Componisten/werken

Kent u Christoph Graupner? (9)

 

© Gerard van der Leeuw, april 2022

 

In de eerste aflevering van deze serie (klik hier) besteedde ik aandacht aan de eerste twee opnames die Florian Heyerick maakte van Das Leiden Jesu, een tiental cantates voor de lijdenstijd van 1741 op tekst van de theoloog/architect Johann Conrad Lichtenberg (1689-1751).

In deze erg korte aflevering aandacht voor een cantate die te vinden is op de derde cd: Kommt, Seelen, seid in Andacht stille – Die erbauliche Anschickung unsers Erlösers zu seinem letzten Leiden, de cantate voor de zondag Estomihi 1741, de zondag die voorafgaat aan de lijdenstijd.

De cantate opent met een grotendeels homofoon, maar indringend koor:

Kommt, Seelen, seid in Andacht stille / hört eures Jesu Reden an, merkt, was der Menschenfreund getan! / Er spricht von Leiden, Tod und Schmach; /das Lamm geht selbst der Schlachtbank nach, dass es des Vaters Rat erfülle. Sein Wort, sein Tun ist wunderbar. / Kommt, Seelen, nehmts in Andacht wahr.

Volgen twee accompagnato’s, twee aria’s, een recitatief en een
koraal. Al heel bijzonder is de eerste (sopraan) aria:

Tegen alle regels van de barokke esthetica in hanteert Graupner een permanente afwisseling tussen adagio (ad) en allegro (alle). Een volgehouden contrast dat zijn oorsprong vindt in de eerste tekstregel. Hier horen we weer de operacomponist die Graupner aanvankelijk was aan het werk:

Soll mein Heiland leidend sterben? Nein! /Ach ja! Es muss so sein! Gottes Lämmlein soll sein Leben /für die Welt zum Opfer geben; / durch sein Blut / wird der Menschen Sache gut,/ denn es macht von Sünden rein.

Na een tweede accompagnato volgt dan een schitterende basaria met - weer typerend voor Graupner - twee obligate altviolen. Muziek die in uitdrukkingskracht niets voor die van Bach onderdoet:

Jesus geht zum Kreuz, zum Sterben / mit Bedacht, getrost und frei. / Hilf Herr Jesu, wenn ich leide, /wenn ich einst von dannen scheide, /dass ich auch wie Du hierbei / in so guter Fassung sei.

Na een recitatief eindigt de cantate met een typisch Graupner koraal (het vierde couplet van Jesu, meiner Seelen Licht):

O Du wunderbarer Rat, /den man nie ergründet!
O der unerhörten Tat, /die man nirgends findet!
Was der Mensch, der Erdenknecht / trotzig hat verbrochen,
wird an Gott, der doch gerecht, / durch und durch gerochen.

De uitvoering onder leiding van Florian Heyerick is weinig minder dan een klein wonder.

Christoph Graupner: Das Leiden Jesu III:
Kommt, Seelen, seid in Andacht stille (Estomihi)
Sie rüsten sich wieder die Seele (Judica)
Jesus, auf das er heiligte das Volk (Palmzondag)
Ex Tempore, Mannheimer Hofkapelle o.l.v. Florian Heyerick
CPO 555 230-2 • 70' •

Naar deel 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8 / 10 / 11


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links