detaillering. De associatie met figuren uit een poppenkast dringt zich op en wordt geaccentueerd tijdens het feest aan het begin van het tweede bedrijf. Ondertussen weet de regisseur de hoofdpersonen toch tot echte karakters te maken, al komen de vrolijke Adina en de duidelijk als charlatan neergezette Dulcamara daarbij duidelijker over dan de meer karikaturaal getekende Nemorino en Belcore.

Wellicht mede daardoor overtuigen Adina en Dulcamara mij ook vocaal iets meer. Camarena is natuurlijk de ster en trekpleister van de voorstelling geweest, zingt ook met alle helderheid, verfijning en technische afwerking die we van hem mogen verwachten, maar zonder typisch Italiaans sentiment. In de stemmen van Tagliavini, Di Stefano, Bergonzi en Pavarotti, zijn grootste Italiaanse voorgangers in de afgelopen driekwart eeuw, klonk voortdurend een lach of een traan op de achtergrond door, ook bij de lirico leggiero Nicola Monti, die in stemkarakter het dichtst bij Camarena komt, en juist die lach en die traan mis ik hier.

Bij de zang van Florian Sempey - ik geef het grif toe - speelt mijn persoonlijke voorkeur een rol. Bij Belcore koester ik zo'n voorliefde voor het pure - noem het zoetgevooisde - bel canto van Giuseppe De Luca, Tito Gobbi en Rolando Panerai, dat de weliswaar uitstekend maar ook karikaturaal en met veel aplomb gezongen vertolking van Sempey mij voortdurend bewust maakte hoe het ook 'mooier' kon klinken. Maar daarmee hoeft niemand het eens te zijn.

Aan het wat kruidige, soms zelfs hoekige timbre van de jonge Caterina Sala raakte ik gewend en natuurlijk ging ik haar na de eerste keer ook anders beluisteren. Bovendien is de klank van een stem uiteindelijk minder belangrijk dan de vertolking en wat er technisch met die stem gedaan wordt. De stem van Callas vond ik in het begin ook niet mooi en als - ander voorbeeld - Kaufmann zijn Otello opbouwt als zorgvuldig geanalyseerd vocaal portret, is dat veel belangrijker dan het feit dat hij ergens een 'gat in zijn stem' heeft. Bovendien is Sala nog jong, piepjong zelfs, en stond zij bij haar debuut onvermijdelijk onder druk. Graag zou ik ook een opname horen van een van de latere voorstellingen.

Dulcamara is in vertrouwde handen bij de toen 63-jarige Roberto Frontali, nog steeds een van Italië's meest gevraagde baritons hoewel zijn leeftijd al enige jaren duidelijker in zijn zang te horen is dan bij de vijftien jaar oudere Leo Nucci. De lagere ligging van zijn rol en de betrekkelijk geringe omvang van het Teatro Donizetti zijn hier echter in zijn voordeel. Met een persoonlijkheid die nog steeds buiten kijf staat, maakt hij van Donizetti's kwakzalver een sterk karakter, minder komisch dan meestal het geval is, maar in het clowneske geheel van deze voorstelling werkt dat voor een keer juist effectief.

Over de frisse klank van Donizetti's muziek wanneer die gespeeld wordt door het speciaal hiervoor geformeerde Orchestra Gli Originali, heb ik eerder al geschreven naar aanleiding van een recital van Camarena (klik hier). Ook nu is het resultaat een uitermate frisse en verrassende klank, waaraan extra wordt bijgedragen door de lagere stemming. Het lijkt of het streven naar authentieke klanken nu ook in de wereld van de Italiaanse opera steeds meer op de voorgrond treedt. Laten we in ieder geval hopen dat dit soort initiatieven niet tot Donizetti en incidentele uitvoeringen van werken van Rossini en Verdi beperkt blijven!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links