CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2021

Schubert: Symfonie nr. 5 in Bes, D 485

Haydn: Symfonie nr. 99 in Es

Concentus Musicus Wien o.l.v. Stefan Gottfried
Aparté AP247 • 56' •
Live-opname: 9-11 okt. 2020, Musikverein, Wenen

   

Concentus Musicus werd in 1953 opgericht door Nikolaus en Alice Harnoncourt, samen met collega-musici uit de Wiener Symphoniker (pas op, niet de Philharmoniker). Vier jaar lang werd er gestudeerd, voordat het eerste concert plaatsvond, een concertuitvoering van Monteverdi's Orfeo. In de loop der jaren groeide het repertoire via de Cantates van Bach uit tot de Missa Solemnis van Beethoven. Een belangrijke rol werd vervuld door twee gezichtsbepalende steunpilaren, concertmeester Alice Harnoncourt en toetsenist Herbert Tachezi. Tachezi (1930-2016) speelde bijna een halve eeuw, van 1963 tot 2010, de continuo partijen. Hij werd opgevolgd door Stefan Gottfried (1971), die al eerder met enige regelmaat samenwerkte met Harnoncourt als continuospeler. In januari 2016, drie maanden voor zijn overlijden, droeg Harnoncourt de artistieke leiding van Concentus over aan Gottfried; leider van het ensemble werd concertmeester Erich Höbart, en de zakelijke leiding kwam in handen van kleinzoon Maximilian Harnoncourt.

In een interview op YouTube legt Gottfried uit dat de missie van Concentus na het overlijden van Harnoncourt in de eerste plaats gericht zal zijn op de voortzetting van de lijn die hij de laatste jaren met het ensemble had ingezet. Een stap in de richting van het romantische repertoire dat Harnoncourt al uitgebreid had vertolkt als gewild gastdirigent bij alle grote orkesten. Schubert was daarbij voor Gottfried een eerste keus, aangezien Harnoncourt zelf al een paar voorzichtige aanzetten in die richting had gegeven. Met het label Aparté werd een overeenkomst gesloten om het klinkend resultaat op cd uit te brengen. In 2018 verscheen de eerste cd, getiteld Schubert Finished, met de Achtste symfonie in de voltooide versie van Benjamin-Gunnar Cohrs, aangevuld met orkestraties door Brahms en Webern van zeven Schubertliederen. De cd is hier besproken door Aart van der Wal.

De tweede cd verschijnt nu als live-registratie van een concert dat op 10 oktober 2020 werd gegeven in de Musikvereinssaal te Wenen. Op het programma de Vijfde symfonie van Schubert, gecombineerd met Symfonie nr. 99 van Haydn. In de programmatoelichting wordt uit alle macht geprobeerd om de link te leggen tussen deze beide werken, maar dat is een illusie. Natuurlijk heeft Schubert veel geleerd van Haydn, maar zijn Vijfde symfonie is een regelrechte hommage aan Wolfgang Amadeus Mozart. Als tiener speelde Franz met zijn klasgenoten in het schoolorkest de veertigste symfonie van Mozart, een werk dat een overweldigende indruk op hem maakte. De parallellen zijn dan ook legio. Allereerst de orkestbezetting van fluit, paartjes hobo's, fagotten en hoorns en een strijkorkest. Mozart voegde later twee klarinetten aan zijn partituur toe, maar in de gedrukte versie die Schubert kende komen ze nog niet voor. Ook de keuze van de toonsoort verwijst naar Mozart g-klein maakt met twee mollen gebruik van dezelfde toonladder als Bes-groot (in vaktermen zijn het parallelle toonsoorten). Dat geldt voor de beide hoekdelen, maar in de tussendelen worden de toonsoorten broederlijk gedeeld: Es-groot voor het langzame deel en g-klein voor het Menuet. Nog een opvallende overeenkomst is de maatsoort van het langzame deel, een Andante in zes-achtste beweging de pastorale maatsoort bij uitstek. Erich Otto Deutsch (naamgever van de D nummering van Schuberts oeuvre) stelt dat wanneer de finale van deze symfonie tot ons zou zijn overgeleverd zonder de naam van de auteur, iedere kenner haar direct aan Mozart zou toeschrijven. Schubert was negentien jaar toen hij op 3 oktober 1816 de laatste maatstreep zette.

Niettemin is de combinatie met de zevende van de Londense symfonieën van Joseph Haydn volkomen logisch. Mateloos intrigerend is bovendien het feit dat Harnoncourt deze werken alweer bijna dertig jaar geleden opnam met het Concertgebouworkest. Wie de beide uitvoeringen naast elkaar beluistert komt al snel tot de conclusie dat Gottfried met Concentus van nu zich niet heeft laten beïnvloeden door de Harnoncourt van destijds. Daarin wordt hij in niet onbelangrijke mate gesteund door het opnameteam van Aparté. De live-opname bracht met zich mee dat de microfoons bijna in de instrumenten werden geplaatst om het publieksaandeel tot een minimum te beperken. Het gevolg is een uiterst doorzichtig klankbeeld dat niet alleen boeiende perspectieven opent maar ook de eventuele rafeltjes niet schuwt. Een groot contrast met de zorgvuldig afgewerkte klank, bijna cosmetisch romantisch, die in het Concertgebouw ontstond. Het meegesneden applaus na Schubert (het tweede werk op de cd) werkt dan ook absoluut niet storend.

Als terzijde: het viel me op dat het Menuet van Haydn 99 in de interpretatie van Harnoncourt een minuut korter duurt dan bij Gottfried, hoewel die een sneller tempo kiest. Dat komt doordat Harnoncourt de herhalingen in het Da Capo van het menuet overslaat. Harnoncourt en herhalingen is een onderwerp apart, gezien de keuzes die hij maakte in de interpretaties van laatste symfonieën van Mozart met het Concertgebouworkest.

Samengevat is dit geen uitgave die nieuwe inzichten in het gekozen repertoire verschaft, maar wel een goudeerlijk document over de levensloop van een gelauwerd ensemble, dat net als het Orkest van de Achttiende Eeuw na het overlijden van de meester opnieuw zijn weg moet vinden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links