DVD-recensie

Pelly redt Berlioz

 

© Paul Korenhof, augustus 2017

 

Berlioz: Béatrice et Bénédict

Stéphanie d'Oustrac (Béatrice), Paul Appleby (Bénédict), Philippe Sly (Claudio), Sophie Karthäuser (Hero), Lionel Lhote (Somarone), Frédéric Caton (Don Pedro), Katarina Bradic (Ursule)
The Glyndebourne Chorus
London Philharmonic Orchestra
Dirigent: Antonello Manacorda
Regie: Laurent Pelly
Opus Arte OA BD7219 D (Blu-ray)
Opname: Glyndebourne, 9 augustus 2016

 

Eerste vereiste voor een goede opera is een goed libretto. Dat hoeft geen hoog literair niveau te hebben en het hoeft ook niet te voldoen aan alle wetten van de dramaturgische logica, als karaktertekening, conflicten en ontwikkelingen maar een muzikaal spanningsveld kunnen opleveren. Belangrijk is bovendien dat binnen het werk als geheel de dramatiek sterker is dan het totaal van beschouwende en beschrijvende elementen. Kortom: het schrijven van een goed operalibretto is een kunst op zich en het is een grote fout - die wij in Nederland al te vaak hebben zien gebeuren - om het op te dragen aan literatoren zonder ervaring op dat gebied.

Nog erger dan al die poëten, romanciers en cursiefjesschrijvers die operateksten schrijven met weinig drama en veel 'vertelsels', zijn componisten die denken dat zij het zelf wel kunnen. Dat geldt voor een enkeling, maar soms zijn de gevolgen desastreus. Berlioz, een van de grote componisten van de 19de eeuw, is daardoor als operacomponist zelfs vrijwel helemaal de mist in gegaan. Slechts één keer schreef hij een libretto dat echt 'muziekdrama' opleverde: het eerste deel van Les Troyens met als centraal element de tragiek van de Trojaanse profetes Cassandre. Haar problematische relatie met haar verloofde Chorèbe en met een omgeving die haar volledig miskent, zorgt niet alleen voor een dramatische spanning die afstraal op dat hele deel van het werk, maar creëert ook een personage dat kan rekenen op onze sympathie en uiteindelijk ook op ons 'meelijden' (ik kies dat woord om de sentimentele bijbetekenissen van 'medelijden' te vermijden).

Mislukking
Daar staat tegenover dat het tweede deel van Les Troyens het midden houdt tussen een oratorium, een combinatie van dramatische cantates en een 19de-eeuwse variant op de opera seria. Grandioze muziek met indrukwekkende zangpartijen en met een goede regisseur wordt het een brok muziektheater waar Hollywood niet tegenop kan, maar 'muziekdrama' is het nauwelijks. En dan is dat werk nog heilig in vergelijking met Benvenuto Cellini , Berlioz' grootste fiasco en niet veel meer dan een muzikaal stripverhaal.

Een andere mislukking is Béatrice et Bénédict, gebaseerd op Shakespeare's door de Siciliaanse zon overgoten komedie Much Ado About Nothing . Evenals in Das Liebesverbot, Wagner's bewerking van Measure for Measure (dat zich eveneens op Sicilië afspeelt) zijn we hier overgeleverd aan een componist die zijn bewerking zelf ter hand nam met te weinig dramatische ervaring en te veel respect voor het origineel. En ook hier kan het resultaat slaapverwekkend zijn. Dat bleek bij diverse gelegenheden met als dieptepunt de productie van DNO in 2001 met een regisseur die dacht dat hij de zwakheden kon verbloemen met de flauwste lolbroekerij die ooit in Het Muziektheater vertoond is.

Manacorda
Weinig optimistisch begon ik daarom aan deze opname uit Glyndebourne (2016), gedirigeerd door de bij het Gelders Orkest welbekende Antonello Manacorda die was ingesprongen voor een zieke Robin Ticciati. De speelse, helder gearticuleerde en opmerkelijk lichte ouverture had meteen mijn volle aandacht, maar liet ook meteen horen wat wij verwachten konden: een luchthartige en sprankelende, maar vooral 'Franse' komedie. Het openingskoor sloot daar muzikaal bij aan en Manacorda hield het ingezette niveau vast tot de slotscène. Dat einde is geen echt overtuigende bladzijde, maar hij haalde eruit wat erin zat zonder de hulp in te roepen van een sterkere accentuering of een volumineus muzikaal uitroepteken.

Essentieel bij een opéra-comique is de vloeiende overgang van dialoog naar muziek en dat gebeurt hier voorbeeldig, waarschijnlijk vooral dankzij regisseur Laurent Pelly. Nog belangrijker is dat hij het werk niet ondergeschikt maakt aan zijn 'concept', maar ook in een onconventionele benadering tekst en muziek in hun waarde laat. Wel zijn de dialogen licht bewerkt , maar daar heb ik geen bezwaar tegen. Belangrijker is dat Pelly een zwakke opera wist om te buigen tot een meeslepende, soms hilarische voorstelling, waarin de karakters ondanks karikaturale aanzetten een wervelende en geloofwaardige invulling geven van het drama dat Berlioz voor ogen stond.

Grijze dozen
Het begin oogt nog niet veelbelovend. Pelly's keuze voor een 'tijdloze actualisering' leidde tot kostuums en een make-up die refereert aan de eerste helft van de vorige eeuw, waarbij het toneelbeeld vooral tijdens het eerste bedrijf gedomineerd wordt door wit, grijs en zwart met kleine kleuraccenten die doen herinneren aan oude, ingekleurde foto's. Van de Siciliaanse zon is dus weinig te merken en een beetje moeite had ik ook met de drie grote grijze dozen waaruit het koor opduikt voor de openingsscène. Ondanks de speelsheid van Pelly's personenregie en de vaart die de voorstelling van meet af aan bezit, blijven grijs, kleurloosheid en ook de indruk van lichte gekunsteldheid enige tijd boven de uitvoering zweven.

Geloofwaardig
Gelukkig is bij een opera luisteren nog altijd belangrijker dan kijken en na Manacorda's doorzichtige en fraai afgewerkte opening slaat de vlam slaat in de pan als het toneel in bezit wordt genomen door Stéphanie d'Oustrac, bij DNO de spil van Pelly's onweerstaanbare enscenering van Chabrier's L'Étoile. Hier zien wij de Franse mezzosopraan als een Béatrice die al vanaf haar eerste dialoogwoord de toon zet voor een kapitale vertolking in volmaakte Franse opéra-comique-stijl, sterk in haar dialogen en magistraal in haar zang met een groot scala aan emoties, als een echte Shakespeare-heldin.. Zij is vanaf haar opkomst de spil van deze komedie doordat zij haar rol volledig serieus neemt en tegelijk de lichte Franse 'touch' heeft die maakt dat wij haar eveneens serieus nemen, terwijl we tegelijk de humor zien van de situaties waarin zij verzeild raakt.
Niet minder op zijn plaats is de Amerikaanse tenor Paul Appleby die het slanke 'Franse' timbre heeft voor Bénédict, met de Franse taal uitstekend uit de voeten kan en al evenzeer overtuigt in zijn spel van ' was sich liebt das neckt sich'. In hun vertolking komt hun dialoog vóór de slotscène door alle erin getoonde menselijkheid geen moment overtrokken over. Die scène wordt zelfs geloofwaardig, een knap staaltje!

Als ik stel dat de aria's en duetten van d'Oustrac en Appleby de hoogtepunten van deze voorstelling zijn, sta ik daar helemaal achter, maar tegelijk is het niet eerlijk. Berlioz heeft hen de beste muziek gegeven, maar de aria van Héro (Sophie Karthäuser), haar duet met Ursule (Katarina Bradic) en hun scène met Béatrice doen daar niet of nauwelijks voor onder. En dan is er ook nog Somarone, de merkwaardige 'maestro di musica' van Messina, een rol die al te makkelijk verzandt in goedkope humor. In de regie van Pelly maakt de bariton Lionel Lhote er een verrukkelijke karikatuur van.

Kort en goed: een meesterwerk is Béatrice et Bénédict nog steeds niet en dat zal het ook nooit worden, maar de uitvoering is verrukkelijk en maakt dat ik een werk dat mij voordien nooit echt geboeid heeft, nu op één dag twee keer heb bekeken en beluisterd. Dat zegt voldoende.

Irritant
Gelukkig staan bij deze uitgave weer geen 'intro-muziekjes' onder het menu en in het begeleidende boekje vinden we onder meer een zeer lezenswaardig interview met Pelly. Zeker bij dit werk dat weinigen goed zullen kennen, is het hoogst irritant dat in het dvd-boekje weer geen track-lijst is opgenomen. Het gaat hier om een , een opéra-comique met gesproken dialogen tussen soms uitgebreide muzieknummers die een geïnteresseerde luisteraar af en toe graag eens afzonderlijk wil horen. Dat kan natuurlijk via het menu, maar handig is anders en bovendien vermeld dat menu alleen de 'titels' van de tracks, niet wat het zijn (zelfs niet of het dialogen of zangnummers zijn) en evenmin om welk(e) personage(s) het gaat. Ik heb echt het idee dat de mensen achter Opus Arte zelf absoluut niet behoren tot de doelgroep waarvoor zij hun dvd's produceren!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links