CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2019

 

Schönberg: Pelleas und Melisande op. 5 – Erwartung op. 17

Anja Silja (sopraan), Philharmonia Orchestra o.l.v. Robert Craft
Naxos 8.557527 • 69' •
Opname: 20 augustus 1999 (Pelleas), 16-18 februari 2000, Abbey Road Studio One, Londen

   

Op 10 november 2015 overleed Robert Craft, op 92-jarige leeftijd. Zijn faam als rechterhand van Stravinsky (die hij ‘my father' noemde) is genoegzaam bekend, niet in de laatste plaats door een fors aantal publicaties. Minder aandacht kreeg hij voor een omvangrijk project dat hij tussen zijn zeventigste en negentigste realiseerde: de opname van de min of meer complete werken voor orkest en ensemble van Stravinsky, Schönberg, Webern en Varèse voor het label Naxos. Een onderneming die hij aanging met het label Koch, een label met lef dat de crisis in de ‘music industry' niet overleefde. Craft stapte voor de afronding over naar Naxos, dat de voltooide opnamen overnam van Koch. De twee werken op deze cd werden aanvankelijk uitgebracht door Koch, Erwartung samen met Verklärte Nacht (een logische combinatie) op Schoenberg Vol. 6, Pelleas und Melisande samen met Pierrot Lunaire (met Anja Silja) op Schoenberg Vol. 5. Naxos heeft deze verdoeking uitgegeven in 2008.

Arnold Schönberg
Arnold Schönberg was de geboren doe-het-zelver. Alma, de echtgenote van componist Gustav Mahler, vertelt in haar memoires daarover het volgende: “Schönberg had zijn woning met de goedkoopste middelen tot iets heel zeldzaams en bijzonders gemaakt. Hij knutselt graag, bindt zijn eigen boeken en partituren in, heeft grote kamers gesplitst door houten wanden die overtrokken zijn met jute, waartegen boekenkasten opgesteld zijn en zijn eigen zeer interessante schilderijen zijn opgehangen – iedere kamer in een individuele kleurstelling en zijn eigen sfeer.” Die hang naar het creëren van eigen oplossingen beperkte zich niet tot de dagelijkse dingen, ook in zijn componeren was Schönberg de geboren autodidact, en daar bleef het niet bij, want ook als kunstschilder en schrijver ontwikkelde hij bijzondere talenten.

Arnold Schönberg werd geboren in Wenen, in 1874. Hij was van eenvoudige joodse komaf – zijn vader dreef een schoenenwinkeltje. Vioollessen kreeg hij vanaf zijn achtste, componeren bracht hij zichzelf van meet af aan bij, om met vriendjes kamermuziek van eigen makelij te kunnen spelen. Zijn schoolopleiding moest hij noodgedwongen afbreken toen zijn vader overleed, en als zestienjarige trad hij in dienst van een bank. Vier jaar lang hield hij het vol, maar toen de bank failliet ging zette hij een definitieve streep onder die carrière. Daarmee begon de loopbaan van een van de meest fascinerende muzikale geesten die de muziekgeschiedenis gekend heeft. Schönberg meldde zich niet aan als leerling van een conservatorium – daarvoor had hij als instrumentalist niet genoeg talent. In plaats daarvan bouwde hij uit een afgedankte altviool die hij met citersnaren bespande een soort cello. Met dat instrument meldde hij zich bij een amateurorkest dat geleid werd door Alexander von Zemlinsky, een ambitieuze jonge dirigent die wel het conservatorium had doorlopen en maar twee jaar ouder was dan Schönberg. Van hem kreeg hij compositielessen, en ook leerde hij zo zijn toekomstige echtgenote kennen: de zus van Alexander, Mathilde. Het paar trad in 1901 in het huwelijk en vertrok later dat jaar naar Berlijn, waar Schönberg een baantje als arrangeur en dirigent bij een cabaretgezelschap had gevonden. Schönberg componeerde van jongsaf aan ongelofelijk snel, als in een scheppingsroes. De werken waarmee hij als jonge man opviel waren bovendien bepaald niet kinderachtig uitgevallen: het strijksextet Verklärte Nacht, de kolossale Gurre-Lieder voor solisten, vier koren en een monsterorkest, en het symfonisch gedicht voor groot bezet symfonieorkest, Pelleas und Melisande. Ieder van die werken wist hij in een paar maanden op papier te krijgen. Voor de instrumentatie had hij uiteraard meer tijd nodig, en door zijn armlastige omstandigheden kwam hij daar soms maar spaarzaam aan toe – over de voltooiïng van de Gurre-Lieder deed hij meer dan tien jaar. Pelleas und Melisande was een partituur die hij na een jaar werken kant en klaar mee terug kon nemen naar Wenen, waar ze onder zijn eigen leiding op 25 januari 1905 werd uitgevoerd. Publiek en critici begrepen er geen snars van. Eén man was onder de indruk van dit wonderlijke genie: Gustav Mahler.

Zowel Mahler als Richard Strauss maakten op de jonge Schönberg een enorme indruk. Maar er was nog een Weense grootheid waarvoor hij grote bewondering koesterde: Johannes Brahms. Schönberg wilde de verworvenheden van het symfonische gedicht van Strauss, de grote structuren van Mahler en de variatietechniek van Brahms combineren in één kolossale partituur. Hij heeft zichzelf in de verwerkelijking van zijn plan een onmogelijke taak gesteld, die hij evenwel met grote doortastendheid heeft doorgezet. Dat hij daarbij de luisteraar niet ontziet is in het licht van zijn latere werken geen verassing. De gigantische lengte van het werk, dat zich in één naadloze beweging afspeelt is ook door de componist zelf niet nader onderverdeeld. Zijn leerling Alban Berg heeft een analyse gepubliceerd die ons weliswaar in formele zin een eind op weg helpt, maar eenmaal in de concertzaal slechts beperkt behulpzaam is. Berg onderscheidt vier episodes, die ruwweg overeenkomen met de vier delen van een symfonie: inleiding en hoofddeel, scherzo, adagio en reprise, tevens finale. Wat het muzikale materiaal betreft heeft Schönberg het ons gemakkelijker gemaakt. De thema's zijn beperkt gebleven tot twee nadrukkelijke noodlotsmotieven en enkele thema's voor de drie hoofdpersonen, allen in de eerste minuten van de partituur te horen. Goloud heeft een heroisch thema in de hoorns, Melisande een smachtend thema in de hobo, en Pelléas een onbekommerd dansant thema iets verderop. Hoe Schönberg de verhaalloop combineert met de formele ontwikkeling van de grote vorm is het onderwerp van menige dissertatie.

Erwartung door Anja Silja
Voor een uitvoerige inleiding tot dit zeer persoonlijke werk verwijs ik graag naar de bespreking van Maarten Brandt.

Anja Silja (het zijn haar twee eerste voornamen) was op een haar na zestig jaar oud toen zij deze opname van Erwartung realiseerde. Op haar zestiende debuteerde ze als Rosina in Rossini's Barbiere. Een onwaarschijnlijk lange carrière, waarin ze excelleerde in rollen met een hoog acteergehalte. Daarvan was de enige rol in het monodrama Erwartung uiteraard een van de vaste bestanddelen. In 1979 maakte Silja voor het label Decca een opname, gedirigeerd door haar toenmalige echtgenoot Christoph von Dohnanyi, gecombineerd met de Drie liederen opus 8. Dat ze twintig jaar later in de herfst van haar kunnen een fenominale prestatie neerzet valt niet te ontkennen. Silja was een reuzin op het operatoneel, maar zonder beeld wordt het de luisteraar niet gemakkelijker gemaakt. Het orkestrale aandeel is zonder meer indrukwekkend, niet in de laatste plaats door de gedetailleerde opname.

Pelleas und Melisande
In Pelleas und Melisande komt die gedetailleerde opname volkomen en indrukwekkend tot zijn recht, maar toch wil de uitvoering niet echt gaan vlammen. Er blijft iets stijfs kleven aan de verrichtigen van Craft, alsof hij wel in de noten, maar niet in de strekking van deze partituur gelooft. Een recente uitvoering door het Concertgebouworkest onder Lahav Shani maakte een onuitwisbare indruk, in een perfect amalgaam van een orkestklank waarin Schönberg Johannes Brahms en Richard Wagner dwingt om samen te wonen. Robert Craft laat dezelfde noten klinken alsof we luisteren naar Apollon Musagète van Igor Stravinsky.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links