CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2013

 

Vloeimans: Oliver’s Cinema

Eric Vloeimans (trompet), Tuur Floorizone (accordeon), Jörg Brinkmann (cello)

Challenge Records – buzz 76111 • 50' • (sacd)

www.ericvloeimans.com

   

Oliver’s Cinema – een mooie instinker. Muziek bij de film? Nee hoor, een anagram: Eric Vloeimans = Olivers Cinema.

Nog maar kort geleden was Evensong van Eric Vloeimans hier de cd van de maand (klik hier). Wanneer een jazztrompettist de samenwerking aangaat met een klassiek orkest is er iets aan de hand. In dit geval bleek het resultaat meer dan een eendagsvlieg. Daardoor raak je vanzelf nieuwsgierig naar het vervolg, en in het praatprogramma Pauw en Witteman werd ik op mijn wenken bediend. Eric Vloeimans vertelde iets over zijn nieuwste project, Oliver’s Cinema. Ik trapte erin, en vroeg de nieuwe cd met filmmuziek aan bij de distributeur.

Dit is geen filmmuziek, geen klassieke muziek, geen jazzmuziek. Wat is het dan wel? Het is muziek voor een trio van gedreven muzikanten, met de onwaarschijnlijke bezetting van trompet, accordeon en cello. Alsof je op een maffiabruiloft bent beland. Hoewel ze op zo’n bruiloft deze muzikanten een schop onder hun kont zouden hebben gegeven. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Naar eigen zeggen had Eric van huis uit een pesthekel aan de accordeon, totdat hij stuitte op de Belgische accordeonvirtuoos Tuur Floorizoone. Een vruchtbare kennismaking die ruimte liet voor een instrument aan de onderkant: de cello. Het trio ging aan de slag en het klinkend resultaat ligt voor ons: Oliver’s Cinema. Eigen werk van Vloeimans, Floorizoone en Brinkmann, collectieve stukken van de drie mannen, plus een viertal bewerkingen van filmcomponisten, waaronder Rogier van Otterloo (Rosa Turbinata) en Ennio (Andrea volgens het boekje...) Morricone (Cinema Paradiso),

Nog heel even en de muzikale wegwijzers die de ANWB van Theodor Adorno zo zorgvuldig plaatste zijn volkomen nutteloos geworden. Net zo nutteloos als de kwalificatie postmodernisme. De term was bruikbaar toen iedereen de weg dreigde kwijt te raken, maar is al lang verworden tot een scheldwoord. Ludovico Einaudi en consorten zijn gemakzuchtige postmodernisten. Arvo Pärt is de postmoderne Palestrina, en zo kunnen we nog even doorgaan. Wat intussen onbesproken blijft is de muziek die de afgelopen halve eeuw het bewustzijn van de wereldbevolking is binnengeslopen. Boulez? Stockhausen? Berio? Welnee, de Beatles, de Rolling Stones, Michael Jackson en Sting – the list goes on.

Geen wonder dat componisten die in dit ‘postmoderne’ tijdperk opgroeien een andere kijk hebben op het bedenken van muziek. Wat ze bedenken lijkt nergens op, maar dat is nu juist het aardige. Oliver’s Cinema is voor iedereen toegankelijk. Details over de opname worden we niet gewaar, maar dat geeft niet, hij is in één woord schitterend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links