Column

Het vulgarisme in de kunst

 

© Evert Rulf, juni 2007

 

Nooit ben ik van een opera weggelopen en opeens is het dan zo ver gekomen en nog wel bij Die Gezeichneten van Schreker. Normaal zal een exuberante eigentijdse enscenering mij niet doen afschrikken, als het maar functioneel is en mij niet doet afleiden van de muzikale essentie, in dit geval de sensuele erotische muziek uit de post-Mahleriaanse periode.

Ik hoef alleen maar te verwijzen naar de recensie van Paul Korenhof op deze site (klik hier) om te begrijpen waarom de enscenering van Martin Kusej de mooie muziek in de weg stond. Het gebeuren op het toneel bezorgde mij een onaangenaam ziekelijke sensatie die genieten onmogelijk maakte. Het aanschouwen tijdens de prachtige muzikale inleiding van een zichzelf bevredigend naakt, oud en misvormde mannenlichaam in een plas bloed kon hier alleen maar irriterend werken, en met het laatste nieuws vers in het geheugen deed deze scène mij denken aan de ontsnapte gorilla in Blijdorp. Was ik ontdaan door de scène zelf, nee, bij Lady Macbeth van Mtsensk zou deze dierlijke scène mij minder gestoord hebben omdat de muziek van Sjostakovitsj hier beter bij zou kunnen passen en in de context niet zo misplaatst zou zijn als hier het geval was, waar het de indruk maakte alsof het er met de haren bijgesleept was om louter te shockeren. In mijn geval waren de ogen daarna meestal gesloten of alleen gericht op de tekstdisplay om zo tenminste nog van de muziek te kunnen genieten die door het KCO onder Ingo Metzmacher fraai werd uitgevoerd.

Bij het aanbreken van de pauze wist ik het eigenlijk wel, de essentie van de enscenering was al meer dan duidelijk overgekomen, het kon alleen nog maar op dezelfde blote voet verder gaan. Een toewerken naar een climax had tot dan toe niet plaatsgevonden, waardoor elk verlangen naar de ontwikkeling na de pauze ontbrak. Het kon toch onmogelijk opeens anders gaan worden. Om verdere irritaties te voorkomen ben ik toen maar teleurgesteld de buitenlucht ingestapt om nog maar even te genieten van de boekenmarkt op de Dam.

Maar waarom stond er dan in de NRC, in tegenstelling tot wat Korenhof terecht beschreef, een juichende recensie? Natuurlijk, opvattingen mogen verschillen, maar als de criticus melding maakt van lovende enthousiaste reacties vanuit de zaal bij het begin van de pauze en aan het eind van de opera, dan klopt er iets niet. Het was precies zoals Korenhof vermeldde, zeer lauwe applausjes bij de pauze en ik geloof hem meteen als het aan het slot net zo was. Blijkbaar is deze recensent een typische vertegenwoordiger van de nieuwe stroming die ten koste van alles al het vernieuwende mooi moet vinden, voor wie het niet essentieel meer is dat de enscenering altijd ten dienste van de muziek moet staan. Of er zijn andere belangen in het spel?

Het is mogelijk een trend die ingang vindt in de gehele kunstwereld, die met grote en kleine K, en uitgaat van de wensen van managers die extreme en gewaagde originele voorstellingen verlangen om zo te voldoen aan de eisen die het huidige uitgaanspubliek stelt om de zalen zo vol te krijgen. Natuurlijk mogen daarbij tradities doorbroken worden, mits het gepresenteerde maar functioneel blijft. We zien echter steeds vaker dat enscenering en inhoud niets meer met elkaar gemeen hebben zoals bij de Mozarts Da Ponte opera's in het Muziektheater, waar de getoonde settings totaal niet meer klopten met het gezongene en daarom zeer storend werkten. Wie denkt eigenlijk nog met plezier aan die uitvoeringen terug?

Het vulgariseren vindt overal plaats, in het theater met affiches vol rare bekkentrekkende gezichten of met naakte mannen die boven op elkaar op een rechte stoel zitten, op de tv met behalve krokodillen en slangen, op vrijwel alle zenders letterlijk iedere dag op prime time dezelfde geinige hoofden voor hetzelfde in de maat klappend publiek, en op de radio waar zelfs BBC 3 over stag is gegaan met sinds 1 april een makkelijk te verteren programma met dezelfde titel als het fruitmandprogramma op Radio4, eveneens gepresenteerd door een Engelse Maartje.

Ik ben bang dat we moeten accepteren dat de kunst niet meer getoond wordt vanuit haar eigen waarden maar geheel onderworpen wordt aan de wensen van de managers en dus merendeels afhankelijk wordt van het financiële belang. Op muzikaal gebied betekent het dat er nog meer van het algemeen gangbare wordt getoond en dat al het bijzondere wordt toegetakeld om  (via de media) aldus nieuwsgierigsheid op te wekken, met het showelement als de stimulerende factor. Ik ben benieuwd wat ons straks te wachten staat met Saint François d'Assise van Messiaen, een werk dat geheel om de muziek behoort te gaan, maar waarvoor de hele zaal omgebouwd schijn te gaan worden. Ik houd mijn hart nu al vast.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links