Componisten/werken

Kent u Christoph Graupner? (13)

 

© Gerard van der Leeuw, september 2022

 

Toen Christoph Graupner in 1709 vanuit Hamburg naar Darmstadt kwam, werd hij in eerste instantie vice-kapelmeester. Kapelmeester was in Darmstadt sinds 1671 immers Wolfgang Carl Briegel. Aan deze componist en een nieuwe, prachtige opname van een van zijn werken is deze aflevering gewijd.

Wolfgang Carl Briegel (1626–1712) werd geboren in het Beierse Königsberg, in die tijd een exclave van het hertogdom Saksen- Gotha. Hij was de zoon van een apotheker. Toen Königsberg op 4 maart 1632 door de troepen van Tilly bezet werd vluchtte de familie naar Neurenberg. Hier studeerde Briegel bij componist/ theoreticus Johann Andreas Herbst (1588–1666) en Johann Erasmus Kindermann (1616–1645). Zij maakten hem bekend met de nieuwste ontwikkelingen in de Italiaanse muziek. Net als filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz (1646–1716) en componist Johann Pachelbel (1653–1706), studeerde hij enige tijd aan de in 1809 opgeheven universiteit van Altdorf. In 1645 werd hij organist aan de Johanniskirche in Schweinfurt, om in 1650 te verhuizen naar Gotha, waar hij van cantor opklom tot kapelmeester en de vrouw en de kinderen van de hertog lesgaf.
Gotha maakte onder hertog Ernst ! van Saksen-Gotha in deze jaren, ondanks de Dertigjarige oorlog, een grote bloeiperiode door. Ernst I ‘de Vrome’ (1605–1675), een verlicht Lutheraan voerde tal van hervormingen door, moderniseerde met de Schulordnung van 1641 het onderwijs en vernieuwde de rechtspraak. (1)

In 1643 werd begonnen met de bouw van het nog altijd imposante Schloß Fiedenstein. Hier schreef Briegel een groot aantal zowel geestelijke, als wereldlijke werken, waaronder een aantal balletten.

Wolfgang Carl Briegel

In 1666 verloofde Elisabeth Dorothea, de oudste dochter vanErnst I zich met landgraaf Ludwig VI van Hessen-Darmstadt en had haar oud leeraar (en haar leeraar retorica, Daniel Richter) graag direct meegenomen naar Darmstadt. Maar Ernst I gaf Briegel daarvoor vooralsnog geen toestemming. Pas in 1671 kon hij benoemd worden tot ‘Fürstlich Hessischen Kapellmeister zu Darmstadt’. Als dank schreef Briegel voor Ernst I zijn Zwölff madrigalische Trost-Gesänge. De titel:

Zwölff Madrigalische Trost-Gesänge Mit 5. und 6. Stimmen Bey Christlichen Leichbegängnissen zu gebrauchen Hervorgegeben Von Wolffgang Carl Briegeln anjetzo Fürstl. Hessischen Capellmeistern zu Darmstadt.

Het werk werd uitgegeven in zeven aparte stemboekjes (Prima, Seconda, Tertia, Quarta, Quinta, Sexta, and Basso Continuus), waarvan slechts één compleet stel bewaard bleef en wel in de Zentralbibliothek in Zürich. In het deel van de basso continuus vinden we Briegels opdracht aan Ernst I, een huldigingsgedicht van Justus Schmidt en een toemaatje: het vijfstemmige koraal Denck, O Seel, in allem Thun, waarvan de tekst waarschijnlijk van Briegel zelf stamt. Het voorwoord van Briegel is te mooi om niet te citeren:

NIcht unbillich vereinbahren anjetzo meine Sorgtragende Gedancken sich mit jener bekant-üblichen Sage: Ende gut / alles gut: Worzu einen leichtlich vermahnen und anleiten sollen die Worte Sirachs in seinem Büchlein am 7. Cap. da er seinen Sohn sehr weißlich und klug also anredet: Was du thust / bedencke das End / so wirstu nimmer übels thun! Diesem nach / Gnädigster Fürst und Herr! Bin ich gesonnen gewesen / unter andern […] meine Pflicht darbey wahrnehmend / noch eine kleine Arbeit zu verbringen: Damit ich aber wiederumb zu obiger Rede gelange / als habe zu sothaner Verrichtung eine solche Materi erkiesen / daß ich dadurch nicht allein verhoffentlich eine Auffmunterungs-Betrachtung zu einem seligen Ende einem GOTT-liebenden / und eines seligen Hintritts halben bekümmerten Hertzen / und daß man sich ferner daraus zu getrösten / besondern Ihrer Fürstl. Durchl. auch zugleich meine Person selbst für Augen stellete / also und dergestalt / daß weiln auff unterthänigstes Suchen ich nun mehro gnädigste Dimission erhalten / ich ob- und zu Eingang gesetzte Worte:
Ende gut / Alles gut:
wiederholend / mit gegenwärtigem kurtzen / durch GöttlichesVerleyhen eben noch vor meiner Abreise von hiero nacher Darmstadt zu End gebrachten Musicalischen Werckgen bey Ihrer Fürstl. Durchl. ich gleichsam die Endschafft / meiner in Deroselben bißhero gewesenen Dienste und Auffwartung / auch noch gut zu machen vermeine / Gestalt denn Selbiger ich sothanes Wenig- und Geringfügige zu dem Ende und zum Abschied zu dediciren / die Kühnheit meine Sinnen angekornet und beredet / Ihre Fürstl. Durchl. unterthänigstes Fleisses bittlichen anlangend / solches mit gnädigstem Gefallen anzunehmen / und die Schrancken Dero Hohen Gnade mir jederseits annoch unverschlossen zu lassen. Entzwischen aber verpflichte Ihrer Fürstl. Durchl. mich hinwiederumb / daß für Deroselben ersprießliches Wolergehen / und noch geraume Lebens-Tage / zu GOtt dem Allerhöchsten ich sampt den Meinigen in unserm hertzlichen Gebet stetig zu seufftzen / Andächtig und gefliessen seyn werde / in Verbleibung / Gnädigster Fürst und Herr!
Ihrer Fürstl. Durchl.
unterthänigsten und gehorsamsten Dieners
W. C. Briegels.

De bundel bevat de volgende delen:
I Du aber, Daniel à 5
II Valet will ich dir geben à 5
III Si bona suscepimus à 5
IV Ach, lieben Christen, seyd getrost à 6
V Es ist ein elend jämmerlich Ding à 6
VI Ach, HErr, lehre doch mich à 6
VII Der Gerechte, ob er gleich zu zeitlich stirbt à 6
VIII Warlich ich sage euch à 6
IX Wir sind getrost à 6
X Ach, wie gar nichts à 6
XI Wer GOtt vertraut à 6
XII Ich habe dich ein klein Augenblick verlassen à 6
en als toegift:
de Stetswärende Todes-Betrachtung Zugabe: Denck, O Seel, in allem Thun à 5.

De teksten stammen allemaal of uit de Bijbel (Jesaja, Job, Psalmen, tweede brief aan de Korinthiërs, Marcus etc.) dan wel zijn het koraalteksten.

Onlangs verscheen op CPO een opname van de 12 Trost-Gesänge door Polyharmonique. Ik leerde het ensemble kennen door hun opname van de Markus-Passion van Johann Georg Künstel en heb het sindsdien steeds gevolgd.(2) Het ensemble zingt de werken op de cd overigens in een andere volgorde dan in de partituur staat.
Op de cd speelt de organist van het ensemble, Klaus Eichhorn, als aanvulling nog Briegels Fuga’s in de acht kerktoonaarden. En wel op het recent gerestaureerde Johann Bernhard Ehrlich-orgel uit 1786 in de St. Georgkirche in Markt Nordheim. Een orgel in een hoge stemming (a=473 Hz.) en met een niet geheel gelijkzwevende stemming (Neidhardt/Große Stadt). Het ensemble leerde dit fraaie orgeltje kennen tijdens een gastvrij verblijf op Schloss Seehaus bij Markt Nordheim, het kasteel van zanger Jan Kobow.

De stijl van deze tot nadenken stemmende meesterwerkjes doet eerder denken aan Heinrich Schütz (1585-1672) dan aan Christoph Graupner (1683-1760).

Neem nu direct het eerste motet Du aber, Daniel. Tenor 1 en 2 en bas zingen een tekst uit Daniel: Du aber, Daniel, gehe hin, biß das Ende komme; und ruhe, daß du auffstehest in deinem Theil am Ende der Tage! Halverwege zet de sopraan in met het vijfde couplet uit het koraal Wenn mein Stündlein vorhanden ist:

Als laatste zet de alt in met een tekst uit Openbaringen: Selig sind die Todten, die im HErren sterben von nun an.

(Beide muziekvoorbeelden zijn met toestemming van de Amerikaanse
Society for Seventeenth-Century Music overgenomen uit de uitgave van Gregory S. Johnston zoals die te vinden is in de Web Library of Seventeenth-century Music: www.sscm-wlscm.org.)

Dit alles doet uiteraard sterk denken aan het Canticum B. Simeonis uit de Musikalische Exequien van Heinrich Schütz, waarin de tekst Selig sind die Toten door drie solisten (Seraphim 1 en 2 en de Beata anima) gezongen wordt.
Het is prachtige muziek, maar het valt te begrijpen dat landgraaf Ernst Ludwig, die net als zijn moeder muzieklessen van Briegel kreeg, het in 1709 wel eens tijd vond voor verandering. Hij was een groot bewonderaar van de muziek van Lully en organiseerde op 1 december 1687 ter gelegenheid van zijn huwelijk met Dorothea Charlotte von Brandenburg- Ansbach in Darmstadt een uitvoering van Lully’s pastorale-héroïque Acis et Galatée. De kostuums en decorontwerpen werden speciaal in Parijs besteld….

De uitvoering laat weinig te wensen over. Polyharmonique beheerst deze materie volkomen. Alles klinkt even verzorgd, overtuigend en vanzelfsprekend.
Vibrato wordt zeer spaarzaam ingezet als expressiemiddel. De basso continuo ondersteunt dit alles perfect.
Toch mis ik iets. Mij is een raadsel waarom men de Stetswärende Todes Betrachung, de ‘Zugabe’ heeft weggelaten. Hoe meer ik erover nadenk, hoe onbegrijpelijker ik het vind. In dit slotkoraal, nota bene op een tekst die Briegel waarschijnlijk zelf geschreven heeft ligt mijns inziens de kern, de grondtoon van het hele werk.

Denck, O Seel, in allen Thun
Auff der Menschen plötzlich Ende;
Dencke, wie man so behende
Fällt dahin in einem Nun;
Denck, O Seel, in aller Noth,
An den Tod.

(…)

Ach mit was für Herrligkeit
Wirstu seyn einmal umbgeben,
Wenn du enden wirst das Leben.
Dich wird krönen stete Freud,
So du denckst in aller Noth,
An den Tod.

Het kan ook geen toeval zijn dat deze ‘Zugabe’ te vinden is in het zevende stemboekje, dus vlak bij de opdracht aan Ernst I de Vrome. Toegegeven: het is een eenvoudige koraalzetting en er zijn acht coupletten. Maar voor een goed begrip van het werk is deze 'Zugabe' onmisbaar. Mijns inziens een gemiste kans. Ik heb hierover een mail gestuurd aan Alexander Schneider, de primus inter pares van het ensemble en kreeg het volgende antwoord:

Sehr geehrter Gerard van der Leeuw,
vielen Dank für Ihre Nachricht und Frage.Natürlich haben wir den Zusatz "Denck, O Seele" in Betracht gezogen und sogar geprobt. Aber unter künstlerischen Gesichtpunkten und auch programmatischen Fragen haben wir darauf verzichtet, angedenk ja Sammlungen dieser Art im 17. Jahrhundert nie als Zyklen zu verstehen sind, sondern verschiedene Musiken gebündelt herausgegeben wurden, um dann Stücke daraus punktel für einen bestimmten Anlass zu verwenden. Der Zusatz in Briegels "Zwöllff Madrigalischen Trostgesängen" ist auch nur ein einfacher Satz, der eben nur ein Zusatz ist. Ich hoffe Sie können uns diese Freiheit verzeihen.
Herzliche Grüße sendet
Alexander Schneider

Verzeihen, ja natuurlijk, maar jammer blijft het. Maar dit is een grandioze productie. De opname is perfect, het tekstboekje weer voorbeeldig.

 

Wolfgang Carl Briegel (1626–1712): Zwölff Madrigalische Trost-Gesänge & Fugen durch die 8 Kirchentöne
Klaus Eichhorn (organo di legno & Ehrlich-orgel), Ensemble Polyharmonique o.l.v. Alexander Schneider
Opname: 23-26 juni 2020, Sankt Georg, Markt Nordheim (D)
CPO 555 449-2 • 62' •

 

Polyharmonique komt naar Amsterdam! Op 18 februari 2023
geeft het ensemble in het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam
een concert.

Naar deel 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8 / 9 / 10 / 11 / 12

__________________
(1) Zie ook: Roswitha Jacobsen: Zur musischen Sozialisation der Landgräfin Elisabeth Dorothea, Mutter des Landgrafen Ernst Ludwig, am Gothaer Hof Ernsts des Frommen, in: Landgraf Ernst Ludwig von Hessen-Darmstadt (1667-1739). Regentschaft und musikalisch künstlerische Ambition im 18. Jahrhundert, [Hrsg.] Ursula Kramer und Margret Scharrer, Mainz 2019, p. 101vv.
(2) Johann Georg Künstel (±1645-1695): Markus-Passion. Polyharmonique en L’arpa festante. Christophorus CHR 77435 (2018).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links