CD-recensie

 

© Maarten Brandt, november 2013

 

Schönberg: Erwartung op. 17

Helga Pilarczyk (sopraan), Nordwestdeutsche Philharmonie o.l.v. Hermann Scherchen.

Wergo 6770-2 • 31' •

Opname: 1960, Herford (mono)

www.econa.nl

   

Een vrouw dwaalt ‘s-nachts in een bos. Ze is op zoek naar haar geliefde. Plotseling stuit ze op iets, maar dat blijkt een boomstronk te zijn. Hallucinerend zet zij haar zoektocht door het struikgewas voort, totdat ze het lichaam van de man naar wie ze op zoek was vindt. Er komt een intense monoloog op gang waarin gevoelens van extase, woede, tederheid, depressie, jaloezie en hartstocht elkaar in sneltreinvaart afwisselen. De vraag wie de man heeft vermoord blijft onbeantwoord. De vrouw in kwestie? Heeft hij de hand aan zichzelf geslagen? Of is hij gedood door zijn wettige echtgenote, dan wel iemand anders? Wanneer de ochtend aanbreekt, gaat de vrouw er plotseling snel vandoor, de woorden, ‘Ik zocht…’ stamelend.

 
  De eerste uitvoering in Duitsland (6 juni 1924)
   

Ziehier in het kortst denkbare bestek de plot van het op een libretto van Marie Pappenheim gebaseerde monodrama Erwartung van Arnold Schönberg. Erwartung is een van de meest revolutionaire composities uit de West-Europese muziekgeschiedenis. Schönberg voltooide dit uiterst grensverleggende werk in 1909. Ongelooflijk, maar waar. En in recordtijd, namelijk in krap 17 dagen. Even voor het goede begrip: toen Schönberg dit stuk componeerde, had Gustav Mahler net zijn Das Lied von der Erde voltooid en werkte hij aan zijn Negende symfonie, twee stukken die overigens pas in 1912 in première zouden gaan. Dus drie jaar na de gereedkoming van Erwartung, waarvan de vuurdoop echter pas op 6 juni 1924 te Praag zou plaatsvinden en wel onder leiding van Alexander Zemlinsky met Marie Gutheil Schoder als de vrouw. Het stuk ontstond in een turbulente periode van Schönbergs leven. In de eerste plaats was er een kolossale weerstand tegen zijn muziek. Voorts was hij in een ernstige huwelijkscrisis verwikkeld met zijn echtgenote Mathilde Zemlinski, die een affaire was begonnen met de kunstschilder Richard Gerstl. Een affaire die uiteindelijk zou leiden tot de zelfmoord van Gerstl. Zoveel is zeker, deze omstandigheden zijn van onmiskenbare invloed geweest op het duistere en onherbergzame karakter van Erwartung.

Freudiaans drama?
Dat Schönberg met het oog op dit werk zijn toevlucht zocht tot Marie Pappenheim is niet vreemd, aangezien niemand minder dan de bekende Weense schrijver Karl Kraus haar gedichten zo hoog aansloeg dat hij een aantal daarvan in 1906 deed verschijnen in het eertijds gezaghebbend literaire tijdschrift ‘Der Torch’. Haar poëzie, die zij publiceerde onder haar pseudoniem Maria Heim, is mede geïnspireerd door haar ervaringen met psychiatrische patiënten. De titel van Schönbergs eenakter is dan ook van Pappenheim afkomstig evenals de benaming ‘monodrama’ waarmee wordt aangeduid dat er in het geheel slechts een handelende persoon optreedt.

Tot op de dag van vandaag beschouwen verreweg de meeste regisseurs Erwartung als een psychoanalytisch drama naar Freudiaans model. Op zich is dit niet onjuist. Immers in 1895 verscheen het boek Studien über Hysterie van Siegmund Freud en Josef Breuer. In deze publicatie, die toentertijd buitengewoon populair was, wordt onder meer een geval behandeld van Bertha Pappenheim, een van de familieleden van Marie Pappenheim, die in het boek wordt beschreven onder de schuilnaam Anna O. en wier gedrag opvallende overeenkomsten vertoont met dat van de vrouw in Erwartung.

Hier aangekomen dient te worden vastgesteld dat Schönberg geducht heeft ingegrepen in de oorspronkelijke tekst van Pappenheims libretto en er ook behoorlijk wat coupures in heeft aangebracht. Als gevolg hiervan is het raadselachtige en geheimzinnige van het gegeven alleen maar versterkt. En hoe! Om slechts een detail te noemen: in Pappenheims origineel is het volstrekt duidelijk dat de man is vermoord door de vrouw, terwijl Schönberg de tekst zodanig heeft gewijzigd dat dit allerminst vaststaat en al evenmin wie het dan zou hebben gedaan. Een ander punt is dat Pappenheim in haar oorspronkelijke tekst, anders dan Schönberg, expliciet de nadruk legt op het contact van de vrouw met het lijk. Geen wonder dus dat Pappenheim – om het zacht uit te drukken – niet erg enthousiast was over haar samenwerking met Schönberg, wiens inzichten dus allesbehalve strookten met haar opvattingen. Hoe het ook zij, ook tegenwoordig staat Erwartung nog steeds bekend als vooral een freudiaans drama, terwijl dit slechts één laag is in dit ultiem complexe en fascinerende kunstwerk. Sommige commentatoren zien er bovendien een duidelijke verwijzing in naar Schönbergs benarde levensomstandigheden van dat moment.

Verwijdering van Strauss
Als reeds gememoreerd werd zijn muziek uiterst vijandig bejegend, met als gevolg een vrijwel totaal maatschappelijk isolement. Dit is in zoverre vreemd, aangezien Richard Strauss al geruime tijd voor Erwartung de grenzen van de tonaliteit hogelijk overschreed in zijn muziekdrama’s Salome (1905) en Elektra (1908). Aanvankelijk stond Strauss dan ook duidelijk op de bres voor Schönberg. Hij was het bijvoorbeeld die hem opmerkzaam maakte op het toneelstuk Pelléas et Mélisande van de Vlaams/Franse schrijver Maurice Maeterlinck, dat Schönberg op zijn beurt inspireerde tot zijn gelijknamige ‘Symphonische Dichtung’ (Pelleas und Melisande). Daarna kwam het tot een verwijdering van Strauss. Want, pal voor de gereedkoming van Erwartung, componeerde Schönberg zijn Fünf Orchesterstücke, Opus 16, waarin hij totaal brak met zowel de tonaliteit als de klassieke vormen. Strauss’ oordeel was vernietigend. “Schönberg zou er beter aan doen te gaan sneeuwruimen in plaats van het papier met dergelijk notengekrabbel te beschrijven”, aldus de componist die inmiddels al bezig was in zijn opera Der Rosenkavalier ‘back to normal’ te gaan door het modernisme de rug toe te keren. Een aantal elementen valt op in Schönbergs Fünf Orchesterstücke: gigantische tegenstellingen in dynamiek, rappe registerwisselingen, enorme contrasten in tempo en dit alles op de kortst denkbare afstand. Het zijn zonder uitzondering fenomenen die tevens in hoge mate karakteristiek zijn voor Erwartung.

Inferno
Om het even hoe freudiaans men laatstgenoemd werk ook kan interpreteren, Erwartung is niettemin een universeel drama dat qua duiding aanzienlijk verdergaat dan wat men er over dacht tijdens de tijd van zijn ontstaan. Alleen al de aanhef ervan maakt dit onomstotelijk helder:

Hier hinein? Man sieht den Weg nicht… Wie silbern die Stämme schimmern… Wie Birken…

Deze woorden herinneren onwillekeurig aan Dante’s Inferno dat namelijk begint met de zinsnede: “Op het midden van de weg onzes levens hervond ik mij in een donker woud.” Het beeld van een donker bos is iets dat we trouwens in tal van muziekdrama’s tegenkomen. Zoals bij voorbeeld in Debussy’s Pelléas et Mélisande. In de eerste scene van dit werk ontmoeten we Golaud die Mélisande in het woud aantreft, een bos dat zo donker is dat men zich daarin geheel verliest en waardoor zelfs het zonlicht niet vermag door te dringen. Een ander voorbeeld van een duister woud is de omgeving waarin zich het eerste bedrijf van Wagners Die Walküre afspeelt. Een van de hoofdpersonen, Siegmund, is daarin verdwaald tijdens een storm en op de vlucht. Hij zal moeten vechten voor zijn leven, aangezien zijn aartsrivaal Hunding hem wil doden. En Schönberg kende Wagner als zijn vestzak.

Verraad
In al deze voorbeelden, en speciaal in Erwartung, symboliseert het donkere woud de ultiem duistere staat van het menselijke innerlijk dat is uitgeleverd aan verlaten- en verscheurdheid. Datzelfde innerlijk dat tegen wil en dank streeft naar het licht, naar bevrijding, verlossing. In die zin is er tevens een verwantschap te signaleren met wat de zestiende eeuwse mysticus Sint Jan van het Kruis ‘De nacht van de ziel’ heeft genoemd. Dit is een spirituele conditie die men tot in alle uithoeken moet doorleven alvorens de verlossing of verlichting kan worden bereikt. Of, anders verwoord, alvorens het ego – onze dagelijkse persoonlijkheid – kan worden herenigd met het Hogere Zelf of datgene wat bekend staat als de Goddelijke vonk, Tao, Boeddha-natuur of om het even hoe men dit ook zou willen definiëren. Het gaat om hetzelfde proces dat ook door Carl Gustav Jung is beschreven en door hem het bereiken van Individuatie is genoemd. Het probleem in onze wereld van het hier en nu is dat we ten aanzien van dat Zelf steeds verraad plegen, namelijk door te geloven dat materiele rijkdom, bezit en macht de ultieme realiteit uitmaken. Het gevolg hiervan is dat onze spirituele essentie stilvalt en voor ons onbereikbaar wordt, dat de connectie met de vitale bron van ons bestaan wordt verbroken en we totaal ontheemd raken. Dit is het dan ook wat in Erwartung zo treffend is verzinnebeeld door dat donkere woud, het woud waarin de vrouw op zoek is naar haar geliefde die blijkt te zijn vermoord, de man die niets doet dan zwijgen, en wel omdat hij misschien die spirituele kern representeert die feitelijk wijzelf door onze hang naar uiterlijk vertoon en macht hebben verloochend, om niet te zeggen: hebben gedood. Alleen al hierdoor wordt zonneklaar duidelijk dat Erwartung, alle Freudiaanse connotaties ten spijt, in werkelijkheid ook een drama is van mythische proporties.

Een andere eigenschap van Erwartung is dat de tekst – dus het ‘verhaal’ – niet meer dan slechts één zijde van de medaille is. De woorden fungeren hooguit als vervoermiddel om die gigantische sprong in de peilloze diepten van het onbekende handen en voeten te geven. Niet meer en niet minder. Opnieuw brengt dit oude tijden in herinnering, waarbij zij verwezen naar de Gnostische mythologie van de ziel, die als een parel wordt voorgesteld, die als het ware in de modder is geworpen, de modder van ons materiele bestaan, en die van daaruit de weg moet zien terug te vinden naar haar spirituele oorsprong.

Zoektocht naar het onbenoembare
Dergelijke mythen maken ook deel uit van de Joodse mystieke leer, de Kabbala, en met die traditie was Schönberg zeer vertrouwd. Voorts is de kern waar het in Erwartung om draait bij uitstek eschatologisch. Dit niet in de letterlijke bijbelse betekenis van dit begrip, maar in de wetenschap dat het in dit stuk gaat om de laatste en finale vragen van de menselijke existentie in de meest omvattende zin des woords. Bezien vanuit deze invalshoek is Erwartung dan ook geen uitzondering binnen Schönberg muziekdramatische oeuvre, bestaande – naast andere composities – bijvoorbeeld uit de onvoltooide opera Moses und Aron (1932) en het eveneens onvoltooid overgeleverde oratorium Die Jakobsleiter (1944). Zo hebben bijvoorbeeld Erwartung en Moses und Aron met elkaar de zoektocht naar het onuitsprekelijke gemeen, naar de – althans in aardse termen geredeneerd – onbereikbare en volledige spirituele vervulling, de versmelting met het onbenoembaar Goddelijke. Niet voor niets speelt in Moses und Aron het thema van de niet te verwoorden Goddelijke essentie een fundamentele rol. Het was de Joden immers verboden de Naam van God uit te spreken en vooral: afbeeldingen van Hem te maken. Dat werd als de meest verschrikkelijke vorm van afgoderij beschouwd. In feite is dit een heel actueel standpunt wat men, zij het anders verwoord, ook in tal van Oosterse religies, met Zen voorop, tegenkomt. Namelijk, dat alles wat stervelingen over God – en in het geval van Zen: Boeddha - kunnen zeggen afbreuk doet aan Zijn Wezen. Waarom? Welnu, omdat het dan om concepten gaat die tussen de mens en dat niet-verwoordbare Goddelijke in komen te staan. Waarheid in spiritueel opzicht is niet in woorden zelfs ook maar bij benadering te vangen. Dat is ook de conclusie van Moses aan het slot van het tweede bedrijf uit Schönbergs muziekdrama, wanneer hij – terwijl de muziek geheel eenstemmig wordt - verzucht: “O Wort, du Wort, dass mir fehlt!”

Een ander belangrijk twintigste-eeuws muziekdrama waarin de problematiek die Schönberg in Erwartung en zijn Moses und Aron aansnijdt aan de orde komt, is een hoogst imponerende visie op de aloude Griekse Odysseus sage in de vorm van het muziekdrama Ulysse uit 1968 van de Italiaanse componist Luigi Dallapiccola. In de aangrijpende slotscène vaart de hoofdpersoon, Odysseus, uit op volle zee. Uitgerekend op het moment van zijn diepste wanhoop wordt hij deelgenoot van de allesomvattende Goddelijke en één makende essentie en net als in Schönbergs Moses und Aron culmineert de muziek ook hier in een oogverblindende eenstemmigheid.

Woud van illusies
Maar, om nu weer terug te komen op Erwartung, het lichaam van de vermoorde man kan, ik zinspeelde daar hiervoor al op, heel goed als een symbool worden gezien van het beeld van Hem, geschreven met een kapitale letter, dus als een aspect van het Goddelijke dat we als het ware om zeep hebben geholpen door er een beeld van te maken, dus door het te begrenzen en daardoor van Zijn essentie te beroven. Het lijk is dan slechts een projectie van de God die wij naar ons eigen en beperkte beeld hebben geschapen, een beeld dat tussen ons en die Goddelijke essentie in is komen te staan en zodoende de weg verspert naar de werkelijke en diepe spirituele kern en waarheid. Daarom zijn wij gedoemd in duisternis te dwalen, net als die vrouw in dat ondoordringbare woud van Erwartung, het woud bestaande uit al onze illusies. Illusies of concepten die we ons tijdens ons turbulente leven hebben gemaakt van die werkelijkheid. Beelden die ons, nogmaals, de weg versperren, net zoals het strijkgewas en de bomen in dat bos de vrouw verhinderen haar weg te vinden. Totdat op een ondeelbaar ogenblik van wanhoop waarin er niets meer te verliezen valt we – doorgaans totaal onverwacht – deelgenoot worden van het ‘mysterium tremendum’ en direct worden geconfronteerd met de Onuitsprekelijke Waarheid. Dit is, althans naar mijn bescheiden mening, wat geschiedt vlak voor het slot van Erwartung, om precies te zijn op het ogenblik waarop de vrouw uitschreeuwt: “O, bist du da !”. Het is een gebeurtenis die meteen voorbij is, want alles speelt zich af gedurende een ondeelbare seconde. Daarna lost de muziek, net als deze topervaring, meteen in het luchtledige op.

Archetypische lading
Ten einde een dergelijke ervaring te kunnen beleven is onvoorwaardelijke overgave noodzakelijk. Net zoals dit het geval is met het bedrijven van de Liefde, alweer geschreven met een Kapitale letter. In diepste wezen is Erwartung dan ook mede een belichaming in klank en woord, om met Wagners muziekdrama Tristan und Isolde te spreken, van een ‘Liebestod’. Dat blijkt heel nadrukkelijk uit het libretto, waar op een cruciaal ogenblik de trefwoorden van de tekst zijn: ‘Augen’, ‘Licht’, en ‘Herz’. Het zijn woorden die zowel door de muziek als de taalkundige omgeving waarin ze optreden een archetypische lading krijgen, dus een betekenis die ver boven het alledaagse uitstijgt.

Das Herz haben sie getroffen… Ich will es küssen mit dem letzten Atem… Dich nicht mehr loslassen… In deine Augen sehen… Alles Licht kam ja aus deinen Augen… Mir schwindelte, wenn ich dich ansah… Nun küss ich mich an dir zu Tode… Aber so seltsam ist dein Auge… Wohin schauest du? Was suchst du denn?

Kenmerkend voor deze episode – een van de mooiste uit Schönbergs oeuvre! - is het tegelijkertijd exquis en indringende gebruik van extreem dissonerende akkoorden. Akkoorden die dus zowel bitter als zoet overkomen en waarin wanhoop en tederheid naadloos samengaan. De boodschap die in, tussen en achter deze woorden ligt opgetast zou kunnen zijn dat, zolang wij onze spirituele kern verloochenen, waarvan het licht in ons een verbeelding is (en die dus uit de in dit fragment genoemde ogen ‘schijnt’) wij gedoemd zijn te dwalen in duisternis. Het is duidelijk dat in het bewuste fragment van Erwartung dat licht is bedoeld, iets wat wordt onderstreept door de zinsnede “Mir schwindelte, wenn ich dich ansah”. Hier bestaat bovendien een onmiskenbaar verband met de slotscène uit Wagners Tristan und Isolde, de aangrijpende Liebestod, die immers met de volgende woorden van Isolde bij het lichaam van de gestorven Tristan begint: “Mild und leise, wie er lächelt, wie das Auge hold er öffnet… seht ihr’s Freunde? Seht ihr’s nicht? Immer lichter wie er leuchtet, stern-umstrahlet hoch sich hebt?”

Nacht en ochtend
Hier dus opnieuw het thema van het Licht. In dit geval van de transformatie van het tijdelijke naar het eeuwige en ook van het ego naar het Zelf, de kern die – zoals dat in de laatste woorden van de Liebestod zo schitterend naar voren komt - in wezen het hele universum omvat. De Liebestod is een klinkende reflectie van die mystieke eenwording, de ultieme vervulling voorbij de dimensies van tijd en ruimte. Belangrijk bij zowel Wagner als Schönberg is verder de relatie tussen nacht en ochtend. De nacht staat ook voor de spirituele conditie waarin de ultieme versmelting met de of het Geliefde, de Al-ene kan plaatsvinden, en de morgen verhindert dat juist. Hierop wordt tevens in de al genoemde slotscène van Erwartung gezinspeeld. De tekst van het bewuste gedeelte verloopt als volgt:

Liebster, Liebster, der Morgen kommt… Was soll ich allein hier tun?... In diesem endlosen Leben… In diesem Traum ohne Grenzen und Farben… denn meine Grenze war der Ort an dem du warst… und alle Farben der Welt brachen aus deinen Augen… Das Licht wird für alle kommen… Aber ich allein in meiner Nacht?... Der Morgen trennt uns… Immer der Morgen… So schwer küsst du zum Abschied… Wieder ein ewiger Tag des Wartens… O, du erwachst ja nicht mehr… Tausend Menschen ziehen vorüber… Ich erkenne dich nicht… Alle leben, ihre Augen flammen… Wo bist du?... Es ist dunkel. Dein Kuss wie ein Flammenzeichen in meiner Nacht… Meine Lippen brennen und leuchten… dir entgegen… O, bist du da!... Ich suchte…

In deze episode is de man meer dan ooit te voren in Erwartung een archetype geworden van het Onuitsprekelijke Mysterie. Het is in de jungle van onze wereld aanwezig zonder er zelf deel van uit te maken, of zoals van Christus in het Nieuwe Testament van de Bijbel wordt beweerd: “Wel in maar niet van de wereld.” Hierop kunnen tevens de woorden van de vrouw worden betrokken wanneer zij zegt: “Tausend Menschen ziehen voruber… Ich erkenne dich nicht…” Maar het verlangen blijft, en dat komt vooral tot uitdrukking in het feit dat de muziek in Erwartung bijna onafgebroken is vervuld – en dat op mateloze wijze - van wat onze oosterburen ‘Heimweh’ noemen. ‘Heimweh’ betekent letterlijk ‘thuispijn’. De pijn veroorzaakt door het verlangen naar de uiteindelijke en definitieve thuiskomst, om het even wat of waar dat thuis ook moge zijn…

Breuk
‘Thuispijn‘ dus, als gevolg van die breuk, dat ontworteld- en ontheemd-zijn. In de muziek van Schönberg prachtig gesymboliseerd door de breuk met alles wat zelfs maar bij benadering zweemt naar de traditie, de klassieke vormen, de tonaliteit en noem maar op. Huiveringwekkend komt dit tot uitdrukking op het ogenblik waarop de vrouw op het lichaam van de dode man stuit en het orkest uit haar voegen barst in een bijna oorverdovend, uiterst dissonerend en verscheurend akkoord. Daarna is er een enorme cesuur, die ons als het ware de peilloze afgrond als gevolg van die breuk tot in het merg doet voelen. Het is een akkoord dat qua karakter sterk verwant is met het doods- of schreeuwakkoord uit Mahlers onvoltooid nagelaten Tiende symfonie, die Mahler in 1909 nog moest schrijven. En Erwartung kende hij niet, want, ik herhaal het nog maar eens, dit werk werd pas in 1924 ten doop gehouden. Met andere woorden, als er muzikale telepathie en helderziendheid bestaat, blijkt het wel uit de ‘Wahlverwantschaft’ tussen deze beide werken, die au fond hetzelfde thema tot vertrekpunt hebben: de breuk en de queeste naar heelheid en verlossing.

Logica van de droom
De beroemde Duitse filosoof Theodor Adorno, die – wat minder bekend is - trouwens ook componist was en bij Alban Berg studeerde, heeft terecht opgemerkt dat de logica van Erwartung die van de droom is. In een droom is er geen scheiding tussen binnen- en buitenwereld. Alles maakt deel uit van de belevingswereld van het innerlijk van de dromer. Het bos, de stad, de maan, het struikgewas, het pad, de levenloze man en noem maar op, alles en niets uitgezonderd. Het gebeuren in de natuur moet dan ook nadrukkelijk worden gezien als een projectie vanuit de ziel van de hoofdpersoon, dus in het geval van Erwartung van die vrouw. Een en ander wordt haarscherp duidelijk aan de hand van onderstaand fragment, waarvan de tekst aldus gaat:

Er ist auch nicht da… auf der ganzen, langen Straße nichts Lebendiges… Und kein Laut… die weiten blassen Felder sind ohne Atem, wie erstorben… Kein Halm rührt sich… Noch immer die Stadt… und diese fahle Mond… Keine Wolken, nicht der Flügelschatten eines Nachtvogels am Himmel… Diese grenzenlose Totenblässe…

Grote dromen, en Erwartung hoort in die categorie thuis, hebben per definitie iets tijdloos. In Erwartung wordt die tijdloze dimensie mede in het leven geroepen door het manipuleren van de belevingstijd. Zo is het als het stuk begint net alsof de muziek al uren aan de gang is, terwijl het in werkelijkheid om de uitvergroting van hooguit een minuut gaat – de reële of fysieke tijdsduur van de droom – die in dit kunstwerk is uitvergroot tot een half uur. Een ander kenmerk van een droom is de chaotische en snelle opeenvolging van stemmingen en gebeurtenissen. En vooral : een notoir gebrek aan houvast. Wat die snelle opeenvolging der gebeurtenissen betreft is het in dit verband uiterst veelzeggend (een wetenschap die we aan een analyse van Robert Craft hebben te danken) dat in Erwartung - een stuk met nogmaals een tijdsduur van om en nabij de dertig minuten en verder een omvang van 427 maten - sprake is van maar liefst 111 veranderingen van metronoomcijfer ofwel wijzigingen in tempo, hetzij in versnellende of verlangzamende zin. En dat is een absoluut record. Geeft dit laatste al amper houvast, het feit dat elke tonale grond ontbreekt en er geen motief of melodie letterlijk wordt herhaald geeft dat nog minder. Het is alsof men, overdrachtelijk gesproken, zonder zwemvest in een diepe en kolkende zee wordt geworpen en daarin als een stuk wrakhout wordt voortgestuwd.

Vulkaanuitbarstingen en blikseminslagen
Er bestaan prachtige uitvoeringen van Erwartung. Waarbij ik vooral denk aan die van Anja Silja met de Wiener Philharmoniker onder leiding van Christoph von Dohnányi (Decca) en Phyllis Bryn Julson plus de City of Birmingham Symphony Orchestra onder supervisie van Sir Simon Rattle (EMI). Dan is er natuurlijk onder andere nog de beroemde vertolking van Jessye Norman met het orkest van de Metropolitan Opera en James Levine voor Philips. Het probleem bij deze uitvoering is dat het allemaal veel te mooi om niet te zeggen gelikt klinkt, en daarmee wordt de plank jammer genoeg geducht misgeslagen. Want als er één indruk is die Erwartung hoe dan ook niet mag achterlaten is het wel die van een cosmetica – ik bedoel dit uiteraard overdrachtelijk – à la een rolprent van Peter Stuyvesant. Want, en dat moge uit het voorgaande hopelijk voldoende zijn gebleken, ‘mooi’ is Erwartung nu juist allesbehalve. Wel is het werk subliem. Maar dan ‘subliem’ in de filosofische betekenis van dit begrip. Dus in termen van ongenaakbaar, overweldigend en vooral: onthutsend en ontregelend. Als hier al sprake is van schoonheid, dan van een soort die is verbonden met vulkaanuitbarstingen en blikseminslagen. Met andere woorden, het betreft hier een schoonheid zonder compromis.

 
 
De oorspronkelijke elpee-hoes

Onvergetelijke vertolking
Wie Erwartung zo wil ervaren, dus het opus in al zijn naaktheid wil ondergaan en waarbij niets wordt toegedekt of mooier wordt voorgesteld dan het is, kan maar bij één uitvoering terecht. En dat is bovenstaande en in 1960 vastgelegde onvergetelijke en met recht in de puurste zin des woords authentiek te noemen vertolking door Helga Pilarczyk met een van de Schönberg-interpreten van het eerste uur: Hermann Scherchen. De oude en in 1964 verschenen Wergo-elpee was een van de grote discografische relikwieën uit mijn verzameling en ik heb me er decennia lang over verbaasd waarom deze legendarische verklanking nooit op cd werd overgezet. Maar eindelijk is het dan zover en heeft Wergo deze mijlpaal in de Schönberg-uitvoeringspraktijk op disc uitgebracht. En dat net als toen, zonder toevoegingen. De cesuur tussen de twee elpeekanten is ook hoorbaar. Kennelijk waren er twee banden. Dus een voor elke plaatkant, want duidelijk is dat de oorspronkelijke tapes zijn gebruikt, want ik hoor geen typische vinylklank. Wat er wel – de remastering werd voorbeeldig gedaan door Ingo Schmidt-Lucas van het fameuze Cybele label en verdient, evenals de uitvoering, een tien met een griffel - is te horen mag fenomenaal heten, ook al betreft het hier een monoregistratie. Maar werkelijk elk detail van deze heidens complexe en rijke partituur komt kraakhelder tot ons en vooral: de seismografische emotionele gevoeligheid waarmee de zangeres – geheel in de schönbergiaanse traditie half sprekend/half zingend - tot op de kleinste vierkante millimeter de talrijke nuances van de tekst niet alleen hoor- maar wat zeker zo belangrijk is: ook voelbaar wist te maken. En dit alles zonder ook maar de geringste opsmuk en laat staan: een neiging om te willen epateren. Het resultaat is dat Erwartung niet alleen als een ongekend drama van vlees en bloed op je overkomt, maar ook als een van de meest aangrijpende ‘documents humain’ uit de muziekgeschiedenis. Een half uur muziek, zult u ongetwijfeld zeggen, is dat niet een beetje weinig in een tijd waarin men zonder problemen tachtig minuten op een cd kan wegzetten? Naar fysieke maatstaven geredeneerd hebt u natuurlijk gelijk. Maar, u heeft het hiervoor al kunnen lezen, de substantie van Erwartung onttrekt zich aan elke tijdsmeeting en wie zich echt door het geheel laat meeslepen zal bemerken dat Erwartung, hoe vreemd het op het eerste gezicht ook moge lijken, dankzij diezelfde substantie, in een categorie thuishoort die – mede spiritueel gezien – slechts vergelijkbaar is met Bachs Matthaus Passion en Wagners Tristan. Een minpunt is dat het libretto ontbreekt. Wel is er een lijvig essay van Helmut Kirchmeyer (Duits en Engels) bijgevoegd aan de hand waarvan men tot in het kleinste detail over Erwartung in het algemeen en Schönbergs samenwerking met Marie Pappenheim in het bijzonder geïnformeerd raakt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links